Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:1027

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-02-2018
Datum publicatie
28-02-2018
Zaaknummer
6343915
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurrecht. Artikel 7:213 BW. Overlast

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6343915 CV EXPL 17-33718

uitspraak: 16 februari 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van

de stichting Stichting Havensteder,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. K.A.M. Jaspers te Rotterdam,

tegen

1 [gedaagde],

wonende te [plaatsnaam],

gedaagde sub 1,

gemachtigde: mr G.J.C.R. Romet te Den Haag,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Van den Bergh en Partners Bewindvoering B.V., in haar

hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van

[gedaagde] (gedaagde sub 1),

gedaagde sub 2.

Partijen worden hierna ‘Havensteder’, ‘[gedaagde]’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd.

1 De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    de dagvaarding met producties van 8 september 2017;

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagde] van 5 december 2017;

  • -

    het tussenvonnis van 18 december 2017 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief met aanvullende producties van Havensteder van 3 januari 2018;

  • -

    de brief met een aanvullende productie van [gedaagde] van 24 januari 2018;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 25 januari 2018.

2 De feiten

Er wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

[gedaagde] huurt sinds 2009 van Havensteder de woning aan de [straat-en plaatsnaam].

2.2

De goederen van [gedaagde] staan onder bewind van de bewindvoerder.

2.3

Havensteder schrijft in een brief aan [gedaagde] van 26 juli 2017, voor zover nu van belang:

Hedenmorgen heb ik u samen met de Stadsmarinier van de Gemeente [plaatsnaam], [naam Stadsmarinier], een huisbezoek gebracht. Reden van dit huisbezoek was de hoeveelheid overlastmeldingen die bij zowel de Gemeente als Havensteder en de Politie over uw adres hebben ontvangen en de recente gebeurtenissen van afgelopen weken waarbij diverse malen de Politie in actie moest komen.

Omwonenden uit de wijk, hebben zowel bij Gemeente, Politie als Havensteder kenbaar gemaakt, overlast vanuit uw woonadres te ondervinden, Deze overlast bestaat uit het veelvuldig ontvangen van luidruchtig bezoek dat in de directe omtrek van de woningen en zelfs tegen de woningen aan urineert en rommel achterlaat, deelactiviteiten gepaard gaande met veelvuldig scooter- en autoverkeer, niet alleen overdag maar ook gedurende de avond en nacht. Daarnaast is onlangs een bezoeker van u per ambulance uit uw woning weggehaald vanwege verkeerd drugsgebruik en afgelopen week heeft er in uw woning een overval plaatsgevonden.

U zult begrijpen dat Havensteder u liever niet meer heeft als huurder. Wij willen dan ook de huurovereenkomst met u beëindigen.

3 Het geschil

3.1

Havensteder stelt dat [gedaagde] zich niet als goed huurder gedraagt. Zij vordert daarom ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling van de bewindvoerder of, in het geval zijn goederen ten tijde van de uitspraak niet meer onder bewind staan, [gedaagde] zelf tot ontruiming van het gehuurde.

3.2

[gedaagde] bestrijdt de vordering.

3.3

Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op hetgeen waarmee partijen de vordering en het verweer daartegen (verder) onderbouwen.

4 De beoordeling

4.1

De goederen van [gedaagde] staan onder bewind. Het is daarom zijn bewindvoerder die in deze kwestie formeel de wederpartij van Havensteder is. Havensteder wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tegen [gedaagde] persoonlijk.

4.2

De bewindvoerder is in het geding verschenen, maar de gemachtigde die optreedt voor [gedaagde] treedt niet ook namens de bewindvoerder op. De bewindvoerder heeft tijdens de comparitie van partijen ook niets gezegd over de vordering tot ontbinding van de huurover-eenkomst. Dit betekent welbeschouwd dat, nu de bewindvoerder geen verweer voert en Ha-vensteder niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering tegen [gedaagde] zelf, de vor-dering van Havensteder toegewezen kan worden en het verweer van [gedaagde] niet hoeft te worden besproken. Omdat het niet aannemelijk is dat dit de bedoeling is van [gedaagde] en de bewindvoerder, zal de kantonrechter het verweer dat [gedaagde] voert aanmerken als het verweer dat de bewindvoerder voert.

4.3

[gedaagde] moet zich als goed huurder gedragen. De wet kent deze bepaling in artikel 7:213 BW. De vraag of er algemene voorwaarden (waarin ook bepalingen over goed huur-derschap staan) van toepassing zijn op de huurovereenkomst tussen partijen hoeft daarom niet beantwoord te worden. Gedraagt [gedaagde] zich niet als goed huurder, dan geeft dit Havensteder in beginsel recht op ontbinding van de huurovereenkomst. [gedaagde] gedraagt zich niet als goed huurder als hij, of zijn bezoek, overlast veroorzaakt in de buurt waar hij woont.

4.4

De door Havensteder overgelegde overlastmeldingen en verklaringen van de buren van [gedaagde] laten aan duidelijkheid niets te wensen over: [gedaagde] en zijn bezoek zorgen voor overlast en dat speelt al geruime tijd. Dieptepunten in dit verband zijn het feit dat een vrouwelijke bezoeker van [gedaagde] op 24 mei 2017 vanuit zijn woning met een overdosis drugs door een ambulance naar het ziekenhuis is gebracht en de gewapende overval die in de woning plaatsvond op 14 juli 2017. Havensteder heeft op 3 augustus 2017 een bewoners-bijeenkomst georganiseerd, waarbij, in aanwezigheid van negen omwonenden, de overlast die de buren ervaren besproken is.

