Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:10055

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-11-2018
Datum publicatie
18-12-2018
Zaaknummer
7309214 VV EXPL 18-486
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Schorsing concurrentiebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-1404
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7309214 VV EXPL 18-486

uitspraak: 27 november 2018 (bij vervroeging)

vonnis in kort geding van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[Naam eiser] ,

wonende te Gouda,

eiser bij dagvaarding van 8 november 2018,

gemachtigde: mr. M.W. Renzen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijf 1] ,

statutair gevestigd te Delft,

gedaagde,

gemachtigden: mr. H.M.J. Bogaard en mr. M.C.E. Peels.

Partijen worden hierna nader aangeduid als “ [eiser] ” en “ [bedrijf 1] ”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende procestukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    de dagvaarding, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    de nader overgelegde producties aan de zijde van [eiser] ;

  • -

    de pleitaantekeningen aan de zijde van [eiser] en [bedrijf 1] .

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 november 2018. [eiser] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde mr. M.W. Renzen. Namens [bedrijf 1] is verschenen dhr. [vertegenwoordiger] , bijgestaan door de gemachtigden mr. H.M.J. Boogaard en

mr. M.C.E. Peels. Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten (nader) toegelicht.

Van hetgeen ter zitting is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3

De uitspraak van het vonnis is (nader) bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

In het kader van de onderhavige procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1

[bedrijf 1] drijft een onderneming die actief is op het vlak van ontwikkeling en productie van chromatografie-analysatoren voor gas-, nafta- en benzinestromen in de raffinage van ruwe olie. [bedrijf 1] levert voorts technologie voor residuenanalyse voor de koolwaterstof industrie. [bedrijf 1] maakt onderdeel uit van de Amerikaanse beursgenoteerde onderneming Roper Technologies.

2.2

[eiser] is op 1 mei 2016 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij [bedrijf 1] in de functie van Technical Product Manager Elemental Analysis. Met ingang van 1 mei 2017 hebben partijen een arbeidsovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd. Op de arbeidsovereenkomst is een arbeidsvoorwaardenreglement van toepassing.

2.3

In artikel 13 van de arbeidsovereenkomst is een geheimhoudingbeding opgenomen dat luidt als volgt:

13 Geheimhouding

Werknemer zal zowel tijdens het dienstverband als na de beëindiging van deze arbeidsovereenkomst geheimhouding betrachten ten aanzien van alle vertrouwelijke informatie die aan hem bekend is betreffende de Werkgever. Deze geheimhoudingsplicht strekt zich uit tot alle vertrouwelijke informatie omtrent de aan de Werkgever gelieerde ondernemingen, cliënten en andere zakelijke relaties van de Werkgever.

13.1

Vertrouwelijke informatie betreft alle informatie die nog niet openbaar is gemaakt.

2.4

In artikel 16 van de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen dat luidt als volgt:

16 Concurrentiebeding

Het is Werknemer verboden zonder schriftelijke toestemming van de Werkgever gedurende een periode van een jaar na beëindiging van de dienstbetrekking een zaak, gelijksoortig of aanverwant aan het bedrijf van de Werkgever te vestigen, te drijven, mede te drijven of te doen drijven, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak een belang te hebben, daarin of daarvoor op enige wijze werkzaam te zijn, al dan niet in dienstverband, hetzij tegen vergoeding hetzij om niet, of om daarin een aandeel te hebben, tenzij het aandelen betreft die aan een erkende beurs worden verhandeld en het bezit niet meer is dan 5%.

16.1

Het concurrentiebeding is niet van toepassing wanneer de arbeidsovereenkomst door de Werkgever op schadeplichtige wijze wordt beëindigd.

2.5

In artikel 17 van de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding opgenomen dat luidt

als volgt:

17 Relatiebeding

Tijdens het dienstverband alsook voor een periode van één jaar na de datum waarop de arbeidsovereenkomst is beëindigd, zal Werknemer zich weerhouden van:

i. het werven van personen die in loondienst zijn van de Werkgever of een aan de Werkgever gelieerde onderneming, of personen die in dienst hiervan waren tijdens het dienstverband van Werknemer.

ii. het benaderen van commerciële relaties of het aangaan van een commerciële relatie met personen of entiteiten die een cliënt zijn van de Werkgever of een aan de Werkgever gelieerde onderneming op de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt en waarmee de Werknemer persoonlijk contact heeft of heeft gehad, zelfs indien dergelijke contact is geïnitieerd door deze klanten of relaties.

2.6

[eiser] heeft van [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) een aanbod gekregen om per 1 december 2018 in dienst te treden in de functie van Business Development Manager Environmental. De Business Development Manager Environmental maakt onderdeel uit van het MT.

2.7

De functiebeschrijving van Business Development Manager Environmental luidt

- voor zover van belang - als volgt:

Responsibilities of the Product Manager

You will be the expert in elemental analysis equipment. This means that you will predict what the needs in elemental analyzers in the industry will be. Together with R&D you will start the development of new (or modified) equipment.

As a Product Manager Elemental Analysis in a growing, worldwide leading company, you will plan, organize, and control multiple assigned product lines.

From conceptual stages through product life cycles to optimize profit and meet marketing, financial, and corporate growth objectives by performing the following duties. (…)

2.8

[eiser] heeft [bedrijf 1] per e-mail van 11 oktober 2018 geïnformeerd over het aanbod van [bedrijf 2] . [eiser] heeft daarbij tevens verzocht om ontheffing van het concurrentiebeding. [bedrijf 1] heeft in reactie daarop aan [eiser] een aanbod tot promotie gedaan met een daarbij behorende salarisverhoging van € 25.000,00 bruto.

2.9

Nadat [eiser] op 16 oktober 2018 aan [bedrijf 1] heeft laten weten niet op het aanbod te willen ingaan is hij door [bedrijf 1] op non-actief gesteld. [eiser] diende daarbij zijn laptop, telefoon en creditcard in te leveren. Daarnaast is de toegangspas van

[eiser] geblokkeerd en is zijn toegang tot alle systemen en documenten geblokkeerd.

2.10

[bedrijf 1] heeft zich (uiteindelijk) bij brief van 24 oktober 2018 aan (de gemachtigde van) [eiser] - kort gezegd - op het standpunt gesteld dat zij het concurrentiebeding zal handhaven.

2.11

Bij e-mail van 24 oktober 2018 aan [bedrijf 1] heeft (de gemachtigde van)

[eiser] aangekondigd dat hij die dag rond 13.30 uur op het werk zou verschijnen om zijn werkzaamheden te hervatten. Nadat [eiser] op het werk is verschenen heeft [bedrijf 1] hem opnieuw op non-actief gesteld. [eiser] heeft vanaf 24 oktober 2018 geen werkzaamheden meer voor [bedrijf 1] verricht.

3 Het geschil

3.1

[eiser] heeft bij wege van voorlopige voorziening gevorderd primair het in artikel 16 van de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding voor de overeengekomen duur van een jaar te schorsen en subsidiair [bedrijf 1] te bevelen [eiser] binnen vierentwintig uur na betekening van het vonnis onvoorwaardelijk en volledig tot zijn eigen werkzaamheden toegang te geven en om in dat kader alle relevante systemen waartoe

[eiser] in de normale uitoefening van zijn werkzaamheden toegang toe had open te stellen, een en ander op straffe van een dwangsom van € 25.000,00 per dag,

3.2

Tegen de achtergrond van de onder 2. weergegeven vaststaande feiten heeft [eiser] - kort en zakelijk weergegeven - het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd.

[eiser] wenst een volgende stap in zijn carrière en ontwikkeling te maken en hij beoogt in dienst te treden bij [bedrijf 2] in de functie van Business Development Manager Environmental. [eiser] kan daarmee zijn positie aanmerkelijk verbeteren. [eiser] wordt in zijn recht op vrije arbeidskeuze aanzienlijk belemmerd door het concurrentiebeding waaraan [bedrijf 1] hem onverkort wenst te houden.

3.2.1

[eiser] stelt voorts dat de markt waarin [bedrijf 1] zich begeeft met analyseapparatuur voor de petrochemische industrie wordt gedomineerd door maar enkele spelers, waaronder [bedrijf 1] . Een beroep op het concurrentiebeding betekent dan ook feitelijk een beroepsverbod. Binnen [bedrijf 2] zal [eiser] zich op geen enkele wijze gaan bezighouden met de petrochemische industrie of de producten die (mede door hem) binnen [bedrijf 1] zijn ontwikkeld. De functie richt zich juist op een andere tak van sport, namelijk die van de ontwikkeling van water analyse producten. [bedrijf 1] is niet actief in de water/milieu branche. Het bedrijfsdebiet van [bedrijf 1] wordt verder beschermd door het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding. [eiser] zal deze bedingen ten volle respecteren en hij zal geen vertrouwelijk of concurrentiegevoelige informatie delen, voor zover hij daarover al beschikt. [eiser] heeft zich ook steeds bereid verklaard tot het maken van aanvullende afspraken.

