Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:10852

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
04-01-2019
Zaaknummer
C/10/532937 / HA ZA 17-782
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet, niet-ontvankelijkheid, tenuitvoerlegging door executoriaal loonbeslag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/532937 / HA ZA 17-782

Vonnis van 21 november 2018

in de zaak van

[eiser in verzet in conventie] ,

wonende te Rotterdam,

oorspronkelijk gedaagde, eiser in verzet in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. E.H.P. Dingenouts te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAHUKO FINANCIERINGEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

oorspronkelijk eiseres, gedaagde in verzet,

gedaagde in reconventie,

advocaat mr. A. Robustella te Ede Gld.

Partijen zullen hierna [eiser in verzet in conventie] en Mahuko genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het incidenteel vonnis van 4 april 2018 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

  • -

    de brieven van 25 april, 18 juni en 28 juni 2018 van de rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor en geïnstrueerd met betrekking tot een comparitie van partijen;

  • -

    de pleitnota van 24 juli 2018 van mr. Robustella;

  • -

    het proces-verbaal van de op 24 juli 2018 gehouden comparitie van partijen;

  • -

    de akte overlegging producties van 15 augustus 2018 van Mahuko;

  • -

    de antwoordconclusie in conventie en reconventie, tevens houdende aanvulling van de grondslag in reconventie van 26 september 2018 van [eiser in verzet in conventie] .

1.2.

Tenslotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser in verzet in conventie] is op 25 mei 1990 een overeenkomst van geldlening aangegaan met de vennootschap naar het recht van de Verenigde Staten van Noord-Amerika Citibank N.A. (hierna: Citibank). [eiser in verzet in conventie] heeft de volledige kredietlimiet van f 12.500,00 opgenomen. Hij diende het geleende bedrag, vermeerderd met kredietkosten ten bedrage van f 5.617,60, berekend naar een kredietvergoedingspercentage van 16,9% in 60 maandelijkse termijnen terug te betalen.

2.2.

Omdat [eiser in verzet in conventie] in gebreke bleef met betaling van de overeengekomen termijnen heeft Citibank haar vordering opgeëist. Die betrof, onder herrekening van de rente per 23 oktober 1990, een bedrag groot f 13.625,90, te vermeerderen met de contractuele rente ad 16,9% per jaar vanaf die datum. Citibank heeft voorts aanspraak gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten en kosten van tenuitvoerlegging van de overeenkomst. Die kosten bedroegen op grond van de overeenkomst f 1.811,76, te vermeerderen met de BTW ad f 335,18, derhalve in totaal f 2.146,94.

2.3.

Bij dagvaarding van 7 november 1990 heeft Citibank [eiser in verzet in conventie] in rechte betrokken voor de rechtbank te Rotterdam, teneinde hem te doen veroordelen tot betaling aan Citibank van het door hem aan Citibank verschuldigde. De dagvaarding is op het toenmalige woonadres van [eiser in verzet in conventie] betekend aan zijn echt- en huisgenote.

2.4.

Bij vonnis van 23 januari 1991 van de rechtbank te Rotterdam (hierna: het verstekvonnis) is [eiser in verzet in conventie] bij verstek veroordeeld om aan Citibank te betalen de som van f 15.772,84, met de overeengekomen rente van 16,9% per jaar sinds 23 oktober 1990 tot aan de dag van voldoening, zulks over f 13.625,90. Daarbij is [eiser in verzet in conventie] veroordeeld in de proceskosten, tot aan die uitspraak bepaald op f 350,05 aan verschotten en f 620,00 aan salaris voor de procureur.

2.5.

Het verstekvonnis is op 4 februari 1991 - niet in persoon - aan [eiser in verzet in conventie] betekend.

2.6.

Op 26 februari 1991 is op verzoek van Citibank ten late van [eiser in verzet in conventie] executoriaal derdenbeslag gelegd onder zijn toenmalige werkgever O.W.S. Uitzendbureau B.V. te Schiedam. Van die werkgever heeft Citibank over de periode van 26 april 1991 tot en met 19 mei 1992 voor een totaalbedrag van f 7.202,26 aan afdrachten ontvangen.

2.7.

