Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:11063

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-10-2018
Datum publicatie
29-01-2019
Zaaknummer
C/10/558339 / KG ZA 18-997
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Afgifte stukken. Artikel 17 van de Agentuurrichtlijn. Artikel 54 van de Herschikte EEX-Verordening. Artikel 10:3 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/558339 / KG ZA 18-997

Vonnis in kort geding van 9 oktober 2018

in de zaak van

de vennootschap naar Oostenrijks recht

RK-MANAGEMENT GmbH,

gevestigd te Oberndorf, Oostenrijk,

eiseres,

advocaat mr. J.W.B. van Till,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONNEXYS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat dr. C. Jeloschek.

Partijen zullen hierna RK-management en Connexys genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de producties van RK-management;

  • -

    de producties van Connexys;

  • -

    de mondelinge behandeling op 25 september 2018;

  • -

    de pleitnota van RK-management;

  • -

    de pleitnota van Connexys.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen heeft een agentuurrelatie naar Oostenrijks recht bestaan. Connexys heeft deze relatie bij brief van 19 september 2016 opgezegd tegen 31 januari 2017.

2.2.

Over deze opzegging is tussen partijen een gerechtelijke procedure gevoerd bij het Landesgericht Salzburg, dat vonnis heeft gewezen op 15 januari 2018 (hierna: het vonnis van het Landesgericht Salzburg). Dit vonnis luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…)

BESCHLUSS

(…)

II. nach öffentlicher mündlicher Verhandlung zu Recht erkannt:

1. Die Beklagte ist schuldig, der Klägerin einen Buchauszug im Sinn des § 16 Abs 1 HVertrG zu übermitteln, der sämtliche Geschäfte der Beklagten oder einer ihrer Tochtergesellschaften, insbesondere der [naam bedrijf 1] , in den Gebieten Bundesrepublik Deutschland, Republik Österreich und Schweizerische Eidgenossenschaft zu enthalten hat, für die Zeit vom 18. September 2014 bis zum Schluss der mündlichen Verhandlung erster Instanz am 20. November 2017 zu übermitteln, wobei dieser Buchauszug

a) chronologisch geordnet, übersichtlich und leicht nachvollziehbar zu sein hat und

b) den Namen und die Anschrift des Kunden, die Kundennummer, das Datum der Auftragserteilung, dem Umfang des erteilten Auftrages, die Implementierungskosten, die Lizenzgebühren, die Laufzeit des Lizenzvertrages, das Datum der Auftragsbestätigung, das Datum der vollständigen Implementierung, das Datum der Rechnung, die Rechnungsbeträge, das Datum der Zahlung, die Höhe der bezahlten Beträge, den Provisionssatz, die Höhe der ausbezahlten Provisionen sowie eine Angabe darüber, ob der Vertragsabschluss mit dem Kundendurch die Beklagte selbst oder einer ihrer namentlich zu benennenden Tochtergesellschaften oder Partner erfolgte, zu beinhalten hat.

Dieser Buchauszug hat sich auf sämtliche Kunden der Beklagten oder ihrer Tochter- und Schwestergesellschaften in den Gebieten Bundesrepublik Deutschland, Republik Österreich und Schweizerische Eidgenossenschaft zu erstrecken, insbesondere auch auf die Kunden [naam bedrijf 2] , [naam bedrijf 3] , [naam bedrijf 4] , [naam bedrijf 5] , [naam bedrijf 6] , [naam bedrijf 7] , [naam bedrijf 8] und [naam bedrijf 9] sowie deren nachgeordnete Gesellschaften, Tochtergesellschaften und Partner.

2. Die beklagte Partei ist schuldig, die mit EUR 8.174,80 (darin EUR 829,16 USt und EUR 3.199,84 Barauslagen) bestimmten Prozesskosten binnen 14 Tagen zu ersetzen.”

2.3.

In een afschrift van het Landesgericht Salzburg aan de Oostenrijkse advocaat van RK-management staat vermeld dat genoemd vonnis op 20 februari 2018 in kracht van gewijsde is gegaan en voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

2.4.

