Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9625

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
07-12-2017
Zaaknummer
C/10/519216 / HA ZA 17-88
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Arbeid Vreemdelingen; artikel 6:203 lid 1 BW; art. 6:89 BW; nakoming; onverschuldigde betaling; verrekening; wanprestatie; schending klachtplicht. In conventie: vraag of aannemer eigen boetes en die van haar opdrachtgever mag verhalen op onderaannemer wordt ontkennend beantwoord, omdat onderaannemer daarmee niet heeft ingestemd. Geen sprake van onverschuldigde betaling, omdat een rechtsgrond aanwezig was voor prestatie. In reconventie: te laat geklaagd, onderaannemer ernstig in haar belangen (bewijspositie) geschaad, omdat zij de schade niet meer kon beperken en een contra expertise niet meer mogelijk was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1464
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/519216 / HA ZA 17-88

Vonnis van 8 november 2017

in de zaak van

de vennootschap naar Kroatisch recht

PRIMA NAVIS D.O.O.,

gevestigd te Trogir, Kroatië,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.X. Lenstra te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MASSIVE DYNAMIC CONSTRUCTIONS B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.A. Poelman te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Prima Navis en MDC genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 15 december 2016 met producties

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie met producties

  • -

    de brief van 24 mei 2017 waarin de rechtbank partijen oproept voor een comparitie van
    partijen

  • -

    de zittingsagenda van 21 juni 2017

  • -

    de akte uitlating tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    de brief van 8 augustus 2017 met productie van Prima Navis

  • -

    de notitie ten behoeve van de comparitie van MDC

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 22 augustus 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Prima Navis is een Kroatisch bedrijf gespecialiseerd in het bouwen van constructies voor de scheepsbouw. MDC produceert en bouwt constructies voor de scheepsbouw.

2.2.

Op 19 februari 2014 hebben Prima Navis en MDC een “Framework Agreement” gesloten.

2.3.

Prima Navis heeft in de periode van februari /maart 2014 tot en met augustus/september 2015 en in de zomer van 2016 in opdracht van MDC werkzaamheden verricht.

2.4.

Op 5 maart 2015 heeft de Inspectie SZW een controle uitgevoerd met betrekking tot de naleving van de Wet Arbeid Vreemdelingen (hierna: Wav). Tijdens deze inspectie is geconstateerd dat er niet voor alle Kroatische werknemers tijdig een notificatiemelding als bedoeld in artikel 2a Wav was gedaan bij het UWV.

2.5.

Op 8 augustus 2016 heeft de Inspectie SZW boetes van € 18.000,00 opgelegd aan Prima Navis, MDC en aan de opdrachtgever van MDC en diens klant.

2.6.

Op 7 september 2016 heeft MDC aan Prima Navis een factuur gestuurd voor

€ 54.000,00, waarmee MDC haar eigen boete en de boetes waarvan MDC stelt dat haar opdrachtgever die aan haar heeft doorbelast (die van de opdrachtgever zelf en diens klant), in rekening heeft gebracht bij Prima Navis (hierna: de boetes). MDC heeft dit bedrag vervolgens verrekend met hetgeen zij nog aan Prima Navis diende te voldoen.

2.7.

Bij brief van 7 oktober 2016 heeft Prima Navis aan MDC geschreven dat er geen rechtsgeldige grondslag is op basis waarvan MDC voornoemde boetes aan haar kan doorbelasten en heeft Prima Navis MDC gesommeerd om een bedrag van € 54.000,00 aan haar te voldoen, bij gebreke waarvan zij een gerechtelijke procedure zou starten.

2.8.

In antwoord op voornoemde brief heeft MDC bij e-mail van 12 oktober 2016 aan Prima Navis geschreven dat de boetes zijn opgelegd vanwege nalatigheid van Prima Navis en dat Prima Navis haar verantwoordelijkheid moet dragen. Voorts heeft MDC aangegeven dat er bezwaar is gemaakt tegen de boetes en als dit succesvol is, MDC het bedrag van

€ 54.000,00 alsnog aan Prima Navis zal voldoen. Verder heeft MDC Prima Navis erop gewezen dat afwachten voor haar de beste optie is, omdat MDC anders Prima Navis aansprakelijk zal stellen voor de schade in verband met een brand eind september 2015.

