Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:1152

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-02-2018
Datum publicatie
23-02-2018
Zaaknummer
6472536 VZ VERZ 17-28014
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot goedkeuring afwijkend huurbeding.7:291 BW. Koppeling franchiseovereenkomst aan huurovereenkomst. Geen wezenlijke aantasting gelet op de omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WR 2018/115
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6472536 VZ VERZ 17-28014

uitspraak: 2 februari 2018

beschikking ex artikel 7:291 Burgerlijk Wetboek van de kantonrechter,

zittinghoudende te Rotterdam

in de zaak van

de besloten vennootschap

Verhage Franchise B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

gemachtigde: mr. M. Munnik,

verzoekster,

en

de vennootschap onder firma [VOF 1] tevens handelend onder de naam Verhage,

zaakdoende te [plaatsnaam],

alsmede haar vennoten [A.] en mevrouw [B.],

beiden wonende te [plaatsnaam],

gemachtigde: mr. M. Munnik,

medeverzoekster.

Partijen zullen worden aangeduid als “Verhage” respectievelijk [VOF ]”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Op 16 november 2017 hebben partijen een verzoekschrift als bedoeld in artikel 7:291

lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ingediend.

1.2

De kantonrechter heeft op grond van de inhoud van de stukken een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege gelaten.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van de beschikking bepaald op heden.

2 Het verzoek

2.1

Partijen hebben een onderhuurovereenkomst gesloten voor de bedrijfsruimte aan de [straat-en plaatsnaam].

2.2

De huurovereenkomst tussen partijen is ingegaan op 1 september 2017 en eindigt op

31 augustus 2025.

2.3

Tussen partijen is eveneens een franchiseovereenkomst gesloten met eenzelfde looptijd.

2.4

In de huurovereenkomst zijn de volgende bedingen opgenomen:

Artikel 1.5

Partijen erkennen hierbij uitdrukkelijk dat het beëindigen van de exploitatie van de Verhage- franchisevestiging door Onderhuurder, zal worden beschouwd als een verandering van bestemming, die de beëindiging van deze overeenkomst noodzakelijkerwijze met zich meebrengt.

Artikel 3.1

De huurovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van acht (8) jaar, ingaande per 1 september 2017 en lopende tot en met 31 augustus 2025.

Artikel 3.4

Partijen stellen vast dat deze overeenkomst integraal onderdeel uitmaakt van de franchiseovereenkomst. Beide overeenkomsten vormen één onlosmakelijk

geheel. Partijen stellen eveneens vast dat onderverhuurder uitsluitend bereid is het gehuurde aan onderhuurder te verhuren voor zolang de franchiseovereenkomst van kracht is.

Artikel 3.5

Indien Onderhuurder in gebreke is in zake de nakoming van de Franchiseovereenkomst, wordt dit tevens aangemerkt als een in gebreke zijn uit

hoofde van deze overeenkomst.

Artikel 3.6

Partijen komen hierbij expliciet overeen dat in geval van (tussentijdse)

beëindiging van de franchiseovereenkomst deze overeenkomst op dezelfde

datum een einde neemt, onafhankelijk van de oorzaak van het einde van de

franchiseovereenkomst en zonder dat daarvoor een separate opzegging nodig is.

Artikel 3.7

Onverminderd het hiervoor bepaalde, eindigt deze overeenkomst zonder dat daartoe opzegging vereist is op het moment dat de Hoofdhuurovereenkomst eindigt.”

3 De beoordeling

3.1

Uitgangspunt is dat van de wettelijke bepalingen van de vierde titel van boek 7, waarvan de zesde afdeling gewijd is aan huur van bedrijfsruimte, niet ten nadele van de huurder kan worden afgeweken, behoudens goedkeuring door de rechter (artikel 7:291 BW).

Ingevolge het derde lid van artikel 7:291 BW wordt die goedkeuring alleen gegeven als de wettelijke rechten van de huurder van bedrijfsruimte door de afwijking niet wezenlijk worden aangetast, of als de maatschappelijke positie van de huurder zodanig is dat hij de wettelijke bescherming niet nodig heeft.

3.2

[VOF ] onderneemt op grond van een franchiseovereenkomst. Deze overeenkomst kan buiten rechte tot een einde komen. In dat geval heeft [VOF ] er belang bij dat ook de huurovereenkomst tot een einde komt. Op grond van de bepalingen in de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst is [VOF ] immers niet gerechtigd om in geval van beëindiging van de franchiseovereenkomst in het gehuurde een andere onderneming dan een Verhage franchisevestiging te voeren. Andere exploitatiemogelijkheden zijn niet aanwezig. In die omstandigheid heeft [VOF ] er belang bij dat de huurovereenkomst voor de alsdan voor hem niet te exploiteren zaak, met alle verplichtingen van dien, niet voortduurt. Door partijen is voorts aangevoerd dat de wens om af te wijken gelegen is in het feit dat er tussen partijen ook sprake is van een hoofdhuurovereenkomst en de wens bestaat om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de looptijd en beëindigingsmogelijkheden van die overeenkomst. Ook is er bij een eventueel einde van de franchiseovereenkomst een overdrachtsregeling opgenomen en een koopoptieregeling om de onderneming met inbegrip van opstal te verkopen. Daarnaast ontvangt [VOF ] in dat geval een bedrag van € 12.500,- naast de koopprijs en is een regeling opgenomen om voorraad terug te kopen tegen inkoopprijs.

3.3

Gelet op deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van een wezenlijke aantasting van de rechten van [VOF ].

3.4

Nu de onderhavige procedure voortvloeit uit een gemeenschappelijk verzoek, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4 Beslissing

De kantonrechter:

verleent goedkeuring aan de onder 2.4 geciteerde, van afdeling 6 titel 4 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek afwijkende, bedingen;

compenseert de proceskosten als boven aangegeven.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. L.J. van Die en uitgesproken op de openbare terechtzitting.

527