Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9408

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-11-2017
Datum publicatie
06-12-2017
Zaaknummer
C/10/522365 / HA ZA 17-242
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen 24-uurs pakketbezorger en natuurlijk persoon (eenmanszaak). Arbeidsovereenkomst of vervoerovereenkomst?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1452
AR 2017/6442
NTHR 2018, afl. 1, p. 67
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/522365 / HA ZA 17-242

Vonnis van 29 november 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. I.M. van den Heuvel te Roosendaal,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRANSMISSION BERGEN OP ZOOM B.V.,

gevestigd te Bergen op Zoom,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. H.E. Borgman te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en TransMission genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 10 oktober 2016 waarbij gedagvaard is voor de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, met producties;

  • -

    het oproepingsexploot van 10 oktober 2016, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid kantonrechter, met producties;

  • -

    de antwoordconclusie in het bevoegdheidsincident;

  • -

    het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 december 2016 waarbij de zaak is verwezen naar de rechtbank Rotterdam;

  • -

    de aan de rechtbank Rotterdam, team kanton (civiel), gerichte brief van 16 december 2016 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarbij het originele procesdossier is aangeboden;

  • -

    het exploot van 24 februari 2017 waarmee [eiser] Transmission heeft opgeroepen voort te procederen voor de rechtbank Rotterdam;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens conclusie van (voorwaardelijke) eis in reconventie, met producties;

  • -

    de brief van 24 mei 2017 van de rechtbank waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de zittingsagenda;

  • -

    de akte overlegging producties van Transmission, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met één productie;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 september 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Transmission is een 24-uurs pakketbezorger in de Benelux. Zij is een samenwerkingsverband van een aantal regionale zelfstandige vervoersondernemers die op een uniforme en grotendeels geautomatiseerde wijze (via scanapparatuur) pakketten uitwisselen via regionale depots.

2.2.

In 2011 heeft Transmission met [eiser] , die handelde onder de naam [bedrijfsnaam eiser] , een overeenkomst gesloten met als titel ‘vervoerovereenkomst wegvervoer’. Op 6 januari 2016 heeft Transmission een nieuwe ‘vervoerovereenkomst wegvervoer’ gesloten, die is ingegaan op 1 januari 2016 en een looptijd heeft van drie jaar. Laatstgenoemde overeenkomst, die hierna zal worden aangeduid als “de overeenkomst”, luidt - aangehaald voor zover relevant - als volgt:

VERVOEROVEREENKOMST WEGVERVOER

De ondergetekenden

De besloten vennootschap TransMission Bergen op Zoom B.V. [..]

en

De onderneming [bedrijfsnaam eiser] , gevestigd en kantoorhoudende te Roosendaal, verder te noemen [bedrijfsnaam eiser]
wettig vertegenwoordigd door [eiser] ,

In aanmerking nemende, dat partijen met elkaar een overeenkomst tot het vervoer van zaken over de weg wensen aan te gaan en de inhoud daarvan schriftelijk wensen vast te leggen

zijn als volgt overeengekomen:

1 Vervoerovereenkomst

[…]

[bedrijfsnaam eiser] verplicht zich tot het vervoer van nader omschreven zaken en Transmission verplicht zich tot betaling van de overeengekomen vrachtprijs.

[…]

3. Omvang van het vervoer

TransMission garandeert minimaal 200 werkdagen per jaar [bedrijfsnaam eiser] in te zetten voor regionaal vervoer voor 1 auto.

4. Voorwaarden

Op alle voorwaarden zijn, afhankelijk van de aard van die werkzaamheden, van toepassing:

  • -

    De Algemene Vervoercondities 2002 [..]

  • -

    het verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR)

  • -

    de Transport en Logistiek Nederland algemene betalingsvoorwaarden [..]

5. Prijzen

De prijzen zijn zoals weergegeven in Bijlage 1 “Tarieven Vervoerder” en Bijlage 2 “Tarieven Plusleveringen Vervoerder”. Deze genoemde bedragen gelden af Bergen op Zoom tot Bergen op Zoom.

De kosten van het laden en/of lossen zijn bij de vrachtprijs volledig inbegrepen.

