Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9985

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
03-01-2018
Zaaknummer
6351334 VZ VERZ 17-25072
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

doormailen bedrijfsinformatie naar e-mailadres echtgenote

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0039

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6351334 VZ VERZ 17-25072

uitspraak: 19 december 2017

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [plaatsnaam],

verzoeker,

gemachtigde mr. E.W. Kingma te Leeuwarden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Brands Structural Products B.V.,

tevens h.o.d.n. MC Technics,

gevestigd te Stellendam,

verweerster,

gemachtigde mr. A.A.M. Hoogveld te Maastricht.

Partijen worden aangeduid als [verzoeker] en MC Technics.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kantonrechter beslist op de volgende processtukken:

- het verzoekschrift dat ter griffie is binnengekomen op 28 september 2017;

- het verweerschrift, tevens houdend (voorwaardelijk) tegenverzoek;

- de akte aanvulling (voorwaardelijk) tegenverzoek;

- de overgelegde producties;

- de pleitnotities van mr. Kingma;

- de pleitnotities van mr. Hoogveld.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 november 2017. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. [verzoeker] is voorts bijgestaan door zijn echtgenote en zijn vader. Namens MC Technics is voorts verschenen [J.], managing director. De griffier heeft aantekeningen gehouden van het ter zitting besprokene.

1.3.

De datum van de uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.

Omschrijving van het geschil

2 De vaststaande feiten

2.1.

Als gesteld door de ene partij en niet of onvoldoende weersproken door de andere partij, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2.

[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1983, is op 1 april 2014 als commercieel vertegenwoordiger in dienst getreden van MC Technics, een groothandel in chemische grondstoffen en chemicaliën. Het laatstgenoten salaris van [verzoeker] bedroeg € 3.550,- bruto per maand, exclusief emolumenten. Begin 2017 heeft [verzoeker] ook de verantwoordelijkheid gekregen voor de klanten bij de zogenaamde “advanced composites”.

2.3.

De arbeidsovereenkomst bevat een geheimhoudingsbeding (artikel 11) waarin het –samengevat- [verzoeker] wordt verboden om zowel gedurende als na afloop van de arbeidsovereenkomst op enigerlei wijze aan derden, direct of indirect, in welke vorm ook, enige mededeling te doen van of aangaande hetgeen bij de uitoefening van de functie te zijner kennis is gekomen in verband met de zaken en belangen van werkgever en van met deze gelieerde ondernemingen. De geheimhouding omvat ook alle kennis van clienten en andere relaties van MC Technics, waarvan [verzoeker] uit hoofde van zijn functie kennis heeft genomen.

2.4.

De arbeidsovereenkomst bevat tevens een non-concurrentie- en relatiebeding (artikel 13) voor de duur van twee jaar na beeindiging van het dienstverband (hierna: het concurrentiebeding). In artikel 14 van de arbeidsovereenkomst is een boetebeding opgenomen voor het geval van overtreding van het geheimhoudings- c.q. het concurrentiebeding.

2.5.

In een gesprek op 24 augustus 2017 met de heer [J.], managing director, heeft [verzoeker] laten weten dat hij overwoog om zijn dienstverband bij MC Technics te beëindigen en daarbij –onder andere- de mogelijkheid genoemd dat hij bij Fatol Kunststoffen B.V. (hierna: Fatol), een directe concurrent van MC Technics, in dienst zou treden.

2.6.

Op 25 augustus 2017 heeft [verzoeker] in de marge van een bespreking in Visé (België) aan de boekhouder van MC Technics, de heer [C.], via e-mail om afnamecijfers over 2017 gevraagd van zijn eigen klanten en even later om de margegegevens van zijn eigen “Top 10-klanten”. [C.] heeft daarop de gehele klantenlijst van MC Technics aan [verzoeker] verstrekt via e-mail, inclusief de bijbehorende afnamecijfers over 2016 en 2017. [verzoeker] heeft daarop de ontvangen gegevens doorgemaild naar zijn echtgenote.

2.7.

[verzoeker] heeft op 28 augustus 2017 schriftelijk zijn vertrek bij MC Technics aangekondigd per 31 oktober 2017 wegens een aanzienlijke salarisverbetering elders.

2.8.

Op 31 augustus 2017 vernam MC Technics van een derde dat [verzoeker] in dienst wilde treden bij Fatol. Op 1 september 2017 is [verzoeker] op non-actief gesteld en heeft hij zijn bedrijfs-PC en iPad moeten afgeven aan MC Technics.

2.9.

In een brief van 4 september 2017 heeft MC Technics aan [verzoeker] voorgehouden dat deze in strijd met het non-concurrentiebeding handelde door met Fatol in zee te gaan. Voorts wordt in de brief melding gemaakt van de ontdekking –kort voor de brief- door MC Technics van het doormailen door [verzoeker] van het gehele klantenbestand met vertrouwelijke afnamegegevens naar het e-mailadres van diens echtgenote, op 25 augustus 2017. In verband daarmee geeft MC Technics in de brief aan het onderzoek daarnaar nog niet te hebben afgerond, en uiterlijk op 5 september 2017 antwoord te willen hebben op een aantal specifieke vragen. In afwachting van de reactie van [verzoeker] zou MC Technics zich beraden over de arbeidsrechtelijke consequenties van het gedrag van [verzoeker].

2.10.

[verzoeker] is op 7 september 2017 ontslagen op staande voet. In de brief van deze datum aan [verzoeker] geeft MC Technics hiervoor de volgende redenen:

-het op 25 augustus 2017 per e-mail doorsturen naar de echtgenote van [verzoeker] van zeer vertrouwelijke documenten met essentiële en zeer concurrentiegevoelige informatie;

-het per e-mail van 29 mei 2017 doorsturen van een klant (Cirrus) naar een concurrent, Fatol;

-het in strijd met de geldende geheimhoudingsverplichting deelgenoot maken van een belangrijke klant van MC Technics (het bedrijf Jules Dock) van de overstap van [verzoeker] naar Fatol, waardoor [verzoeker] het risico heeft gecreëerd dat de zakelijke relatie tussen MC Technics en Jules Dock wordt beëindigd of onder druk komt te staan.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

- MC Technics te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 6.161,49 bruto;

- MC Technics te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.615,- bruto;

- MC Technics te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 25.000,- bruto;

- te verklaren voor recht dat MC Technics geen rechten kan ontlenen aan het concurrentiebeding van artikel 13;

- MC Technics te veroordelen tot betaling van een eindafrekening (niet-genoten vakantiedagen en vakantietoeslag pro rato), met een deugdelijke bruto-/nettospecificatie;

- MC Technics te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag, dat aan het gegeven ontslag op staande voet geen dringende reden ten grondslag ligt. Tevens is het ontslag niet onverwijld gegeven. Omdat onregelmatig is opgezegd, heeft [verzoeker] recht op de wettelijke schadevergoeding. Daarnaast maakt hij aanspraak op de transitievergoeding. [verzoeker] lijdt door de handelwijze van MC Technics inkomensschade. MC Technics dient een billijke vergoeding te betalen. Omdat MC Technics ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door [verzoeker] te ontslaan, kan zij geen rechten ontlenen aan het concurrentiebeding (7:653 lid 4 BW).

4 Het verweer en het (voorwaardelijk) tegenverzoek

4.1.

MC Technics concludeert tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker]. Deze heeft gehandeld in strijd met het concurrentiebeding en het geheimhoudingsbeding. [verzoeker] was van plan in dienst te treden van Fatol en daarnaast heeft hij reeds op 29 mei 2017 een klant (Cirrus) naar Fatol doorverwezen voor een bepaald product, terwijl MC Technics een vergelijkbaar product ook verkocht. Bovendien heeft [verzoeker] de heer [M.] van de klant Jules Dock op de hoogte gebracht van zijn aanstaande vertrek, nog voordat MC Technics was geïnformeerd. Daardoor is het risico ontstaan dat Jules Dock (een grote klant) bij MC Technics zou vertrekken. Kort na 1 september 2017 heeft MC Technics door onderzoek van de bedrijfs-PC en de iPad van [verzoeker] ontdekt dat zeer gevoelige bedrijfsgegevens door [verzoeker] waren doorgemaild naar zijn prive-e-mail. Doordat [verzoeker] ernstig verwijtbaar heft gehandeld kan hij geen aanspraak maken op een transitievergoeding. [verzoeker] heeft zijn schade onvoldoende onderbouwd.

