Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:11098

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-09-2018
Datum publicatie
11-02-2019
Zaaknummer
6939117 MB VERZ 18-1869
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wahv-zaak. Milieuzone Rotterdam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6939117 MB VERZ 18-1869

cjib-nummer: [cjib-nummer]

registratienummer: [registratienummer]

uitspraak: 26 september 2018

uitspraak van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

betrokkene: [betrokkene]

woonplaats: Nootdorp

1 Het verloop van de procedure

Bij inleidende beschikking van 5 september 2017 is aan betrokkene een sanctie opgelegd van € 90,00, vermeerderd met € 9,00 administratiekosten. De beschikking is opgelegd voor “als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen een weg gebruiken in strijd met bord C6 [geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen], waarbij gebied is aangeduid als milieuzone”, begaan op dinsdag 15 augustus 2017 om 15:35 uur te Rotterdam aan de Schieweg (feitcode R553D).

Tegen deze beschikking is betrokkene op 7 september 2017 bij de officier van justitie in beroep gekomen.

De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 15 januari 2018 aan betrokkene verzonden.

Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene op 19 februari 2018 beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de openbare zitting van 12 september 2018, waar namens de officier van justitie een vertegenwoordiger van de CVOM en betrokkene zijn verschenen.

2 De beoordeling

2.1

De termijnen en formaliteiten voor de procedure bij de kantonrechter zijn in acht genomen.

2.2

Betrokkene heeft aangevoerd dat de beslissing van de officier van justitie niet goed is gemotiveerd. De officier van justitie heeft in zijn beslissing overwogen dat de door betrokkene genoemde argumenten de officier van justitie onvoldoende aanleiding geven om te twijfelen aan de beschikkingsgegevens.

2.3

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de officier van justitie onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom de door betrokkene aangevoerde beroepsgronden niet slagen. De beslissing van de officier van justitie zal daarom worden vernietigd.

2.4

Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is gegrond. De kantonrechter zal doen wat de officier van justitie had behoren te doen en beslissen op het beroep tegen de inleidende beschikking.

2.5

Betrokkene voert aan dat de door de gemeente Rotterdam ingestelde milieuzone corrupt is. Volgens betrokkene is de maatregel in zijn werking niet rechtmatig. Deze omstandigheden staan echter niet ter beoordeling van de kantonrechter.

2.6

Betrokkene betwist niet dat gedraging is verricht met het voertuig waarvan hij de kentekenhouder is. De gedraging staat dan ook vast.

2.7

Betrokkene heeft aangevoerd dat zijn voertuig op 15 februari 2017 is voorzien van een katalysator en roetfilter. Het voertuig voldoet hiermee aan de emissienorm Euro 4. Betrokkene heeft bij de RDW een verzoek ingediend voor een aantekening in zijn kentekenbewijs. De RDW heeft dit verzoek afgewezen.

2.8

Verkeersbord C6 is een geslotenverklaring en heeft betrekking op onder meer alle bestel- en personenauto’s met een dieselmotor van vóór 1 januari 2001. Het voertuig van betrokkene heeft een dieselmotor en de Datum Eerste Toelating is 5 september 2000. Het voertuig van betrokkene valt dan ook in voornoemde categorie. De kantonrechter ziet in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding om de sanctie te matigen.

2.9

Het beroep tegen de inleidende beschikking is dan ook ongegrond.

3 De beslissing

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare zitting.

37134

Wanneer de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer bedraagt dan € 70,00 of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard op grond van het niet tijdig stellen van zekerheid, staat ingevolge artikel 14 Wahv tegen deze uitspraak hoger beroep open binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift dient ingezonden te worden bij de kantonrechter (Postbus 50955, 3007 BS Rotterdam). Het is niet mogelijk om hoger beroep in te stellen per e-mail.

Datum toezending: