Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:10049

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
07-12-2018
Zaaknummer
15.2625 en 15.2626 EA
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Tekortkomingen: schuldenaren komen meerdere keren met enkele verbeteringen op het laatste moment. Niet voldoende

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

tussentijdse beëindiging

insolventienummer: [Nummers]

uitspraakdatum: 21 november 2018

Bij vonnis van deze rechtbank van 7 december 2015 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam 1] en [naam 2],

[adres]

[woonplaats]

schuldenaren,

bewindvoerder: N.T. van den Deijssel.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 21 juni 2018 met dit verzoek ingestemd.

De bewindvoerder heeft op 2 augustus 2018 een laatste stand van zaken aan de rechtbank doen toekomen.

De bewindvoerder en schuldenares zijn gehoord ter terechtzitting van 9 augustus 2018. Schuldenaar is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen. De rechtbank heeft de zaak aangehouden tot 7 november 2018 en een proces-verbaal van de gemaakte afspraken aan partijen doen toekomen.

De bewindvoerder heeft op 2 november 2018 een laatste stand van zaken aan de rechtbank doen toekomen.

De waarnemend bewindvoerder en schuldenaren zijn gehoord ter terechtzitting van

7 november 2018.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

Ten tijde van de voordracht

Als grond voor de voordracht tot tussentijdse beëindiging is aangevoerd dat schuldenaren niet voldoen aan de informatieverplichting en de afdrachtverplichting. Daarnaast hebben schuldenaren een nieuwe schuld laten ontstaan. In het dossier van de bewindvoerder ontbreken meerdere stukken. Er is een geschatte achterstand van € 4.177,51 en de bewindvoerder heeft vernomen dat schuldenaren een betalingsachterstand bij Ziggo hebben laten ontstaan van € 297,13.

Ten tijde van de laatste stand van zaken van 2 augustus 2018

De bewindvoerder heeft in de laatste stand van zaken van 2 augustus 2018 vermeld dat schuldenaren de afspraken omtrent de beleggingsverzekering bij Aegon niet zijn nagekomen. Tijdens het verhoor van 16 november 2017 is afgesproken dat de beleggingsverzekering afgekocht dient te worden. Schuldenaren zijn verzocht een verzoek in te dienen bij Aegon voor afkoop van de verzekering en de stukken naar de bewindvoerder toe te zenden. De verzochte stukken zijn niet door de bewindvoerder ontvangen. Voorts houden schuldenaren zich nog altijd niet aan hun informatieverplichting; in het dossier van de bewindvoerder ontbreekt immers nog steeds een aantal stukken. Het is de bewindvoerder onbekend hoe hoog de schuld aan Ziggo thans is. De geschatte boedelachterstand bedraagt nu € 4.247,53.

Ten tijde van de terechtzitting van 9 augustus 2018

Ter terechtzitting van 9 augustus 2018 is een aantal afspraken gemaakt. De rechtbank verwijst voor de gemaakte afspraken naar het proces-verbaal van de zitting van 9 augustus 2018. De behandeling van de voordracht wordt voortgezet ter zitting van 7 november 2018.

Ten tijde van de laatste stand van zaken van 2 november 2018

De bewindvoerder heeft in haar laatste stand van zaken van 2 november 2018 vermeld dat zij geen stukken heeft ontvangen met betrekking tot de beleggingsverzekering bij Aegon. Schuldenaren hebben tevens verzuimd om aan de informatieverplichting te voldoen, ondanks meerdere verzoeken van de bewindvoerder. De betalingsachterstand bij Ziggo bedraagt nog € 297,13. Er is tot op heden geen betaalbewijs of een kopie van de door schuldenaren afgesproken betalingsregeling overlegd. De geschatte boedelachterstand bedraagt thans € 9.331,90.

Ten tijde van de zitting van 7 november 2018

Schuldenares heeft ter zitting bevestigd dat zij geen van de op 9 augustus 2018 gemaakte afspraken zijn nagekomen. Schuldenares kreeg in oktober 2018 een hartkatheterisatie, waar zij thans herstellende van is. De periode daarvoor was schuldenaar ziek. Ze moesten voor hem naar de oogarts, de dermatoloog etc. Schuldenares zal voorts nog meer onderzoeken moeten ondergaan. Haar hartslag is niet goed; er is sprake van een geboren hartafwijking. Na de hartkatheterisatie was een hersteloperatie nodig. Schuldenares verklaart dat het een zware situatie is waar ze zich in bevinden. Ze zitten niet goed in hun vel, de zorglasten zijn zwaar. Schuldenares moet ook als mantelzorger voor haar vader en dochter zorgen. Ze kan zich er niet toe zetten om de dagen normaal door te komen, laat staan de verplichtingen van de WSNP na te komen. Daarnaast heeft schuldenares verklaard dat zij de gevraagde informatiestukken een dag voor de zitting bij elkaar heeft gezocht en heeft meegenomen naar de zitting. Deze stukken heeft zij tevens doorgestuurd naar de bewindvoerder.

Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij altijd heeft doorgewerkt, ook al is hij ziek. Hij heeft onder andere last van zijn oren, maar hij werkt wel.

De waarnemend bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat zij alle begrip heeft voor de situatie waarin schuldenaren zich bevinden. Echter, de hartoperatie van schuldenares heeft plaatsgevonden in oktober 2018 terwijl de afspraken al in augustus 2018 waren gemaakt. De bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat schuldenaren direct na de zitting van

9 augustus 2018 actie hadden moeten ondernemen. Bovendien stelt de bewindvoerder dat de ziekte van meneer hem er niet in zou moeten belemmeren om een avond vrij te maken om de gevraagde stukken bij elkaar te zoeken en aan de bewindvoerder te doen toekomen. Op de ochtend van de zitting kunnen de gevraagde stukken opeens wel worden toegezonden. De waarnemend bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat schuldenaren voldoende kansen hebben gehad. Meerdere afspraken worden niet nagekomen. De bewindvoerder heeft er geen vertrouwen in dat schuldenaren bij een extra kans de verplichtingen wel na zullen komen.

3 De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 85.204,37 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaren toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.

Schuldenaren zijn tekortgeschoten in de nakoming van de informatieverplichting. Op de dag van de zitting heeft de bewindvoerder een pakket aan stukken ontvangen. Het is nog niet duidelijk of de bewindvoerder alle benodigde stukken ontvangen heeft.

Voorts is sprake van een betalingsachterstand bij Ziggo van € 297,13. Schuldenaren hebben deze schuld niet weersproken ter zitting. Noch hebben zij vóór de zitting betalingsbewijzen dan wel een bewijs van een betalingsregeling overgelegd.

Daarnaast hebben schuldenaren een geschatte boedelachterstand laten ontstaan van

€ 9.331,90.

Vaststaat dat schuldenaren de afspraken zoals gemaakt tijdens de eerdere behandeling van de voordracht tot tussentijdse beëindiging van 9 augustus 2018 niet zijn nagekomen. Schuldenaren hadden tijdens de behandeling van 9 augustus 2018 een laatste kans gekregen om de zaken op orde te krijgen. Ter zitting zijn duidelijke afspraken gemaakt, welke zijn vastgelegd in een proces-verbaal. Schuldenaren hadden hier direct na de zitting van

9 augustus 2018 mee aan de slag moeten gaan. De operatie van schuldenares heeft plaatsgevonden in oktober 2018. De rechtbank is van oordeel dat schuldenaren vóór de operatie tijd genoeg hadden om de afspraken na te komen. De rechtbank neemt in haar oordeel mee dat schuldenaren al vanaf het tweede openbaar verslag van 7 juni 2016 hun verplichtingen niet naar behoren nakomen.

Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaren niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaren, in elk geval na het verhoor door de rechter-commissaris van 16 november 2017 en de eerdere behandeling van de voordracht tot tussentijdse beëindiging van 9 augustus 2018, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moeten zijn geweest. Bovendien is zowel bij het verhoor als bij de eerdere behandeling van de voordracht tot tussentijdse beëindiging afgesproken dat schuldenaren budgetbeheer aan zullen vragen. Ten tijde van de zitting van 7 november 2018 hebben schuldenaren nog geen budgetbeheer. Schuldenaren zijn er meermaals op gewezen dat budgetbeheer nodig is om de regeling tot een geslaagd einde te brengen. De verantwoordelijkheid voor het aanvragen van budgetbeheer ligt echter bij schuldenaren zelf.

De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet (hierna: Fw).

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.

De rechtbank zal, gelet op het tussenvonnis van 21 april 2016, een beslissing nemen ten aanzien van de kosten van de medische keuring.

4 De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.789,30;

- stelt vast, gelet op het tussenvonnis van 21 april 2016 dat de kosten van de keuring ten laste van de boedel komen voor zover de boedel toereikend is en voor het overige ten laste van de staat.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van

mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 november 2018.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.