Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:929

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-02-2017
Datum publicatie
06-02-2017
Zaaknummer
C/10/488619 / HA ZA 15-1142 + C/10/502502 / HA ZA 16-525
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkzaamheden in de offshore van diverse partijen, waaronder Kvaerner en Saipem. Kvaerner c.s. gronden hun vordering op een overeenkomst waarbij Saipem zich heeft verbonden tot bewaarneming en vervoer van materieel van Kvaerner. Niet in geschil is dat Saipem zich jegens Kvaerner heeft verbonden tot het vervoer van het materieel van Rotterdam naar Verdal (Noorwegen). Kvaerner c.s. houden Saipem aansprakelijk uit hoofde van bewaarneming voor de vernietiging (verschroting) door het door Saipem ingeschakelde bedrijf STC Repairs van vier onderdelen van het materieel, twee strand jack supports en twee pull rods. Saipem betwist onder meer dat zij met Kvaerner naast vervoer ook bewaarneming van deze onderdelen is overeengekomen.

Uit (e-mail)correspondentie tussen Kvaerner en Saipem voorafgaande aan de aanvang van de werkzaamheden van STC Repairs kan geen wil worden afgeleid van Saipem om het materieel onder haar hoede te nemen. De overeenkomst tussen Kvaerner en Saipem kan dus niet worden gekwalificeerd als bewaarneming. Bij de beoordeling van de vraag of Kvaerner en Saipem naast vervoerverplichtingen nog andere verplichtingen van Saipem zijn overeengekomen komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan elkaars gedragingen en verklaringen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Kvaerner mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat Saipem erop zou toezien dat de twee strand jack supports en de twee pull rods behouden zouden worden en dus niet vernietigd zouden worden door STC Repairs. Aangezien deze vier onderdelen niet behouden zijn maar vernietigd door STC Repairs, is Saipem dan ook toerekenbaar tekort geschoten in haar verbintenis jegens Kvaerner erop toe te zien dat deze onderdelen bij de demobilisatie behouden zouden worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2017/86
AR 2017/673
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaringen van 1 februari 2017

in de zaak met zaak- en rolnummer C/10/488619 / HA ZA 15-1142 van

1. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

KVAERNER VERDAL AS,

gevestigd te Verdal, Noorwegen

2. de vennootschap naar het recht van haar vestiging

IF P&C INSURANCE COMPANY LTD.,

gevestigd te Stockholm, Zweden,

eiseressen,

advocaat mr. V.R. Pool,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STC REPAIRS B.V.,

gevestigd te Bergen op Zoom,

gedaagde,

advocaat mr. R. Sinke,

2. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

SAIPEM LTD.,

gevestigd te Kingston upon Thames, Verenigd Koninkrijk,

gedaagde,

advocaat mr. B. van Mieghem,

en in de zaak met zaak- en rolnummer C/10/502502 / HA ZA 16-525 van

de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

SAIPEM LTD.,

gevestigd te Kingston upon Thames, Verenigd Koninkrijk,

eiseres,

advocaat mr. B. van Mieghem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STC REPAIRS B.V.,

gevestigd te Bergen op Zoom,

gedaagde,

advocaat mr. R. Sinke,

en in de zaak met zaak- en rolnummer C/10/502680 / HA ZA 16-534 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STC REPAIRS B.V.,

gevestigd te Bergen op Zoom,

gedaagde,

advocaat mr. R. Sinke,

tegen

de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

SAIPEM LTD.,

gevestigd te Kingston upon Thames, Verenigd Koninkrijk,

eiseres,

advocaat mr. B. van Mieghem.

Partijen zullen hierna Kvaerner, IF, STC Repairs en Saipem genoemd worden.