Bij exploot van 1 mei 2018 heeft RK-management het vonnis laten betekenen aan Connexys.

2.5.

Op 15 augustus 2018 heeft Connexys aan RK-management een “Buchauszug” verstrekt.

3 Het geschil

3.1.

RK-management vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. Connexys te veroordelen binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan Connexys een “Buchauszug” te verstrekken overeenkomstig de daaraan krachtens het vonnis van het Landesgericht Salzburg gestelde vereisten, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 7.500,- voor iedere dag dat Connexys nalatig blijft deze “Buchauszug” op juiste en volledige wijze te verstrekken;

II. Connexys te veroordelen in de (na)kosten van het geding, onder de bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis zijn voldaan, daarover vanaf de vijftiende dag wettelijke rente is verschuldigd.

3.2.

RK-management legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Connexys het vonnis van het Landesgericht Salzburg niet althans niet volledig is nagekomen omdat de verstrekte “Buchauszug” niet volledig is. RK-management stelt dat zij de ontbrekende informatie dringend nodig heeft omdat verder uitstel de onderneming van RK-management in gevaar brengt. Daarom is een dwangsom gerechtvaardigd.

3.3.

Connexys voert hiertegen aan dat zij alle gegevens aan RK-management heeft verstrekt waartoe zij krachtens het vonnis van het Landesgericht Salzburg gehouden is.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen zijn gevestigd in verschillende landen. De Nederlandse (voorzieningen) rechter is ambtshalve gehouden te toetsen of haar rechtsmacht toekomt dit geschil te behandelen.

4.2.

Ingevolge artikel 24 lid 5 van de Herschikte EEX-Verordening (Verordening (EU) nr. 1215/2012) (hierna: Herschikte EEX-Verordening) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe omdat Connexys in Nederland is gevestigd.

4.3.

Op grond van artikel 254 Rv is de voorzieningenrechter in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd deze te geven.

4.4.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen. Het spoedeisend belang is door Connexys ook niet betwist.

4.5.

Uit het debat ter zitting is gebleken dat tussen partijen niet in geschil is dat het “Buchauszug” dat Connexys aan RK-management heeft doen toekomen, een aantal door RK-management gevorderde gegevens bevat, te weten de naam en het adres van de klant, het klantnummer, de implementatiekosten, de licentiekosten, de datum van de volledige implementatie, de factuurdatum, de factuurbedragen, de datum van betaling, de hoogte van de betaalde bedragen, het provisiepercentage, de provisiebedragen, en of de overeenkomst door Connexys of door een dochter-/zustervennootschap of een partner is gesloten. De vordering onder I zal daarom, voor zover deze ziet op de genoemde gegevens, worden afgewezen.

4.6.

Het geschil beperkt zich tot de vraag of Connexys heeft voldaan aan haar verplichting om gegevens over de data en omvang van de overeenkomsten en over de looptijd van licenties te verstrekken aan RK-management.

4.7.

RK-management stelt dat de door Connexys verstrekte “Buchauszug” onvolledig is om de provisieaanspraken en klantenvergoeding naar Oostenrijks recht van RK-management te kunnen vaststellen. De door Connexys verstrekte gegevens zien enkel op de in de periode van 18 september 2014 tot en met 20 november 2017 geïmplementeerde/afgeroepen licenties, maar niet op de in die periode verkochte maar nog niet geïmplementeerde/afgeroepen licenties. Daarnaast ontbreekt informatie over de data van het sluiten van de overeenkomsten, de omvang van de overeenkomsten en de looptijd van de licenties. Volgens RK-management dienen alle door Connexys of haar dochter-/zustervennootschappen of partners gesloten (raam)overeenkomsten door Connexys aan RK-management verstrekt te worden.

4.8.