4.2.

Bij wijze van (voorwaardelijk) tegenverzoek verzoekt MC Technics, na wijziging daarvan, om:

- [verzoeker] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.000,- ineens als boete voor het overtreden van het geheimhoudingsbeding;

- [verzoeker] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 6.161,49;

beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente;

  • -

    [verzoeker] te verbieden om (lijsten van) namen en gegevens van klanten van MC Technics onder zich te hebben, te tonen of door te geven aan enig persoon of aan personen, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per gebeurtenis;

  • -

    [verzoeker] te verbieden om andere bedrijfsgegevens die niet openbaar zijn van MC Technics aan enige andere persoon of personen te tonen of mede te delen, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per gebeurtenis;

  • -

    [verzoeker] te gebieden om alle administratieve bescheiden en documenten die hij van MC Technics onder zich heeft, uiterlijk binnen 24 uur na betekening van de beschikking aan MC Technics ter beschikking te stellen, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.500,- voor iedere dag dat [verzoeker] hiermee in gebreke is;

  • -

    [verzoeker] te gebieden om alle administratieve bescheiden en documenten die hij van MC Technics heeft opgeslagen op zijn privécomputer of –laptop en andere gegevensdragers waartoe hij toegang heeft, zoals de gegevensdrager van zijn echtgenote, mevrouw [naam echtegenote], binnen 24 uur na betekening van de beschikking te vernietigen op eigen kosten, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.500,- voor iedere dag dat [verzoeker] hiermee in gebreke is;

  • -

    [verzoeker] te gebieden om voor zijn rekening het bewijs van de vernietiging van de gegevens te leveren door middel van een rapport van vernietiging van een daarvoor gekwalificeerd bedrijf (zoals bijvoorbeeld DigiJuris) en te bepalen dat de werkwijze van dat bedrijf inzake het wissen van de data zal zijn als nader in het verzoek omschreven;

  • -

    voor zover de door [verzoeker] verzochte verklaring voor recht dat MC Technics geen rechten kan ontlenen aan het concurrentiebeding wordt toegewezen: [verzoeker] te verbieden, uitvoerbaar bij voorraad, om tot 1 november 2019 op enige wijze werkzaamheden te verrichten voor, dan wel op enige wijze betrokken te zijn bij Fatol Kunststoffen B.V., dan wel bij een aan deze gelieerde onderneming, op straffe van een direct en zonder nadere ingebrekestelling opeisbare dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat [verzoeker] daarmee in gebreke blijft;

  • -

    een en ander met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.

4.3.

MC Technics legt aan haar tegenverzoeken ten grondslag, dat [verzoeker] in strijd heeft gehandeld met het geheimhoudingsbeding en daarom een boete verbeurt. Tevens dient hij de bedrijfsgegevens van MC Technics te verwijderen en te vernietigen. Bovendien moet [verzoeker] aan MC Technics de vergoeding betalen die samenhangt met het gegeven ontslag op staande voet. Het is van belang, voor het geval het concurrentiebeding zijn werking verliest, dat [verzoeker] tot 1 november 2019 niet in dienst treedt van Fatol. Hij zal immers de gewraakte informatie gemakkelijk kunnen doorspelen.

5 Beoordeling van het geschil

De verzoeken van [verzoeker]

5.1.

Allereerst moet worden beoordeeld of het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet in stand kan blijven. MC Technics heeft aan dat ontslag drie redenen ten grondslag gelegd, waarvan zij stelt dat deze ook elk voor zich een dringende reden voor ontslag vormen. Deze gronden worden hieronder achtereenvolgens besproken.

5.2.

Dat [verzoeker] op 29 mei 2017 in een e-mail de klant Cirrus, toen deze vroeg naar een bepaald, welomschreven product, zou hebben verwezen naar Fatol vormt naar het oordeel van de kantonrechter op zichzelf niet een dringende reden, zeker gelet op de context zoals die door [verzoeker] is gesteld. [verzoeker] stelt dat dit specifieke product niet tot het assortiment van MC Technics behoorde en dat hij toen de naam van Fatol heeft genoemd aan Cirrus, omdat Fatol dit product wel zou leveren. Daarbij heeft [verzoeker], onderbouwd door een e-mail, gesteld dat hij vervolgens aan Cirrus aangaf dat MC Technics een soortgelijk product wel in het assortiment had, en dat Cirrus vervolgens dat product daadwerkelijk heeft afgenomen van MC Technics. Gelet op deze context heeft [verzoeker] de belangen van MC Technics voldoende behartigd en deze ook niet benadeeld door in eerste instantie de naam van Fatol te noemen.