3.2.2

In een afweging van de betrokken belangen dient het belang van [eiser] te prevaleren boven het gestelde belang van [bedrijf 1] . Het enige belang van [bedrijf 1]

is de wens om [eiser] als werknemer te behouden, hetgeen geen rechtens te respecteren belang is. [eiser] heeft door zijn studie en door zijn werkzaamheden bij twee concurrenten van [bedrijf 1] kennis en kunde opgedaan. Er is daarmee geen sprake van binnen [bedrijf 1] opgedane kennis die bescherming behoeft. [bedrijf 1] heeft niets in [eiser] geïnvesteerd ten aanzien van scholing en opleiding. De markt waarop [eiser] voor [bedrijf 1] actief is geweest is zeer transparant, waardoor alle producten, de werking, de prijs, de technische werking en de mogelijkheden bekend zijn.

3.3

[bedrijf 1] concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser] , met dien verstande dat [bedrijf 1] zich in het geval van integrale afwijzing van de primaire vordering bereid heeft verklaard tot volledige tewerkstelling van [eiser] .

3.3.1

[bedrijf 1] heeft daartoe - kort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

[bedrijf 1] heeft een gerechtvaardigd en zwaarwegend belang bij handhaving van het concurrentiebeding. Zowel [bedrijf 1] als [bedrijf 2] zijn ondernemingen die zich bezighouden met het ontwikkelen, produceren en wereldwijd verkopen van laboratorium apparatuur en zij zijn elkaars directe concurrenten op het gebied van Elemental Analyzer producten en zijn actief in dezelfde markt. Een eventuele overstap van [eiser] naar [bedrijf 2] valt dus onder de reikwijdte van het concurrentiebeding. [bedrijf 1] wenst niet zo zeer de technologie zelf te beschermen als wel de op grond daarvan door

[bedrijf 1] ontwikkelde producten en de zeer concurrentiegevoelige informatie die daarmee verband houdt. [bedrijf 1] kan competitieve voordelen behalen onder meer op het vlak van nauwkeurigheid, herhaalbaarheid, reproduceerbaarheid, lagere detectiegrenzen, gebruiksvriendelijkheid, de grootte van het product en de prijs.

3.3.2

[bedrijf 1] stelt voorts dat [eiser] zich binnen [bedrijf 1] bezighield met het ontwikkelen van analyse apparatuur, waaronder een product dat juist is ontworpen om te concurreren met [bedrijf 2] . Door de ruime kennis van [eiser] van de zeer specifieke bedrijfsmatige en marktgevoelige informatie die [eiser] bij [bedrijf 1] heeft opgedaan, bestaat voor [bedrijf 1] een reële grond om concurrentie te vrezen en heeft zij een zwaarwegend belang bij bescherming van haar bedrijfsdebiet. Door een overstap van [eiser] naar [bedrijf 2] zal [bedrijf 1] in haar concurrentiepositie worden geschaad. Ook in het geval [eiser] zich binnen [bedrijf 2] niet bezig zal houden met producten die door [bedrijf 1] worden geproduceerd en verkocht kan hij gebruik maken van de kennis en kunde die hij binnen [bedrijf 1] heeft opgedaan.

[eiser] zou zich als Business Development Manager Environmental bovendien als lid van het managementteam bemoeien met de commerciële strategie en de productontwikkeling binnen [bedrijf 2] als geheel. Het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding bieden onvoldoende bescherming en verzekeren niet voldoende dat [eiser] geen concurrerende werkzaamheden zal uitoefenen en zijn binnen [bedrijf 1] opgedane kennis en kunde kan inzetten bij [bedrijf 2] .

