Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9629

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
07-12-2017
Zaaknummer
C/10/521737 / HA ZA 17-208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot revindicatie die is omgezet in een vordering tot schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad. Gedaagde betwist dat eiser eigenaar is van de auto. Voor de overdracht van een goed is een levering krachtens geldige titel vereist die is verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken. Gestelde levering constitutum possessorium is niet vast komen te staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2017-0389
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/521737 / HA ZA 17-208

Vonnis van 8 november 2017

in de zaak van

EISER,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. drs. P.A.J.M. Lodestijn te Nijmegen,

tegen

GEDAAGDE,

gevestigd te Brentwood, Essex, London, Verenigd Koninkrijk,

gedaagde,

advocaat mr. D.C. van Genderen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Eiser en Gedaagde genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 februari 2017 met producties

  • -

    de conclusie van antwoord met producties

  • -

    de brief van 17 mei 2017 waarin de rechtbank partijen oproept voor een comparitie van

partijen

  • -

    de zittingsagenda van 12 juni 2017

  • -

    de pleitnotitie van mr. Lodestijn

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 17 augustus 2017

  • -

    de brief van 25 augustus 2017 van mr. Van Genderen met opmerkingen over het proces-

verbaal

- de brief van 4 september 2017 van mr. Lodestijn met opmerkingen over het proces-

verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eiser drijft een onderneming onder de naam [naam]. Eiser handelt in auto’s.

2.2.

Gedaagde drijft een onderneming in het Verenigd Koninkrijk onder de naam [naam]. De onderneming is gespecialiseerd in het onderhoud en de verkoop van Porsche automobielen en auto-onderdelen.

2.3.

Met factuurnummer 131003 en factuurdatum 5 oktober 2013 heeft Master Cars B.V. (hierna: Master Cars) aan Eiser een Porsche 912 (bouwjaar 1967), chassisnummer 458751 (hierna: de auto) gefactureerd voor een bedrag van € 19.500,00. Op de factuur staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:

“Omschrijving Aantal Eenh Prijs

Te leveren een Porsche 912 bouwjaar 1967 1 stuks € 19.500,00

In gerestaureerde staat op NL kenteken

(...)

Levering voor of op 31 januari 2014

De auto zal worden geleverd in de kleur zwart 6609”

2.4.

Op 13 maart 2014 hebben V, namens Master Cars, en gedaagde een overeenkomst ondertekend voor de levering van een Porsche 911 T (bouwjaar 1969) en voor het reviseren van drie motoren en een versnellingsbak voor een totaalbedrag van

€ 50.000,00.

2.5.

Op 17 maart 2014 heeft gedaagde aan Master Cars een bedrag betaald van

€ 24.000,00.

2.6.

Met factuurnummer 140403 en factuurdatum 9 april 2014 heeft Master Cars aan Design 911 (het bedrijf van gedaagde) “Paintjob” en “Stripping and Rebuilding” ten behoeve van een Porsche 911 T (bouwjaar 1973) gefactureerd voor een bedrag van € 5.500,00 en met factuurnummer 140602 en factuurdatum 6 juni 2014 “Replacing interior carpeting” en “Adjusting heating system” ten behoeve van een Porsche 911 RS replica voor een bedrag van € 727,00.

2.7.

Op 9 april 2014 heeft gedaagde aan Master Cars een bedrag betaald van € 2.750,00 met omschrijving “Faktuurnummer 140403 Porsche 911 T 1973”.

2.8.

Op 18 juni 2014 heeft gedaagde aan Master Cars een bedrag betaald van € 3.477,00 met omschrijving “Faktuurnummer 140403 and 140602”.

2.9.

Op 23 oktober 2014 heeft Master Cars op Marktplaats een advertentie geplaatst voor de verkoop van de op 13 maart 2014 aan gedaagde verkochte Porsche 911 T (bouwjaar 1969).

2.10.

Gedaagde heeft zijn vriend D gevraagd om op de advertentie te reageren, hetgeen D heeft gedaan.

2.11.

Bij e-mail van 31 oktober 2014 heeft V - voor zover relevant - het volgende aan D geschreven:

“Morgen heb ik de overeenkomst en factuur bij me zodat we e.e.a. kunnen afronden.”

2.12.

Op 1 november 2014 zijn D en gedaagde (en M) naar Master Cars gegaan. D is als eerste naar binnen gegaan, zogenaamd om de koop van de Porsche 911 T (bouwjaar 1969) rond te maken. Na twintig minuten is ook gedaagde (en M) naar binnen gegaan.

2.13.

Op 1 november 2014 heeft gedaagde - onder meer - de auto (de Porsche 912 bouwjaar 1967) en de Porsche 911 T (bouwjaar 1969) meegenomen bij Master Cars.

