Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:10374

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-11-2018
Datum publicatie
18-12-2018
Zaaknummer
10/162485-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mislukte gewapende overval op juwelier. 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, bijzondere voorwaarden met onder meer elektronisch toezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/162485-18

Datum uitspraak: 30 november 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. C.P. Timmers, advocaat te Middelharnis.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 30 november 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.E. van Veen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft vermeld in het reclasseringsrapport.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

De onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:

1

hij

op 16 augustus 2018 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van gouden sieraden, die geheel of ten dele aan deze toebehoorde

- een vuurwapen aan/op die [naam slachtoffer 1] heeft getoond en gericht (gehouden), en

- aan die [naam slachtoffer 1] heeft toegevoegd de woorden "Dit is een overval. Dit is een pistool", en "Je gaat die tas vullen nu", en

- over de toonbank waarachter die [naam slachtoffer 1] zich bevond, is gesprongen, en

- een aquarium heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij

in de periode van 27 juli 2018 tot en met 3 augustus 2018 te Rotterdam

een kentekenplaat ( [kentekennummer] ), dat aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

poging tot afpersing;

2.

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte is een juwelierswinkel ingegaan terwijl hij een vuurwapen bij zich had. Hij heeft de juwelier doodsangst aangejaagd door dit vuurwapen op hem te richten. De juwelier heeft op dat moment gedacht dat hij zou worden doodgeschoten. De bedoeling van de verdachte was de juwelier te dwingen gouden sieraden in een tas te stoppen die de verdachte voor dat doel bij zich had. Hij heeft daarbij niet alleen het vuurwapen getoond, maar ook dreigende taal geuit. De verdachte is bovendien over de toonbank gesprongen waarachter de juwelier zich bevond en heeft een aquarium dat op de toonbank stond, op de grond gegooid. Hij heeft door dit alles een ravage veroorzaakt. De juwelier bleef achter met de schade die is aangericht door de verdachte.

Daarnaast heeft de verdachte een kentekenplaat gestolen en deze aangebracht op de scooter die hij heeft gebruikt om na de overval te vluchten.

Overvallen hebben een grote impact op de slachtoffers. Dat blijkt ook uit de verklaring van de juwelier, die door de opgefokte en agressieve houding van de verdachte dacht dat zijn laatste uur geslagen had. Overvallen als deze versterken de in de samenleving levende gevoelens van angst en onveiligheid.

De verdachte heeft zich hieraan niets gelegen laten liggen. Hij heeft verklaard de overval te hebben gepleegd omdat hij een drugsschuld had en heeft alleen gedacht aan zijn eigen problemen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft in het nadeel van de verdachte gekeken naar een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 november 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 november 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

Bij de verdachte worden op diverse leefgebieden problemen geconstateerd. Zo heeft hij geen zinvolle dagbesteding, heeft hij schulden en contacten in het criminele drugsmilieu. De verdachte geeft te kennen dat hij open staat voor begeleiding vanuit de reclassering en voor andere bijzondere voorwaarden. Er is volgens de reclassering een gemiddeld herhalingsgevaar en een gemiddeld gevaar dat de verdachte anderen letsel toebrengt. De verdachte is eerder veroordeeld voor strafbare feiten. Als hij zijn contacten met het criminele drugsmilieu niet verbreekt en zijn leven niet beter op orde krijgt, blijft de kans op herhaling aanwezig. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, een contactverbod met de aangever, een locatieverbod voor de omgeving van de [straatnaam] te Rotterdam en een locatiegebod met elektronisch toezicht en andere voorwaarden betreffende het gedrag.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van de feiten is het opleggen van een gevangenisstraf passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de bijzondere voorwaarden die in het reclasseringsrapport zijn vermeld. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de verdachte spijt heeft getoond en gemotiveerd is zijn leven een positieve wending te geven.

Gezien het voorgaande is het dus in het belang van de verdachte, maar ook in het belang van de maatschappij dat de verdachte binnen niet al te lange tijd begeleiding van de reclassering zal krijgen.