2.9.

Bij brief van 21 oktober 2016 heeft Prima Navis aan MDC geschreven dat zij betwist dat zij op enige wijze betrokken is geweest bij de brand in 2015 en heeft Prima Navis alle aansprakelijkheid van de hand gewezen. Daarnaast heeft Prima Navis MDC er nogmaals op gewezen dat MDC nog een bedrag van € 54.000,00 aan haar moet voldoen.

2.10.

Op 25 oktober 2016 heeft MDC aan Prima Navis een factuur gestuurd van

€ 107.751,90 in verband met de door MDC gestelde geleden schade als gevolg van de brand in 2015 (op de factuur staat bij de omschrijving “2016”, maar tussen partijen staat vast dat dit “2015” moet zijn).

3. Het geschil

in conventie

3.1.

Prima Navis vordert samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van MDC tot betaling van € 81.348,41 aan hoofdsom en € 1.588,48 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en (na)kosten met rente.

Aan het in hoofdsom gevorderde bedrag van € 54.000,00 legt Prima Navis nakoming van de overeenkomst ten grondslag (betaling van openstaande facturen).

Aan het in hoofdsom gevorderde bedrag van € 21.848,51 (herstelkosten en/of schade) legt Prima Navis primair onverschuldigde betaling ten grondslag en subsidiair misbruik van omstandigheden.

Het resterende bedrag van € 5.500,00 aan hoofdsom stoelt Prima Navis op “onterechte creditering”.

3.2.

MDC concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Prima Navis in de (na)kosten met rente.

MDC erkent dat zij een bedrag van € 54.000,00 aan Prima Navis verschuldigd is, maar doet een beroep op verrekening met de boetes.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

MDC vordert samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Prima Navis tot betaling van € 107.751,90 (schade) en € 5.023,92 (advocaatkosten), vermeerderd met (na)kosten en rente.

MDC legt hieraan ten grondslag dat Prima Navis is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens MDC.

3.5.

Prima Navis concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van MDC in de kosten.

Prima Navis betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen en betwist de (hoogte van de) schade.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Deze zaak betreft een internationaal geval, aangezien Prima Navis in Kroatië is gevestigd en MDC in Nederland. Daarom dient de rechtbank eerst haar bevoegdheid (rechtsmacht) en het toepasselijk recht te bepalen.

bevoegdheid

4.2.

De bevoegdheid van deze rechtbank is niet in geschil. Omdat MDC gevestigd is in Nederland, is ingevolge artikel 4 lid 1 Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I bis-Vo), de Nederlandse rechtbank bevoegd om van de vordering van Prima Navis kennis te nemen.

toepasselijk recht

4.3.

Het toepasselijk recht is niet in geschil. Gelet op de door partijen aangehaalde Nederlandse wetsartikelen en Nederlandse jurisprudentie, achten partijen kennelijk (zoals ook logischerwijze zou volgen uit “Clause 11: Applicable law and disputes” van de “Framework Agreement”) Nederlands recht van toepassing op het geschil. De rechtbank volgt partijen daarin.

beoordeling ten aanzien van de gevorderde hoofdsom van € 54.000,00

4.4.

Vast staat dat de werkzaamheden door Prima Navis zijn verricht. MDC is dus in beginsel gehouden het uit dien hoofde verschuldigde bedrag van € 54.000,00 aan Prima Navis te voldoen, tenzij de juistheid komt vast te staan van de - als bevrijdend verweer aan te merken - stelling van MDC dat zij een tegenvordering (verrekeningsrecht) op Prima Navis heeft uit hoofde van de boetes.

4.5.

MDC heeft in het kader van dit verweer onder meer de volgende - kort weergegeven - feiten en omstandigheden aangevoerd.

