Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9498

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-10-2017
Datum publicatie
05-12-2017
Zaaknummer
10-140732-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie tot een gevangenisstraf van 90 dagen waarvan 43 dagen voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10-140732-17

Datum uitspraak: 27 oktober 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. J. Wouters, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 oktober 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. Th.H. Slieker, heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het ten laste gelegde feit is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:

hij op 24 juli 2017 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Random type P-64,

kaliber 9 millimeter en de daarbij behorende munitie, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het

feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen dat in een voertuig op de openbare weg onder handbereik lag. Dat vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en hiertegen dient daarom streng te worden opgetreden. Omdat de verdachte met zijn vrijwilligerswerk een voorbeeldfunctie vervult voor jongeren rekent de rechtbank hem het plegen van dit strafbare feit des te meer aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

25 september 2017 op naam van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

20 oktober 2017. Dit rapport houdt onder andere het volgende in.

De reclassering ziet problemen op het gebied van sociale contacten en denkpatronen,

gedrag en vaardigheden en acht deze gebieden delict gerelateerd en recidive

verhogend. De verdachte werd eerder psychisch onderzocht waarbij ook een IQ-bepaling

werd gedaan. Deze kwam destijds uit op een totaal IQ van 61. Dit onderzoek dateert

echter van 2010. De reclassering vindt het positief dat de verdachte beschikt over zelfstandige huisvesting, hij een regelmatig contact heeft opgebouwd met zijn zoontje van zeven, zijn uitkeringsaanvraag bijna rond is, hij al langere tijd een relatie heeft en vrijwillig deelneemt aan een dagbesteding. Voorts houdt de verdachte zich tot op heden aan de afspraken met de reclassering en de bij schorsing bepaalde bijzondere voorwaarden. Volgens de reclassering is nieuw diagnostisch onderzoek en bepaling van het IQ van de verdachte geïndiceerd zodat passende en haalbare begeleidingsdoelen kunnen worden opgesteld waar de verdachte door middel van een reclasseringstoezicht in ondersteund en gecontroleerd kan worden. Voorts is de reclassering van mening dat de mate van arbeidsgeschiktheid dient te worden onderzocht zodat zicht komt op verdachtes belastbaarheid in fysieke zin.

Concluderend vindt de reclassering het voortzetten van het reclasseringstoezicht en een

onderzoeks-/behandelverplichting bij Forensische Zorg Zeeland aangewezen en adviseert de rechtbank derhalve de verdachte bij een bewezenverklaring te veroordelen tot een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandelverplichting, inclusief een IQ-bepaling.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor een kortere duur dan door de officier van justitie is geëist en hierbij een taakstraf van na te noemen duur opleggen.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 43 (drieënveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich binnen drie werkdagen na het onherroepelijk geworden vonnis melden bij Reclassering Nederland, unit Middelburg op het volgende adres: Vrijlandstraat 33, 4337 EA Middelburg. De veroordeelde zal zich hierna gedurende de proeftijd blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

  • -

    de veroordeelde zal zich voor diagnostiek, inclusief een IQ-bepaling, en behandeling melden bij Forensische Zorg Zeeland of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderd-en-tachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.A. Vroom, voorzitter,

en mrs. R. Brand en A. van Luijck, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 24 juli 2017 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Random type P-64,

kaliber 9 millimeter en/of de daarbij behorende munitie, voorhanden heeft gehad.