Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:11379

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-05-2018
Datum publicatie
05-12-2019
Zaaknummer
C/10/530896 / JE RK 17-2244
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“Verzoek uithuisplaatsing van minderjarige die bij de moeder woont. Specialistisch onderzoek kan niet plaats vinden omdat de gecontracteerde zorgaanbieders binnen de regio dat niet bieden. Verloop gezinsopname wordt afgewacht.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/530896 / JE RK 17-2244

datum uitspraak: 31 mei 2018

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2015 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,


De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 27 oktober 2017 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de briefrapportage van de GI van 24 april 2018, ingekomen bij de griffie op 25 april 2018;

- het e-mailbericht met bijlage van de GI van 31 mei 2018;

- de ter zitting overlegde stukken van mr. R.V. Paniagua.

Op 31 mei 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door mr. R.V. Paniagua,

- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan mw. [naam grootmoeder] , de grootmoeder van moederszijde.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 17 augustus 2017 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot
1 september 2018.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 27 oktober 2017 de behandeling van het verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] aangehouden.

Het verzoek
De GI heeft een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg verzocht voor de duur van één jaar. Daarnaast heeft de GI ter zitting, met instemming van de belanghebbende, verzocht om de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van één maand.

Het standpunt van de GI
De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. [naam kind] en de moeder zullen per 5 juni 2018 deelnemen aan een gezinsopname bij Horizon te Harreveld voor een periode van drie maanden. Er zal een observatieperiode plaatsvinden, waarna er samen met de moeder doelen worden gesteld. In de laatste fase zullen de opvoedvaardig-heden van de moeder worden geëvalueerd. De GI acht het in het belang van [naam kind] dat hij elders opgroeit. Dit oordeel is gebaseerd op de situatie van de andere kinderen van de moeder. De verwachting vanuit de GI is dat de gezinsopname niet positief zal verlopen. [naam kind] zal worden aangemeld voor een MKD in de buurt van Harreveld.
Het standpunt van de belanghebbende

Namens de moeder is ter zitting naar voren gebracht dat het van groot belang is om gedurende de gezinsopname onderzoek te verrichten naar eventuele kindeigen problematiek bij [naam kind] . Het is zorgelijk te noemen dat de GI reeds voorafgaand aan de gezinsopname van oordeel is dat het traject niet zal slagen. De moeder staat achter een verlenging van de ondertoezichtstelling van [naam kind] voor de duur van één maand, nu zij erkent dat zij de hulp nodig heeft en deze hulp ook accepteert.

De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er zorgen bestaan over de sociaal-emotionele, motorische en spraak- en taalontwikkeling van [naam kind] . De kinderrechter heeft bij voornoemde beschikking van 27 oktober 2017 vastgesteld dat er onduidelijkheid bestaat over de oorzaak van de ontwikkelingsachterstanden van [naam kind] . De kinderrechter heeft daarom de behandeling van het verzoek tot uithuisplaatsing van [naam kind] aangehouden om onderzoek hiernaar te laten verrichten bij het Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD).

De kinderrechter heeft geconstateerd dat het betreffende KSCD-onderzoek niet heeft plaatsgevonden. De GI heeft hierover gemeld dat een onderzoek bij het KSCD alleen gedaan wordt voor gezinnen in Rotterdam. De woonplaats van de moeder valt buiten de regio. De serviceorganisatie Zuid Holland Zuid verwijst naar de gecontracteerde zorgaanbieders binnen de regio. Deze zorgaanbieders, voor mensen met een verstandelijke beperking, kunnen het onderzoek niet bieden, aldus de GI.

De moeder en [naam kind] zijn inmiddels aangemeld voor een gezinsopname bij Horizon. De gezinsopname zal op 5 juni 2018 van start gaan voor een periode van drie maanden. De kinderrechter gaat ervan uit dat er gedurende deze gezinsopname onder meer onderzoek wordt verricht naar de (oorzaak van de) ontwikkelingsachterstand en het gedrag van [naam kind] , de opvoedvaardigheden van de moeder, haar (on)mogelijkheden en haar leerbaarheid, zoals reeds eerder overwogen in de beschikking van 27 oktober 2017.

Het is van belang dat er zo spoedig mogelijk duidelijkheid komt over het toekomst-perspectief van [naam kind] . De kinderrechter is van oordeel dat de uitkomst van de gezinsopname bij Horizon relevant is voor de te nemen beslissing. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg opnieuw aanhouden, en wel tot de hierna te noemen zittingsdatum.

Om de resultaten van de gezinsopname te kunnen afwachten en gelet op de termijn van de lopende ondertoezichtstelling van [naam kind] , ziet de kinderrechter aanleiding om – met instemming van de belanghebbende – de ondertoezichtstelling van [naam kind] voor een korte duur te verlengen alvorens de behandeling van het aangehouden verzoek zal plaatsvinden.

Uit het voorgaande volgt dat vooralsnog is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezicht-stelling van [naam kind] verlengen voor de duur van één maand, te weten tot 1 oktober 2018.

De GI wordt verzocht de kinderrechter uiterlijk twee weken vóór de hierna te noemen zittingsdatum te informeren over de uitkomsten van de gezinsopname, met afschrift aan de belanghebbende en haar advocaat, en in een briefrapportage schriftelijk gemotiveerd aan te geven of het verzoek betreffende een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] al dan niet wordt gehandhaafd.

De beslissing
De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 1 oktober 2018;

houdt de beslissing op het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] aan tot de hierna te noemen zittingsdatum;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

En alvorens verder te beslissen:

Bepaalt dat het verhoor van de GI, de belanghebbende en mr. R.V. Paniagua in deze zaak zal plaatsvinden op 27 september 2018 te 14:00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125.

De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter.

Bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de belanghebbende en mr. R.V. Paniagua.

Verzoekt de GI uiterlijk twee weken vóór de genoemde datum de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen, met afschrift aan de belanghebbende en mr. R.V. Paniagua.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van R. Spaans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.