Prima Navis heeft ingestemd met verrekening van de boetes. Het saldo na verrekening bedraagt € 17.400, welke bedrag op 16 september 2016 is betaald. De instemming van Prima Navis kan worden afgeleid uit het tijdsverloop en het feit dat Prima Navis na de brand in september 2015 lang geen werkzaamheden voor MDC heeft verricht en pas in de zomer van 2016 weer werkzaamheden is gaan verrichten voor MDC.

Subsidiair stelt MDC dat de uit de artikel 2a eerste lid van de Wav voortvloeiende notificatieverplichting is opgedragen aan Prima Navis en dat Prima Navis daarin is tekortgeschoten.

4.6.

Prima Navis heeft gemotiveerd betwist dat er een rechtsgeldige grondslag is op basis waarvan MDC de boetes aan haar kan doorbelasten c.q. mag verrekenen. Prima Navis betwist dat zij met verrekening heeft ingestemd en betwist dat voornoemde verplichting aan haar is opgedragen.

4.7.

Kern van het geschil is de vraag of MDC de boetes mag verhalen op Prima Navis. Op MDC rust ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast van het bestaan van een tegenvordering op Prima Navis, nu MDC zich op het rechtsgevolg daarvan beroep.

4.8.

Feiten of omstandigheden waaruit volgt dat Prima Navis aansprakelijkheid voor de boetes heeft aanvaard, zijn gesteld noch gebleken. Aanvaarding is een tot de aanbieder gerichte wilsverklaring. Aanvaarding blijkt niet uit de op zichzelf niet betwiste omstandigheid dat Prima Navis en MDC en hun gezamenlijke advocaat hebben afgesproken in bezwaar te gaan tegen de boetes en de bezwaarprocedure af te wachten. Prima Navis heeft juist kort nadat MDC aan Prima Navis de factuur heeft gestuurd van 7 september 2016, waarmee zij de boetes aan Prima Navis heeft doorbelast, aan MDC geschreven dat daar geen rechtsgeldige grondslag voor is. Prima Navis heeft aansprakelijkheid voor de boetes dus niet aanvaard.

4.9.

De eerst ter zitting door MDC ingenomen - en door Prima Navis gemotiveerd betwiste - stelling dat partijen tot drie keer toe mondeling zouden zijn overeengekomen dat boetes zouden worden doorbelast aan Prima Navis (de eerste keer in een gesprek voor aanvang van de werkzaamheden, de tweede keer “toen het mis ging in juni 2015” en de derde keer toen partijen afscheid namen van elkaar), is op het punt van de aanvaarding van die aansprakelijkheid onvoldoende feitelijk uitgewerkt om tot bewijslevering te worden toegelaten. MDC heeft het slechts over instructies en aanwijzingen die zij zou hebben gegeven aan Prima Navis om zich aan de regels te houden en over een mededeling van MDC dat als Prima Navis zich niet aan de regels zou houden, de schade van MDC voor Prima Navis zou zijn. Dit kwalificeert niet als aanvaarding in de zin van voornoemd artikel, maar ziet op eenzijdige handelingen van MDC. MDC heeft in haar correspondentie aan Prima Navis ook niet gerept over een nadere mondelinge afspraak. MDC schrijft in haar brief van 19 februari 2016 (waarvan Prima Navis overigens aanvoert dat zij die niet heeft ontvangen) slechts dat Prima Navis op grond van de “Framework Agreement” aansprakelijk is voor de schade die MDC heeft geleden. Vast staat echter dat in de “Framework Agreement” geen verhaalsbeding ten aanzien van eventueel bestuurlijke boetes is opgenomen.

4.10.

Feiten of omstandigheden waaruit, mits deze komen vast te staan, blijkt dat MDC de ook op haarzelf rustende verplichting van artikel 2a Wav aan Prima Navis heeft opgedragen, zijn onvoldoende gesteld.

4.11.

Uit het voorgaande volgt dat MDC niet bevoegd was tot het doorbelasten c.q. verrekening van de boetes aan Prima Navis. De vordering van Prima Navis tot betaling van € 54.000,00 ligt dan ook voor toewijzing gereed.

beoordeling ten aanzien van de gevorderde hoofdsom van € 21.848,41

4.12.

