Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:10925

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-12-2018
Datum publicatie
21-02-2019
Zaaknummer
C/10/562124 / KG ZA 18-1197
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding, deurwaarderskortgeding; bezwaar geëxecuteerde dat aandelen niet ten laste van hem kunnen worden geëxecuteerd, omdat deze zich na inroeping van pauliana niet langer in haar vermogen bevinden, wordt - gelet op relatieve nietigheid - afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/562124 / KG ZA 18-1197

Vonnis in kort geding van 5 december 2018

in de zaak van

gerechtsdeurwaarder [naam 1] , te dezen optredend als executerend deurwaarder belast met de executie van het vonnis van 10 januari 2018 door deze rechtbank gewezen in de zaak tussen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EMOOV B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

advocaat mr. C.B. Schutte te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WASHINGTON HOLDING B.V.,

gevestigd te Schiedam,

gedaagde,

niet verschenen,

in welk executiegeschil als belanghebbende is aan te merken

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DOMAIN SERVICES ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Schiedam,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Emoov en WH c.s. genoemd worden. Gedaagde wordt aangeduid als WH en belanghebbende als DSR.

1 De procedure

1.1.

Bij proces-verbaal van 8 november 2018 heeft de heer [naam 1] , gerechtsdeurwaarder te Rotterdam (hierna: de deurwaarder), op de voet van artikel 438 lid 4 Rv de onderhavige procedure tussen partijen aanhangig gemaakt. Bij exploot van 18 november 2018 heeft hij dit proces-verbaal (met producties) aan partijen betekend en hen opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting van 27 november 2018 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die dag behandeld.

1.2.

Na het uitroepen van de zaak heeft de voorzieningenrechter geconstateerd dat WH en DSR – hoewel naar behoren opgeroepen – daar niet zijn verschenen. Tegen hen is verstek verleend.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op 23 februari 2018 heeft Emoov uit hoofde van een vonnis van deze rechtbank van 10 januari 2018 ten laste van WH executoriaal derdenbeslag doen leggen op alle door WH gehouden aandelen in het kapitaal van DSR. Na daartoe bij beschikking van 22 juni 2018 verlof te hebben gekregen van deze rechtbank is de veiling van de aandelen aangekondigd tegen 31 oktober 2018.

2.2.

De aandelen in DSR waren op 22 juni 2015 door WH verkregen van Tellus Holding B.V. (hierna: Tellus Holding). Tellus Holding is op 23 september 2015 ontbonden en heeft opgehouden te bestaan.

2.3.

Bij exploot van 10 november 2015 heeft Emoov aan (onder meer) aan WH en Tellus aangezegd dat zij op grond van artikel 3:45 BW de rechtshandeling(en) krachtens welke de aandelen in DSR door Tellus zijn overgedragen aan WH vernietigt.

2.4.

Bij arrest van 2 oktober 2018 heeft het Gerechtshof Den Haag (hierna: het hof) in de zaak (met zaaknummer 200.215.384/01) tussen Emoov en WH geoordeeld dat de rechtshandeling waarbij de aandelen zijn overgedragen op grond van artikel 3:45 BW vernietigd kon worden en dat het gevolg van die vernietiging is dat (in ieder geval) jegens Emoov moet worden aangenomen dat de aandelen in DRS niet in het vermogen van WH zijn gevloeid, maar in het vermogen van Tellus Holding zijn gebleven.

2.5.

Daags voor de veiling (om 17:20 uur) heeft mr. [naam 2] , advocaat van WH en DSR aan de deurwaarder meegedeeld dat de veiling op 31 oktober 2018 geen doorgang kan vinden en hem gesommeerd de veiling te staken. In deze brief schrijft de advocaat – voor zover hier van belang – het volgende:

  • -

    (...) het gevolg van de vernietiging is dat in ieder geval jegens Emoov moet worden aangenomen dat de aandelen in DSR nooit in het vermogen van [WH] zijn gevloeid, maar altijd in het vermogen van Tellus Holding zijn gebleven (...);

  • -

    (...)

  • -

    (...) de executant, Emoov, beschikt [slechts] over een verlof als bedoeld in artikel 474 g Rv om de aandelen ten laste van [WH] te doen verkopen, maar de aandelen bevinden zich niet in het vermogen van [WH] (en hebben zich daar ook nimmer bevonden) en kunnen dus niet ten laste van [WH] worden verkocht;

  • -

    voor de verkoop van de aandelen ten laste van een ander dan [WH] beschikt Emoov niet over een verlof van de rechtbank als bedoeld in artikel 474 g Rv (...).

2.6.