[…]

7. Verplichtingen [bedrijfsnaam eiser]

[bedrijfsnaam eiser] is verplicht om:

  1. Het opgedragen vervoer direct en zonder onnodige vertraging te verrichten.

  2. Het opgedragen vervoer te verrichten met voor dit vervoer geschikt, schoon en representatief materieel voorzien van de bij het vervoer gangbare hulpmiddelen. Het materieel en de hulpmiddelen dient tevens steeds in goede staat van onderhoud te verkeren.

  3. Het vervoer alleen te laten verrichten door bekwaam personeel voorzien van de voor het werk geldige diploma’s en verklaringen. [bedrijfsnaam eiser] zal op verzoek gewaarmerkte kopieën van deze diploma’s en verklaringen verstrekken.

  4. Te laden en te lossen.

  5. Tegenover derden geheimhouding in acht te nemen met betrekking tot alle gegevens die bij [bedrijfsnaam eiser] op basis van de vervoerovereenkomst bekend zijn.

  6. Indien zaken met een rembours zijn belast, de zaken niet eerder af te leveren dan nadat de rembourspenningen zijn geïnd. Deze geïnde remboursen vervolgens dezelfde dag afdragen bij TransMission.

  7. Op verzoek van TransMission het vervoermaterieel te (laten) voorzien van de door TransMission gewenste kleuren en reclame, e.e.a. volgens norm van TransMission. [..]

  8. Op verzoek van TransMission zijn chauffeurs werkkleding van TransMission te laten dragen. Kosten van werkkleding zijn voor rekening van [bedrijfsnaam eiser] .

  9. Op verzoek van TransMission gebruik te maken van de door TransMission te verstrekken elektronische afleverregistratie apparatuur. De kosten (900 euro) daarvan zijn voor rekening van [bedrijfsnaam eiser] .

  10. De cao voor het beroepsgoederenvervoer over de weg getrouwelijk na te leven. Indien komt vast te staan dat hieraan niet of niet meer wordt voldaan, is TransMission gehouden geen vervoer meer aan [bedrijfsnaam eiser] uit te besteden, totdat de cao wel wordt nageleefd (art. 43 van voornoemde cao).

  11. Geen offertes af te geven aan klanten van TransMission zonder vooraf overleg te hebben gepleegd met TransMission. Mocht hier wel sprake van zijn dan heeft TransMission het recht het contract per direct te beëindigen. Uitzonderingen hierop zijn ad hoc koeriersritten zonder vast karakter.

[…]

10. Ontbinding

Deze overeenkomst wordt, ook gedurende de looptijd van deze overeenkomst, ontbonden indien:

  1. […]

  2. […]

  3. Eén van de partijen wanprestatie van enige betekenis pleegt en daarin volhardt ondanks schriftelijke sommatie van zijn wederpartij om deze overeenkomst na te komen met een uiterste termijn van 10 werkdagen.

  4. […]

[…]”.

2.3.

Op 21 juli 2016 heeft een incident plaatsgevonden op het depot van Transmission in Bergen op Zoom, waarbij [eiser] betrokken was. Naar aanleiding daarvan heeft Transmission [eiser] geschorst en een onderzoek ingesteld. Bij brief van 25 juli 2016 is door [eiser] bezwaar gemaakt tegen de schorsing.

2.4.

Bij brief van 1 augustus 2016 die is gericht aan [bedrijfsnaam eiser] heeft Transmission aan [eiser] onder meer medegedeeld dat [eiser] geschorst blijft tot 1 september 2016. Aan het eind van deze brief wordt het volgende medegedeeld:

“Wij benadrukken dat wij niet zullen schromen om de overeenkomst conform artikel 10 van de overeengekomen vervoersovereenkomst bij een eerstvolgende wanprestatie te beëindigen. Wij verwachten dat u en uw medewerkers zich gedragen als een behoorlijke partij. Daarbij verzoeken wij u om de volledig te gaan werken conform de afspraken in de overeenkomst. Zo dient u zelf voor vervanging bij afwezigheid te zorgen en indien een bus leeg is, dient de chauffeur terug te keren naar Bergen in Zoom. […]

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.”

2.5.

Bij brief van 26 augustus 2016 die is gericht aan [bedrijfsnaam eiser] heeft Transmission aan [eiser] - kort gezegd - medegedeeld dat [eiser] zelf voor vervanging dient te zorgen bij afwezigheid van (één van) zijn chauffeurs en dat het voor haar niet acceptabel is dat [eiser] op 22, 23 en 24 augustus 2016 geen contact heeft gezocht met Transmission om haar op de hoogte te stellen van de ziekte van een chauffeur en hoe eventuele vervanging geregeld zou worden. Ten slotte heeft Transmission te kennen gegeven dat dit een laatste sommatie is en dat zij bij een eerstvolgende wanprestatie de overeenkomst conform artikel 10 van de overeenkomst zal beëindigen.

