Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:10372

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-11-2018
Datum publicatie
18-12-2018
Zaaknummer
10/061508-18 en 10/177706-18 (t.t.z. gevoegd) / TUL10/701216-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

12 maanden gevangenisstraf voor:

(doods) bedreigingen reclasseringsmedewerkers,

poging dwang medewerkers TV Rijnmond,

zonder noodzaak bellen alarmnummer 112 en

weigeren medewerking ademanalyse.

Geen oplegging TBS-maatregel wegens disproportionaliteit

Toewijzing vordering TUL voorwaardelijke veroordeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummers: 10/061508-18 en 10/177706-18 (t.t.z. gevoegd)

Parketnummer van de vordering TUL: 10/701216-16

Datum uitspraak: 29 november 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [gebortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] te [woonplaats verdachte]

,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie,

raadsman mr. T.P. Schut, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

1 augustus 2018 (zulks op de voet van artikel 377, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering) en op het onderzoek op de terechtzitting van 15 november 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen, waarbij de dagvaarding onder parketnummer 10/061508-18 ter terechtzitting van 15 november 2018 is gewijzigd. De tekst van de beide tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.M. Casteleijns heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde onder parketnummer 10/061508-18;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde onder parketnummer 10/061508-18 en van het onder 1 en 2 ten laste gelegde onder
    parketnummer 10/177706-18;

  • -

    oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging (hierna ook: TBS), een gedragbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht en een gevangenisstraf voor de duur van 196 dagen met aftrek van voorarrest;

  • -

    afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/701216-16.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat feit
2 primair, ten laste gelegd onder parketnummer 10/061508-18, niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder parketnummer 10/061508-18 ten laste gelegde feit 3 is door de verdachte ter terechtzitting bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Vrijspraak feit 4

Standpunt officier van justitie

De verdachte heeft de ruit van zijn buurman opzettelijk vernield.

Beoordeling

Uit het dossier blijkt niet dat de aangever [naam aangever] , de bewoner van de woning waarvan de ruit is vernield, rechtstreeks getuige is geweest van die vernieling. Evenmin geldt dat voor de getuige [naam getuige] . Zij heeft verklaard slechts een knal te hebben gehoord en daarna een gat in de ruit te hebben gezien.
Niet kan worden uitgesloten dat de verdachte, die onder invloed was van alcohol, de ruit per ongeluk heeft gebroken toen hij met een steen daarop tikte met de bedoeling om de aandacht van zijn buurman te trekken, zoals hij zelf heeft verklaard. Om die reden ontbreekt het bewijs voor de vereiste opzet en spreekt de rechtbank de verdachte vrij van dit feit.

4.4.

Bewijsoverweging feit 2 onder parketnummer 10/177706-18

Standpunt verdediging

De raadsman heeft -kort gezegd- aangevoerd dat het bevel aan de verdachte om mee te werken aan de ademanalyse niet is gegeven in het belang van het onderzoek, - naar de rechtbank begrijpt - in de zaak waarvoor de verdachte is aangehouden. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken van dit feit.

Beoordeling

Op grond van de bewijsmiddelen, zoals weergegeven in bijlage II bij dit vonnis, kan worden vastgesteld dat de verdachte een geweldsmisdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten heeft gepleegd onder invloed van middelen, zodat de verdachte die ter zake is aangehouden onderworpen kon worden aan een voorlopig onderzoek als bedoeld in art. 55d van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank komt derhalve tot een bewezenverklaring van dit feit.

4.5

Bewezenverklaringen

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende de redengevende feiten en omstandigheden voor de bewezenverklaring van de feiten, voor zover door de verdediging betwist. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten 1 en 2 subsidiair onder parketnummer

10/061508-18 en feit 2 onder parketnummer 10/177706-18 heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde onder parketnummer 10/061508-18 heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

parketnummer 10/061508-18

1.