Nog diezelfde dag heeft de advocaat van Emoov aan de deurwaarder en mr. [naam 2] geantwoord dat zijn stelling dat de aandelen in DSR zich niet in het vermogen van WH bevinden, onjuist is. In deze brief schrijft de advocaat van Emoov het volgende:

Het hof heeft overwogen dat de buitengerechtelijke vernietiging van Emoov bij exploot van 10 november 2015 doel heeft getroffen en dat het gevolg van deze vernietiging is “dat (in ieder geval) jegens Move4U moet worden aangenomen dat de aandelen niet in het vermogen van Washington zijn gevloeid maar in het vermogen van Tellus Holding zijn gebleven (...)”. Move4U is de oude naam van Emoov. Met de woorden “in ieder geval jegens Move4U” heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat Emoov de overdracht van aandelen DSR aan WH kon vernietigen en heeft vernietigd “slechts te zijnen behoeve en niet verder dan nodig is ter opheffing van de door hem ondervonden benadeling” (art. 3:45 lid 4 BW, zogenaamde “relatieve nietigheid”.

In deze brief heeft de advocaat van Emoov WH c.s. gesommeerd om de sommatie tot het staken van de veiling uiterlijk 30 minuten voor de veiling in te trekken.

2.7.

Mr. [naam 2] heeft voormelde sommatie onbeantwoord gelaten.

2.8.

Op 31 oktober 2018 heeft veiling van de aandelen plaatsgevonden onder de voorwaarde dat toewijzing van de aandelen alleen zal geschieden nadat de voorzieningenrechter zich in een deurwaarderskortgeding heeft uitgesproken over het door WH c.s. opgeworpen bezwaar. De aandelen zijn vervolgens volgens opbod aangeboden en voorwaardelijk toegewezen aan Emoov voor een totaalbedrag van € 500,00.

3 De beoordeling

3.1.

In deze procedure moet worden beoordeeld of het bezwaar van WH c.s. dat de aandelen in DSR niet ten laste van haar kunnen worden geveild omdat deze zich ten gevolge van de buitengerechtelijke vernietiging door Emoov niet langer in haar vermogen bevinden, gegrond is.

3.2.

Op grond van artikel 3:45 lid 4 BW vernietigt een schuldeiser die wegens benadeling tegen een rechtshandeling opkomt (zoals hier Emoov), deze rechtshandeling slechts te zijnen behoeve en niet verder dan nodig is ter opheffing van de door hem ondervonden benadeling. Op grond van deze relatieve nietigheid is de voorzieningenrechter van oordeel dat WH zich niet op deze vernietiging kan beroepen. De aandelenoverdracht is in de verhouding tussen Tellus Holding en WH geldig gebleven en enkel aan Emoov komt een beroep toe op de vernietiging.

3.3.

In dit geval heeft Emoov ervoor gekozen om zich ondanks de vernietiging ten laste van WH te verhalen op de aandelen in DSR. Zoals hiervoor is overwogen kunnen WH en/of DSR zich niet op die vernietiging beroepen. Zij hebben daarbij in de gegeven omstandigheden ook geen enkel belang. DSR heeft sowieso geen belang, omdat het voor haar niet uitmaakt of er nu ten laste van WH of ten laste van Tellus Holding geëxecuteerd wordt. Voor WH geldt dat de voorgenomen executie juist in haar belang is, aangezien deze in mindering strekt op haar schuld aan Emoov. Hoewel WH daartoe meerdere keren in de gelegenheid is geweest, heeft zij geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou kunnen volgen dat Emoov jegens haar gehouden is om uit te gaan van de vernietiging van de betreffende rechtshandeling. Daar komt bij dat Tellus heeft opgehouden te bestaan en WH pas in een zeer laat stadium (17 uur voorafgaand aan de veiling) een beroep heeft gedaan op de (buitengerechtelijke) vernietiging en vervolgens niets meer van zich heeft laten horen.

3.4.

Op grond van het voorgaande verklaart de voorzieningenrechter de bezwaren van WH c.s. (en daarmee die van deurwaarder) ongegrond.

3.5.

Emoov heeft gevorderd dat (uitsluitend) WH zal worden beoordeeld in de proceskosten. De proceskosten vloeien voort uit het onterechte bezwaar dat WH c.s. zeer tardief heeft opgeworpen en dat conform het daartoe door Emoov gevoerde verweer is verworpen. Aangezien DSR geen procespartij is bij de executie (maar enkel belanghebbende) ziet de voorzieningenrechter in de gegeven omstandigheden aanleiding om enkel WH in de proceskosten te veroordelen. Deze kosten worden aan de zijde van Emoov begroot op € 633,00 aan salaris advocaat.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1.

verklaart de bezwaren van de deurwaarder ongegrond;

4.2.

veroordeelt WH in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van Emoov begroot op € 633,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2018.

3077/2009