5.3.

Een tweede verwijt dat [verzoeker] wordt gemaakt is het informeren van de klant Jules Dock (via de heer [M.]) van de aanstaande overstap naar Fatol. Dat [verzoeker] [M.] –die naast een klant ook een goede vriend van [verzoeker] was- op verschillende momenten heeft laten weten in te zijn voor een overstap naar iets anders en daarbij wellicht ook Fatol heeft genoemd, en in elk geval –vergezeld van foto’s- gesproken heeft over een mogelijke nieuwe lease-auto, is mogelijk wel verwijtbaar maar niet zodanig dat hierin een grond voor ontslag op staande voet gelegen kan zijn. Allereerst staat niet ondubbelzinnig vast dat [M.] de naam van Fatol als nieuwe werkgever te horen heeft gekregen. Daarnaast is van belang dat er een vriendschappelijke relatie tussen de twee was, zodat invoelbaar is dat [verzoeker] belangrijke drijfveren rond zijn loopbaan wilde delen. Verder behoeft de eventuele wetenschap bij [M.] van een overstap van [verzoeker] op zich nog helemaal niet te betekenen dat daarmee de zakelijke relatie tussen enerzijds Jules Dock en anderzijds MC Technics in het geding was en gevaar liep. Een en ander kan daarom niet dienen als dringende reden voor ontslag.

5.4.

Het derde feitencomplex dat voor MC Technics aanleiding is geweest voor het ontslag op staande voet is het doormailen van gevoelige bedrijfsinformatie door [verzoeker] aan diens echtgenote. Het gaat om het gehele gegevensbestand van alle klanten van MC Technics met daarbij de afnamecijfers van al die klanten over 2016 en 2017. Dat het hierbij om zeer gevoelige commerciële informatie gaat kan als vaststaand worden aangenomen. [verzoeker] stelt dat hij niet om die informatie heeft gevraagd, maar dat hij de boekhouder slechts om afnamecijfers van zijn eigen klantenbestand over 2017 had gevraagd, met daarnaast de margegegevens van zijn eigen Top 10-klanten. Hij heeft naar eigen zeggen dus veel meer ontvangen dan waarom hij had gevraagd. Dit laatste staat ook wel vast gelet op de door [verzoeker] overgelegde e-mails van 25 augustus 2017, waaruit de wat meer beperkte vraag af te leiden is. Tegelijkertijd staat ook vast dat [verzoeker] deze gegevens heeft doorgemaild op dezelfde dag naar het e-mailadres van zijn echtgenote. Hij stelt dat hij zelf ook gebruik maakt van dat e-mailadres voor privémail. Onduidelijk is dan waarom [verzoeker] de gegevens naar dat privé e-mailadres heeft doorgemaild. Hij heeft ter zitting aangegeven dat dat was omdat daaraan een printer gekoppeld was, dat het handig was zo vlak voor de bouwvakvakantie, dat hij vanuit huis werkte en dat wel vaker deed. Bovendien beschouwt hij zijn echtgenote niet als een derde. Deze argumenten overtuigen niet, allereerst omdat vanuit het perspectief van een werkgever de echtgenote als derde moet worden beschouwd, nu deze geen arbeidsrelatie met MC Technics had en het om gevoelige informatie ging. Dat ook [verzoeker] bij die informatie kon, maakt dat niet anders. Daarnaast is van belang dat [verzoeker] de dag ervoor had laten weten aan de heer [J.] dat hij erover dacht te gaan vertrekken en dat een van de mogelijkheden de concurrent Fatol was. De heer [J.] heeft hem hierop laten weten dat [verzoeker] er goed over moest nadenken en dan binnenkort moest laten weten wat hij wilde. Kort na de 25e augustus, namelijk op 28 augustus, kort na het weekend, maakte [verzoeker] bekend dat hij zou overstappen naar een nieuwe werkgever onder betere arbeidsvoorwaarden. Dat hij op de vrijdag daaraan voorafgaand, 25 augustus 2017, zeer gevoelige bedrijfsinformatie heeft doorgemaild naar zijn huisadres valt hem daarom wel degelijk te verwijten, ook als [verzoeker] toen nog niet wist dat het zo’n breed informatiepakket was. Hetzelfde geldt immers als het “alleen” was gegaan om zijn eigen klantenbestand met afname- en margecijfers. Ook dat is commercieel uiteraard heel gevoelig. Gelet op het bovenstaande gaat het in dit geval dus om een verwijtbare schending van het overeengekomen geheimhoudingsbeding. Gezien de impact die het doormailen kon hebben kon MC Technics dit in redelijkheid aanmerken als een dringende reden voor ontslag op staande voet.

