Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:11336

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-03-2018
Datum publicatie
01-04-2019
Zaaknummer
10/235801-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedreiging met een mes van een medewerker van het Leger des Heils, goederen vernielen en per e-mail meerdere keren medewerkers bedreigen; plaatsing psychiatrisch ziekenhuis gedurende 1 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/235801-18

Datum uitspraak: 21 maart 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. A.A. van den Berg, advocaat te Bleiswijk.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 maart 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    ontslag van alle rechtsvervolging en plaatsing van de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van 1 jaar;

  • -

    verlenging van de proeftijd voor de duur van 1 jaar van de eerder aan verdachte voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 10/.661256-16.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

De onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering

Ten aanzien van feit 1.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij tegen aangever [naam slachtoffer 1] geen dreigende woorden heeft gezegd, terwijl hij de messen in zijn handen had. .

Anders dan verdachte acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde zeggen van dreigende woorden bewezen, in die zin dat hij ook de woorden “ik steek je neer” heeft gezegd terwijl hij met de messen op korte afstand van aangever [naam slachtoffer 1] stond. De rechtbank baseert dit op de aangifte van [naam slachtoffer 1] . De verklaring van aangever wordt op dit punt ondersteund door de verklaring van getuige [naam getuige] .

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij op 22 november 2018 te Dordrecht

[naam slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht ,

door met meer messen in zijn handen dicht op voornoemde

[naam slachtoffer 1] te gaan staan en één mes met de punt naar de buik van voornoemde

[naam slachtoffer 1] te richten en (daarbij) die [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je

neer en ik maak je dood" ;

2.

hij in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 22 oktober

2018 in Nederland, [naam slachtoffer 2] en het Leger des Heils en andere medewerkers van

het Leger des Heils meerdere malen heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en

brandstichting door via meerdere e-mailberichten op verschillende data in voornoemde

periode dreigend onder andere de volgende woorden toe te voegen:

- op 9 oktober 2018: "Ik steek gewoon die gebouw van de

dok of een jullie kantoren in fik of mijn ouderlijk huis" en

- op 20 oktober 2018: "Ik meen het ik snijd je echt open. Ik

kom gewoon een van deze dagen daar en ik snijd een van jullie" en

- op 21 oktober 2018: "Ik zweer ik steek een van jullie echt

neer met een x aantal mes steken en als ik geen steek wapen bij me heb

haal ik een stoep tegel uit de grond en sla ik het net zo hard tot dat ik je

hersens zie" of

woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op 22 november 2018 te Dordrecht

opzettelijk en wederrechtelijk meerdere deuren en een muur,

die geheel aan Het leger des Heils toebehoorden, heeft vernield.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen heeft de rechtbank deze verbeterd gelezen. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

2.

bedreiging met brandstichting;

en

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

3.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

6.1.

Standpunt officier van justitie

Door de officier van justitie is gevorderd de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging, omdat hij als volledig ontoerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd.

6.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit om de verdachte strafbaar te achten. Verdachte staat niet open voor behandeling en wenst na het uitzitten van zijn straf weer te gaan werken.

6.3.

Beoordeling

Ter beoordeling van de toerekenbaarheid van de verdachte, heeft de rechtbank een tweetal Pro Justitia rapportages ontvangen. Het betreft een rapportage van 1 maart 2019 van

drs. K. Jangbahadoer Sing, psychiater en een rapportage van 27 februari 2019 van

drs. T. ’t Hoen, gezondheidszorgpsycholoog.

Deskundige Jangbahadoer Sing concludeert dat de verdachte leidt aan een psychotische stoornis en aan stoornis in middelengebruik (cannabis en tabak). De psychotische stoornis gaat gepaard met gedesorganiseerd denken, achterdocht, betrekkingswanen en een sterke aanwijzingen voor gehoorshallucinaties en een incongruent affect. De verdachte heeft de ten laste gelegde feiten begaan vanuit een psychose (achterdocht) en is ten tijde van de tenlastegelegde feiten zeer beperkt in staat geweest om andere gedragskeuzes te maken. Gelet hierop wordt geadviseerd de verdachte ontoerekeningsvatbaar te verklaren.

Deskundige ’t Hoen stelt dat de verdachte slechts beperkt heeft meegewerkt aan het onderzoek. Daarnaast ontbreekt het aan testpsychologisch onderzoek en is er geen adequate ontwikkelingsanamnese mogelijk. De deskundige concludeert dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de vorm van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Het denken en handelen van de verdachte is hierdoor beïnvloed en heeft daarmee doorgewerkt op de onderhavige feiten. Vanwege de opstelling van de verdachte tijdens het onderzoek is de mate van doorwerking onvoldoende duidelijk. De deskundige adviseert om de verdachte de hem ten laste gelegde feiten in ieder geval in (sterk) verminder de mate toe te rekenen. Het is wat de deskundige betreft ook niet uitgesloten dat de hem ten laste gelegde feiten hem als gevolg van de psychotische pathologie niet zijn toe te rekenen.

6.4.

Conclusie

De conclusies van deskundige Jangbahadoer Sing worden ondersteund door de bevindingen van deskundige ’t Hoen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt de conclusie van deskundige Jangbahadoer Sing ten aanzien van volledige ontoerekeningsvatbaarheid dan ook over. Hierbij acht de rechtbank het van belang dat deskundige ’t Hoen rapporteert dat de verdachte niet goed heeft willen meewerken, waardoor deze deskundige de mate van doorwerking van de psychotische stoornis op de ten laste gelegde feiten niet voldoende duidelijk heeft kunnen vaststellen, en overigens (in het geheel) niet toerekenen niet uitsluit.