1 De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het incidenteel vonnis van 13 april 2016, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

  • -

    de conclusie van antwoord van STC Repairs, met drie producties;

  • -

    de conclusie van antwoord van Saipem, met één productie;

  • -

    het tussenvonnis (de brief) van 8 juni 2016 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    producties E7-E14 van Kvaerner c.s.;

  • -

    het faxbericht van de advocaat van Saipem van 14 november 2016;

  • -

    de brief van de advocaat van STC Repairs van 21 november 2016;

  • -

    de pleitaantekeningen van Kvaerner c.s. en van Saipem;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 november 2016;

  • -

    de brief van de advocaat van Kvaerner c.s. van 23 december 2016 met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak van Saipem tegen STC Repairs

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 mei 2016, met acht producties;

  • -

    het tussenvonnis (de brief) van 8 juni 2016 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de conclusie van antwoord, met vijf producties;

  • -

    het faxbericht van de advocaat van Saipem van 14 november 2016;

  • -

    de brief van de advocaat van STC Repairs van 21 november 2016;

  • -

    de pleitaantekeningen van Saipem;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 november 2016;

  • -

    de brief van de advocaat van Kvaerner c.s. van 23 december 2016 met opmerkingen over het proces-verbaal.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De procedure in de vrijwaringszaak van STC Repairs tegen Saipem

3.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 mei 2016, met vijf producties;

  • -

    het tussenvonnis (de brief) van 8 juni 2016 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de conclusie van antwoord, met één productie;

  • -

    het faxbericht van de advocaat van Saipem van 14 november 2016;

  • -

    de brief van de advocaat van STC Repairs van 21 november 2016;

  • -

    de pleitaantekeningen van Saipem;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 november 2016;

  • -

    de brief van de advocaat van Kvaerner c.s. van 23 december 2016 met opmerkingen over het proces-verbaal.

3.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

4 De vaststaande feiten in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaken

4.1.

Kvaerner is gespecialiseerd in de engineering en bouw van olie- en gas-offshore-platforms. IF is de goederenverzekeraar van Kvaerner. STC Repairs houdt zich onder andere bezig met constructies, mobilisaties, zeevasten, ontmanteling en onderhoud ten behoeve van scheepvaart en offshore industrie. Saipem houdt zich onder meer bezig met de engineering en bouw van olie- en gas-offshore-platforms.

4.2.

Het Noorse bedrijf ConocoPhillips Skandinavia AS (hierna: Conoco) is exploitant van diverse boorplatforms in de Noordzee. Een onderdeel van de operaties van Conoco is het accommodatieplatform Ekofisk 2/4L.

4.3.

Binnen het Ekofisk 2/4L-project is Kvaerner verantwoordelijk voor de ‘pre-engineering, procurement, construction and placing’ van een jacket voor platform en brug. Hiervoor is zij een overeenkomst met Conoco (hierna: de Overeenkomst Conoco-Kvaerner) aangegaan. In verband met deze werkzaamheden moesten onderdelen per schip worden vervoerd. Kvaerner diende hiervoor onder meer materieel ter beschikking te stellen (hierna: het Materieel) dat nodig is om de jacket zeevast te zetten.

4.4.

Naast Kvaerner is ook Saipem opdrachtnemer van Conoco in het kader van het Ekofisk 2/4L-project. Saipem is door Conoco onder meer ingeschakeld voor het vervoer en de installatie van (onderdelen van) ‘the 2/4L and 2/4Z Platforms’, waaronder bovengenoemde jacket. Aan de inschakeling van Saipem door Conoco ligt een overeenkomst ten grondslag met de titel The greater Ekofisk area development (GEAD) project. Contract No. NOR-071381 for Transportation and installation”. Deze overeenkomst werd gesloten tussen Conoco en Saipem U.K. Limited, een volledige zustervennootschap van Saipem, en zal hierna worden aangeduid als “de Overeenkomst Conoco-Saipem”. Voor het vervoer door Saipem van de platformonderdelen zijn stalen constructies gelast op de zeepontons (barges) “S44” en “AMT Commander” van Saipem. Een van de werkzaamheden van Saipem in dit verband is het lossen en ‘schoonmaken’ (clean) van de S44. De nadere instructies van Conoco hiervoor zijn opgenomen in een bijlage bij de Overeenkomst Conoco-Saipem die is getiteld “NOR — 087119 2012 SCOPE OF WORK — 2/4L JACKET BARGE CLEAN OFF (PHASE 1)”. Deze bijlage zal hierna worden aangeduid als “de SOW”.

4.5.