2.6.

Bij brief van 1 september 2016 die is gericht aan [bedrijfsnaam eiser] heeft Transmission aan [eiser] medegedeeld dat [eiser] wederom heeft gewanpresteerd door op 31 augustus 2016 om 23.00 uur via whatsapp aan Transmission zichzelf en een andere chauffeur af te melden voor 1 september 2016 zonder vervangende chauffeurs aan te bieden. Naar aanleiding van de incidenten op 22 augustus en 1 september 2016 heeft Transmission de overeenkomst per omgaande beëindigd.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. voor recht verklaart dat:

  1. Transmission ten onrechte op 21 juli 2016 en 1 augustus 2016 [eiser] heeft geschorst en de overeenkomst heeft ontbonden;

  2. tussen partijen op grond van de tussen hen gesloten vervoersovereenkomst en de wijze waarop zij daar uitvoering aan hebben gegeven een dienstbetrekking is ontstaan voor een 40-urige werkweek;

II. Transmission veroordeelt:

  1. primair: tot betaling over de periode vanaf 1 juni 2011 tot en met 31 juli 2016 van een bruto loon dat gelijk is aan 100/130 van de belastbare winst die [eiser] in die periode als partij bij de vervoersovereenkomst heeft gehad, waarbij in mindering strekt hetgeen [eiser] reeds aan vergoeding heeft ontvangen, en over de periode vanaf 1 augustus 2016 tot betaling van een brutoloon te betalen van € 3.616,00 per maand, te vermeerderden met 8% vakantiegeld, voor een 40-urige werkweek;

  2. subsidiair: tot het uitvoering geven aan de vervoersovereenkomst met [eiser] in de mate waarin en de wijze waarop Transmission dat heeft gedaan tot de schorsing, op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag dat Transmission in gebreke zou blijven;

III. Transmission veroordeelt in de proceskosten.

3.2.

Hieraan legt [eiser] - samengevat - de volgende stellingen ten grondslag:

  • -

    De overeenkomst is primair een arbeidsovereenkomst en subsidiair een vervoerovereenkomst;

  • -

    [eiser] heeft geen wanprestatie gepleegd;

  • -

    [eiser] kan verklaringen voor recht vragen zowel wat betreft de vervoerovereenkomst als wat betreft de arbeidsovereenkomst.

3.3.

TransMission voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de dag van de betekening van dit vonnis tot de dag van de algehele voldoening alsmede met de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf veertien dagen na aanzegging daarvan tot aan de dag van de algehele voldoening.

3.4.

Op de argumenten van TransMission zal hieronder bij de beoordeling worden ingegaan, voor zover zij daarvoor van belang zijn.

in reconventie

3.5.

TransMission vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. (voorwaardelijk, namelijk voor het geval de rechter in de procedure in conventie het bestaan van een arbeidsovereenkomst aanneemt en de vordering van [eiser] onder 2 primair geheel of gedeeltelijk toewijsbaar zal achten en het aangevoerde beroep van TransMission in conventie op verrekening afwijst) voor recht verklaart dat [eiser] aan TransMission dient terug te betalen hetgeen TransMission uit hoofde van de door [bedrijfsnaam eiser] en/of [eiser] aan haar gezonden en door haar betaalde facturen aan [eiser] in de periode 1 juni 2011 tot 1 september 2016 heeft betaald en [eiser] veroordeelt tot betaling van dat bedrag, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van het instellen van de eis in reconventie tot de dag van de algehele voldoening;

  2. (primair) voor recht verklaart dat TransMission op de bij conclusie van eis in reconventie aangevoerde gronden de vervoerovereenkomst van 6 januari 2016 rechtsgeldig op 1 september 2016 heeft beëindigd, althans (subsidiair) de vervoerovereenkomst van 6 januari 2016 op in de conclusie van eis genoemde gronden ontbindt met ingang van 1 september 2016 dan wel met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;

  3. voor recht verklaart dat [eiser] op de bij eis in reconventie aangevoerde gronden aansprakelijk is en gehouden is alle door TransMission geleden en nog te lijden schade aan Transmission te vergoeden en [eiser] veroordeelt tot betaling van dat bedrag, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van het instellen van de eis in reconventie tot de dag van de algehele voldoening;

  4. [eiser] veroordeelt in de volledige kosten van de procedure in reconventie, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de dag van de betekening van het in dezen te wijzen vonnis tot de dag van de algehele voldoening alsmede in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf veertien dagen na aanzegging van de nakosten aan [eiser] tot de dag van de algehele voldoening.