Prima Navis doet primair een beroep op onverschuldigde betaling. Volgens Prima Navis is sprake van facturen met haar onbekende schadeposten die haar zonder onderbouwing zijn toegezonden. Prima Navis betwist verder dat zij expliciet heeft ingestemd met verrekening van deze bedragen. Prima Navis voert aan dat zij de gang van zaken alleen heeft geaccepteerd, omdat zij in een financieel afhankelijke positie van MDC verkeerde.

4.13.

MDC voert aan dat van onverschuldigde betaling geen sprake is. De aan Prima Navis verzonden facturen zien op herstelkosten en schadeposten. Partijen zijn overeengekomen dat Prima Navis deze facturen zou betalen door verrekening. Verder dient volgens MDC de vordering van € 21.848,41 te worden verminderd tot een bedrag van

€ 14.848,41, omdat de door Prima Navis genoemde factuur 2014091 “niet bestaat” en deze niet door verrekening is betaald.

4.14.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 6:203 lid 1 BW is degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen. De prestatie moet zonder rechtsgrond zijn verricht: er mag (op het moment van presteren) geen rechtsverhouding - zoals een verbintenis - aanwijsbaar zijn die het verrichten der prestatie rechtvaardigt. Prima Navis heeft niets ingebracht tegen het nadere gemotiveerde verweer van MDC ter zitting dat factuur 2014091 enkel is afgegeven in verband met een contante betaling van Prima Navis op 19 januari 2015 ter hoogte van dit bedrag. Evenmin heeft Prima Navis stellingen ingebracht tegen de gemotiveerde toelichting van MDC ter zitting op de overige facturen inzake herstelkosten en schadeposten (punt 7 tot en met 19 notitie MDC ten behoeve van de comparitie) en het betoog van MDC dat daaraan overeenstemming ten grondslag lag. Prima Navis heeft daarmee haar stelling dat voor de betaling van de facturen door Prima Navis middels verrekening geen rechtsgrond aanwezig was onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd. Van onverschuldigde betaling is dan ook niet gebleken.

4.15.

Prima Navis voert aan dat zij met verrekening van de facturen niet expliciet heeft ingestemd, maar dat zij de gang van zaken heeft aanvaard, omdat zij financieel afhankelijk was van MDC. Ingevolge artikel 6:127 lid 1 BW is de onderliggende verbintenis van Prima Navis tot betaling van de facturen met deze aanvaarding teniet gegaan. Prima Navis kan daar achteraf niet meer op terugkomen. De reden waarom Prima Navis verrekening heeft aanvaard doet daar niet aan af. Overigens heeft MDC de financieel afhankelijke positie van Prima Navis betwist en heeft Prima Navis die afhankelijkheid verder niet onderbouwd.

4.16.

Het eerst ter zitting gedane subsidiaire beroep op misbruik van omstandigheden verwerpt de rechtbank, omdat Prima Navis daar geen rechtsgevolg aan heeft verbonden en Prima Navis dit beroep bovendien niet heeft onderbouwd.

4.17.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering van € 21.848,41 zal worden afgewezen.

beoordeling ten aanzien van de gevorderde hoofdsom van € 5.500,00

4.18.

Prima Navis stelt dat zij met MDC is overeengekomen dat zij een bedrag van

€ 5.500,00 zou crediteren, waarop MDC het volledige openstaande bedrag zou voldoen. Omdat MDC haar afspraak niet is nagekomen, hoeft Prima Navis dat ook niet te doen en daarom vordert Prima Navis alsnog betaling van het gecrediteerde bedrag van € 5.500,00.

4.19.

MDC betwist deze overeenkomt. Volgens MDC is Prima Navis met haar werkzaamheden gestopt, terwijl het project nog niet was afgerond en heeft Prima Navis het bedrag van € 5.500,00 gecrediteerd ter compensatie voor de nog openstaande werkzaamheden.

4.20.

De rechtbank overweegt als volgt.