STC Repairs is door Saipem ingeschakeld voor de demobilisatie van zeeponton S44, de “2/4L jacket barge clean off”.

4.6.

Onderdeel van de afspraken tussen Kvaerner en Conoco is dat Conoco het Materieel (na het gebruik hiervan) weer aan Kvaerner ter beschikking stelt “in a North Sea Port”.

4.7.

Op 30 januari 2012 stuurt [persoon 1] , Fabrication Engineering Manager Ekofisk 2/4L van Kvaerner, het volgende e-mailbericht aan onder anderen [persoon 2] (hierna: [persoon 2] ), Senior Project Manager van Saipem, en aan [persoon 3] (hierna: [persoon 3] ) van Saipem:

“Subject: SOW – 2/4 L Jacket Barge Clean Off if returned to Verdal

Gentlemen,

As agreed with CoP [Conoco; Rechtbank] a mark up drawings of the temporary items that under the contract require to be made available to Verdal in a North Sea port.

[volgen de volgende hyperlinks; Rechtbank:]

« File: SOW-2 4 L Bridge landing Jacket barge clean off.pdf » « File: SOW-2 4 LJacket barge clean off.pdf »

Best regards,

[persoon 1]

Fabrication Engineering Manager Ekofisk 2/4L”.

Door het ‘aanklikken’ van de twee hyperlinks in dit e-mailbericht verschijnen achtereenvolgens de volgende drie instructietekeningen met lijsten met ‘Returned item’ op het computerscherm:

4.8.

Op 17 april 2012 stuurt [persoon 4] (hierna: [persoon 4] ), Project Manager van Kvaerner, (vanaf het e-mailadres van [persoon 5] ) het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant - aan [persoon 6] (hierna: [persoon 6] ) (en andere medewerkers) van Conoco. Dit e-mailbericht wordt op ditzelfde tijdstip door [persoon 4] ook “Cc” gestuurd naar [persoon 2] , [persoon 3] en [persoon 7] van Saipem:

Subject: AKV-EKOL-E-0229 Planned Logistics AMT Commander

Subject: Planned logistics and return of Contractor Equipment

i) AMT Commander : Bridge Support Transport Beams:

Further to e-mail from Saipem ( [persoon 2] ) regarding the planned logistics for the collection of the Bridge Laydown Platform and the return to Verdal afterwards with the Transport Beams and Rigging Platform onboard for removal we comment as follows:-

We confirm that we will endeavour to load-out and seafasten the Bridge Landing Platform within 2 days from berthing at our quayside, as indicated by yourselves, subject of course to adverse weather conditions.

It is important that preparations in respect to airing of tanks etc prior to hot work are initiated as early as possible in this respect.

We confirm that we will not be charging Saipem Ltd for the cost of cutting, removal and lifting ashore the Transport Beams and Rigging Platform, nor cost for cleaning of weld remains including grinding and MPI thereof.

We can accommodate the barge for a period of minimum 10 days for the performance of the work in question, or a longer period in agreement with Saipem accordingly.

Please confirm the latest status on the planned logistics for the AMT Commander if different from that stated in your e-mail below, such that necessary resources can be co-ordinated.

ii) S-44 Jacket Transportation Beams:-

Further to latest developments and discussion regarding the return by Saipem Ltd of the Transport Beams for the Jacket from S-44 together with Strand Jack Frames etc as agreed, by separate barge to Verdal, we require that the delivery of such be made within Mid-June-2012 at the latest.

We confirm that we will not be charging Saipem Ltd for the cost of cutting, removal and lifting ashore of the Transport Beams, Strand Jacking Frames etc

In order to plan our resources and establish the time needed for performance of the work, we would be grateful if you could provide an approximate period for its return, such that this can be confirmed.

Please confirm that this is possible, and that you are in agreement with the above.”

4.9.