3.6.

[eiser] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van TransMission, met veroordeling van TransMission in de proceskosten.

3.7.

Op de stellingen van partijen zal hieronder bij de beoordeling worden ingegaan, voor zover zij daarvoor van belang zijn.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

In geschil is of [eiser] de contractuele wederpartij is van TransMission bij de overeenkomst, zoals [eiser] stelt en TransMission betwist, die meent dat zij gecontracteerd heeft met de vennootschap onder firma [bedrijfsnaam eiser] .

4.2.

Op de comparitiezitting is het volgende gebleken. [eiser] heeft de overeenkomst gesloten terwijl hij handelde onder de naam [bedrijfsnaam eiser] . Weliswaar is hierna aanvankelijk op papier een vennootschap onder firma met de naam [bedrijfsnaam eiser] opgericht - en dit is met terugwerkende kracht gebeurd tot 1 januari 2016 -, maar deze vennootschap onder firma is uiteindelijk met terugwerkende kracht opgeheven. Verder is gesteld noch gebleken dat de overeenkomst is omgezet op naam van de vennootschap onder firma [bedrijfsnaam eiser] . Geconcludeerd moet dan ook worden dat [eiser] zélf en niet de vennootschap onder firma [bedrijfsnaam eiser] partij is bij de overeenkomst. [eiser] is dan ook ontvankelijk in zijn vordering.

4.3.

[eiser] is primair van mening dat hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met TransMission, hetgeen TransMission betwist.

Voor zover niet komt vast te staan dat tussen [eiser] en TransMisson een arbeidsovereenkomst heeft bestaan, komen de onder I.b gevorderde verklaring voor recht en de onder II primair gevorderde betalingsveroordeling niet voor toewijzing in aanmerking.

4.4.

De rechtbank stelt voorop dat bij de toetsing of een rechtsverhouding beantwoordt aan de criteria voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst acht moet worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Daarbij dienen niet alleen de rechten en verplichtingen in aanmerking te worden genomen die partijen bij het aangaan van de rechtsverhouding voor ogen stonden, maar dient ook acht te worden geslagen op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. Voorts is niet één enkel kenmerk beslissend, maar moeten de verschillende rechtsgevolgen die partijen aan hun verhouding hebben verbonden in hun onderling verband worden bezien (laatstelijk Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3019; vergelijk Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2757).

4.5.

Met inachtneming van het hiervoor vermelde toetsingscriterium zal de rechtbank hierna de feiten en omstandigheden bespreken die partijen over en weer ter onderbouwing van hun standpunt hebben aangevoerd.

4.6.

De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te berichten, zo is bepaald in artikel 7:610 lid 1 BW. In deze wetsbepaling ligt het vereiste van een gezagsverhouding besloten: de werknemer heeft zich ertoe verbonden onder de zeggenschap van de werkgever arbeid te verrichten. Een ander belangrijk vereiste voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is de verplichting van de werknemer om de arbeid zélf te verrichten, zo is bepaald in artikel 7:659 lid 1 BW. Alleen met toestemming van de werkgever kan hij zich door een derde doen vervangen.

4.7.

Uit de overeenkomst volgt niet dat [eiser] (handelende onder de naam [bedrijfsnaam eiser] ) de werkzaamheden zelf diende te verrichten. Zie het hiervoor onder 2.2 aangehaalde artikel 7 sub c. Gesteld noch gebleken is dat in weerwil van de tekst van deze bepaling van de overeenkomst in de praktijk wél zo’n verplichting voor [eiser] gold. De verplichting van [bedrijfsnaam eiser] ( [eiser] ) op dit punt was geen andere dan dat er voor bekwaam personeel gezorgd moest worden. Verder is nog gebleken dat er tegelijkertijd twee door [bedrijfsnaam eiser] ingezette bussen voor TransMission reden, waarvan er, vanzelfsprekend, hoogstens één door [eiser] bestuurd kon worden. Er is dus niet voldaan aan het vereiste van artikel 7:659 lid 1 BW dat de werknemer verplicht is de arbeid zelf te verrichten. Bovendien ontving [eiser] geen loon maar een vergoeding die was gebaseerd op het aantal te vervoeren zaken en vastgestelde tarieven. Dat de onderneming van [eiser] , [bedrijfsnaam eiser] , ook verplichtingen had die zouden kunnen duiden op een gezagsverhouding - zie artikel 7 van de overeenkomst - weegt daar niet tegenop. Die verplichtingen passen namelijk ook bij een vervoerovereenkomst.