Partijen zijn het erover eens dat zij op de laatste dag dat Prima Navis op het project aanwezig was een eindafrekening hebben gemaakt. Partijen zijn het er ook over eens dat Prima Navis in dat verband een bedrag van € 5.500,00 in mindering zou brengen op het openstaande saldo. In die zin is er dus geen sprake van de door Prima Navis aan de vordering ten grondslag gelegde “onterechte creditering”. Partijen verschillen in de kern slechts van mening over de vraag of MDC in het kader van de eindafrekening een bedrag van € 54.000,00 mocht verrekenen. Deze vraag is in de onderhavige procedure beantwoord. Ter zitting “vordert Prima Navis ontbinding van de overeenkomst die is gesloten in het kader van de eindafrekening”. Niet duidelijk is wat Prima Navis hiermee beoogt. Nu zij hiermee kennelijk niet beoogt dat ook de betaling van MDC aan Prima Navis ongedaan wordt gemaakt, gaat de rechtbank voorbij aan deze “vordering” van Prima Navis. Een eenzijdige ongedaanmakingsverbintenis bij ontbinding vindt geen steun in de wet, daargelaten dat Prima Navis geen schriftelijke eiswijziging heeft ingediend om daar rechtsgevolg aan te geven. Een en ander leidt tot afwijzing van de vordering van € 5.500,00.

proceskosten

4.21.

MDC zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Prima Navis op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 94,08

- griffierecht 1.924,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.806,08

in reconventie

4.22.

Ter onderbouwing van haar vordering uit hoofde van wanprestatie voert MDC aan dat Prima Navis slordig, onprofessioneel en ondeskundig heeft gehandeld door hoge risico’s te nemen en geen maatregelen te treffen en dat hierdoor brand is ontstaan. Deze tekortkoming verplicht Prima Navis om de schade die MDC daardoor heeft geleden, te vergoeden. MDC verwijst naar een expertiserapport van Van den Elshout B.V. (productie 2 MDC).

4.23.

Prima Navis betwist dat zij brand heeft veroorzaakt, dan wel op enige wijze daarbij betrokken is geweest. Zij voert daartoe aan dat de werkzaamheden op het schip waar de brand uitbrak niet alleen werden uitgevoerd door werknemers van Prima Navis, maar ook door werknemers van andere onderaannemers. De werknemers werkten verder onder toezicht en instructies van de heer Igor Rosandic, een bestuurder van MDC. Voorts heeft MDC de facturen van Prima Navis die betrekking hebben op de werkzaamheden in dit project volledig voldaan en heeft er geen opschorting of verrekening plaatsgevonden. Bovendien is Prima Navis in oktober 2016 voor het eerst aangesproken op het veroorzaken van brand. Dat is meer dan een jaar na datum en eerst nadat Prima Navis betaling wenste van het bedrag van € 54.000,00. Dit terwijl MDC ook na de brand in september 2015 verschillende opdrachten heeft verstrekt aan Prima Navis en daarbij nooit heeft gesproken over de brand en de daardoor kennelijk door MDC geleden schade. Daarnaast is het recht van MDC komen te vervallen, omdat MDC niet tijdig heeft geklaagd.

4.24.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het meest verstrekkende verweer van Prima Navis is dat MDC haar klachtplicht ex artikel 6:89 BW heeft geschonden. Vooropgesteld wordt dat de ratio van de klachtplicht is, dat de bepaling de schuldenaar (in dit geval Prima Navis) beoogt te beschermen tegen te late en daardoor moeilijk te betwisten klachten, doordat hij erop mag rekenen dat de schuldeiser (in dit geval MDC) met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en, indien dit niet het geval blijkt te zijn zulks, eveneens met spoed, aan de schuldenaar meedeelt. Hierbij speelt mee dat het naarmate de tijd verstrijkt moeilijker kan worden om de oorzaak van de gebrekkige prestatie te achterhalen en tevens het ongedaan maken ervan en de gevolgen daarvan meer problemen kan geven of meer kosten kan vergen. De vraag of de schuldeiser binnen bekwame tijd, zoals bedoeld in artikel 6:89 BW heeft geklaagd over het veroorzaken van de brand, kan niet in algemene zin worden beantwoord. De concrete omstandigheden van het geval spelen een rol bij de beoordeling of voldaan is aan de klachtplicht van de schuldeiser. De termijn waarbinnen de schuldeiser behoort te klagen begint te lopen zodra de schuldeiser ontdekt of redelijkerwijs behoorde te ontdekken dat de geleverde prestatie niet aan de overeenkomst beantwoordt.

