Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:976

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-02-2017
Datum publicatie
07-02-2017
Zaaknummer
C/10/518995/ FT RK 17/45
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Openbaar Ministerie vraagt faillissement van een BV aan om reden van algemeen belang. Faillissement is uitgesproken.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2017-0052
OR-Updates.nl 2017-0061
AR 2017/3913
NJF 2017/234
AR 2017/685
JOR 2017/180 met annotatie van mr. B.I. Kraaipoel
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

Insolventienummer: [nummer]

Uitspraak: 3 februari 2017

VONNIS op het op 18 januari 2017 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:

HET OPENBAAR MINISTERIE (Functioneel Parket),

zetelend te Rotterdam,

voor wie optreden de officieren van justitie

mrs. H.C. Vermaseren en C.A.M. van den Brand,

verzoekster (hierna: het Openbaar Ministerie),

strekkende tot faillietverklaring van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZSV WONEN II B.V.,

tevens handelend onder de namen:

Wonen2, en

VGB&B,

kantoorhoudende aan de Philippusweg 4,

3125 AS Schiedam,

statutair gevestigd te Rotterdam,

verweerster.

1 De procedure

Verzoekster, vertegenwoordigd door mr. H.C. Vermaseren en mr. C.A.M. van den Brand, officieren van justitie bij het Functioneel Parket, Handhavingseenheid Rotterdam, en verweerster, bij monde van haar advocaat mr. K.C. Mensink en middellijk bestuurder [naam 1] , zijn gehoord in raadkamer op 31 januari 2017.

De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting kennisgenomen van het faxbericht van mr. Mensink van 30 januari 2017 met bijlagen en de brief van mrs. Vermaseren en Van den Brand van 30 januari 2017 met bijlagen. Ter terechtzitting bleek dat de brief van mrs. Vermaseren en Van den Brand mr. Mensink niet had bereikt. Met uitzondering van de email van de heer [naam 2] aan mr. Mensink van 26 januari 2017 (productie 15 bij deze brief), waarover ter terechtzitting is gesproken en die mr. Mensink reeds bekend was, zijn de bijlagen zoals gevoegd bij de brief van mrs. Vermaseren en Van den Brand bij de beoordeling buiten beschouwing gelaten.

Ter terechtzitting van 31 januari 2017 hebben mrs. Vermaseren en Van den Brand spreekaantekeningen met bijlagen overlegd en voorgedragen. Mr. Mensink heeft pleitnotities overlegd en voorgedragen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Het verzoek

Verzoekster, hierna het Openbaar Ministerie, heeft in haar verzoekschrift gesteld dat verweerster, hierna Wonen II, verkeert in de toestand van te zijn opgehouden te betalen en dat om redenen van openbaar belang het faillissement van Wonen II dient te worden uitgesproken. Zij heeft daartoe het volgende gesteld.

2.1

De stichting Zorg Stichting Vivence (hierna: ZSV) levert zorg en begeleid wonen aan licht verstandelijk gehandicapten. De levering van zorg geschiedde vanuit ZSV. Wonen II leverde de woonruimte. Wonen II is de hoofdhuurder van alle woningen waar de cliënten van ZSV in zijn gehuisvest. Wonen II verhuurt de woningen onder aan ZSV.

2.2

Eind 2015 is het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek gestart naar grootschalige fraude met gelden van ZSV. Ook Wonen II is in het strafrechtelijk onderzoek als verdachte aangemerkt.

2.3

ZSV is bij beslissing van de rechtbank Gelderland van 27 december 2016 in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. Mulder en later ook mr. Feenstra tot curator.

2.4

Bij de curator van ZSV hebben zich vanaf de datum van het faillissement diverse verhuurders gemeld die al geruime tijd geen huurpenningen meer van Wonen II hebben ontvangen. Bovendien heeft ook Eneco zich bij de curator gemeld, omdat Wonen II niet heeft voldaan aan haar toezegging om uiterlijk 11 januari 2017 de achterstallige betalingen te voldoen. De contracten zijn beëindigd. De zorgbehoevende cliënten van SZV worden aldus bedreigd met afsluiting van de energievoorziening en met ontruiming. Nu ten aanzien van ZSV en Wonen II bovendien sprake is van een verdenking van ernstige misdrijven die zijn gepleegd vanuit het oogmerk van financieel gewin van hun bestuurders en niet kan worden uitgesloten dat vermogensbestanddelen van Wonen II uit het zicht van haar schuldeisers zullen worden gehaald, dient om redenen van openbaar belang het faillissement van Wonen II te worden uitgesproken.

3 Het verweer

Namens Wonen II heeft mr. Mensink het volgende aangevoerd.

3.1

Wonen II heeft sinds het faillissement van ZSV en de periode daarvoor geen inkomsten meer.

3.2

Een deel van de woningen wordt sinds oktober 2016 gebruikt door Humanitas. Humanitas weigert echter daarvoor een redelijke vergoeding te betalen. Inmiddels in Humanitas in kort geding gedagvaard.

