Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9401

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-11-2017
Datum publicatie
11-12-2017
Zaaknummer
KTN-6219709_29112017
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Buitengerechtelijke vernietiging van door werknemer ondertekende verklaring. Geen tegenverzoek ex-werkgever t.a.v. gegrondheid vernietiging. Vernietiging een gegeven. Verklaring kan niet worden tegengeworpen aan werknemer. Geen opvolgend werkgeverschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1488
AR 2017/6522
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6351335 VZ VERZ 17-25073

uitspraak: 29 november 2017

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [plaatsnaam],

verzoeker,

gemachtigde: mr. A. Bosveld, te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nemo B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verweerder,

gemachtigde: mr. K. Tülü, te Amstelveen.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoeker]” en “Nemo”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

  • -

    het verzoekschrift van [verzoeker], met bijlagen, ontvangen op 27 september 2017;

  • -

    de brief van [verzoeker] d.d. 23 oktober 2017 houdende vermeerdering van zijn verzoek;

  • -

    het verweerschrift van Nemo, met bijlagen, ontvangen op 24 oktober 2017;

  • -

    de bij de mondelinge behandeling overgelegde aantekeningen van de zijde van [verzoeker].

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2017. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door mr. Bosveld. Namens Nemo is verschenen mr. Tülü. De behandeling ter zitting is aangehouden tot 30 oktober 2017 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen om de zaak onderling te regelen. Dat laatste is niet gelukt, althans niet vernomen is dat partijen de zaak hebben geschikt.

1.3

De datum van de uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

Op grond van een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1968, op 1 september 2009 in dienst getreden van koffieshop Nemo in de functie van portier. [verzoeker] is in die functie ook ingezet bij koffieshop The Reef B.V. (hierna: The Reef) een zustervennootschap van Nemo. Nemo en The Reef hadden dezelfde eigenaar. Het loon van [verzoeker] bedroeg € 4.103,15 bruto per maand exclusief vakantietoeslag.

2.2

De bedrijfsactiviteiten van Nemo en The Reef zijn met ingang van 30 maart 2017 gestaakt, nadat de burgemeester van Rotterdam de exploitatievergunningen van de etablissementen had ingetrokken en hiertegen tevergeefs bezwaar en beroep was ingesteld. De werknemers van Nemo en The Reef zijn vanaf deze datum vrijgesteld van werk.

2.3

Het UWV heeft op 22 mei 2017 toestemming verleend aan Nemo om de arbeids-overeenkomsten met haar werknemers op te zeggen in verband met bedrijfsbeëindiging.

2.4

Bij brief van 24 mei 2017 heeft Nemo de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] opgezegd met ingang van 1 juli 2017.

2.5

Eind september 2017 is koffieshop The Reef heropend. The Reef wordt thans geëxploiteerd door Heilzaam B.V. (hierna: Heilzaam) als nieuwe eigenaar. [verzoeker] is bij Heilzaam in dienst getreden. Voorafgaand aan zijn indiensttreding is hem de volgende op schrift gestelde verklaring voorgelegd, die [verzoeker] heeft ondertekend:

“Ik, [verzoeker], ben werkzaam geweest bij The Reef B.V. en/of Nemo B.V.. Binnenkort zal ik in dienst treden bij de opvolgende werkgever. Ik zal daar dezelfde werkzaamheden verrichten. Met de nieuwe werkgever heb ik besproken dat ik mijn arbeidsverleden mag meenemen, zoals datum van indiensttreding (voor de transitievergoeding). Van mijn oude werkgever(s) heb ik al mijn loon al ontvangen. Ik verklaar daarom dat ik niets meer tegoed heb uit welke hoofde dan ook van mijn ex-werkgever(s). Ik verklaar hierbij tevens dat ik de eventuele lopende rechtszaken tegen de oude werkgevers zal terugtrekken.”

