Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9332

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-11-2017
Datum publicatie
30-11-2017
Zaaknummer
10/681173-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewijs van ontucht met jonge kinderen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/681173-17

Datum uitspraak: 23 november 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht,

raadsman mr. P.R. van de Water, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 november 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Luijpen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, waaronder de verplichting zich te melden bij de reclassering en de verplichting geen werkzaamheden te verrichten dan wel vrije tijd te besteden in de buurt/nabijheid van kinderen.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijsmotivering

4.2.1.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 3 ten laste gelegde wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. In dit verband stelt hij dat het onder 1 ten laste gelegde brengen en/of houden van verdachtes penis in de anus van [naam slachtoffer 1] en daarom het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer 1] , niet bewezen kan worden verklaard, omdat het bewijs uitsluitend kan worden gebaseerd op de verklaring van de verdachte zelf. Dit geldt eveneens voor de onder 3 ten laste gelegde ontuchtige handelingen.

4.2.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat de verdachte (alle onderdelen van) het onder 1 en 3 ten laste gelegde van meet af aan duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Gesteld noch gebleken is van omstandigheden op grond waarvan de rechtbank aan de juistheid van de bekennende verklaring van de verdachte zou moeten twijfelen. De raadsman heeft de bekentenis van de verdachte ook bevestigd.

De verdachte wordt seksueel misbruik van twee jongetjes, van 8 en 11 jaar oud, verweten. De verklaringen hierover van de verdachte, de slachtoffers, hun moeders en andere getuigen, stemmen in grote lijnen en ook in een aantal details overeen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat voldoende wettig en overtuigend bewijs – in de vorm van steunbewijs – voorhanden is. In aanvulling hierop overweegt de rechtbank dat de (eigen) verklaring van de verdachte over het anaal penetreren van het slachtoffer [naam slachtoffer 1] naar het oordeel van de rechtbank wordt bevestigd door de verklaring van de getuige [naam moeder slachtoffer] voor zover die inhoudt dat het slachtoffer [naam slachtoffer 1] haar heeft gezegd dat de verdachte aan zijn billen heeft gezeten en hij er rare dingen mee deed. Slachtoffer [naam slachtoffer 1] heeft ook tegen zijn moeder gezegd dat de verdachte aan zijn billen zat, zo blijkt uit de verklaring van de moeder van het slachtoffer [naam slachtoffer 1] . Uit de verklaringen van het slachtoffer [naam slachtoffer 1] zelf blijkt overduidelijk dat het slachtoffer zich schaamt en het moeilijk vindt om over de seksuele handelingen te praten. De verklaring van de verdachte over de seksuele handelingen met het slachtoffer [naam slachtoffer 2] vindt naar het oordeel van de rechtbank bevestiging in de verklaring van het slachtoffer. Die heeft verklaard dat verdachte en hij eerst in de slaapkamer van de verdachte waren, dat verdachte aan [naam slachtoffer 2] vroeg of hij bij hem op bed wilde komen zitten, dat [naam slachtoffer 2] dat niet wilde en dat verdachte eenmaal beneden het slachtoffer zoende.

4.2.3.

Conclusie

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring van feiten 1 en 3 redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring van feit 2 redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij, op tijdstippen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 11 juni 2017 te Rotterdam, meermalen, telkens met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2008), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen) (telkens):

- zoenen op de mond en de billen en het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en

- betasten van en wrijven over de penis en billen van die [naam slachtoffer 1] en aftrekken van die [naam slachtoffer 1] en

- zijn, verdachtes, penis laten betasten door die [naam slachtoffer 1] en zich laten aftrekken door die [naam slachtoffer 1] en

- brengen en houden van de penis van die [naam slachtoffer 1] in zijn, verdachtes, mond en pijpen van die [naam slachtoffer 1] en

- brengen en houden van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [naam slachtoffer 1] ;

en

hij, op tijdstippen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 11 juni 2017 te Rotterdam, meermalen, met iemand, die zich als minderjarig kind aan zijn hulp of zorg had toevertrouwd, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2008), ontucht heeft gepleegd, namelijk het (meermalen) (telkens):

- zoenen op de mond en de billen en het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en

- betasten van en wrijven over de penis en billen van die [naam slachtoffer 1] en aftrekken van die [naam slachtoffer 1] en

- zijn, verdachtes, penis laten betasten door die [naam slachtoffer 1] en zich laten aftrekken door die [naam slachtoffer 1] en

- brengen en houden van de penis van die [naam slachtoffer 1] in zijn, verdachtes, mond en pijpen van die [naam slachtoffer 1] ;

2.

hij, op tijdstippen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 11 juni 2017 te Rotterdam, meermalen, (telkens) afbeeldingen, te weten foto's en gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een tablet en een Micro SD kaart met daarop een of meer foto's (beslagcode [code] ), van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken (te weten van [naam slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2008), heeft vervaardigd, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of

poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn leeftijd past, en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling [filenames: [bestandsnaam 1] en/of [bestandsnaam 2] en/of [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] ] ;

3.

hij, in de periode van 1 januari 2017 tot en met 13 juni 2017 te Rotterdam, eenmaal, telkens met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [naam slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 2005), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het :

- zoenen op de buik en het lichaam en de mond van die [naam slachtoffer 2] en

- betasten en aanraken van de met kleding bedekte penis van die [naam slachtoffer 2] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

en

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

2.