4.8.

De overeenkomst moet derhalve worden gezien als een vervoerovereenkomst. TransMission heeft deze terecht per 1 september 2016 ontbonden. In die gevallen dat hij niet zelf het vervoer kon verrichten was [eiser] jegens TransMission tegenover TransMission verplicht voor vervanging te zorgen. Voor zover dit al niet volgde uit de overeenkomst zélf - vergelijk artikel 7 onder a en c - of uit de omstandigheid dat TransMission een 24-uurs pakketbezorger was, waar [eiser] zich van bewust was, volgde dit namelijk in ieder geval onmiskenbaar uit de hiervoor onder 2.5 en 2.6 genoemde berichten van TransMission aan [eiser] van augustus 2015. Ook na de in deze berichten opgenomen ingebrekestelling heeft [eiser] echter wederom niet voor vervanging gezorgd en is hij dus op een toerekenbare wijze blijven tekortschieten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst. Gelet op de wijze waarop [eiser] zich heeft misdragen op het bedrijfsterrein van TransMission tegenover aldaar aanwezige collega’s en (een) leidinggevende(n), welke misdragingen hij tijdens de compartiezitting zélf voor een deel heeft bevestigd, was schorsing van hem naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op zijn plaats en kon TransMission nakoming van de overeenkomst door [eiser] zélf dus tijdelijk weigeren. Dit gaf [eiser] evenwel niet het recht geen gevolg te geven aan de vraag van TransMission om ook toen zorg te dragen voor vervangend personeel, in welke zorg hij, als gezegd, toerekenbaar tekort is geschoten.

4.9.

De vorderingen van [eiser] zullen dan ook worden afgewezen.

4.10.

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [eiser] in de proceskosten veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van TransMission worden tot aan deze uitspraak begroot op:

  • -

    griffierecht € 618,00

  • -

    salaris advocaat € 4.000,00 (2 punten in Liquidatietarief VI)

  • -

    totaal € 4.618,00.

Tegen de over de proceskosten gevorderde wettelijke rente is geen zelfstandig verweer gevoerd. Deze vordering wordt toegewezen op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

4.11.

Tegen de gevorderde nakosten is geen zelfstandig verweer gevoerd. Zij worden toegewezen op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

in reconventie

4.12.

De voorwaardelijk ingestelde vordering komt niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet is voldaan aan de voorwaarde waaronder deze vordering is ingesteld. Van een arbeidsovereenkomst is namelijk geen sprake, zoals hiervoor in conventie is overwogen.

4.13.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen in conventie volgt dat de onder 2 primair gevorderde verklaring voor recht dat TransMission op de bij conclusie van eis in reconventie aangevoerde gronden de vervoerovereenkomst van 6 januari 2016 rechtsgeldig op 1 september 2016 heeft beëindigd toewijsbaar is.

4.14.

Onduidelijk is wat TransMission aan de onder 3 door haar gevorderde betaling ten grondslag heeft gelegd. Zoals ter zitting aan de zijde van TransMission zelf ook is erkend, heeft zij niet aan haar stelplicht voldaan. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.15.

Aangezien iedere partij voor een gedeelte in het ongelijk is gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten binnen veertien dagen na dit vonnis, die tot aan deze uitspraak aan de zijde van TransMission worden begroot op € 4.618,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt [eiser] , indien hij niet binnen genoemde termijn vrijwillig aan zijn verplichting tot het betalen van de proceskosten heeft voldaan, in de nakosten van € 131,00, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden;

verklaart deze proceskosten- en nakostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

verklaart voor recht dat TransMission op de bij conclusie van eis in reconventie aangevoerde gronden de vervoerovereenkomst van 6 januari 2016 rechtsgeldig op 1 september 2016 heeft beëindigd;

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2017.

901/32