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1

[verzoeker] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om The Reef (de kantonrechter leest hier: Nemo) te veroordelen aan hem te voldoen:

I. € 11.079,00 bruto aan transitievergoeding;

II. € 2.435,04 bruto aan loon over maart tot en met juni 2017;

III. € 258,05 bruto aan vakantietoeslag over juni 2017;

IV. de wettelijke verhoging van 50% over de onder II en III genoemde bedragen;

V. € 5.540,84 bruto aan vergoeding voor vakantiedagen;

VI. de wettelijke rente over de bedragen genoemd onder I tot en met V vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;

alsmede

VII. Nemo te verbieden zijn huidige werkgever Heilzaam B.V. ertoe aan te zetten geen arbeidsovereenkomst met hem aan te gaan dan wel deze te beëindigen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere overtreding van dit verbod,

met veroordeling van Nemo in de proceskosten.

3.2

Daartoe stelt [verzoeker] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - dat de arbeidsovereenkomst door Nemo is opgezegd in verband met bedrijfsbeëindiging. Hierdoor is de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2017 geëindigd. Op grond van artikel 7:673 lid 1 BW heeft [verzoeker] recht op een transitievergoeding. Daarnaast maakt [verzoeker] aanspraak op te weinig betaald loon in de maanden maart tot en met juni 2017, vakantietoeslag over het loon van juni 2017, en een vergoeding voor door hem niet genoten vakantiedagen.

3.3

Met betrekking tot het verzochte onder VII stelt [verzoeker] dat The Reef eind september 2017 is heropend door de nieuwe eigenaar Heilzaam. [verzoeker] is bij Heilzaam in dienst getreden. Voorafgaand aan zijn indiensttreding bij Heilzaam heeft hij een verklaring ondertekend waarmee hij afstand heeft gedaan van al zijn vorderingen tegen Nemo. Omdat [verzoeker] zich onder druk gesteld voelde, wenst hij niet aan voormelde verklaring gehouden te worden. Buiten rechte heeft hij de nietigheid van de verklaring ingeroepen op grond van dwang dan wel misbruik van omstandigheden. Omdat Nemo er kennelijk niet voor terug-deinst Heilzaam ertoe te bewegen hem niet in dienst te nemen of de arbeidsovereenkomst met hem te beëindigen, heeft hij recht op en belang bij het verzochte onder VII.

4 Het verweer

4.1

Het verweer van Nemo strekt tot afwijzing van de verzoeken met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.

4.2

Daartoe voert Nemo - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aan dat zij met het oog op de rechten en belangen van haar werknemers bij de onderhandelingen met de koper van de koffieshop heeft bedongen dat deze het personeel een aanbod zou doen en dat de werknemers door de koper zouden worden overgenomen. Hierdoor heeft Nemo de koffieshop voor een veel lager bedrag kunnen verkopen. [verzoeker] wist tevoren dat de transitievergoeding zou worden betaald als hij niet geïnteresseerd zou zijn in een baan bij de nieuwe exploitant of als de verkoop van Nemo niet zou lukken. Het is echter gelukt om de onderneming te verkopen. Nemo wordt thans voortgezet door Heilzaam.

[verzoeker] is aangeboden in dienst te treden bij Heilzaam onder dezelfde voorwaarden en met behoud van eventuele niet opgenomen/uitbetaalde aanspraken/reserves. [verzoeker] heeft dat aanbod aanvaard en een verklaring ondertekend waarmee het voorgaande wordt bevestigd. [verzoeker] had zijn advocaat hierover kunnen raadplegen.

Niet genoten vakantiedagen over 2016 zijn vervallen, omdat deze binnen de eerste zes maanden van 2017 opgenomen hadden moeten worden. Het loon over de maand juni 2017 en opgebouwde vakantietoeslagen zijn aan [verzoeker] betaald. Overige aanspraken, waaronder die op betaling van een transitievergoeding, heeft hij meegenomen naar Heilzaam.

5 De beoordeling

5.1

De kantonrechter stelt vast dat het verzoek – gelet op het bepaalde in artikel 7:686a,

lid 4, aanhef en onder b BW – tijdig is ingediend, nu het verzoekschrift is ontvangen binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. [verzoeker] is dan ook ontvankelijk in zijn verzoek.

Ten aanzien van de onder 2.5 vermelde verklaring van [verzoeker]

5.2

Aangezien het beroep van Nemo op de onder 2.5 vermelde verklaring van [verzoeker] de meest verstrekkende gevolgen heeft, wordt dit verweer het eerst besproken.