5.5.

[verzoeker] stelt zich nog op het standpunt dat het ontslag niet onverwijld is gegeven, omdat MC Technics al op 4 september wist van het doormailen van de gevoelige informatie. Aan [verzoeker] moet worden toegegeven dat MC Technics inderdaad reeds in de brief van 4 september 2017 melding maakt van de “recente ontdekking”, maar tegelijkertijd staat vast dat zij daarbij aangeeft dat er nog nader onderzoek naar gedaan wordt en dat [verzoeker] wordt uitgenodigd om zich daarover uit te laten uiterlijk op 5 september 2017. Kortom: voor MC Technics stond het nog niet onomstotelijk vast. Duidelijk is geworden dat [verzoeker] zich voor het aangezegde tijdstip niet meer heeft uitgelaten, en dat MC Technics daarna op 7 september 2017 het ontslag op staande voet heeft gegeven. Gezien het bovenstaande kan MC Technics niet worden verweten dat het ontslag niet onverwijld is gegeven, omdat zij zelf immers nog onderzoek aan het doen was. Deze stelling van [verzoeker] slaagt derhalve niet. Het ontslag op staande voet moet daarmee rechtmatig worden geacht.

5.6.

Van een onregelmatig ontslag als bedoeld door [verzoeker] is derhalve geen sprake en evenmin is het ontslag aan te merken als ernstig verwijtbaar handelen van de zijde van MC Technics. Dit betekent dat de verzoeken van [verzoeker] om de wettelijke vergoeding van artikel 7:677 BW en om de billijke vergoeding worden afgewezen.

5.7.

De vraag of de verzochte transitievergoeding kan worden toegekend is afhankelijk van de vraag of [verzoeker] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Weliswaar heeft [verzoeker] slechts gevraagd om zijn eigen klantafnamecijjfers en de margegegevens van zijn eigen Top 10-klanten, maar het doormailen daarvan naar het e-mailadres van zijn echtgenote is ernstig verwijtbaar, gelet op hetgeen hierboven is overwogen. Aan [verzoeker] komt dus geen transitievergoeding toe.

5.8.

[verzoeker] verzoekt daarnaast om voor recht te verklaren dat MC Technics geen rechten kan ontlenen aan het concurrentiebeding. Artikel 7:653 lid 4 BW bepaalt dat de werkgever geen rechten kan ontlenen aan een concurrentiebeding als het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Van deze situatie is geen sprake, gezien hetgeen hierboven al is overwogen. Dit verzoek van [verzoeker] zal daarom worden afgewezen.

5.9.

Met betrekking tot de eindafrekening waarom [verzoeker] heeft verzocht, geldt dat op de datum van het ontslag opgebouwde, niet-genoten vakantiedagen dienen te worden uitbetaald. Voor zover vakantietoeslag is opgebouwd en nog niet is uitgekeerd op de datum van ontslag op staande voet, kan [verzoeker] ook op uitbetaling daarvan aanspraak maken. Een en ander zal worden toegewezen samen met de bijbehorende deugdelijke bruto-/nettospecificatie.

De tegenverzoeken van MC Technics

5.10.

Bij wijze van (voorwaardelijk) tegenverzoek heeft MC Technics -onder meer- verzocht om een veroordeling tot betaling van een bedrag van € 5.000,- ineens als boete voor het overtreden van het geheimhoudingsbeding, en tot betaling van een bedrag van € 6.161,49 vanwege het aanleiding geven tot een ontslag op staande voet. Gezien het bovenstaande heeft [verzoeker] het geheimhoudingsbeding overtreden en daarmee aanleiding gegeven tot het ontslag. Beide bedragen zullen derhalve worden toegewezen, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente.