Dit reclasseringstoezicht vraagt van de verdachte bijzondere inspanningen. Daarnaast zullen het locatiegebod en locatieverbod met het elektronisch toezicht een grote impact op het leven van de verdachte hebben. Daarom zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft gevorderd.

8 Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , wonende te Rotterdam. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 331,42 aan materiële schade en een vergoeding van € 2.150,- aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdachte en zijn raadsman hebben de vordering van de benadeelde partij niet weersproken en zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering ten aanzien van de materiële schade worden toegewezen.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 2.150,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 16 augustus 2018.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 2.481,42, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het reeds genoemde artikel, is gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 310 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarden overtreedt dan wel tijdens die proeftijd de volgende bijzondere voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal meewerken aan diagnostiek en daarna aan een eventueel geïndiceerde behandeling bij De Waag of een soortgelijke forensische zorginstelling, zulks te bepalen door de reclassering. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

3. de veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met de eigenaar van juwelier [naam juwelier] [adres delict] te Rotterdam, zo lang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

4. de veroordeelde zal zich niet bevinden in een straal van 1500 meter rond het adres [adres delict] te Rotterdam;

5. de veroordeelde zal op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig zijn op het verblijfadres. Daarbij heeft hij op doordeweekse dagen een aaneengesloten blok van 12 uur ter invulling van zijn dagbesteding. In de weekenden heeft de veroordeelde 4 uur per dag vrij te besteden. Wanneer de veroordeelde op doordeweekse dagen geen dagbesteding heeft, heeft hij 2 uur vrij te besteden. De precieze tijdstippen worden vooraf vastgesteld door de reclassering, in overleg met de veroordeelde en afhankelijk van de dagbesteding. Het locatiegebod wordt gecontroleerd met een elektronisch controlemiddel. Het huidige verblijfadres is [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft;

6. de veroordeelde heeft een inspanningsverplichting tot het hebben en houden van een zinvolle dagbesteding. Indien nodig kan hierbij hulp worden ingeschakeld, dit ter beoordeling van de reclassering. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen van desbetreffende instantie. De veroordeelde geeft openheid over en inzage in zijn financiën. Hij regelt zijn schulden zo nodig met hulp van schuldhulpverlening, bewindvoering of andere daarvoor aangewezen organisatie. Zulks ter beoordeling van de reclassering;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

geeft aan Reclassering Nederland opdracht elektronisch toezicht te houden op de naleving van de onder nummers 4 en 5 genoemde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 2.481,42 (zegge: vierentwintighonderdéénentachtig euro en tweeënveertig eurocent), bestaande uit

€ 331,42 aan materiële schade en € 2.150,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.481,42 (hoofdsom, zegge: vierentwintighonderdéénentachtig euro en tweeënveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 2.481,42 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 34 (vierendertig) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Havik, voorzitter,

en mrs. G.A. Bouter-Rijksen en C.A. van Beuningen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van der Hoeff, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is niet in staat om het vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij

op of omstreeks 16 augustus 2018 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] te

dwingen tot afgifte van gouden sieraden, in elk geval enig

goed, dat geheel of ten dele aan deze toebehoorde

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, aan/op die [naam slachtoffer 1] heeft getoond en/of gericht

(gehouden), en/of

- aan die [naam slachtoffer 1] heeft toegevoegd de woorden "Dit is een

overval. Dit is een pistool", en/of "Je gaat die tas vullen nu",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

en/of

- over de toonbank waarachter die [naam slachtoffer 1] zich bevond, is

gesprongen, en/of

- ( vervolgens) een aquarium naar/in de richting van die

[naam slachtoffer 1] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid; (artikel 317 jo. 45 Wetboek van Strafrecht);

( art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2

hij

in of omstreeks de periode van 27 juli 2018 tot en met 3

augustus 2018 te Rotterdam een kentekenplaat ( [kentekennummer] ), in elk geval enig goed, dat geheel

of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

(artikel 310 Wetboek van Strafrecht); ( art 310 Wetboek van Strafrecht )