Bij brief van [verzoeker] aan Nemo van 20 oktober 2017 heeft [verzoeker] gesteld dat voormelde verklaring onder dwang dan wel onder misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen en dat hij niet aan de verklaring gehouden wil worden, met een beroep op de vernietigbaarheid ervan. De kantonrechter begrijpt dit aldus dat [verzoeker] de verklaring buitengerechtelijk heeft vernietigd. Hiertegen is buiten deze procedure om niet opgekomen.

5.3

Weliswaar heeft Nemo aangevoerd dat geen sprake is geweest van dwang of misbruik van omstandigheden, dat [verzoeker] wist dat Nemo zich inzette voor de werknemers om bij de koper aan het werk te kunnen en dat [verzoeker] wist waarvoor hij tekende en zo nodig zijn advocaat had kunnen raadplegen, maar deze procedure betreft niet een verzoek tot vernietiging van de verklaring van [verzoeker]. Daarom is niet verzocht door [verzoeker]. De verklaring is immers al buitengerechtelijk vernietigd. In deze procedure is evenmin door middel van een tegenverzoek aan de kantonrechter voorgelegd of die vernietiging op genoemde gronden terecht is geweest. In het kader van deze procedure wordt daarom de ingeroepen vernietiging van de verklaring van [verzoeker] als een gegeven beschouwd, hetgeen met zich brengt dat de inhoud van de verklaring niet aan [verzoeker] kan worden tegen-geworpen. Of de verklaring overeenstemde met de werkelijke wil van [verzoeker], nu is gesteld dat de verklaring ondertekend moest worden als voorwaarde voor indiensttreding bij Heilzaam, kan dus onbesproken blijven zodat bewijslevering op dit punt niet nodig is.

Opvolgend werkgeverschap

5.4

Het verweer dat sprake is van opvolgend werkgeverschap en dat aanspraken van [verzoeker] op Nemo zijn overgegaan op Heilzaam wordt niet gevolgd. De arbeidsovereenkomst van [verzoeker] is immers op 1 juli 2017 geëindigd. Eind september werkte [verzoeker] niet voor Nemo en/of The Reef, zodat bij de overgang van Nemo en/of The Reef naar Heilzaam geen rechten van [verzoeker] voortvloeiend uit diens arbeidsovereenkomst zijn overgegaan op Heilzaam. Gelet op het bepaalde in artikel 7:663 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt dan ook geconcludeerd dat er geen sprake is van opvolgend werkgeverschap.

5.5

Daar waar gesteld wordt dat [verzoeker] nog aanspraken heeft uit hoofde van de op

1 juli 2017 geëindigde arbeidsovereenkomst is Nemo terecht in rechte betrokken. Over de toewijsbaarheid van het verzochte overweegt de kantonrechter als volgt.

Transitievergoeding

5.6

Niet is in geschil dat [verzoeker], gelet op zijn leeftijd, de data van in- en uitdiensttreding, en zijn loon van € 4.103,15 bruto per maand exclusief vakantietoeslag, recht heeft op

€ 11.079,00 aan transitievergoeding. Dit bedrag wordt dan ook toegewezen.

Achterstallig salaris over de maanden maart, april, mei en juni 2017

5.7

[verzoeker] stelt gemotiveerd dat hij over de maanden maart, april, mei en juni 2017 nog loon tegoed heeft van Nemo. Uitgaande van voormeld loon van € 4.103,15 bruto per maand, waarvan de hoogte niet bestreden is, en rekening houdend met de brutobedragen vermeld op de salarisspecificaties van genoemde maanden, te weten € 3.989,73, € 3.717,00, € 3.225,60 en € 3.225,60, is in die maanden € 113,42, € 386,15, € 877,55 en € 877,55 bruto te weinig loon betaald. Tezamen beloopt dit een bedrag van € 2.254,67 bruto. Nemo heeft dit onvoldoende betwist door slechts aan te voeren dat het loon over juni 2017 wel is voldaan onder overlegging van een salarisspecificatie waarin een bedrag van € 3.225,60 bruto vermeld wordt. Nemo is op de stelling van [verzoeker] dat het uitbetaalde salaris te laag is geweest, niet ingegaan. Daarom wordt € 2.254,67 bruto aan achterstallig loon toegewezen.