5.11.

Niet kan worden ontkend dat MC Technics er groot belang bij heeft dat de gevoelige commerciële gegevens niet langer in het bezit van [verzoeker] en/of diens echtgenote blijven en door [verzoeker] niet mogen worden verstrekt aan derden. Weliswaar heeft [verzoeker] ter zitting laten weten bereid te zijn die gegevens te wissen of niet langer onder zich te houden, maar dat waarborgt op zichzelf onvoldoende dat derden daar ooit kennis van nemen. De betreffende verzoeken zullen daarom –nu MC Technics daarbij groot belang heeft- eveneens worden toegewezen.

5.12.

Hetzelfde geldt voor het ter beschikking stellen van alle administratieve bescheiden en documenten die [verzoeker] van MC Technics onder zich heeft, en voor het vernietigen van alle administratieve bescheiden en documenten die hij van MC Technics heeft opgeslagen op zijn privécomputer of –laptop en andere gegevensdragers waartoe hij toegang heeft, zoals de gegevensdrager van zijn echtgenote, mevrouw [naam echtegenote], op kosten van [verzoeker].

5.13.

[verzoeker] zal voorts worden opgedragen om het bewijs van de vernietiging van de gegevens te leveren, als verzocht door MC Technics, met dien verstande dat deze bewijslevering voor rekening van MC Technics dient te komen. Het is immers MC Technics die het meest belang heeft bij het bewijs van vernietiging.

5.14.

Nu de voorwaarde van het tegenverzoek inzake het concurrentiebeding niet wordt vervuld (de door [verzoeker] verzochte verklaring voor recht wordt immers niet toegewezen) behoeft het door MC Technics verzochte omtrent het niet werkzaam zijn voor Fatol geen bespreking meer. Dit verzoek wordt afgewezen.

Proceskosten

5.15.

[verzoeker] moet als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt MC Technics tot betaling van een eindafrekening per 7 september 2017 inzake tot die datum opgebouwde en niet-genoten vakantiedagen pro rato en tot die datum opgebouwde, niet uitgekeerde vakantietoeslag pro rato, met een deugdelijke bruto-/nettospecificatie;

wijst het meer of anders door [verzoeker] verzochte af;

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van een bedrag van € 5.000,- ineens als boete voor het overtreden van het geheimhoudingsbeding en tot betaling van een bedrag van € 6.161,49,

beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente;

verbiedt [verzoeker] om (lijsten van) namen en gegevens van klanten van MC Technics onder zich te hebben, te tonen of door te geven aan enig persoon of aan personen, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per gebeurtenis;

verbiedt [verzoeker] om andere bedrijfsgegevens die niet openbaar zijn van MC Technics aan enige andere persoon of personen te tonen of mede te delen, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per gebeurtenis;

gebiedt [verzoeker] om alle administratieve bescheiden en documenten die hij van MC Technics onder zich heeft, uiterlijk binnen 24 uur na betekening van de beschikking aan MC Technics ter beschikking te stellen, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.500,- voor iedere dag dat [verzoeker] hiermee in gebreke is;

gebiedt [verzoeker] om alle administratieve bescheiden en documenten die hij van MC Technics heeft opgeslagen op zijn privecomputer of –laptop en andere gegevensdragers waartoe hij toegang heeft, zoals de gegevensdrager van zijn echtgenote, mevrouw [naam echtegenote], binnen 24 uur na betekening van de beschikking te vernietigen op eigen kosten, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.500,- voor iedere dag dat [verzoeker] hiermee in gebreke is;

gebiedt [verzoeker] om, voor rekening van MC Technics, het bewijs van de vernietiging van de gegevens te leveren door middel van een rapport van vernietiging van een daarvoor gekwalificeerd bedrijf (zoals bijvoorbeeld DigiJuris) en bepaalt dat de werkwijze van dat bedrijf inzake het wissen van de data zal zijn als in het verzoek van MC Technics omschreven;

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van MC Technics bepaald op € 800,- aan salaris gemachtigde;

wijst af het meer of anders door MC Technics verzochte.

Deze beslissing is gegeven door mr.drs. E. van Schouten, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.