2.14.

Van de meegenomen zaken is op 1 november 2014 door gedaagde een lijst opgemaakt, die is gestempeld met de stempel van Master Cars met daaronder de handtekening V. Op de lijst staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:

“For the balance Paid € 25,000

Taking parts to value

1 × Porsche 911 Targa € 10,000,=

119110208 Shell & Parts

(...)

1 × Porsche 912 × 458751 € 12.000”

2.15.

In een na 1 november 2014 op briefpapier van Master Cars opgemaakte en door V ondertekende verklaring staat het volgende vermeld:

“Tegenover de betaling van 9.750 euro op 08-10-2013 en 4.000 euro op 14-07-2014, heb ik de eigendom van de Porsche 912, bouwjaar 1967 met chassisnummer 458751 geleverd aan [eiser] (...) en ben ik de Porsche 912 vanaf dat moment voor hem gaan houden ten behoeve van de restauratie.”

Master Cars BV 14 juli 2014

Boezemweg 9b

3255 MC OUDE TONGE”

2.16.

Op 15 december 2014 heeft V aangifte gedaan van diefstal van de auto. In het proces-verbaal van aangifte staat - voor zover relevant - het volgende vermeld:

“Hierna zag ik dat zij een Porsche 912 (uit 1967), kleur zwart, ongekentekend, voorzien van Chassisnummer 458751, die in de afbouwruimte van mijn bedrijf stond mijn bedrijf uitduwden. De autosleutel hiervan zat in het contactslot. Ik zei tegen hen: “Die auto is verkocht!”, of zoiets. De koper, die ik tot nu toe niet bekend wil maken, had deels een aanbetaling gedaan. Ik kreeg geen respons. Ik bleef achter in mijn bedrijf en zag dat zij hierna die Porsche op een van die trekvoertuigen plaatsten. Ook zag ik dat zij diverse onderdelen, zoals (onder meer) de achterbumper, twee autoportieren, toebehorende aan die Porsche 912 ook wegnamen en op een van die trekvoertuigen plaatste.

(...)

Omdat ik die Porsche in aanbouw heb verkocht zit ik ermee in mijn maag en heb ik alsnog een afspraak voor deze aangifte geregeld.

(...)

Ik hoop dat de Porsche in aanbouw en mijn gestolen autoonderdelen boven water komen en dat ik de Porsche in aanbouw kan afleveren bij de koper.”

2.17.

Op 24 februari 2015 is Master Cars in staat van faillissement verklaard.

3 Het geschil

3.1.

Eiser vordert samengevat - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiser een bedrag van € 38.691,22, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 november 2014, met veroordeling van gedaagde in de (na)kosten, te vermeerderen met wettelijke rente. Eiser legt hieraan een vordering tot revindicatie (terugvordering van de auto) ten grondslag, welke vordering hij heeft omgezet in een vordering tot schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad.

3.2.

Gedaagde concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van eiser in de (na)kosten van het geding. Gedaagde wijst op schending van de substantiëringsplicht en waarheidsplicht van eiser. Voorts betwist gedaagde dat eiser eigenaar is van de auto, betwist hij dat sprake is van een onrechtmatige daad en betwist hij de (hoogte van de) schade. Verder doet gedaaged ter zitting een beroep op de beschermingsbepalingen tegen beschikkingsonbevoegdheid.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Deze zaak betreft een internationaal geval, aangezien eiser in Nederland woont en gedaagde in het Verenigd Koninkrijk. Daarom dient de rechtbank eerst haar bevoegdheid (rechtsmacht) en het toepasselijk recht te bepalen.

4.2.

De vordering van eiser tot schadevergoeding is gegrond op een onrechtmatige daad. Omdat het gestelde schadebrengende feit zich heeft voorgedaan in Oude Tonge, is ingevolge artikel 7 lid 2 Verordening Nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I bis Vo) de Rotterdamse rechtbank bevoegd.

4.3.

Ingevolge artikel 4 lid I Verordening Nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) is Nederlands recht van toepassing (het recht van het land waar de schade zich voordoet).

4.4.