Een afbeelding/gegevensdrager bevattende afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

3.

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft gedurende een periode van een jaar het slachtoffer [naam slachtoffer 1] seksueel misbruikt. Het slachtoffer was toen het misbruik begon pas zeven jaar oud. Dit misbruik bestond onder meer uit het zoenen van het lichaam van het slachtoffer, het aftrekken en pijpen van het slachtoffer en het anaal penetreren van het slachtoffer met zijn penis. Ook liet de verdachte het slachtoffer de penis van de verdachte aftrekken. Daarnaast heeft de verdachte kinderpornografische foto’s van het slachtoffer gemaakt. De moeder van het slachtoffer is een oud klasgenoot van de verdachte waarmee hij veel samenwerkt bij de (buurt) speeltuin-vereniging. De verdachte kent de moeder al ruim 35 jaar. De moeder vertrouwde de verdachte haar zoontje toe; liet hem vaak bij de verdachte thuiskomen en daar logeren.

Daarnaast heeft de verdachte zich omstreeks diezelfde periode schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen met het slachtoffer [naam slachtoffer 2] . Het slachtoffer is een neef van slachtoffer [naam slachtoffer 1] en was toen het misbruik plaatsvond pas elf jaar oud. De ontucht vond plaats toen het slachtoffer bij de verdachte thuis was om zijn huiswerk te maken.

Het is volstrekt onbegrijpelijk en verwerpelijk dat de verdachte, ten koste van deze kwetsbare slachtoffers, zich zo door zijn lustgevoelens heeft laten meeslepen. De verdachte had zich moeten realiseren welke gevolgen zijn handelen zou hebben voor het geestelijk welzijn en de seksuele ontwikkeling van deze jongetjes. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van seksueel misbruik nog lange tijd ernstige nadelige psychische gevolgen van het misbruik kunnen ondervinden en zeker in de meer ernstige gevallen, heel veel nazorg en hulp behoeven. Dat hij zich dat toen niet realiseerde is zeer zorgelijk te noemen. Door zijn handelen heeft de verdachte ook op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de ouders van de slachtoffers in hem stelden. Door de slachtoffers te laten zwijgen tegenover hun ouders heeft hij hen bovendien in een ernstig loyaliteitsconflict gebracht. Ook buiten de kring van familie en bekenden veroorzaken feiten als deze in de samenleving sterke gevoelens van onbegrip en woede.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 oktober 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, hij met andere woorden een blanco strafblad heeft.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 september 2017. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

De reclassering acht het recidiverisico hoog en adviseert een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden. De verdachte dient zich te melden bij de reclassering en zich te houden aan de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven, ook als deze inhouden dat hij zich ambulant dient te laten behandelen bij De Waag, dat hij geen werkplek zal hebben waar kinderen aanwezig zijn, dat hij zijn medewerking zal verlenen aan COSA, dat hij zijn medewerking zal verlenen aan toezicht op het gebruik van (communiceren over) kinderpornografie op zijn computer en andere apparatuur en dat hij geen contact met de slachtoffers zal hebben.

Psycholoog R.K.F. Lemmens heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 september 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte lijdt aan een pedofiele stoornis en er is sprake van een intelligentie van zwakbegaafd niveau. Dit heeft bij de verdachte geleid tot beperkingen in het functioneren, namelijk een sterk verhoogde drang tot het hebben van intiem en seksueel contact met

een kind, een beperkte impulscontrole, een lacunaire gewetensfunctie, beperkt inlevingsvermogen en empathie, en cognitieve vervormingen van de realiteit door gedachten als “het kind vindt het fijn”. Gelet hierop wordt geadviseerd om het ten laste gelegde in een verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Het risico op recidive van seksueel-gewelddadig gedrag in de nabije toekomst wordt als hoog ingeschat. De psycholoog adviseert de verdachte in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf intensief te laten behandelen bij een (mogelijk in zedendelicten gespecialiseerde) forensische polikliniek, vergezeld met een intensief reclasseringstoezicht, eventueel aangevuld met contacten door een wijkagent en door een ‘buddy-groep’.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de rechtbank zich kan verenigen met de conclusie van de psycholoog neemt de rechtbank die conclusie over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Nu de rechtbank, evenals de gedragsdeskundige, de officier van justitie en de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Omdat de rechtbank het vanwege het hoge recidiverisico van belang acht dat de verdachte langere tijd onder toezicht blijft staan, verbindt de rechtbank, overeenkomstig de eis van de officier van justitie, een proeftijd van vijf jaar aan de voorwaardelijke straf. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om de verdachte te verplichten zijn vrijetijdsbesteding zodanig in te richten dat hij geen contact kan hebben met kinderen, gelet op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad die eist dat dergelijke aanwijzingen voldoende concreet en handhaafbaar moeten zijn.