Connexys voert aan dat RK-management geen recht en belang heeft bij executie van het vonnis van het Landesgericht Salzburg nu de door Connexys aan RK-management verstrekte “Buchauszug” reeds alle gegevens bevat waarover zij beschikt. Volgens Connexys is voor het bepalen van de provisieaanspraak en de klantenvergoeding informatie over het sluiten van de overeenkomsten, de omvang van de overeenkomsten en de looptijd van de licenties niet van belang omdat gekeken dient te worden naar de totale licentiewaarde van een klant per jaar. De licenties worden namelijk niet per stuk afgeroepen. Voorts voert Connexys aan dat zij op basis van het vonnis van het Landesgericht Salzburg enkel de gegevens hoeft te verstrekken over de periode van 18 september 2014 tot en met 20 november 2017, niet over de periode daarna.

4.9.

Bij de beoordeling wordt vooropgesteld dat uit het vonnis van het Landesgericht Salzburg blijkt dat Connexys op grond van § 16 van de Handelsvertreter Gesetz 1993 gehouden is RK-management een “Buchauszug” te verstrekken. De Handelsvertreter Gesetz 1993 is gebaseerd op de Europese Richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgeving van de Lid-Staten inzake zelfstandige handelsagenten (hierna: de Agentuurrichtlijn). Op grond van artikel 17 lid 2 van de Agentuurrichtlijn heeft de handelsagent [hier: RK-management] bij beëindiging van een agentuurrelatie recht op een vergoeding indien en voor zover hij de principaal [hier: Connexys] nieuwe klanten heeft aangebracht of de transacties met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid en de transacties met deze klanten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren, én de betaling van deze vergoeding billijk is, gelet op alle omstandigheden, in het bijzonder de uit de transacties met deze klanten voortvloeiende provisie, die voor de handelsagent verloren gaat.

4.10.

Blijkens het verslag van de Europese Commissie over de toepassing van artikel 17 van de Agentuurrichtlijn [COM(96) 364 def.] brengt een uniforme toepassing van deze bepaling mee dat het voordeel van de principaal wordt vastgesteld op basis van de in de laatste twaalf maanden door de handelsagent verdiende brutoprovisie betreffende de nieuwe en geïntensiveerde bestaande klanten, welk bedrag vervolgens wordt gecorrigeerd met factoren betreffende (a) de duur van het voordeel dat de principaal naar verwachting aan de transacties met genoemde klanten kan ontlenen [onderstreping: voorzieningenrechter], (b) het verloop van het klantenbestand, en (c) de versnelde ontvangst van provisie-inkomsten door de agent die in één keer een vergoeding krijgt uitgekeerd (ECLI:NL:HR:2017:935).

4.11.

Uit het vorenstaande volgt dat de provisieaanspraken en klantenvergoeding van RK-management niet alleen zien op de licentiewaarde in de periode van 18 september 2014 tot en met 20 november 2017, maar dat ook gekeken dient te worden naar de te verwachte licentiewaarde voor Connexys op basis van de overeenkomsten die door toedoen van RK-management in de genoemde periode zijn gesloten. Uit zowel het schriftelijke debat als het debat ter zitting is gebleken dat het door Connexys aan RK-management verstrekte “Buchauszug” geen gegevens bevat op grond waarvan RK-management de te verwachten licentiewaarde zou kunnen bepalen. Dit brengt met zich dat RK-management voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het op 15 augustus 2018 door Connexys aan RK-management verstrekte “Buchauszug” niet volledig is. Om ook de te verwachte licentiewaarde voor Connexys te kunnen vaststellen, heeft RK-management belang bij gegevens over de data van het sluiten van de overeenkomsten, de omvang van de overeenkomsten en de looptijd van de licenties. Deze gegevens zijn te vinden in (raam)overeenkomsten. Connexys dient dan ook alle in de periode van 18 september 2014 tot en met 20 november 2017 door toedoen van RK-management en door Connexys of haar dochter-/zustervennootschappen of partners gesloten (raam)overeenkomsten aan RK-management te doen toekomen. De vordering onder II zal, voor zover deze ziet op de gegevens over de data van het sluiten van de overeenkomsten, de omvang van de overeenkomsten en de looptijd van de licenties, worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.