Een brief van 18 juli 1991 van de toenmalige advocaat van Citibank aan de toenmalige werkgever van [eiser in verzet in conventie] vermeldt:

"In aansluiting op het telefonisch onderhoud van hedenmiddag kan ik U berichten dat cliënte akkoord kan gaan met maandelijkse minnelijke inhouding en overboeking uit het loonbeslag van een bedrag ad fl. 550,-- , ingaande juli 1991.

(…)

Kopie dezes zend ik per gelijke post aan de heer [eiser in verzet in conventie] ."

2.8.

In 2004 en 2005 heeft de met de incasso van de vordering belaste deurwaarder ter incasso van de vordering diverse brieven verzonden aan het adres waar [eiser in verzet in conventie] tot 14 mei 2005 stond ingeschreven. Per 14 mei 2005 is in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven dat [eiser in verzet in conventie] was vertrokken en dat onbekend was waarheen.

2.9.

Op 4 juni 2010 heeft de deurwaarder een sommatiebrief aan [eiser in verzet in conventie] verzonden naar het adres van een penitentiaire inrichting waar [eiser in verzet in conventie] op dat moment stond ingeschreven. Die brief is door [eiser in verzet in conventie] ontvangen. Op 6 januari 2010 is in het bijzijn van [eiser in verzet in conventie] telefonisch gereageerd door een medewerker van de penitentiare inrichting. Bij brief van 8 januari 2010 heeft de deurwaarder op verzoek van [eiser in verzet in conventie] een kopie van het vonnis toegezonden en hem verzocht om contact op te nemen en een regeling te treffen. Aan dat verzoek heeft [eiser in verzet in conventie] geen gevolg gegeven. Bij brief van 15 februari 2010 heeft de deurwaarder [eiser in verzet in conventie] dringend verzocht om binnen één week alsnog contact op te nemen. Op 19 februari 2010 heeft [eiser in verzet in conventie] het kantoor van de deurwaarder gebeld. Hij heeft medegedeeld dat hij in detentie zat, dat hij waarschijnlijk over twee maanden vrij zou komen en dat hij dan contact met de deurwaarder zou opnemen om een regeling te treffen.

2.10.

Bij brieven van 10 september en 17 november 2010 en 8 februari, 15 april en 10 mei 2011 heeft de deurwaarder [eiser in verzet in conventie] ter zake van de openstaande vordering aangeschreven op het adres waar [eiser in verzet in conventie] op dat moment stond ingeschreven.

2.11.

Op 31 maart 2011 is bij deurwaardersexploot - op het adres waar [eiser in verzet in conventie] op dat moment stond ingeschreven - een herhaald bevel gedaan voor de voldoening van de vordering. Daarbij is medegedeeld dat de bevoegdheid om die titel ten uitvoer te leggen was overgegaan van Citibank op - uiteindelijk - Financieringsmaatschappij Mahuko N.V., de rechtsvoorganger van Mahuko.

2.12.

Op 25 juli 2012 is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de toenmalige werkgever van [eiser in verzet in conventie] , Netwerk Uitzendbureau en Detachering B.V. Het proces-verbaal van executoriaal derdenbeslag is op 3 augustus 2012 aan [eiser in verzet in conventie] - niet in persoon - betekend. Er zijn geen afdrachten uit dat beslag ontvangen.

2.13.

Op 13 juni 2013 is executoriaal derdenbeslag gelegd onder de toenmalige werkgever van [eiser in verzet in conventie] , X Force Services B.V. Het proces-verbaal van executoriaal derdenbeslag is op 17 juni 2013 aan [eiser in verzet in conventie] - niet in persoon - betekend. Van die werkgever zijn over de periode van 28 juni 2013 tot en met 20 december 2013 afdrachten ontvangen tot een totaalbedrag van € 4.805,43.

2.14.

Na ontvangst van de laatste betaling zijn op 6 mei en 11 september 2014 en 23 mei 2017 sommatiebrieven verzonden aan het adres waar [eiser in verzet in conventie] stond ingeschreven. Voorts is bij brief van 31 augustus 2015 de overdracht van de vordering medegedeeld en is bij exploot van 21 juni 2017 de overgang van de titel betekend.

2.15.

Op 13 juli 2017 heeft Mahuko ten laste van [eiser in verzet in conventie] onder zijn werkgever Flex Interim Diensten B.V. executoriaal derdenbeslag gelegd.

3 Het geschil

3.1.

