Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:11070

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-03-2018
Datum publicatie
05-02-2019
Zaaknummer
6057550 cv expl 17-20429
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Klachten over reparatie auto, beroep op wanprestatie wordt niet inhoudelijk beoordeeld omdat geen rechtsgevolg aan is verbonden. Vordering toegewezen omdat enkele beroep op wanprestatie gedaagde niet ontslaat van betalingsverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6057550 CV EXPL 17-20429

uitspraak: 2 maart 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STEHOUWER BANDEN MAASLAND B.V. handelend onder de naam Stehouwer Coldenhove tevens handelend onder de naam Profile Tyrecenter en Profile Tyrecenter Stehouwer Coldenhove

statutair gevestigd te Maasland,

eiseres,

gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarderskantoor B.V. te Wateringen,

tegen

[gedaagde]

woonplaats: Maassluis,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Stehouwer’ respectievelijk ‘ [gedaagde] ’.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 19 mei 2017, met producties;

  • -

    het schriftelijke verweer van Stehouwer, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 7 augustus 2017, waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 13 oktober 2017 en de ter comparitie van partijen door [gedaagde] overgelegde producties;

  • -

    de akte uitlaten van de zijde van Stehouwer.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

De auto van het merk Mercedes-Benz met kentekennummer [kentekennummer] die in eigendom toebehoort aan de dochter van [gedaagde] en waarvan [gedaagde] de verzekeringnemer is (hierna: de auto), had als gevolg van een auto-ongeluk (stoep)schade aan de wielen rechtsvoor en rechtsachter.

2.2

[gedaagde] heeft na het ongeval twee nieuwe zomerbanden rechtsvoor en rechtsachter laten plaatsen onder de auto, waarna de auto is uitgelijnd door Stehouwer.

2.3

Kort daarna is de auto nogmaals uitgelijnd door Stehouwer wegens ontevredenheid aan de zijde van [gedaagde] . [gedaagde] heeft daarop de auto door zijn eigen garage in Maassluis laten nazien. De garage heeft een ernstige slijtage aan beide linker autobanden geconstateerd als gevolg van een uitlijnprobleem.

2.4

De auto is daarop voor de derde keer naar Stehouwer gegaan. Stehouwer heeft toen in opdracht en voor rekening van [gedaagde] op 16 augustus 2016 onder meer twee Michelin zomerbanden linksvoor en linksachter geplaatst onder de auto, twee draagarmen vervangen en de auto uitgelijnd. Hiervoor heeft Stehouwer bij factuur van 14 september 2016 een bedrag van € 1.445,05 aan [gedaagde] in rekening gebracht.

2.5

[gedaagde] heeft zich bij brieven van 20 november 2016, 17 december 2016, 14 januari 2017 en 15 februari 2017 beklaagd bij Stehouwer over de uitgevoerde reparatie en daarbij te kennen gegeven dat hij de betreffende factuur niet voldoet.

3 De vordering

3.1

Stehouwer heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 1.445,05 aan hoofdsom, € 17,55 aan verschenen rente en € 216,76 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2

Aan haar vordering heeft Stehouwer naast de onder 2. vermelde vaststaande feiten -zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang- het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

Stehouwer heeft de werkzaamheden, waartoe [gedaagde] opdracht heeft gegeven, naar eer en geweten uitgevoerd. [gedaagde] blijft, ondanks sommatie, in gebreke met betaling van de onder 2.4 van de vaststaande feiten genoemde factuur.

3.2.2

Omdat betaling ondanks herhaalde sommatie uitbleef, was Stehouwer genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven aan haar incassogemachtigde. [gedaagde] is op grond van de wet gehouden de gemaakte buitengerechtelijke incassokosten te voldoen.

3.2.3

Tot slot is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd, nu hij in verzuim is.

4 Het verweer

4.1

[gedaagde] heeft de vordering betwist en heeft daartoe -zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang- het volgende aangevoerd.

