Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:119

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-01-2018
Datum publicatie
08-01-2018
Zaaknummer
10/182664-17 / 10/176004-17 / 10/221542-17(gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal in bedrijf en in winkel, alsmede diefstal van fiets.

Geen onvoorwaardelijke ISD opgelegd maar deels voorwaardelijke gevangenisstraf met verplichting tot verder verblijf in De Hoop waarvoor verdachte gemotiveerd lijkt.

Een onvoorwaardelijke ISD zou dit kunnen frustreren. Bovendien loopt de verdachte nog in de proeftijd van een eerder opgelegde voorwaardelijke ISD.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummers: 10/182664-17, 10/176004-17 en 10/221542-17 (gevoegd)

Datum uitspraak: 8 januari 2018

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland,

verblijvende bij hulpverleningsinstelling De Hoop GGZ, Provincialeweg 70,

3329 KP Dordrecht,

raadsvrouw W. van der Voet, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 december 2017 en 8 januari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.A.M. de Jong heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het in alle zaken ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 210 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 129 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, hetgeen mede kan inhouden het zich houden aan een meldplicht en voorts dat de verdachte zal meewerken aan opname in hulpverleningsinstelling De Hoop of een soortgelijke instelling gedurende de proeftijd van 2 jaar of zoveel korter als de reclassering nodig acht, aan ambulante zorg en/of begeleid wonen en/of maatschappelijke opvang en aan urinecontroles.

4 Waardering van het bewijs

Wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

parketnummer 10/182664-17

hij op 14 september 2017 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen flessen drank en een telefoon, toebehorende aan [naam slachtoffer 1] ;

parketnummer 10/176004-17

hij op 7 september 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk: Biria), toebehorende aan een onbekend gebleven persoon, waarbij de verdachte die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

parketnummer 10/221542-17

hij op 13 september 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand (gevestigd aan de [adres delict] ) heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk/type Samsung Galaxy J5), toebehorende aan het [naam slachtoffer 2] .

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 10/182664-17 tenlastegelegde wordt, gelet op het verweer dat de verdediging op dit punt heeft gevoerd, nog overwogen dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] dusdanig nauw en bewust hebben samengewerkt bij de tenlastegelegde diefstal dat zij als medeplegers dienen te worden aangemerkt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

parketnummer 10/182664-17

diefstal door twee of meer verenigde personen;

parketnummer 10/176004-17

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

parketnummer 10/221542-17

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan de diefstal van drank en een mobiele telefoon uit een horecagelegenheid. Verder heeft de verdachte een scantelefoon uit een winkel gestolen en een fiets uit de fietsenstalling bij een metrostation ontvreemd, dit laatste nadat hij van die fiets het kettingslot had opengebroken. Dit zijn vervelende en brutale feiten, waardoor schade is ontstaan voor de gedupeerden en waarvan de gedupeerden veel last en ergernis kunnen hebben ondervonden. Daarnaast zorgen dergelijke misdrijven voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 september 2017 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De verdachte is al jarenlang verslaafd aan verdovende middelen en er is sprake van psychiatrische problematiek. Novadic-Kentron, afdeling reclassering, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 14 december 2017. Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in. Gezien het aanhoudende delictgedrag van de verdachte en het feit dat de tot op heden ingezette kaders niet hebben kunnen bijdragen aan het verminderen van recidive, zijn er geen contra-indicaties voor een onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Indien een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op dit moment niet aan de orde is en een deels voorwaardelijke straf passender is, worden de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd: meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling en medewerking aan urinecontroles teneinde misbruik van middelen uit te kunnen sluiten. Tevens dient er aandacht te zijn voor ambulante zorg en/of begeleid wonen en/of maatschappelijke opvang. De rechtbank is van oordeel dat, gezien de ernst van de feiten in samenhang bezien met het strafblad van de verdachte, zijn verslaving en daardoor de hoge kans op recidive een onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de hand zou liggen. Immers, tot op heden hebben de opgelegde straffen en de eerder opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregel er niet toe geleid dat het criminele gedrag van de verdachte is beëindigd.

De verdachte is echter sinds 30 november 2017 opgenomen bij de hulpverleningsinstelling De Hoop te Dordrecht, waar hij een behandeling volgt voor zijn psychiatrische- en verslavingsproblemen. Hoewel zijn verblijf in De Hoop nog maar kort is, lijkt de verdachte baat te hebben bij de hem door De Hoop geboden begeleiding en behandeling. Hij lijkt gemotiveerd te zijn voor de behandeling en zich daarvoor in te zetten. Indien de behandeling bij De Hoop succesvol verloopt zou dit er toe kunnen bijdragen dat recidive in de toekomst wordt voorkomen. Een onvoorwaardelijke ISD-maatregel zou deze positieve ontwikkeling mogelijk kunnen frustreren en zal om die reden niet worden opgelegd. Bovendien loopt de verdachte nog in de proeftijd van de voorwaardelijke ISD-maatregel die op 6 februari 2017 is opgelegd.

De rechtbank zal in plaats van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk zal zijn aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rest van de gevangenisstraf zal voorwaardelijk worden opgelegd met de voorwaarden die hierna worden genoemd.

Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe om de verdachte te motiveren de behandeling bij De Hoop af te maken en ook om mee te werken aan de verdere begeleiding die hem zal worden geboden. Tevens heeft het voorwaardelijk strafdeel als doel de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het is nu aan de verdachte om deze allerlaatste kans met beide handen aan te grijpen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de in de zaken met de parketnummers 10/182664-17, 10/176004-17 en 10/221542-17 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 210 (tweehonderden-tien) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 129 (honderdnegenentwintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen van Stichting Verslavingsreclassering GGZ, en zal zich melden bij de reclassering, zo lang en frequent als deze reclasseringsinstelling dit nodig acht;

2. de veroordeelde zal de opname en behandeling van zijn psychiatrische- en verslavingsproblematiek door hulpverleningsinstelling De Hoop GGZ te Dordrecht voortzetten en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens die instelling worden gegeven; deze verplichting geldt gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering in overleg met De Hoop verantwoord vindt;

3. de veroordeelde zal meewerken aan ambulante zorg en/of begeleid wonen en/of maatschappelijke opvang, indien en zolang de reclassering dit nodig vindt;

4. de veroordeelde zal meewerken aan urinecontroles, indien en zolang de reclassering dit nodig acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van

de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


heft op het in de zaak met parketnummer 10/176004-17 gegeven bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij beslissing van 11 september 2017 is geschorst;

heft op het in de zaak met parketnummer 10/182664-17 gegeven bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij beslissing van 28 november 2017 is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,

en mrs. H. de Doelder en M.J.M. van Beckhoven, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. H. C. Fraaij en M.D. Hes, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 januari 2018.

Bijlage

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 10/182664-17

hij op of omstreeks 14 september 2017 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 1 of meer flessen drank en/of een kassalade en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten delen toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

parketnummer 10/176004-17

hij op of omstreeks 7 september 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk: Biria), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

parketnummer 10/221542-17

hij op of omstreeks 13 september 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gevestigd aan de [adres delict] ) heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk/type Samsung Galaxy J5), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.