hij in de periode van 19 maart 2018 tot en met 26 maart 2018 te Rotterdam, medewerkers van Antes heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen:- dat hij iedereen dood zou komen schieten, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en - dat hij, [naam slachtoffer 4] en [naam slachtoffer 3] dood

zou laten schieten en dat hij een motorclub had ingezet om dit te laten

doen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

- dat hij nog niet klaar was met [naam slachtoffer 3] en dat ze nog aan de beurt

zou komen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2 subsidiair

hij op 25 maart 2018 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [naam slachtoffer 5] en [naam slachtoffer 6] door bedreiging met enige andere feitelijkheid gericht tegen

de medewerkers van Antes (Bouman) en derden, wederrechtelijk te dwingen iets te doen, door opzettelijk dreigend tegen die [naam slachtoffer 5] en [naam slachtoffer 6] te zeggen dat als zij geen cameraploeg langs zouden sturen, hij, verdachte, zijn woning in de brand zou steken en dat hij, verdachte een namenlijst heeft van medewerkers van de Bouman die hij wel even zou afwerken en dat hij al deze mensen op deze lijst zou neerschieten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 3 februari 2018 tot en met 27 maart 2018 te Rotterdam, opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, te weten alarmnummer 112;

parketnummer 10/177706-18

2.

hij op 23 juni 2018 te Rotterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten op grond van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers, gedaan door een ambtenaar, te weten, [naam brigadier] brigadier van de politie eenheid Rotterdam, belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem, verdachte, had bevolen om mee te werken aan de ademanalyse, hieraan geen gevolg te geven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

De kennelijke verschrijvingen in de tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

parketnummer 10/061508-18

1. primair

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

2. subsidiair

poging een ander door bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen derden, wederrechtelijk dwingen iets te doen, meermalen gepleegd

3.

het opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten, meermalen gepleegd

parketnummer 10/177706-18

2.

opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

7.2

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan verschillende strafbare feiten.

Hij heeft meermalen (doods)bedreigingen geuit aan het adres van medewerkers van Antes.

Het wordt de verdachte zwaar aangerekend dat hij medewerkers, die in alle veiligheid en rust hun werk moeten kunnen doen, schrik heeft aangejaagd. Die medewerkers kunnen als gevolg daarvan zowel persoonlijk als beroepsmatig geruime periode last ondervinden van de gevolgen daarvan. De verdachte heeft er blijk van gegeven zich daarvan niets aan te trekken.

Daarnaast heeft hij medewerkers van TV Rijnmond telefonisch geprobeerd te dwingen een cameraploeg bij hem langs te sturen, waarbij hij boos vertelde dat hij zijn eigen woning in brand zou steken en medewerkers van Antes (Bouman) zou neerschieten als zij niet aan zijn eis zouden tegemoetkomen.

Door het plegen van dit feit heeft hij de medewerkers in hun vrijheid van handelen willen beperken. Dankzij het doortastende optreden van de medewerkers is het bij een poging gebleven.

Voorts heeft hij in een relatief korte periode, vele malen onnodig het alarmnummer 112 gebeld. De hulpdiensten hebben door toedoen van de verdachte nodeloos moeten uitrukken. Hij heeft hiermee een kostbaar beslag gelegd op publieke middelen die ten dienste van het algemeen belang staan. Door misbruik van dit alarmnummer kan de noodhulpverlening voor mensen die daadwerkelijk hulp nodig hebben, bovendien in gevaar komen.

Ten slotte heeft de verdachte enkele maanden na het plegen van de voorgaande feiten, niet voldaan aan een bevel van de politie om mee te werken aan een ademanalyse. Door zijn weigering heeft hij de verbalisant belemmerd in de uitvoering van wetten en daarmee ook zijn gezag ondermijnd.

Dit zijn alle ernstige feiten en deze feiten worden de verdachte zwaar aangerekend.

7.3

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
16 oktober 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Hiermee wordt in het nadeel van de verdachte rekening gehouden.

7.3.2

Rapportages en verklaringen van een deskundige op de terechtzitting

De rechtbank heeft met betrekking tot de strafbaarheid van de verdachte gelet op de

Pro Justitia rapporten, opgemaakt door drs. J.J. Van der Weele, gezondheidszorgpsycholoog, op 2 november 2018 en door drs. C.J. van Druningen en

drs. B.E.A. van der Hoorn, psychiaters, op 4 november 2018.

Uit deze rapporten blijkt onder meer het volgende:

Er is bij de verdachte sprake van een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol en lorazepam. Zijn persoonlijkheid kenmerkt zich door antisociale, narcistische en borderlinetrekken. Ten tijde van de tenlastegelegde feiten verkeerde hij onder invloed van alcohol. De combinatie van persoonlijkheidstrekken en alcoholmisbruik heeft deels mogelijk bijgedragen aan de gedragskeuzes en de gedragingen tijdens de ten laste gelegde feiten, althans één of meer daarvan. Daar waar de psychiaters in het rapport van 4 november 2018 voorts van mening zijn dat er op het gebied van de persoonlijkheid van de verdachte sprake is van DSM-5 classificatie een “andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis”, is dat volgens de psycholoog op zichzelf onvoldoende om te concluderen tot een persoonlijkheidsstoornis.