Vervolgens beantwoordt [persoon 2] (Saipem) op 17 april 2012 dit e-mailbericht door dit e-mailbericht van de volgende “comments” te voorzien:

[tussen de woorden “resources can be co-ordinated.” en “ii) S-44 Jacket Transportation Beams”; Rechtbank:]

“This is understood and agreed and we will endeavour to provide regular updates of the Commander schedule once the S7000 offshore campaign commences”

en

[tussen de woorden “this can be confirmed.” en “Please confirm”; Rechtbank:]

“We have informed COP that the S44 will have to be cleaned in the Rotterdam area. We have no barge (300 x 90 barge required) currently available for transporting the materials back to Verdal immediately after the cleaning towards the end of May and cannot guarantee delivery of your materials by mid June 2012. We recommend that KV organises the appropriate transport for collection of your materials once we have secured the subcontract for the cleaning.”

4.10.

Op 8 mei 2012 stuurt [persoon 2] (Saipem) het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant:

“Please be informed that we have awarded the contract for the cleaning of the S44 to “STC Repairs” in Rotterdam.

[…]

We urgently require Company's decision concerning our proposal (dated 5 May 2012) for transporting the grillages back to Verdal as suitable barges are in short supply.”

Met “Company” is in dit e-mailbericht bedoeld Conoco.

4.11.

Op 10 mei 2012 sluit Saipem met STC Repairs een overeenkomst voor de ‘clean off’ door STC Repairs van zeeponton (barge) S44.

4.12.

Op 17 mei 2012 stuurt [persoon 6] (Conoco) het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant - aan [persoon 4] (Kvaerner):

Subject: S44

  1. COP NCP T&I [Conoco; Rechtbank] have advised Saipem that we will not take up their offer for transport of the Verdal equipment from Rotterdam to Verdal

  2. Saipem advised that after load off, there is a 3 week storage period free of charge - after which a storage charge will apply for Kvaerner Verdal

  3. Saipem will confirm the 3 week storage period and storage charge

  4. The clean-off yard is “STC Repairs”

  5. The attached mail: “S-44 clean off” contains information regarding

  6. email contact to “STC Repairs”

  7. the quay and [..] location. The quay is situated straight at the entrance of the Waalhaven

  8. Kvaerner Verdal need to contact the yard & make all necessary arrangements directly with them

  9. COPSAS [Conoco; Rechtbank] will advise Kvaerner Verdal of S-44 [..] in Rotterdam (about the time when S-44 is demobilized from Ekofisk Field)”.

4.13.

Op 18 mei 2012 stuurt [persoon 4] (Kvaerner) het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant - aan [persoon 2] (Saipem):

Subject: Return of transport beams and equipment from Ekofisk 2/4L Jacket project

Reference verbal agreement made on Wednesday evening per telephone [persoon 2] / [persoon 8] .

We confirm agreement for exchange of services whereby Saipem LTD will return our transport beams, equipment etc. including transport to KVE quayside at Verdal for removal and lifting ashore by KVE. In return KVE will provide services to Saipem to a value of ca 0,5 Million Euro (i.e. modifications of spreader bars etc.).

Please confirm agreement to the above by return to avoid any misunderstanding.

We consider this to be beneficial to both parties and look forward to conclude this agreement.”

4.14.

Op 22 mei 2012 stuurt [persoon 4] (Kvaerner) (vanaf het e-mailadres van [persoon 5] ) het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant - aan [persoon 6] (Conoco):

Subject: Return of Transport Beams

We acknowledge receipt of information from yourselves that you no longer will contribute to the cost of returning the Transport Beams from S-44 back to our yard in Verdal, previously indicated in our discussions in respect to the additional measures taken at the yard to ensure timely completion of the delayed arrival of such. It was for this reason that Saipem Ltd were requested by yourselves to provide a quotation for this operation.

Nevertheless we are at present in dialogue with Saipem Ltd and exploring other options for the collection and return of such from their possible storage in Rotterdam.

We cannot however be held responsible for storage at the quayside after a 3 week period. If this be necessary for any amount of time, due to availability of transport and of lifting equipment (ie: Sheer Legs), as no such restriction for such is stated within our Contract.”

4.15.

Vervolgens stuurt [persoon 2] (Saipem) op 22 mei 2012 het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant - aan [persoon 4] (Kvaerner) in antwoord op laatstgenoemdes e-mailbericht van 18 mei 2012:

Subject: Return of transport beams and equipment from Ekofisk 2/4L Jacket project

Sorry Atle for the delay in response.

