Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9565

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-11-2017
Datum publicatie
07-12-2017
Zaaknummer
10/661201-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte pleegt openlijk in vereniging geweld tegen 2 politieagenten in functie waarbij zij lichamelijk letsel hebben opgelopen. Veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van tien maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/661201-17

Datum uitspraak: 23 november 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. S. Lodder, advocaat te Capelle aan den IJssel.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 november 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. I. Streefland heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal melden bij de reclassering en zijn medewerking zal verlenen aan ambulante behandeling.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Inleiding

Op grond van de stukken in het dossier kan het volgende worden vastgesteld. Op 22 juli 2017 kregen twee verbalisanten de melding dat bij een feest in Capelle aan den IJssel een vechtpartij was ontstaan. Ter plaatse keerde een aantal feestvierders zich tegen de verbalisanten. Nadat zij omsingeld waren door een aantal personen, kreeg verbalisant [naam verbalisant 1] een harde klap op de zijkant van haar gezicht. Vervolgens begonnen verschillende personen te gooien met bierflesjes en bierblikjes in de richting van de verbalisanten. Op een gegeven moment kwam een man op verbalisant [naam verbalisant 2] afrennen met een groenkleurig bierflesje in de hand. Deze man sloeg hem met het bierflesje hard op zijn achterhoofd. Na het lossen van een waarschuwingsschot door verbalisant [naam verbalisant 2] gooide dezelfde man een ander flesje tegen de elleboog van verbalisant [naam verbalisant 2] . Zowel [naam verbalisant 1] als [naam verbalisant 2] hebben naar aanleiding van dit geweld letsel opgelopen en hebben van het gebeurde aangifte gedaan. De verdachte wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij dit openlijke geweld.

4.1.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verdachte ontkent [naam verbalisant 2] met een bierflesje te hebben geslagen en stelt dat [naam verbalisant 2] zich heeft vergist. [naam verbalisant 2] heeft verklaard dat degene die hem geslagen heeft een donkerkleurig poloshirt droeg. Dit wordt ondersteund door de verklaring van [naam verbalisant 1] . Slechts [naam verbalisant 2] herkent de verdachte daadwerkelijk nadat hij was aangehouden als de man die hem met een bierflesje heeft geslagen.

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij een zwart shirt met lange mouwen droeg en geen poloshirt zoals door de aangevers is verklaard.

Verder heeft de verdediging gewezen op door de verdediging aangeleverde en in het dossier gevoegde beelden van het incident. Op de beelden is verdachte niet te zien. Wel is op de beelden een persoon met een wit shirt te herkennen, die een slaande beweging maakt met een fles in de hand. Vrijwel direct daarna wordt het waarschuwingsschot gelost. Dit komt niet overeen met de verklaring van [naam verbalisant 2] over de dader. [naam verbalisant 2] verklaart dat hij vlak voor het waarschuwingsschot met het bierflesje is geslagen. Nu verdachte niet op de beelden te zien is, is het dus uitgesloten dat het verdachte is geweest die [naam verbalisant 2] op het hoofd heeft geslagen. Nu de herkenning van verdachte slechts berust op de verklaringen van [naam verbalisant 2] en deze niet spoort met de beelden van het incident ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs en moet verdachte worden vrijgesproken.

4.1.3.

Beoordeling

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting zijn naar het oordeel van de rechtbank de in de inleiding opgenomen feiten en omstandigheden vast komen te staan.

De vraag die beantwoord moet worden is of de verdachte degene is geweest die [naam verbalisant 2] met een bierflesje op zijn achterhoofd heeft geslagen en een fles tegen zijn elleboog heeft gegooid, dan wel of hij zich op andere wijze schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde openlijke geweldpleging. [naam verbalisant 2] verklaart daarover dat hij degene die hem heeft geslagen in zijn gezicht heeft gekeken en oogcontact met hem heeft gehad. Toen de personen één voor één uit het gebouw naar buiten kwamen, was de verdachte de laatste persoon. [naam verbalisant 2] herkende de verdachte aan zijn kleding, gezicht en haardracht voor honderd procent als de man die hem geslagen had. Geen van de andere eerder gecontroleerde mannen voldeed aan het signalement. [naam verbalisant 1] heeft gezien dat de persoon die [naam verbalisant 2] heeft geslagen met een fles een donkerkleurig poloshirt droeg. Hoewel de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij een zwartkleurige trui met lange mouwen droeg, acht de rechtbank dit niet geloofwaardig. Niet alleen heeft verdachte tegenover de politie, nadat hij over de kleding van de dader was geïnformeerd, verklaard dat er wel meer personen dezelfde kleding droegen, maar ook heeft verdachte, blijkens het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris, zich niet “verweerd” met de verklaring dat hij de dader niet kan zijn omdat hij die avond geen zwarte polo, maar een zwarte trui met lange mouwen droeg. Dat had, gezien het feit dat de verdenking vooral was gericht op iemand met een zwarte polo, wel voor de hand gelegen.