Stehouwer heeft [gedaagde] tijdens het derde bezoek geadviseerd de twee linker autobanden ook te vervangen, waarbij door Stehouwer is gezegd dat hij de auto niet goed uitgelijnd kon krijgen omdat de draagarmen niet goed zouden zijn vanwege slijtage en dat de draagarmen vernieuwd zouden moeten worden om het uitlijnprobleem te kunnen verhelpen. Dit zou veel geld kosten, maar na het herstel zou [gedaagde] gegarandeerd geen last meer hebben en zou de auto goed uitgelijnd zijn. [gedaagde] heeft enkel vanwege deze gegeven garantie ingestemd met de dure reparatie waarbij de draagarmen zijn vervangen. Rechts is gelukt, maar links niet. De auto is door de Mercedesdealer afgekeurd vanwege speling op de draagarm linksvoor. Het probleem is dus nooit opgelost. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat Stehouwer tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst omdat de reparatie zag op het vervangen van versleten draagarmen en de auto ook na de reparatie niet goed uitgelijnd kon worden vanwege speling op de draagarm linksvoor. Om die reden weigert [gedaagde] de factuur te voldoen.

5. De beoordeling

5.1

Niet betwist en daarmee staat vast dat Stehouwer in opdracht en voor rekening van [gedaagde] de op de factuur van 14 september 2016 vermelde werkzaamheden, zoals gespecificeerd onder 2.4 van de vaststaande feiten, heeft verricht. [gedaagde] is daarom in beginsel verplicht de daaruit voortvloeiende kosten te voldoen.

5.2

In reactie op het verweer van [gedaagde] heeft Stehouwer de gestelde tekortkoming gemotiveerd betwist door te stellen dat er door haar destijds geen mankementen aan de draagarm linksvoor zijn geconstateerd en zij niet die draagarm, maar de haaks bevestigde draagarmen heeft vervangen, zodat op grond van de door [gedaagde] overgelegde producties niet kan worden geconcludeerd dat de verrichte werkzaamheden niet correct zijn uitgevoerd, aldus Stehouwer.

5.3

De kantonrechter stelt voorop dat de betalingsverplichting van [gedaagde] niet (gedeeltelijk) komt te vervallen louter op grond van een gestelde ondeugdelijk geleverde prestatie. Vereist is dat er aan het beroep op wanprestatie uitdrukkelijk een rechtsgevolg wordt verbonden, waarbij onder andere kan worden gedacht aan ontbinding van de overeenkomst en/of (vervangende) schadevergoeding. De kantonrechter kan die keuze niet - ambtshalve - voor een partij maken. Beroept een partij zich dus niet op een rechtsgevolg, dan blijft de betreffende betalingsverplichting in stand. Het beroep op wanprestatie door [gedaagde] gaat er vanuit dat hij het factuurbedrag niet meer hoeft te betalen wegens zijn klachten over de door Stehouwer uitgevoerde reparatie. Omdat [gedaagde] echter heeft nagelaten een rechtsgevolg aan zijn beroep op wanprestatie te verbinden is, gelet op wat hiervoor is overwogen, zijn betalingsverplichting in stand gebleven en komt de kantonrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of de klachten van [gedaagde] terecht zijn. Zijn bij antwoord gedane verzoek om een tegemoetkoming voldoet hier niet aan en is overigens ook niet concreet. Bewijslevering ter zake van de gestelde klachten zoals door [gedaagde] aangeboden is daarom evenmin aan de orde. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] gehouden is tot betaling van de betreffende factuur, die qua hoogte verder niet is betwist. De gevorderde hoofdsom van € 1.445,05 is dan ook toewijsbaar.

5.4

De wettelijke rente is als onweersproken en op de wet gegrond toewijsbaar.

5.5

Voorts is ook de vordering die strekt tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten toewijsbaar. Stehouwer heeft deze nevenvordering op de wet gebaseerd. Zij heeft een op 13 februari 2017 gedateerde veertiendagenbrief in het geding gebracht waarin [gedaagde] de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten wordt aangezegd in geval van niet-betaling van het thans aan hoofdsom gevorderde bedrag binnen de in die brief genoemde termijn. Deze voorwaarde is als gevolg van het uitblijven van betaling zijdens [gedaagde] vervuld, zodat [gedaagde] vergoeding van buitengerechtelijke kosten aan Stehouwer verschuldigd is geworden.

5.6

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] veroordeeld in de kosten van de procedure.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Stehouwer tegen kwijting te betalen € 1.679,36, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over € 1.445,05 vanaf 8 mei 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Stehouwer vastgesteld op € 553,51aan verschotten en € 375,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.J. Smits en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

735