Geadviseerd wordt door zowel de psycholoog als de psychiaters om de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Voorts komt uit de rapporten naar voren dat het de verdachte ontbreekt aan ziekte-inzicht. Hij heeft bijvoorbeeld geen duurzame intrinsieke behandelwens voor zijn stoornis in het gebruik van alcohol en lorazepam. Hij overschat zichzelf en externaliseert zijn problemen, en het ontbreekt hem aan een steunend netwerk bij het bereiken en volhouden van abstinentie. De kans is zeer groot dat hij zonder adequate behandeling zal recidiveren.

De deskundigen constateren eensluidend dat de tot nu toe in het verleden gehanteerde (behandel)kaders, vrijwillig of gedwongen (via de BOPZ) en/of als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf, niet succesvol zijn gebleken. De behandeling is tot op heden niet van de grond gekomen. Het toezicht door de reclassering kon niet worden vormgegeven, de verdachte was niet abstinent en het risico op recidive daarmee niet duurzaam verlaagd. Zij achten de kans dat de verdachte zich, onder de huidige omstandigheden, aan de voorwaarden kan houden, klein. Alleen met een stevige juridische maatregel van een TBS-kader zal het volgens hen mogelijk zijn het behandeltraject duurzaam uit te voeren, het risico op recidive duurzaam te verminderen en het hierboven genoemde gevaar voor langere tijd te verminderen. Ook de verdere diagnostiek en behandeling van zijn persoonlijkheid kan in een dergelijk kader, al dan niet klinisch, worden vormgegeven.

Reclassering Nederland heeft een drietal rapporten over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 april 2017 en 23 maart en 9 oktober 2018. Laatstgenoemd rapport houdt, samengevat, onder meer het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van maatschappelijke teloorgang. Uit het sfeer-proces-verbaal van de wijkagent dat aan het dossier is gevoegd, blijkt dat er in de afgelopen jaren ruim

350 registraties van overlast en verward gedrag over hem zijn geweest. De verdachte heeft hoge schulden opgebouwd en maakt ook steeds meer nieuwe, terwijl hij geen bewind en/of mogelijke sanering wil. Gevreesd wordt dat hij op termijn dakloos zal worden.

Er blijkt in de afgelopen jaren van een uitvoerige lijst van interventies door de hulpverlening, waarbij het laatste toezicht voortijdig werd afgebroken en waarvan thans de tenuitvoerlegging wordt gevorderd.

7.4

Conclusies van de rechtbank

Nu de conclusies van de deskundigen gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus verminderd toerekeningsvatbaar geacht.

De rechtbank is van oordeel dat, hoewel de aard van het indexdelict (bedreiging) op zichzelf beschouwd de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling niet in de weg staat, zij dit delict, in het licht van de omstandigheden van het geval, van onvoldoende gewicht acht om te komen tot het opleggen van die maatregel.

Daarbij heeft de rechtbank de veiligheidsbelangen van de maatschappij afgewogen tegen de belangen van de verdachte. Uit het dossier is gebleken dat de verdachte weliswaar dreigt, maar niet naar deze dreigementen handelt. Bovendien betreffen het overwegend feiten van overlastgevende aard die zich eerst vanaf maart van dit jaar hebben gemanifesteerd. Over een concreet (fysiek) gevaar voor anderen wordt door de deskundigen niet gerapporteerd. De rechtbank acht daarom een TBS-maatregel in dit geval disproportioneel.

De rechtbank acht wel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.

Deze gevangenisstraf is van langere duur dan door de officier van justitie gevorderd, maar daarbij is meegewogen dat de officier van justitie er in haar eis van uit is gegaan dat naast een gevangenisstraf, de TBS-maatregel zou worden opgelegd, hetgeen door de rechtbank niet is overgenomen.

Onder meer gelet op het feit dat de verdachte de voorwaarden van een voorwaardelijke gevangenisstraf heeft overtreden, waardoor thans de tenuitvoerlegging wordt gelast en het feit dat de verdachte meerdere malen is gerecidiveerd binnen de proeftijd, ziet de rechtbank geen aanleiding om wederom een (deels)voorwaardelijke straf op leggen.