Naar aanleiding van de beelden (bestand [naam bestand] ) heeft [naam verbalisant 2] verklaard dat hij links in beeld staat en rechts zijn collega [naam verbalisant 1] . Hij verklaart dat het moment dat hij de klap met de fles kreeg niet op de beelden te zien is. Hij herkent de verdachte niet als één van de personen die op de voorgrond lopen. De personen achter [naam verbalisant 2] zijn niet goed in beeld en hij herkent hen niet. Ter terechtzitting (en nadien in raadkamer) zijn de beelden (bestand [naam bestand] ) een aantal keer afgespeeld – ook in vertraagde vorm en beeld voor beeld – en bekeken. De rechtbank herkent [naam verbalisant 2] als de verbalisant die op de beelden aan de linkerkant staat. Het fragment duurt 6 seconden en het begint vrijwel direct met het lossen van het waarschuwingsschot. Het is, gezien het aanvangsmoment van de beelden, heel goed mogelijk dat [naam verbalisant 2] , voordat de beelden beginnen al geslagen was, zoals ook door [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 1] is verklaard. Ook het door de beveiligingsbeambte [naam beveiligingsbeambte] opgestelde rapport ondersteunt deze gang van zaken, nu deze verklaart dat de mannelijke agent, na meerdere keren gewaarschuwd te hebben, een waarschuwingsschot loste.

Dat betekent dat het beeldfragment niet beslissend is voor de identificatie van de dader en dat het in elk geval niet uitsluit dat verdachte (zeer) kort daarvoor bij het incident aanwezig was en [naam verbalisant 2] met een fles heeft geslagen.

Op de beelden is wel een persoon in een wit shirt te herkennen, die met een grote fles in zijn hand wegrent. Anders dan de verdediging stelt is, gelet op wat hiervoor is overwogen, niet aannemelijk geworden dat het die persoon moet zijn geweest die [naam verbalisant 2] heeft geslagen. Bovendien strookt dat niet met de verklaring van [naam verbalisant 1] , die verklaart dat de persoon die haar collega had geslagen opnieuw dreigend op hen af kwam lopen en deze persoon volgens haar op een paar meter afstand stond.

Nu [naam verbalisant 2] de verdachte kort na het incident heeft herkend als degene die hem met een bierflesje had geslagen en zijn verklaring gedeeltelijk ondersteund wordt door de verklaring van [naam verbalisant 1] , terwijl de beelden de lezing van [naam verbalisant 2] niet ontzenuwen, komt de rechtbank tot de conclusie dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 22 juli 2017 te Capelle aan den IJssel, op de openbare weg, het Lylantse Plein, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 1] , agent van politie en [naam slachtoffer 2] , hoofdagent van politie, welk geweld bestond uit het meermalen, althans éénmaal

- maken van zwaaiende bewegingen met een fles in de handen

- met kracht slaan of stompen in het gezicht, van die [naam slachtoffer 1] en

- gooien van bierflesjes en bierblikjes en schoenen, naar, die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

- met kracht met een bierflesje, slaan op het hoofd van die [naam slachtoffer 2] en

- gooien van een fles, tegen de elleboog, van die [naam slachtoffer 2] ,

terwijl het door hem, verdachte, gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (te