Bij verzetdagvaarding van 1 augustus 2017 vordert [eiser in verzet in conventie] in conventie, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. [eiser in verzet in conventie] te verklaren tot goed opposant;

2. het verstekvonnis te vernietigen;

3. de vorderingen af te wijzen met veroordeling van Mahuko in de kosten van het geding.

3.2.

In reconventie vordert [eiser] , bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

"A. te verklaren voor recht dat de ten uitvoerlegging van het verstekvonnis van 23 januari 1991 is verjaard met ingang van 23 januari 2011, althans vanaf 23 januari 2011, althans een door uw rechtbank in goede justitie vast te stellen datum;

B. te verklaren voor recht dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van 23 januari 1991 na 23 januari 2011 nietig is, althans ongeldig is; en onrechtmatig is geschied;

C. Mahuko te verbieden het onderhavige verstekvonnis van 23 januari 1991 ten uitvoer te leggen;

en

Mahuko te veroordelen het onder de werkgever van [eiser] , Flex Interim Diensten B.V.,

gelegde derdenbeslag op te heffen;

Een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat Mahuko geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft met de tijdige voldoening aan de uit te spreken veroordeling.

D. Mahuko te veroordelen een bedrag van € P.M. terug te betalen aan [eiser] , te weten de vanaf juli 2017 wegens het gelegde loonbeslag onder de huidige werkgever van [eiser] (Flex Interim Diensten B.V.) ingehouden en nog in te houden en aan Mahuko afgedragen gelden.

Subsidiair:

E. te verklaren voor recht dat de contractuele rente zoals toegewezen in het verstekvonnis van 23 januari 1991 door de korte verjaringstermijn van 5 jaar wordt beheerst en de verjaring is voltooid na ommekomst van 5 jaren; en

te verklaren voor recht dat het volledige bedrag aan rente zoals door Mahuko opgevoerd, in het exploot van 13 juli 2017 laatstelijk een bedrag van € 21.063,76 is verjaard, althans dat een bedrag en/of periode door uw rechtbank in goede justitie vast te stellen aan rente is verjaard; en

te verklaren voor recht dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van 23 januari 1991 na 23 januari 2011 voor het gedeelte van de verjaarde rente nietig is, althans ongeldig is; en onrechtmatig is geschied; en

Mahuko te verbieden het onderhavige verstekvonnis van 23 januari1991 voor het deel van de verjaarde rente ten uitvoer te leggen; en

Mahuko te veroordelen het onder de werkgever van [eiser] , Flex Interim Diensten B.V., gelegde derdenbeslag voor het deel van de verjaarde rente op te heffen;

Een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat Mahuko geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft met de tijdige voldoening aan de uit te spreken veroordeling.

F. Mahuko te veroordelen een correcte en inzichtelijke rentberekening - te berekenen over de juiste hoofdsom - te verstrekken aan [eiser] ; en

te verklaren voor recht dat het bedrag aan rente zoals door Mahuko opgevoerd, onjuist is, althans dat de verschuldigde rente een lager door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag is; en

te verklaren voor recht dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis var 23 januari 1991 na 23 januari 2011 voor het gedeelte van de te hoog berekende rente nietig is, althans ongeldig is; en onrechtmatig is geschied; en

Mahuko te verbieden het onderhavige verstekvonnis van 23 januari 1991 voor het deel van de teveel berekende rente ten uitvoer te leggen; en

Mahuko te veroordelen het onder de werkgever van [eiser] , Flex Interim Diensten B.V., gelegde derdenbeslag voor het deel van de teveel berekende rente op te heffen;

Een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat Mahuko geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft met de tijdige voldoening aan de uit te spreken veroordeling.

Alles met veroordeling van Mahuko in de kosten van dit geding, een bedrag aan salaris voor de advocaat daarin begrepen."

3.3.

Mahuko heeft de vorderingen van [eiser] gemotiveerd weersproken.

3.4.

De stellingen van partijen worden hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, besproken.

4 De beoordeling

In conventie:

4.1.

Het eerste geschilpunt tussen partijen waarover dient te worden geoordeeld, betreft de ontvankelijkheid van het verzet.

4.2.

[eiser in verzet in conventie] is niet ontvankelijk in het verzet. De rechtbank motiveert dat oordeel als volgt.

4.3.