4.12.

Ten aanzien van de door RK-management onder II gevorderde dwangsom wordt als volgt overwogen. Connexys heeft aangevoerd dat het de Nederlandse rechter op grond van artikel 54 lid 1 van de Herschikte EEX-Verordening niet vrij staat een dwangsom op te leggen nu in het vonnis van het Landesgericht Salzburg geen dwangsom aan de veroordeling tot het verstrekken van een “Buchauszug” is verbonden.

4.13.

Artikel 54 lid 1 van den Herschikte EEX-Verordening bepaalt dat indien een beslissing maatregelen of bevelen bevat die in het recht van de aangezochte lidstaat onbekend zijn, de maatregel of het bevel zoveel als mogelijk in overeenstemming wordt gebracht met een maatregel die of een bevel dat in het rechtsstelsel van die lidstaat bestaat, gelijkwaardige gevolgen heeft en dezelfde doelstellingen en belangen beoogt.

4.14.

Anders dan Connexys aanvoert, is in de onderhavige zaak geen sprake van een situatie als genoemd in artikel 54 lid 1 van de Herschikte EEX-Verordening. Dat in vonnis van het Landesgericht Salzburg aan de veroordeling tot het verstrekken van een “Buchauszug” geen Beugestrafe (dwangsom) is verbonden, brengt niet met zich dat sprake is van een maatregel of bevel dat in het Nederlandse recht onbekend is.

4.15.

Nu artikel 54 lid 1 van de Herschikte EEX-verordening niet van toepassing is, is op grond van artikel 10:3 BW Nederlands recht van toepassing. Derhalve is ook artikel 611a Rv van toepassing. In dit artikel is bepaald dat de rechter op vordering van een van de partijen de wederpartij kan veroordelen tot betaling van een dwangsom voor het geval dat niet aan de hoofdveroordeling wordt voldaan. Het is niet noodzakelijk dat de rechter die de dwangsom oplegt dit alleen kan doen tegelijkertijd met de hoofdveroordeling. De dwangsom kan ook in een latere uitspraak worden opgelegd, tenzij de rechter die de hoofdveroordeling heeft uitgesproken zonder voorbehoud en beredeneerd de oplegging van een dwangsom heeft uitgesloten. De latere uitspraak hoeft ook niet noodzakelijk uit te gaan van de rechter die de hoofdveroordeling heeft uitgesproken. Aldus kan de rechter een ‘aanvullende’ uitspraak geven waarbij alsnog een dwangsom aan een eerder gegeven veroordeling wordt verbonden.

4.16.

Uit het vonnis van het Landesgericht Salzburg blijkt niet dat zonder voorbehoud en beredeneerd de oplegging van een dwangsom uitgesloten is. Dit betekent dat thans een dwangsom kan worden verbonden aan de reeds gegeven veroordeling in het vonnis van het Landesgericht Salzburg. Gelet op het hiervoor overwogene, inhoudende dat de door Connexys aan RK-management verstrekte “Buchauszug” onvolledig was om de provisieaanspraken en klantenvergoeding te kunnen vaststellen, is er aanleiding om aan de gegeven veroordeling een dwangsom te verbinden. De vordering onder II zal worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gematigd, zoals in de beslissing vermeld.

4.17.

Connexys zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van RK-management worden begroot op:

- dagvaarding € 103,81

- griffierecht 626,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.709,81

4.18.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Connexys om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan RK-management te verstrekken alle in de periode van 18 september 2014 tot en met 20 november 2017 door toedoen van RK-management en door Connexys of haar dochter-/zustervennootschappen of partners gesloten (raam)overeenkomsten zodat RK-management beschikt over de data van het sluiten van de overeenkomsten, de omvang van de overeenkomsten en de looptijd van de licenties,

5.2.

veroordeelt Connexys om aan RK-management een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.3.

veroordeelt Connexys in de proceskosten, aan de zijde van RK-management tot op heden begroot op € 1.709,81, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt Connexys in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Connexys niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2018. 2027 / 2294