Ter zitting heeft de verdachte verklaard dat hij zich diep schaamt voor hetgeen hij heeft gedaan en heeft hij jegens de slachtoffers en hun familie spijt betuigd. Deze uitingen zijn bij de rechtbank als oprecht gemeend overgekomen. De rechtbank acht deze uitingen van belang voor het met succes kunnen volgen van de voor hem noodzakelijk geachte behandeling(en).

8 Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 15.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van de benadeelde partijen in zijn geheel kunnen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsman verzoekt, in het verlengde van de door hem bepleite vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde, de door de benadeelde partij [naam benadeelde 1] gevorderde immateriële schadevergoeding te matigen en de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , gelet op zijn pleidooi om de verdachte van feit 3 vrij te spreken, geheel af te wijzen.

8.3.

Beoordeling

Benadeelde partij [naam benadeelde 1]

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] door de onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden, met name de omstandigheid dat er nog geen medische eindsituatie is bereikt, naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 10.000,-. De vordering zal dan ook tot dit bedrag worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij [naam benadeelde 1] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 juni 2017.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Benadeelde partij [naam benadeelde 2]

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] door het onder 3 ten laste gelegde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering in zijn geheel worden toegewezen.

De benadeelde partij [naam benadeelde 2] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 13 juni 2017.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Proceskostenveroordeling

Nu de vordering van de benadeelde partijen (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt tot op heden begroot op nihil.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 244, 240b en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 1 (een) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 5 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als de reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt,

2. de veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen en/of voorschriften die de reclassering stelt aan de veroordeelde, ook als deze inhouden:

- de veroordeelde zal, noch beroepsmatig noch als vrijwilliger, werkzaamheden verrichten waarbij kinderen (direct of indirect) zijn betrokken en/of zorgdragen voor kinderen.

- de veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan het project COSA;

- de veroordeel zal openheid verschaffen aangaande zijn internetgebruik en medewerking verlenen aan eventuele controles op zijn computer en andere apparatuur.

3. de veroordeelde zal zich onder behandeling stellen bij De Waag voor ambulante forensische zorg, of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

4. de veroordeelde zal op geen enkele wijze contact (laten) opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] ;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , te betalen een bedrag van € 10.000,- (zegge: tienduizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 10.000,- (hoofdsom, zegge: tienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juni 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 10.000,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 85 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 500,- (hoofdsom, zegge: vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. van Dijken, voorzitter,

en mrs. J. Fransen en M. Beusmans-Verwijs, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G.F. Meiland, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en

met 11 juni 2017 te Rotterdam, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2008), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen) (telkens):

- zoenen op en/of van de mond en/of de billen en/of het (gehele) lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of

- betasten van en/of wrijven over de penis en/of billen van die [naam slachtoffer 1] en/of aftrekken van die [naam slachtoffer 1] en/of

- zijn, verdachtes, penis laten betasten door die [naam slachtoffer 1] en/of zich laten aftrekken door die [naam slachtoffer 1] en/of

- brengen en/of houden van de penis van die [naam slachtoffer 1] in zijn, verdachtes, mond en/of pijpen van die [naam slachtoffer 1] en/of

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [naam slachtoffer 1] ;

en/of

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 11 juni 2017 te Rotterdam, meermalen, althans eenmaal, met iemand, die zich als minderjarig kind aan zijn hulp of zorg had toevertrouwd, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2008), ontucht heeft gepleegd, namelijk het (meermalen) (telkens):

- zoenen op en/of van de mond en/of de billen en/of het (gehele) lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of

- betasten van en/of wrijven over de penis en/of billen van die [naam slachtoffer 1] en/of aftrekken van die [naam slachtoffer 1] en/of

- zijn, verdachtes, penis laten betasten door die [naam slachtoffer 1] en/of zich laten aftrekken door die [naam slachtoffer 1] en/of

- brengen en/of houden van de penis van die [naam slachtoffer 1] in zijn, verdachtes, mond en/of pijpen van die [naam slachtoffer 1] ;

2.

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en

met 11 juni 2017 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een of meer afbeeldingen, te weten een of meer foto's en/of een of meer gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een tablet en/of een Micro SD kaart met daarop een of meer foto's (beslagcode [code] ), van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken (te weten van [naam slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2008), heeft vervaardigd, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn leeftijd past, en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling [filenames: [bestandsnaam 1] en/of [bestandsnaam 2] en/of [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] ] en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 13 juni 2017 te

Rotterdam, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [naam slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 2005), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het (meermalen) (telkens):

- zoenen op de buik en/of het lichaam en/of de mond van die [naam slachtoffer 2] en/of

- betasten en/of aanraken van de met kleding bedekte penis van die [naam slachtoffer 2] .