Eiser stelt dat hij eigenaar is van de auto. Hij voert daartoe het volgende aan. Eiser heeft in oktober 2013 met Master Cars een koopovereenkomst gesloten. Eiser verwijst naar de factuur van 5 oktober 2013 ad € 19.500,00 zoals hierboven onder 2.3 weergegeven. De overeengekomen koopsom bedroeg € 13.750,00, te betalen in twee termijnen, in oktober 2013 en januari 2014. Het resterende bedrag van € 4.000,00 had betrekking op de reparatiekosten en zou bij de feitelijke levering worden betaald. Op 8 oktober 2013 is de eerste termijn van € 9.750,00 voldaan. In januari 2014 heeft eiser aan Master Cars meegedeeld dat hij op dat moment niet in staat was de tweede termijnbetaling op de koopsom te voldoen. Master Cars heeft hierop ingestemd met betaling van de tweede termijn op een later tijdstip. De tweede termijn van € 4.000,00 is voldaan op 14 juli 2014. Eiser verwijst naar twee betalingsbewijzen achter de pleitnotitie. Levering van de auto heeft op 14 juli 2014 constitutum possessorium plaatsgevonden. Eiser verwijst naar een verklaring van V zoals hierboven onder 2.15 weergegeven.

Volgens eiser heeft gedaagde de auto met alle daarbij behorende onderdelen op 1 november 2014 van hem gestolen dan wel verduisterd, toen de auto voor reparatie dan wel revisie bij Master Cars in Oude Tonge (gemeente Goeree-Overflakkee) stond.

4.5.

Gedaagde betwist dat eiser eigenaar is van de auto. Gedaagde voert daartoe aan dat de auto nog niet was voltooid, de auto nog niet aan eiser was geleverd en eiser nog niet het hele aankoopbedrag had voldaan. De verklaring van V is volgens gedaagde vals.

Gedaagde betwist dat hij de auto heeft gestolen of verduisterd. Master Cars was eigenaar van de auto en Master Cars heeft de auto op 1 november 2014 aan gedaagde verkocht en geleverd, waarbij de koopsom is verrekend met de schadevordering van gedaagde op Master Cars. Gedaagde had deze schadevordering op Master Cars in verband met drie slecht uitgevoerde opdrachten, het niet leveren van de Porsche 911 (bouwjaar 1969) die gedaagde van Master Cars had gekocht en het frauduleus opstrijken door Master Cars van een voorschotbetaling door gedaagde van € 24.000,00 voor deze Porsche 911 (bouwjaar 1969).

4.6.

De rechtbank overweegt als volgt. Kern van het geschil is de vraag of eiser eigenaar is van de auto. Ingevolge artikel 3:84 BW wordt voor de overdracht van een goed vereist een levering krachtens geldige titel, verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken.

4.7.

De door eiser in het geding gebrachte factuur en de ter zitting overgelegde betalingsbewijzen ondersteunen zijn stelling dat sprake is van een koopovereenkomst waarbij eiser van Master Cars de auto heeft gekocht en in termijnen zou worden betaald. Er is dus sprake van een geldige titel.

4.8.

Dat Master Cars ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst met eiser bevoegd was om over de auto te beschikken, wordt niet betwist.

4.9.

Wat de vereiste levering voor overdracht van de auto betreft, stelt eiser dat de levering constitutum possessorium heeft plaatsgevonden. Dit wil zeggen dat de vervreemder die de auto bezit (hier Master Cars), de auto krachtens een bij de levering gemaakt beding voortaan voor de verkrijger (hier eiser) gaat houden. Ingevolge artikel 3:115 BW is voor bezitsverschaffing in dat geval een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling in beginsel voldoende. Artikel 3:115 BW kent geen schriftelijkheidsvereiste. De verklaring kan ook worden afgeleid uit de omstandigheden van het geval. In artikel 3:37 lid 1 BW is immers bepaald dat verklaringen ook in een of meer gedraging(en) besloten kunnen liggen.

4.10.

Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op eiser de stelplicht en, bij voldoende betwisting, de bewijslast dat hij met Master Cars is overeengekomen dat deze de auto voortaan voor eiser zou houden.

4.11.

Bij dagvaarding heeft eiser gesteld dat hij op 14 juli 2014 de eigendom van de auto heeft verkregen. Ter onderbouwing heeft hij verwezen naar de factuur van 5 oktober 2013 en naar twee betalingsbewijzen van 8 oktober 2013 en 14 juli 2014. Voorts verwijst eiser naar de verklaring van V waaruit zou blijken dat Master Cars de auto vanaf 14 juli 2014 is gaan houden voor eiser.

De rechtbank heeft eiser in de zittingsagenda verzocht de gang van zaken met betrekking tot - onder meer - de levering van de auto nader feitelijk uit te werken en toe te lichten. Eiser heeft in dit verband ter zitting nog aanvullend gesteld dat de koopprijs van de auto

€ 13.750,00 is en dat het resterende bedrag van € 4.000,00 ziet op reparatiekosten. Voorts heeft eiser gesteld dat hij naar aanleiding van de betaling van de tweede termijn van

€ 4.000,00 op 14 juli 2014 heeft gebeld met Master Cars om Master Cars te herinneren aan de afspraak dat “ingevolge de betaling van de tweede termijn de eigendom van de auto wordt geleverd”.