3.3.3

[eiser] wordt niet onbillijke benadeeld door het concurrentiebeding. Partijen zijn bewust bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding overeengekomen en de duur van één jaar is een redelijke duur. [eiser] wenst zelf zijn dienstverband bij [bedrijf 1] te beëindigen, terwijl hij ook binnen [bedrijf 1] voldoende carrièremogelijkheid heeft. [eiser] kan met zijn opleiding en ervaring bij ieder non-concurrerend bedrijf buiten de markt gaan werken en in zoverre is geen sprake van een beroepsverbod. Dat de markt waarin [bedrijf 1] opereert wordt gedomineerd door enkele grote spelers doet het belang van [bedrijf 1] tot bescherming van haar bedrijfsdebiet alleen maar zwaarder wegen.

3.4

De overige stellingen van partijen worden - voor zover voor de uitkomst van deze procedure van belang - bij de beoordeling betrokken.

4 De beoordeling

4.1

Met de stelling van [eiser] dat hij een hem aangeboden dienstverband bij [bedrijf 2] niet kan accepteren door de gestelde werking van het concurrentiebeding is het voor deze procedure vereiste spoedeisend belang gegeven.

4.2

In dit kort geding dient, mede op basis van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiser] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Meer in het bijzonder draait het om de vraag of te verwachten valt of de kantonrechter in een bodemprocedure het concurrentiebeding (al dan niet in volle omvang) in stand zal laten. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

4.3

Tussen partijen is niet in geschil dat zij bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur een rechtsgeldig non-concurrentiebeding zijn overeengekomen. Voorop wordt gesteld dat een dergelijk beding naar zijn aard bezwarend is voor een uit dienst tredende werknemer, omdat deze daardoor wordt beperkt in zijn mogelijkheden om met de persoonlijk door hem verworven kennis en ervaring in zijn levensonderhoud te voorzien. Om die reden kan een concurrentiebeding door de (bodem)rechter geheel of gedeeltelijk worden vernietigd op de grond dat het in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever voor de werknemer onbillijk nadeel met zich brengt. Het grootste belang van een werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding is de bescherming van haar bedrijfsdebiet.

4.4

Binnen dit kort geding is voldoende aannemelijk geworden dat [bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn aan te merken als concurrenten van elkaar. Hoewel partijen van mening verschillen over de vraag of [bedrijf 1] en [bedrijf 2] in afgescheiden markten, dan wel in markten met een aanzienlijke overlap opereren is niet in geschil dat zij in ieder geval beiden met hun Elemental Analyzer producten actief zijn op de olie en gas markt. In zoverre zal de indiensttreding van [eiser] bij [bedrijf 2] als een inbreuk op het concurrentiebeding kwalificeren. Dat [bedrijf 1] op dezelfde wijze als [bedrijf 2] opereert op de environmental markt, meer in het bijzonder de markt waarin meetapparatuur wordt ontwikkeld en verkocht waarmee de kwaliteit en bepaalde bestanddelen in het water worden getest, is door [bedrijf 1] in het licht van de betwisting van [eiser] onvoldoende nader en concreet onderbouwd. [eiser] heeft aangevoerd dat hij zich binnen [bedrijf 2] bezig zal gaan houden met meetapparatuur voor wateranalyse, producten die door [bedrijf 1] niet worden ontwikkeld, met de daarbij behorende externe contacten. Op geen enkele wijze wil en zal [eiser] zich bezig gaan houden met bedrijven in de petrochemische industrie. De nieuw te bekleden functie zal dus qua inhoud en werkzaamheden slechts een gedeeltelijke overlap kennen met de functie die [eiser] bij [bedrijf 1] vervult.

4.5

[bedrijf 1] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij, ondanks de volledige handhaving van het geldende geheimhoudings- en relatiebeding, door de indiensttreding van [eiser] bij Trace [bedrijf 1] een zodanig groot belang heeft bij onverkorte handhaving van het concurrentiebeding, dat het belang van [eiser] daarvoor moet wijken.

[eiser] heeft herhaaldelijk aangevoerd dat hij bij zijn nieuwe werkgever strikte geheimhouding zal betrachten, dat hij zich ten volle gebonden acht aan het geheimhoudingsbeding zoals opgenomen in artikel 13 van de arbeidsovereenkomst en het relatiebeding zoals opgenomen in artikel 17 van de arbeidsovereenkomst en dat hij bereid is nadere afspraken met [bedrijf 1] te maken, zodat [bedrijf 1] haar belangen nog beter kan beschermen. De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de toezeggingen van [eiser] . Voor zover het belang van [bedrijf 1] is gelegen in geheimhouding van bedrijfsinformatie en behoud van haar relaties worden deze belangen voldoende beschermd door het geheimhoudingsbeding en het relatiebeding.