Nu de conclusies van de psychiater en – met inachtneming van het vorenstaande – van de psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus niet toerekeningsvatbaar geacht. Bij de verdachte bestonden tijdens het begaan van de feiten ziekelijke stoornissen van de geestvermogens in verband waarmee hij niet toerekeningsvatbaar wordt geacht. Dit leidt er toe dat de verdachte niet strafbaar is en zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7 Motivering maatregel

7.1.

Algemene overweging

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte verbleef bij het Leger des Heils in Dordrecht. Op 22 november 2018 heeft hij een medewerker van het Leger des Heils bedreigd met een mes en verschillende goederen van het Leger des Heils vernield. Eerder heeft de verdachte medewerkers van het Leger des Heils in Rotterdam per e-mail meerdere keren bedreigd. Het spreekt voor zich dat met name de medewerker in Dordrecht en de medewerkers in Rotterdam in ernstige mate angst is aangejaagd door de verdachte.

7.2.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 februari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Deskundige Jangbahadoer Sing en deskundige ’t Hoen rapporteren allebei dat de kans op recidive hoog is als de verdachte niet wordt behandeld. Om het recidiverisico te verlagen is behandeling van de psychotische stoornis en stoornis in middelengebruik noodzakelijk. Allebei achten zij in het kader van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van ten hoogste een jaar aangewezen.

De Reclassering heeft op 7 februari 2019 ook een rapportage over verdachte opgesteld. Deskundige S. Knibbe rapporteert dat het risico op recidive als hoog wordt ingeschat. Verdachte is niet meer welkom bij de beschermde woonvorm van het Leger des Heils. Ook heeft hij een contactverbod voor zijn ouders. De reclassering ziet geen mogelijkheid om de verdachte tot behandeling te motiveren om zo tot gedragsverandering te komen. De Reclassering conformeert zich aan het advies van deskundige Jangbahadoer Sing om de verdachte te laten behandelen in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar.

7.3.

Conclusies van de rechtbank

De rechtbank zal de adviezen van de deskundigen en de reclassering volgen en aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar opleggen, aangezien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dit vereist.

8 Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd het Leger des Heils te Dordrecht ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 625,- aan materiële schade voor de reparatie van twee kapotte deuren en een gipsplaat.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing bepleit van de gevorderde materiële schade.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdachte heeft te kennen gegeven dat hij bereid is de schade te vergoeden.

8.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden geschat op € 500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van de vordering thans ontbreken. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf de datum van deze uitspraak, niet per eerdere datum nu onduidelijk is wanneer deze kosten zijn gemaakt.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Vordering ten uitvoerlegging

Bij vonnis van 2 juni 2017 van de politierechter van deze rechtbank met parketnummer 10/661256-16 is de verdachte voor een tweetal vernielingen en het handelen in strijd met een gedragsaanwijzing veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 2 juni 2017.

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. In beginsel kan daarom op verzoek van de officier van justitie de verlenging van de proeftijd voor de duur van 1 jaar worden gelast.

Nu de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar wordt geacht en een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis wordt gelast, acht de rechtbank de toewijzing van de vordering tot verlenging van de proeftijd voor de duur van 1 jaar niet meer opportuun. De vordering zal daarom worden afgewezen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 37, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;

gelast dat de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn van 1 (één) jaar;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij Leger des Heils Dordrecht, te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro), ter zake van de vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 10 (tien) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 2 juni 2017 van de politierechter van deze rechtbank onder parketnummer 10/661256-16 aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke werkstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Hello, voorzitter,

en mrs. R.J.A.M. Cooijmans en T. van den Akker, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 22 november 2018 te Dordrecht

[naam slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door met één of meer messen in zijn handen dicht op voornoemde [naam slachtoffer 1] te gaan staan en/of

één of meerdere messen met de punten naar de buik van voornoemde [naam slachtoffer 1] te richten en/of

(daarbij) die [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je neer en ik maak je dood"

en/of "Ik snij je open" en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2

hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2018 tot en met 22 oktober 2018 te Dordrecht en/of

Rotterdam, althans in Nederland,

[naam slachtoffer 2] en/of het Leger des Heils en/of (andere) medewerkers van het Leger des Heils

(meerdere malen) heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of brandstichting

door via meerdere e-mailberichten op verschillende data in voornoemde periode dreigend onder

andere de volgende woorden toe te voegen:

- op of omstreeks 9 oktober 2018: "Ik steek gewoon die gebouw van de dok of een jullie kantoren in fik of mijn ouderlijk huis" en/of

- op of omstreeks 20 oktober 2018: "Ik meen het ik snijd je echt open. Ik kom gewoon een van deze dagen daar en ik snijd een van jullie" en/of

- op of omstreeks 21 oktober 2018: "Ik zweer ik steek een van jullie echt neer met een x aantal mes steken en als ik geen steek wapen bij me heb haal ik een stoep tegel uit de grond en sla ik het net zo hard tot dat ik je hersens zie" en/of

- op of omstreeks 22 oktober 2018: "Ik steek je echt en ik heb geen kinderen en geen ouders waar ik me druk om hoef te maken. Ik steek je echt net als hoe ik die meester schopte die mij van mijn toets afhield"

en/of woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3

hij op of omstreeks 22 november 2018 te Dordrecht

opzettelijk en wederrechtelijk één of meerdere deuren en/of een muur, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Het leger des Heils toebehoorde,

heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;