I am sure that you are aware that the S7000 has encountered a serious problem with one of her cranes. The impact to the EKOL installation programme has been conveyed to COP.

Whilst the below proposal is acceptable to Saipem and we could agree to arrange the transport to return KV's materials, the actual redelivery date is likely to be during second half of June. Please confirm that this would still be acceptable to KV.

Regards

[persoon 2] ”.

4.16.

Op enig moment in de periode april-juni 2012 komen de S44 en de AMT Commander met daarop het Materieel aan in de Rotterdamse haven. Vervolgens worden deze zeepontons met dit Materieel aldaar afgeleverd en door STC Repairs in opdracht van Saipem gedemobiliseerd.

4.17.

Vervolgens wordt in juni 2012 een gedeelte van het Materieel over zee vervoerd met de AMT Venturer en vervolgens afgeleverd in Verdal. Een ander gedeelte van het Materieel is niet afgeleverd, te weten - naar later blijkt - twee strand jack supports en twee pull rods.

4.18.

Op 18 juni 2012 stuurt [persoon 2] (Saipem) het volgende e-mailbericht aan [persoon 8] (hierna: [persoon 8] ), medewerker Contract Administration van Kvaerner:

Subject: FW: AMT Venturer & Carlo Magno

Importance: High

FYI. Please kindly ensure arrangement for receiving the barge and for discharge starting morning of 24 June.”

4.19.

Op 19 juni 2012 om 15.16 uur stuurt [persoon 8] (Kvaerner) het volgende e-mailbericht aan [persoon 2] (Saipem):

Subject: Ekofisk 2/4L Return of Transport Beams and Equipment

[persoon 2]

Thank you for the layout of the Transport Beams and Rigging Platform on the AMT Venturer.

Do you know of the whereabouts of the Load-out Jacking Frames, and Spreader Bar Cradles, Sling Post etc as shown on the previously sent Drawing, if not onboard the AMT Venturer ?

Are these in Rotterdam or on the S-7000?

Regards”.

4.20.

Om 15.28 uur op 19 juni 2012 beantwoordt [persoon 2] (Saipem) dit e-mailbericht met het volgende e-maibericht:

Subject: RE: Ekofisk 2/4L Return of Transport Beams and Equipment

[persoon 8]

Unfortunately they are in Rotterdam with the S44 cleaning contractor. We can keep these in storage at the quay for later collection if required.

Regards,

[persoon 2]

Reminder to Saipem to include Items of Equipment on return transport from Rotterdam.

4.21.

Op 15 augustus 2012 stuurt [persoon 8] (Kvaerner) het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant - aan [persoon 2] (Saipem):

Subject: Ekofisk Proposal for Exchange of Services – urgent

[persoon 2]

Thank you for the details, and we may need further documentation if this will be necessary.

In this respect we have a proposal to make in respect to outstanding matters towards COP applicable to Saipem Ltd.

We have two matters outstanding towards COP upon which we have stated that we withdraw these pending agreernent with Saipem Ltd.

These are:-

VOR-020 Rev.1 Mods to Spreader Bars (NOK 4,631,309)

VOR-025 Rev.0 HCCR Refurbishment (NOK 350,000)

We have agreed in principle to the exchange of services whereby the VOR-020 would be withdrawn in return for the return of our Transport Beams and equipment from Rotterdarn.

However as discussed there are some items of equipment remaining to be collected, previously indicated as: Load-out Jacking Supports, Pull Rods, and Spreader Bar Supports ie:

2 Upper Spreader Bar Supports 7,0m x 5,5m x 12,0m weight ca 8,0 tonnes each

2 pull rods (tubular) 40,0m weight ca 14,0tonnes each

2 Strand Jack Supports 7,5m x 7,6m x 3,0m weight* 7,5tonnes each. (*weight / size is reduced due to cutting when rernoved)

lt has been argued by our management that these should or could be transported by Saipem Ltd under the same agreement.

As we are meeting COP this week to try and finalise the other outstanding matters on this project, it would be beneficial if we could reach agreement in respect to the above costs.