5.8

Het verzochte bedrag van € 2.435,04 bruto betreft voormeld bedrag van € 2.254,67 bruto plus vakantietoeslag, maar zonder nadere uitleg van [verzoeker], die ontbreekt, valt niet in te zien waarom het bedrag moet worden vermeerderd met vakantietoeslag. Uit de salaris-specificatie van mei 2017 blijkt dat in die maand vakantiegeld is uitbetaald. Daarnaast wordt vakantietoeslag over de maand juni ook apart gevorderd, waarover hierna meer.

Vakantietoeslag over het loon van juni 2017

5.9

[verzoeker] stelt dat hij over het loon van de maand juni 2017 nog vakantietoeslag ten bedrage van € 258,05 bruto dient te ontvangen. Nemo wijst er echter op dat dit bedrag al is betaald, hetgeen steun vindt in voormelde salarisspecificatie van juni 2017 waarop naast het bedrag van € 3.225,60 bruto het bedrag van € 258,05 bruto wordt vermeld. Nu uit het door [verzoeker] gestelde rond het gevorderde loon van juni 2017 volgt dat het bedrag van € 3.225,60 bruto is betaald, kan zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet worden aangenomen dat het bedrag van € 258,05 bruto niet is uitbetaald. Daarom wordt dit deel van de vordering afgewezen.

Wettelijke verhoging

5.10

De wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW is toewijsbaar op de hierna te melden wijze. De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden geen aanleiding die verhoging te matigen, zoals door Nemo verzocht.

Vakantiedagen

5.11

Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of de in 2016 opgebouwde vakantiedagen zijn vervallen. Ingevolge artikel 7:640a BW zouden de in 2016 opgebouwde vakantiedagen, althans het wettelijk minimum, inderdaad zijn komen te vervallen op 1 juli 2017. De arbeidsovereenkomst tussen partijen was op dat moment - als gevolg van de opzegging door Nemo per 1 juli 2017 - echter al geëindigd. Dit betekent dat de aanspraak van [verzoeker] op opgebouwde, maar nog niet genoten vakantiedagen op

1 juli 2017 al was omgezet in een recht op uitkering in geld als bedoeld in artikel 7:641 lid 1 BW en dat derhalve de door Nemo bedoelde vervaltermijn toepassing mist.

5.12

De hoogte van de door [verzoeker] verzochte vergoeding in verband met niet genoten vakantiedagen is niet weersproken, zodat het verzochte bedrag van € 5.540,84 bruto wordt toegewezen.

Wettelijke rente

5.13

De verzochte rente vanaf 1 augustus 2017 is als onbetwist en op de wet gegrond toewijsbaar als hierna vermeld.

Het verzochte onder VII

5.14

Het verzoek van [verzoeker] voor zover gericht om Nemo te verbieden om zijn huidige werkgever Heilzaam ertoe aan te zetten geen arbeidsovereenkomst met hem aan te gaan, is (innerlijk tegenstrijdig en) zinloos want Heilzaam is inmiddels een arbeidsovereenkomst met hem aangegaan.

5.15

Voor zover het verzoek van [verzoeker] strekt een verbod op te leggen aan Nemo om Heilzaam ertoe aan te zetten de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te beëindigen, wordt dit verzoek afgewezen, reeds omdat niet gesteld is op grond waarvan een dergelijk verbod opgelegd zou moeten worden.

proceskosten

5.16

Nemo wordt als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Nemo tot betaling aan [verzoeker] van:

€ 11.079,00 bruto aan transitievergoeding;

€ 2.254,67 bruto aan loon over de maanden maart tot en met juni 2017;

de wettelijke verhoging van 50% over het onder II genoemde bedrag;

€ 5.540,84 bruto aan vergoeding voor opgebouwde en niet genoten vakantiedagen;

de wettelijke rente over de bedragen waarop [verzoeker] aanspraak heeft gelet op de veroordelingen vermeld onder I tot en met IV vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Nemo in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] vastgesteld op € 470,00 aan griffierecht en € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

465