weten een kras op de kaak en een rode plek in de hals/nek) voor die [naam slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De aangevers zijn twee verbalisanten die een melding kregen van een vechtpartij bij een feestje. Ter plaatse richtte een grote groep feestvierders zich tegen hen. Er ontstond een dreigende sfeer waarbij de verbalisanten omsingeld werden en door onder anderen de verdachte geweld werd gebruikt tegen verbalisant [naam verbalisant 2] . De situatie moet voor de verbalisanten zeer bedreigend zijn geweest, zoals ook blijkt uit het feit dat [naam verbalisant 2] zich genoodzaakt heeft gevoeld een waarschuwingsschot te lossen. Pas op dat moment stopte de belaging van de verbalisanten. De verbalisanten hebben als gevolg van het geweld letsel opgelopen. Daarnaast betreft het geweld tegen politieagenten die hun werk deden en afkwamen op een melding van een vechtpartij. De rechtbank tilt hier zwaar aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 oktober 2017, waaruit blijkt dat de verdachte viermaal eerder is veroordeeld voor openlijke geweldpleging en daarnaast voor geweld tegen de politie met letsel ten gevolg. De omstandigheid dat de verdachte uit die eerdere veroordelingen geen enkele lering blijkt te hebben getrokken is een strafverzwarende omstandigheid.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt. Dit rapport houdt het volgende in. Het recidiverisico is gemiddeld tot hoog vanwege de justitiële voorgeschiedenis, de zorgen over zijn sociale netwerk en zijn alcoholgebruik. In het verleden heeft de verdachte meermalen onder toezicht van de reclassering gestaan, waarbij hij zich over het algemeen coöperatief heeft opgesteld, maar individuele behandeling niet heeft afgerond. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een voorwaardelijk strafdeel met als bijzondere voorwaarden meldplicht en verplicht medewerking verlenen aan ambulante behandeling.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) die voor openlijk geweld zijn vastgesteld. Daarbij houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met het feit dat het geweld gericht is geweest tegen professionele hulpverleners. Bovendien is de verdachte eerder voor een lange reeks soortgelijke feiten veroordeeld. De rechtbank is van oordeel dat, ook gelet op de rol van verdachte in het openlijk geweld, niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen en aan dat deel bijzondere voorwaarden verbinden, zoals door de reclassering geadviseerd is. Dit voorwaardelijk strafdeel is bedoeld de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk passend.

8 Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 850,00 (zegge: achthonderdenvijftig euro) aan immateriële schade. Er is sprake van fysiek letsel als gevolg van de klap met de fles op het hoofd en het gooien van de fles tegen de elleboog. Daarnaast is er sprake van psychisch letsel als gevolg van de impact van het incident.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat de vordering benadeelde partij geheel toegewezen dient te worden met het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.

Standpunt verdediging

Nu de verdediging vrijspraak heeft bepleit, dient de vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard te worden.

8.3.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd en de vordering voor de mededader tot een bedrag van € 350,00 is toegewezen, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 juli 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 850,00 (zegge: achthonderd en vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot twee maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde wordt verplicht mee te werken aan diagnostiek en een eventueel daaruit voortvloeiend plan van aanpak bij forensische polikliniek De Waag of soortgelijke ambulante zorg, zulks, ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zal worden gegeven.

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 850,00 (zegge: achthonderd en vijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, waarvan een bedrag van € 350,00 (zegge: driehonderd en vijftig euro) hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 850,00 (hoofdsom, zegge: achthonderd en vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Rabbie, voorzitter,

en mrs. S. Taalman en M. Timmerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kraaijeveld, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 november 2017.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 22 juli 2017 te Capelle aan den IJssel, op of aan de openbare weg, het Lylantse Plein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 1] , agent van politie en/of [naam slachtoffer 2] , hoofdagent van politie, welk geweld bestond uit het meermalen, althans éénmaal

- toevoegen van de woorden: "Kankerjoden" en/of "Kankerkale" en/of "Kankerhoer"

en/of "Kankerlijers" en/of "Rotterdam hooligans" en/of "Hamas, Hamas alle

joden aan het gas" en/of "Wat komen jullie hier doen? Kankerlijers" en/of

"Jullie moeten gewoon opkankeren" en/of "Opkankeren hier, vuile kankerhoer"

en/of "Kom dan, één voor één" en/of "Kom dan, kankerhoer. Sla dan", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- ( dreigend) aflopen op die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- op (zeer) korte afstand van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] gaan staan

en/of

- omsingelen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- ( maken van (een) zwaaiende beweging(en)met een fles, althans een hard

voorwerp, in de hand) en/of

- ( met kracht) slaan en/of stompen in het gezicht, althans tegen/op het hoofd,

van die [naam slachtoffer 1] en/of

- gooien van (een) (bier)fles(jes) en/of (bier)blik(jes) en/of schoen(en),

althans (een) (hard(e)) voorwerp(en) naar, althans in de richting van, die

[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- ( met kracht) met een (bier)flesje, althans een hard voorwerp, slaan tegen/op

het hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of

- gooien van een fles, althans een hard voorwerp, tegen de elleboog, althans

het lichaam, van die [naam slachtoffer 2] ,

terwijl het door hem, verdachte, gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (te

weten een kras op de kaak en/of een rode plek in de hals/nek) voor die [naam slachtoffer 1]

ten gevolge heeft gehad.