4.5

De kantonrechter ziet geen aanleiding aan de juistheid van de verklaringen van de buren te twijfelen. Niet uitgesloten kan worden dat hier en daar wat overdreven wordt en/of dat het beeld van de buren inmiddels gekleurd is door wat er allemaal gebeurd is, maar ook met dat in gedachten blijft de situatie voldoende ernstig. [gedaagde] voert aan dat er een stigma aan hem kleeft en dat al het negatieve in de buurt op hem geprojecteerd wordt, maar waarom dit zo zou (kunnen) zijn voert hij niet aan en hij gist er ook niet naar. De kantonrechter neemt als uitgangspunt dat als buren elkaar geen overlast bezorgen, zij niet zoals in deze zaak over een langere periode én met meerderen tegelijk, zullen verklaren dat dit wel zo is. [gedaagde] voert niets aan om in deze zaak van dit uitgangspunt af te wijken.

4.6

Als [gedaagde] met zijn stelling dat Havensteder hem niet eerder dan met haar brief van 26 juli 2017 (zie 2.3) heeft gewaarschuwd de overlast te staken, wil zeggen dat hij overlast mag veroorzaken zolang Havensteder hem daarvoor niet waarschuwt of dat hij récht heeft op een waarschuwing voordat ontbinding van de huurovereenkomst wordt gevorderd, wordt deze stelling verworpen. Het is immers sowieso niet de bedoeling dat [gedaagde] overlast veroorzaakt. Wellicht kan, in het algemeen, bij bepaald gedrag de vraag gesteld worden of het om overlast gaat waarvoor een huurder gewaarschuwd moet worden, omdat de huurder anders niet weet dat hij overlast veroorzaakt, maar door het constant ontvangen van (drugs-gerelateerd) bezoek, met alle problemen die daarmee in deze zaak gepaard gaan (het bezoek maakt herrie, doet zijn behoefte soms op straat), door een met een overdosis afgevoerde be-zoekster én door een gewapende overal, moet het [gedaagde] ook vóór de brief van Haven-steder van 26 juli 2017 duidelijk zijn geweest dat zijn gedrag en dat van zijn bezoekers voor overlast bij de buren zorgt. Daar komt overigens bij dat, zoals blijkt uit de door Havensteder bij haar brief van 3 januari 2018 overgelegde verklaringen van buren, de overlast ook na het starten van deze procedure nog steeds plaatsvindt. Als de brief van Havensteder van 26 juli 2017 als waarschuwing gezien moet worden, dan trekt [gedaagde] zich daar kennelijk niets van aan.

4.7

De kantonrechter merkt wat het door [gedaagde] genoemde ‘Actieplan aanpak woon-overlast’ van de gemeente Capelle aan den IJssel betreft op dat het zo kan zijn dat Haven-steder met andere instanties (zoals de gemeente en de politie) afspraken maakt over het op een andere manier (anders dan een ontbindingsprocedure) aanpakken van overlast, maar aan die afspraken kan [gedaagde] geen rechten ontlenen. Daar komt, belangrijker nog, bij dat het sluiten van een convenant niet betekent dat Havensteder de rechten die zij op grond van de wet heeft (ontbinding van de huurovereenkomst vragen als een huurder overlast veroor-zaakt) opgeeft.

4.8

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst door [gedaagde] die ontbinding van die huurovereenkomst recht-vaardigt. Dit onderdeel van de vordering van Havensteder wordt daarom toegewezen en de bewindvoerder wordt ertoe veroordeeld het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen. De kantonrechter begrijpt het belang dat [gedaagde] bij behoud van zijn woning heeft, maar het belang van de buren om gevrijwaard te blijven van overlast weegt zwaarder. Aan dit oordeel draagt bij dat het niet om ‘reguliere’ burenoverlast gaat (in de zin van bijvoorbeeld ‘enkel’ geluidsoverlast), maar dat het door met name de gewapende overval verder gaat dan dat. [gedaagde] betwist niet dat de gewapende overval het gevolg is van zijn drugspraktijken zoals Havensteder onder randnummer 8 van haar dagvaarding stelt. De gewapende overval, in combinatie met constant kortdurend bezoek aan [gedaagde] van figuren die op het oog niets te zoeken hebben in de buurt, tasten het gevoel van veiligheid van de buren in hogere mate aan dan wanneer ‘slechts’ sprake zou van ‘reguliere burenover-last’.

4.9

De bewindvoerder is de in het ongelijk gestelde partij en wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure. Hoewel Havensteder niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering tegen [gedaagde], ziet de kantonrechter geen aanleiding Havensteder te veroorde-len in de door [gedaagde] gemaakte kosten. Zoals reeds onder 4.2 besproken, wordt ervan uitgegaan dat het door [gedaagde] gevoerde verweer, eigenlijk het verweer van de bewind-voerder is.

4.10

Dit vonnis wordt zoals Havensteder vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat de bewindvoerder aan de veroordelingen moet voldoen, ook als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart Havensteder niet-ontvankelijk in haar vordering tegen [gedaagde];

ontbindt de huurovereenkomst tussen Havensteder en [gedaagde] voor de woning aan de [straat-en plaatsnaam] en veroordeelt de bewindvoerder om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege [gedaagde] daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van Havensteder te stellen;

veroordeelt de bewindvoerder in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van Havensteder vastgesteld op € 105,00 aan kosten voor de dagvaarding, € 117,00 aan griffierecht en € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van € 250,00 per punt);

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

686