4.6

[bedrijf 1] heeft zich uitdrukkelijk op het standpunt gesteld dat zij niet zo zeer de technologie zelf, als wel de op grond daarvan ontwikkelde producten en processen en concurrentiegevoelige informatie wenst te beschermen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [bedrijf 1] nader toegelicht dat de kennis en kunde van [eiser] en de zeer specifieke bedrijfsmatige- en marktgevoelige informatie die hij zou hebben opgedaan met name betrekking heeft op de hardware van de (mede door van [eiser] ) ontwikkelde “ [softwarepakket] ” analyseapparatuur, meer in het bijzonder de wijze waarop de technologie wordt ingebed in de apparatuur. Ten aanzien van de inhoud van die kennis en informatie heeft [bedrijf 1] zich voornamelijk beperkt tot het hanteren van algemene bewoordingen zonder daarbij te concretiseren wat die specifieke kennis inhoudt en waarom die kennis als bedrijfsgevoelige informatie heeft te gelden. Vast is immers komen te staan dat het “ [softwarepakket] ” product is uitontwikkeld, vrij op de markt verkrijgbaar is en dat ook concurrenten van [bedrijf 1] andere versies van de analyseapparatuur met dezelfde technologie op de markt hebben gebracht. Daarmee kunnen concurrenten, een en ander zoals door [eiser] ter zitting terecht is gesteld, ongehinderd over het product en de hardware beschikken, hetgeen losstaat van de kennis en kunde van [eiser] .

Voor zover [bedrijf 1] meent dat zij zwaarwegende belangen heeft bij strikte geheimhouding ten aanzien van de hardware had zij haar producten met intellectuele eigendomsrechten kunnen beschermen. [bedrijf 1] heeft daarvoor bewust niet gekozen en zij wordt geacht vooraf de consequenties daarvan te hebben overzien. Voorts is niet, dan wel niet voldoende, gebleken dat verder sprake is van concrete, specialistische en geheime vakkennis die door [eiser] binnen [bedrijf 1] is opgedaan die bescherming behoeft door middel van het concurrentiebeding. [eiser] heeft ter zitting als onweersproken gesteld dat hij naast zijn opleiding ruim zes jaar bij twee concurrenten van [bedrijf 1] heeft gewerkt en dat hij daar zijn kennis en kunde heeft opgedaan en dat hij geen opleidingen heeft gedaan sinds hij in dienst is getreden bij [bedrijf 1] .

4.7

De kantonrechter acht het, gelet op de inhoud van de functieomschrijving in combinatie met een (bescheiden) hoger salaris en het feit dat [eiser] zal toetreden tot het managementteam, voldoende aannemelijk dat [eiser] met zijn indiensttreding bij

[bedrijf 2] zijn positie zal kunnen verbeteren. Dat [bedrijf 1] inmiddels een promotieaanbod met een substantiële salarisverhoging aan [eiser] heeft gedaan maakt dit niet anders, omdat [eiser] heeft toegelicht het door [bedrijf 1] voorgehouden carrièreperspectief niet aantrekkelijk te vinden, omdat hij zich niet langer kan vinden in de sfeer en de wijze waarop leiding wordt gegeven na het vertrek van diverse collega’s (waaronder de CEO en CFO) en omdat hij zijn kennis en know how op een ander vlak wil inzetten.

4.8

Bovenstaande belangenafweging leidt tot het voorlopig oordeel dat [eiser] in dit geval onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding en dat het voldoende aannemelijk is dat het beding in een bodemprocedure zal worden vernietigd. Op grond hiervan is schorsing van het concurrentiebeding bij wijze van voorlopige voorziening in deze procedure thans gerechtvaardigd.

4.9

Nu de primaire vordering tot schorsing van het concurrentiebeding wordt toegewezen behoeft de subsidiaire vordering ten aanzien van de wedertewerkstelling geen nadere bespreking en beoordeling meer.

4.10

[bedrijf 1] moet als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt en zal in de proceskosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

de kantonrechter,

rechtdoende in kort geding:

schorst het in artikel 16 opgenomen arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding met ingang van heden;

veroordeelt [bedrijf 1] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van

[eiser] begroot op € 177,01 aan verschotten en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

829