De curator van ZSV heeft de bedrijfsactiviteiten overgedragen aan Expertcare. Expertcare zal dus met Wonen II moeten contracteren, en haar betalen.

De inkomsten die dit moet opleveren zal Wonen II gebruiken om de lopende kosten voor elektra, huur e.d. te betalen.

3.3

Wonen II wordt opzettelijk dwarsgezeten door de curator, Humanitas, verhuurder Delta Lloyd en anderen. Daardoor worden de betalingsproblemen veroorzaakt.

3.4

Het in een faillissement door een curator laten onderzoeken van aanwezige vermogensbestanddelen is onvoldoende om Wonen II omwille van het openbaar belang failliet te verklaren. Een lopend strafrechtelijk onderzoek naar de betrokkenen bij de vennootschap maakt dit niet anders.

4 De beoordeling

Ingevolge artikel 6 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) wordt de faillietverklaring uitgesproken indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden, welke aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, zo een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers terwijl tenminste één vordering opeisbaar is.

De faillietverklaring kan ook worden uitgesproken, om redenen van openbaar belang, op verzoek van het Openbaar Ministerie (artikel 1 lid 2 Fw).

Toestand?

Wonen II heeft gesteld dat voor de 12 woningen waar de cliënten wonen aan wie Humanitas zorg verleent sprake is van een huurachterstand van € 47.349,01, berekend over de periode 14 november 2016 tot en met januari 2017. Wonen II heeft voorts niet betwist dat in totaal – voor alle woningen – een bedrag van € 163.163,-- aan niet betaalde huurpenningen openstaat. Voorts heeft Wonen II erkend dat sprake is van een openstaande vordering van Eneco van € 48.736,76. Wonen II heeft daarnaast het bestaan van de volgende ter terechtzitting door het Openbaar Ministerie genoemde vorderingen niet betwist:

  • -

    Lilypad B.V. ad € 102.404,55;

  • -

    Evides ad € 1.921,65;

Wonen II heeft gesteld dat zij niet in staat is om te betalen.

Gelet op het voorgaande is summierlijk gebleken dat er feiten en omstandigheden aanwezig zijn die aantonen dat Wonen II verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Dat dit mogelijk te wijten zou zijn aan andere partijen, zoals Wonen II heeft gesteld, doet daaraan niet af. Daarbij weegt mee dat op geen enkele wijze aannemelijk is gemaakt dat alle hiervoor genoemde schulden op korte termijn zullen worden voldaan.

Openbaar belang?

Redenen van openbaar belang zijn aanwezig, indien het niet slechts gaat om gewone particuliere belangen, maar om redenen van meer ernstiger en algemene aard, zoals bijvoorbeeld de situatie waarin als gevolg van een dreigende déconfiture van een schuldenaar vele schuldeisers gedupeerd worden, maar geen van hen het initiatief tot faillietverklaring neemt. In dit verband is het volgende van belang.

Wonen II beheert 80 woningen die bewoond worden door licht verstandelijk gehandicapten, die zorg behoeven. De omstandigheid dat ter terechtzitting door een zekere [naam 3] is verklaard dat door zijn onderneming een contract met Nuon is gesloten teneinde te voorkomen dat de energievoorziening voor deze woningen wordt afgesloten, laat onverlet dat gelet op de openstaande huurvorderingen het risico op ontruiming reëel is. Het Openbaar Ministerie heeft in dit verband – onbetwist – gesteld dat inmiddels al een illegale ontruiming heeft plaatsgevonden waar Wonen II zich niet tegen heeft verzet. Er is dus sprake van een grote groep kwetsbare personen die de dupe dreigt te worden van een geschil tussen Wonen II en derden over de vraag wie (uiteindelijk) moet zorgdragen voor het fourneren van de huurpenningen. Een geschil, dat mede het gevolg is van de door SZV en Wonen II zelf in het leven geroepen constructie. Deze situatie kwalificeert als een voldoende reden van openbaar belang om het Openbaar Ministerie in staat te stellen het faillissement van Wonen II aan te vragen.

Een en ander leidt er toe dat de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring zal toewijzen. De rechtbank zal, anders dan door het Openbaar Ministerie verzocht, niet de curatoren van SZV als curatoren van Wonen II aanstellen, omdat de rechtbank vooralsnog niet uitgesloten acht dat vanuit een insolventierechtelijk oogpunt bezien sprake is van conflicterende belangen tussen (de boedels van) SZV en Wonen II.

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

5 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart ZSV WONEN II B.V. voornoemd in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. A.M. van Kalmthout, lid van deze rechtbank;

- stelt aan tot curator mr. J.P.M. Borsboom, advocaat te Rotterdam;

- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout, rechter, en in aanwezigheid van

M. Bijnagte, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2017 te 15:00 uur. 1

De griffier is niet in staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.