4.25.

MDC heeft aangevoerd dat het even heeft geduurd voordat zij wist dat zij aansprakelijk werd gesteld voor de brandschade en om welk bedrag het ging. Dit houdt volgens MDC verband met het feit dat de schade is ontstaan aan een schip van opdrachtgever VKV in een loods van MDC, waar Prima Navis in opdracht van MDC werkzaamheden verrichtte. MDC was op haar beurt onderaannemer van Trico, die de opdracht had aangenomen van VKV. Voorts heeft MDC aangevoerd dat zij aanvankelijk in de veronderstelling verkeerde dat het een verzekeringskwestie was die voor haar niet tot schade zou leiden. Pas in of na augustus 2016 bleek dat MDC mogelijk schade zou lijden. MDC heeft overwogen om de schade niet door te belasten aan Prima Navis. Toen Prima Navis evenwel bij brief van 7 oktober 2016 aan MDC rechtsmaatregelen had aangekondigd, heeft MDC besloten om dat wel te doen. Ter zitting heeft MDC nog aangevoerd dat de kosten niet direct zijn verhaald op Prima Navis omdat Prima Navis geen verhaal bood.

4.26.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Ingevolge artikel 6:89 BW kan de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd. Vast staat dat er op 25 september 2015 tijdens ombouwwerkzaamheden aan het achterschip van de “Patrijs” in de door MDC gehuurde loods aan de Oostdijk 29 brand is uitgebroken waardoor accommodatie en stuurhut volledig zijn uitgebrand. MDC heeft onbetwist gesteld dat er op dat moment werknemers van Prima Navis werkzaam waren. Prima Navis heeft onbetwist gesteld dat de werkzaamheden onder toezicht en instructies van Rosandic, bestuurder van MDC, hebben plaatsgevonden. Aangenomen mag dus worden dat MDC het gebrek op 25 september 2015 heeft ontdekt. Vanaf dat moment is de klachttermijn gaan lopen. MDC heeft eerst op 25 oktober 2016 de gestelde schade doorbelast aan MDC, zoals hierboven weergegeven onder 2.10. Dit is tardief. Prima Navis is door dit handelen van MDC ernstig in haar belangen (bewijspositie) geschaad. Immers kon Prima Navis de schade niet meer beperken en is een contra expertise niet meer mogelijk.

4.27.

Daarnaast geldt nog het volgende. MDC heeft slechts een rapport overgelegd waarin staat dat MDC ondeskundig en onprofessioneel heeft gehandeld en niet dat Prima Navis dat heeft gedaan. Vast staat dat de verzekeraar van MDC de schade aan de opdrachtgever heeft vergoed. De vordering van MDC ziet op opruimingskosten, advocaatkosten, eigen risico en kosten in verband met de huur van de loods. Die gestelde schade is door MDC niet nader met justificatoire bescheiden onderbouwd, terwijl zij daartoe meerdere keren in deze procedure in de gelegenheid is geweest.

4.28.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering zal worden afgewezen.

4.29.

MDC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Prima Navis worden begroot op € 894,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 894,00) aan salaris advocaat.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt MDC om aan Prima Navis te betalen een bedrag van € 54.000,00 (vierenvijftig duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 15 december 2016 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt MDC in de proceskosten, aan de zijde van Prima Navis tot op heden begroot op € 3.806,08, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt MDC in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat MDC niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.6.

wijst de vordering af,

5.7.

veroordeelt MDC in de proceskosten, aan de zijde van Prima Navis tot op heden begroot op € 894,00,

5.8.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2017. 615/1573