Nu er geen TBS-maatregel wordt opgelegd, is er evenmin plaats voor oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering tenuitvoerlegging

8.2

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 26 april 2017 is de verdachte ter zake van brandstichting, meermalen gepleegd, (tweemaal) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en wederrechtelijke vrijheidsberoving veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van
3 jaren. De proeftijd is ingegaan op 14 september 2017.

8.3

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering, gelet op haar eis tot onvoorwaardelijke oplegging van de TBS-maatregel.

8.4

Beoordeling

De hierboven bewezenverklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom kan de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. De rechtbank wijst de vordering toe.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het reeds genoemde artikel is de op te leggen maatregel gegrond op de artikelen 45, 57, 63, 142, 184, 284, en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 2 primair van parketnummer
10/061508-18 en feit 1 van parketnummer 10/177706-18 ten laste gelegde feiten, heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 subsidiair en 3 van parketnummer 10/061508-18 en onder 2 van parketnummer 10-10/177706-18 ten laste gelegde feiten zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;


veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte, groot 4 maanden, van de bij vonnis van 26 april 2017 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van der Groen, voorzitter,

en mrs. J. Fransen en D. Visser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 november 2018.

Bijlage I Tekst (gewijzigde) tenlasteleggingen

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

parketnummer: 10/061508-18

1.

hij in of omstreeks de periode van 19 maart 2018 tot en met 26 maart 2018 te Rotterdam, althans in Nederland

[naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] , althans één of meer medewerkers van Antes heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] althans één of meer medewerkers van Antes dreigend, al dan niet in hun tegenwoordigheid, te zeggen en/of dreigend de woorden toe te voegen:

- dat hij met een mitrailleur naar de kliniek zou komen en zijn verslavingsarts [naam slachtoffer 4] en psychiater [naam slachtoffer 3] zou doodschieten, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of

- dat hij [naam slachtoffer 4] lichamelijk geweld zou aandoen en/of dat hij hiervoor een pistool en een mitrailleur hiervoor zou gebruiken en/of dat hij kennissen heeft die wapens kunnen krijgen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- dat hij iedereen dood zou komen schieten met een pistool en/of “jullie zijn allemaal schoften, er zullen meer doden vallen dan in de tweede wereldoorlog’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of

- dat hij [naam slachtoffer 7] , [naam slachtoffer 4] en [naam slachtoffer 3] dood

zou laten schieten en dat hij een motorclub had ingezet om dit te laten

doen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

- dat hij nog niet klaar was met [naam slachtoffer 3] en dat ze nog aan de beurt

zou komen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.


2

primair
hij op of omstreeks 25 maart 2018 te Rotterdam [naam slachtoffer 5] en/of [naam slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of brandstichting en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, door die [naam slachtoffer 5] en/of [naam slachtoffer 6] , althans voornoemde medewerker dreigend te zeggen dat als zij geen cameraploeg langs zou sturen, hij, verdachte, zijn woning in de brand zou steken en/of dat hij, verdachte een namenlijst heeft van medewerkers van de Bouman die hij wel even zou afwerken en/of dat hij, verdachte al deze mensen op deze lijst zou neerschieten, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;


subsidiair:

hij op of omstreeks 25 maart 2018 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om [naam slachtoffer 5] en/of [naam slachtoffer 6] , althans een medewerker van

TV Rijnmond door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen

die medewerkers van Antes (Bouman) en/of derden,

wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, door opzettelijk dreigend tegen die [naam slachtoffer 5] en/of [naam slachtoffer 6] te zeggen dat als zij/hij geen cameraploeg langs zou sturen, hij, verdachte, zijn woning in de brand zou steken en/of dat hij, verdachte een namenlijst heeft van medewerkers van de Bouman-die hij wel even zou afwerken en/of dat hij al deze mensen op deze lijst zou neerschieten, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

Hij in of omstreeks de periode van 3 februari 2018 tot en met 27 maart 2018 te Rotterdam, opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, te weten alarmnummer 112.

parketnummer 10/177706-18

1

hij op of omstreeks 22 juni 2018 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk

een ruit van een woning gelegen op/aan de [adres delict] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Vestia Rotterdam toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2

hij op of omstreeks 23 juni 2018 te Rotterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten op grond van de

Wet middelenonderzoek bij geweldplegers, gedaan door een ambtenaar, te weten, [naam brigadier] (brigadier van de politie eenheid Rotterdam), belast met de uitoefening van enig

toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem, verdachte, had bevolen of van hem,

verdachte, had gevorderd om mee te werken aan de ademanalyse, hieraan geen gevolg te geven.