Het verstekvonnis is tenuitvoergelegd door de executoriale beslaglegging onder de toenmalige werkgever van [eiser in verzet in conventie] op 26 februari 1991 (zie hiervoor onder 2.6). Na die beslaglegging heeft door tussenkomst van die werkgever overleg plaatsgevonden tussen partijen over het ingevolge het executoriale derdenbeslag maandelijks in te houden bedrag. Partijen hebben daarover overeenstemming bereikt en vervolgens is gedurende een relatief lange periode maandelijks een substantieel bedrag ingehouden en afgedragen door die werkgever. Dat dit destijds geheel buiten [eiser in verzet in conventie] om is gegaan, is dermate onaannemelijk - het ging om inhouding van een groot deel van het netto salaris ten behoeve van Citibank - dat de rechtbank als vaststaand aanneemt dat [eiser in verzet in conventie] van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis op de hoogte was. Daarmee heeft de verzettermijn destijds een aanvang genomen. [eiser in verzet in conventie] heeft deze destijds ongebruikt laten verstrijken. Het verstekvonnis is daardoor in kracht van gewijsde gegaan en heeft gezag van gewijsde verkregen.

4.4.

[eiser in verzet in conventie] heeft in zijn antwoordconclusie onder 16 nog aangevoerd dat hij inderdaad niet ontvankelijk is in zijn verzet in conventie, maar niet omdat hij te laat zou zijn, maar "omdat Mahuko geen eigenaar is van het verstekvonnis en het vorderingsrecht daaruit voortvloeiend, en geen executiebevoegdheid heeft." Naar de rechtbank begrijpt bepleit [eiser in verzet in conventie] in dat laatste processtuk de eigen niet ontvankelijkverklaring. De conclusie waarmee [eiser in verzet in conventie] dat processtuk afsluit, is in conventie dan ook "niet ontvankelijkverklaring". Nu partijen het in zoverre eens zijn over de uitkomst van de procedure in conventie bestaat er geen aanleiding om Mahuko in conventie nog in de gelegenheid te stellen zich over deze nieuwe stellingen van [eiser in verzet in conventie] uit te laten.

4.5.

De slotsom in conventie is dat [eiser in verzet in conventie] niet ontvankelijk zal worden verklaard.

4.6.

[eiser in verzet in conventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Mahuko worden begroot op:

- salaris advocaat € 1.042,50 (1,5 punten × tarief € 695,00)

In reconventie:

4.7.

Met zijn door middel van de verzetdagvaarding ingestelde reconventionele vordering heeft [eiser] beoogd (ook) een (zelfstandig) executiegeschil aanhangig te maken.

4.8.

De rechtbank verwerpt het verweer van Mahuko dat [eiser] geen reconventionele vordering kan instellen omdat hij niet ontvankelijk is in zijn verzet. Het staat [eiser] vrij om een executiegeschil aanhangig te maken. Niet valt in te zien waarom dat in dit geval niet op deze wijze zou kunnen. Mahuko ondervindt daarvan geen nadeel.

4.9.

De visie van [eiser] dat Mahuko niet heeft geantwoord op de eis in reconventie is onjuist. Bij brief van 28 juni 2018 heeft de rechtbank, in reactie op een brief van mr. Robustella, aan partijen bericht dat hetgeen in de conclusie van antwoord in het incident is verwoord, zou worden aangemerkt als hetgeen Mahuko in reactie op de verzetdagvaarding (schriftelijk) naar voren wenste te brengen. Dit met het oog op de reeds bepaalde comparitie van partijen. [eiser] heeft daar vervolgens ter comparitie op kunnen reageren. Reeds om die reden kan thans niet worden gesteld dat Mahuko niet heeft geantwoord op de eis in reconventie.

4.10.

Het verweer van [eiser] dat Mahuko ter zake van de vorderingen van Citibank op [eiser] - anders dat [eiser] op pagina 1 van de verzetdagvaarding zelf heeft vermeld - niet de rechtsopvolger van Citibank is, wordt verworpen. Mahuko heeft met de bij akte overlegging producties van 15 augustus 2018 overgelegde documenten voldoende aannemelijk gemaakt dat zij het recht heeft verkregen om het verstekvonnis jegens [eiser] ten uitvoer te doen leggen. Voor zover er op enig moment twijfel zou hebben bestaan bij [eiser] of hij ter zake van zijn schuld jegens (oorspronkelijk) Citibank werd aangesproken door de juiste partij, zou [eiser] aanspraak hebben kunnen maken op opschorting van zijn betalingsverplichtingen tot de eventuele onduidelijkheid zou zijn opgehelderd. Die situatie heeft zich echter niet voorgedaan.