4.12.

Dit betoog van eiser is niet aannemelijk. Zijn stellingen wisselen, zijn onderling tegenstrijdig en zijn door gedaagde gemotiveerd betwist. Voorts acht de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden van belang.

4.13.

In de dagvaarding verwijst eiser naar de factuur van 5 oktober 2013. Daarin is de koopprijs van de auto € 19.500,00. De betalingsbewijzen tellen echter op tot een bedrag van € 13.750.00. De stelling van eiser ter zitting, dat de koopprijs van de auto € 13.750,00 is en dat het resterende bedrag van € 4.000,00 ziet op restauratiekosten, strookt niet met de factuur van 15 oktober 2013 en evenmin met de betalingsbewijzen. Op de factuur staat immers geen aparte koopprijs voor de auto vermeld en een aparte prijs voor restauratie. Bovendien staat op de factuur dat de auto in gerestaureerde staat op NL kenteken zou worden geleverd. Dit staat haaks op de stelling dat de auto op 14 juli 2014 is geleverd, aangezien de auto toen nog niet volledig gerestaureerd was. Voorts staat in het betalingsbewijs van 8 oktober 2013 als omschrijving vermeld “Factuur 131003 dd 15-10-2013 voor Porsche 912 aankoop/restauratie”. Dit duidt erop dat het termijnbedrag zowel ziet op de aankoop van de auto als op de restauratie. Daarbij komt dat het resterende bedrag niet € 4.000,00 is, maar dat na aftrek van het bedrag van € 13.750,00 (de beweerde koopprijs van de auto) van het factuurbedrag van € 19.500,00 nog een bedrag resteert van € 5.750,00. Tegen deze achtergrond zal het bewijsaanbod van eiser, dat het resterende bedrag van

€ 4.000,00 ziet op reparatiekosten, worden gepasseerd. Eiser heeft op 14 juli 2013 dus nog niet de gehele koopprijs van € 19.500,00 voldaan.

4.14.

Aan de verklaring van V hecht de rechtbank geen geloof. Ter zitting is vast komen te staan dat deze verklaring is geantedateerd en is opgemaakt nadat gedaagde de auto op 1 november 2014 bij Master Cars heeft meegenomen en mogelijk zelfs nadat V op 15 december 2014 aangifte had gedaan van diefstal van de auto.

4.15.

Eiser heeft verder geen feiten of omstandigheden gesteld die, indien vast komen te staan, tot het oordeel zouden leiden dat op 14 juli 2014 sprake was van een geldige levering constitutum possessorium.

4.16.

Uit de overige omstandigheden blijkt evenmin dat eiser met Master Cars is overeengekomen dat deze de auto voortaan voor eiser zou houden.

Ter zitting is gebleken dat gedaagde beschikt over de sleutel van de auto, het originele certificaat van eigendom en andere originele historische eigendomsdocumenten, zoals e-mails van de vorige eigenaren (productie 14 gedaagde). Gedaagde heeft in dit verband gesteld dat hij deze documenten op 1 november 2014 in aanwezigheid van anderen van Master Cars heeft gekregen. Gedaagde heeft ter zitting foto’s getoond die deze stelling onderbouwen.

Verder staat in de aangifte van 15 december 2014 (welke aangifte overigens veel later is gedaan dan de datum waarop gedaagde de auto bij Master Cars heeft weggehaald), slechts vermeld dat de koper een aanbetaling heeft gedaan en niet dat Master Cars geen eigenaar meer was van de auto (“De koper, die ik tot nu toe niet bekend wil maken, had deels een aanbetaling gedaan. (...) Omdat ik die Porsche in aanbouw heb verkocht zit ik ermee in mijn maag en heb ik alsnog een afspraak voor deze aangifte geregeld. (...) Ik hoop dat de Porsche in aanbouw en mijn gestolen autoonderdelen boven water komen en dat ik de Porsche in aanbouw kan afleveren bij de koper.”)

4.17.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat niet is vast komen te staan dat aan de vereiste levering voor overdracht is voldaan. Eiser is geen eigenaar geworden van de auto.

4.18.

Eiser heeft nog gesteld dat het weghalen van de auto bij Master Cars een paulianeuse handeling is, maar daarvoor heeft hij onvoldoende feiten gesteld en zijn de wel gestelde feiten bovendien niet onderbouwd.

4.19.

Slotsom is dat de vordering van eiser zal worden afgewezen.

4.20.

Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op:

- griffierecht € 883,00

- salaris advocaat € 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 2.041,00

4.21.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt Eiser in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op € 2.041,00,

5.3.

veroordeelt eiser in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat eiser niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak.

Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2017.

615/1573