4.11.

De rechtbank zal de ingestelde vorderingen in reconventie achtereenvolgens beoordelen.

4.12.

De hiervoor onder 3.2 onder A weergegeven vordering om te verklaren voor recht dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis met ingang van 23 januari 2011 is verjaard, wordt afgewezen.

4.13.

In de loop van de tijd is (steeds tijdig) een veelheid aan stuitingshandelingen verricht. De rechtbank verwijst naar hetgeen hiervoor onder 2.5 tot en met 2.15 is opgenomen. De stelling van [eiser] bij verzetdagvaarding onder 15, dat er tot aan 31 maart 2011 geen stuitingshandelingen zijn verricht, is in het licht van hetgeen Mahuko daartegen onderbouwd en gedocumenteerd heeft aangevoerd onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd. Van diverse stuitingshandelingen staat vast dat [eiser] daarvan kennis heeft genomen. Dat (ook) de overige gestelde stuitingshandelingen zijn verricht, is niet gemotiveerd betwist. Dit brengt mee dat ook de onder B, C en D weergegeven vorderingen dienen te worden afgewezen.

4.14.

Dat de contractuele rente zoals toegewezen in het verstekvonnis wordt beheerst door de korte verjaringstermijn van vijf jaar is tussen partijen niet in geschil. [eiser] heeft derhalve geen belang bij toewijzing van de onder E, eerste alinea, weergegeven vordering.

4.15.

De vordering dat het volledige bedrag aan rente zoals door Mahuko opgevoerd is verjaard, is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank acht geen grond aanwezig voor toewijzing van deze vordering.

4.16.

De vordering dat een bedrag en/of periode door de rechtbank in goede justitie vast te stellen aan rente is verjaard, is eveneens onvoldoende onderbouwd. Het was aan [eiser] om concrete feiten of omstandigheden te stellen waarop hij zijn conclusie dat sprake was van verjaring van bepaalde vorderingen baseerde. Immers, alleen dan kan Mahuko zich daartegen gemotiveerd verweren en alleen dan kan de rechtbank een gemotiveerde beslissing nemen op basis van het daarover tussen partijen gevoerde debat.

4.17.

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat ook de onder E weergegeven vorderingen dienen te worden afgewezen.

4.18.

De vordering onder F, eerste alinea, om Mahuko te veroordelen om een correcte en inzichtelijke renteberekening - te berekenen over de juiste hoofdsom - te verstrekken aan [eiser] zal worden toegewezen, zulks op straffe van verbeurte van de gevorderde dwangsom, zij het gemaximeerd zoals hierna onder de beslissing omschreven. [eiser] mag van Mahuko in redelijkheid verlangen dat zij haar restant-vordering inzichtelijk maakt door een deugdelijke en inzichtelijke renteberekening op te stellen, uitgaande van de juiste hoofdsom en bijkomende kosten, waarbij de bij het tussenvonnis toegewezen rente steeds is berekend over het correcte bedrag, en met verrekening van de op het per saldo verschuldigde steeds in mindering strekkende bedragen per de juiste data.

4.19.

Hetgeen in de overige alinea's van de vorderingen onder F wordt gevorderd, dient thans bij gebreke van een voldoende onderbouwing te worden afgewezen.

4.20.

[eiser] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Mahuko worden begroot op:

- salaris advocaat € 1.042,50 (1,5 punten × tarief € 695,00)

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart [eiser in verzet in conventie] niet-ontvankelijk in zijn vordering,

5.2.

veroordeelt [eiser in verzet in conventie] in de proceskosten, aan de zijde van Mahuko tot op heden begroot op € 1.042,50,

in reconventie

5.3.

veroordeelt Mahuko om een correcte en inzichtelijke renteberekening te verstrekken aan [eiser] , zulks binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat Mahuko hiermee in gebreke blijft, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 10.000,00,

5.4.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Mahuko tot op heden begroot op € 1.042,50,

5.5.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling onder 5.3 uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2018.

[1729;2221]