Consequently we propose the following solution for your consideration:-

Saipem:

  1. Saipem have already returned Transport Beams from S-44 to Verdal (NOK 3,7mill?)

  2. Saipem to arrange transport / collection of outstanding items from Rotterdam. Enquiries by us have already been made, details of which are attached. (ca NOK 0,25 mill?)

  3. Saipem to waiver additional costs relating to standby etc (See below: value ca. NOK 200,000). Saipem to provide further documentation as may be necessary.

KVE:

  1. KVE to withdraw VOR-020 towards COP / Saipem (NOK 4,631,309)

  2. KVE to withdraw VOR-025 towards COP / Saipem (NOK 350,000)

  3. Compensation to Saipem for additional costs relating to standby etc is included for within the aforesaid amounts.

The above exchange of services is to be effected and deemed to be of equal value, resulting in no further monies being payable from either party in this respect, and regarding these matters.

We would be grateful if you could consider the above, and see if you can accept this in principle, such that we can advise COP accordingly?”.

4.22.

Op 17 augustus 2012 om 07.58 uur stuurt [persoon 8] (Kvaerner) het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant - aan [persoon 2] (Saipem):

Subject: Subject: Ekoffsk 2/4L Jacket Final Agreernent - Exchange of Services

[persoon 2]

[…]

We have in dialogue with yourselves agreed in principle to an exchange of services, whereby the costs associated with VOR-020 Rev.1 are to be waived, in return for the return of our Transport Beams and Equipment from the S-44 which had been transported to Rotterdam after installation of the Jacket. This was valued to be ca. EURO 500,000 (ca. NOK 3.750,000)

However as you are aware there are still some items of equipment remaining for collection at Rotterdam. Collection of this is valued to be ca. NOK 250,000 or less.

In connection with the unloading of Transport Beams after return to Verdal, additional costs of ca. NOK 200,000 were incurred by Saipem Ltd due to a stoppage in the operations following a crane incident.

ln order to close out the above and avoid having to exchange monies in respect of the above matters between our two companies, we have proposed an exchange of service agreement based on the following:-

KVE:

waiver costs for VOR-020 ca. NOK 4,631,309 towards Saipem Ltd (and COP)

waiver costs for VOR-025 ca. NOK 350,000 towards Saipem Ltd (and COP)

Approx contribution: NOK 4,981,309

Saipem :

Deliver KVE Transport Beams etc to Verdal (ca. NOK 3,750,000)

Deliver remaining items left ot Holland. (ca. NOK 250,000)

Saipem waiver extra costs incurred for operation stoppage at Verdal. (ca. NOK 200,000)

Approx contribution: NOK 4,200,000

We will require further details / documentation in respect of incurred costs associated with the operation stoppage at Verdal following the crane incident, should and if we manage to recover any of these costs in connection with a possible insurance claim in this respect.

In order to close our files in respect to the aforementioned project, we would be grateful to receive your acceptance of the above proposal, which we consider as fair and reasonable, even though it entails some risk for ourselves in this connection.

Your positive response would be gratefully appreciated.”

4.23.

Op 30 augustus 2012 stuurt [persoon 8] (Kvaerner) het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant - aan STC Repairs en “Cc” onder meer aan [persoon 2] (Saipem):

“Collection of Outstanding Items from S-44

For the attention of [persoon 9] .

Further to contact between our [persoon 10] (tlf. [telefoonnummer] , e-mail: [email] ) and yourself, we confirm that we have an agreement with Saipem Ltd, to collect the outstanding items of equipment cleaned off from the S-44 from the quayside at your yard.

We understand the quayside address to be: Port 2147, West ea stuw, Rotterdam, Waalhaven

We understand that [persoon 9] tlf: [telefoonnummer] or will be the contact persons in this respect. If such is not the case, please advise.

These items for collection are as follows:-

2 no Strand Jack Supports 7,5m x 7,6m x 3,0m weight ca. 7,5tonne ea

2 no 600mm dia tubular Pull Rods 40,0m long weight ca. 14,0 tonnes ea.

2 no Upper Spreader Bar Supports 7,0m x 5,5m x 12,0m weight ca. 8,0tonne ea.

Details of which are attached.

We understand that you have crane capacity to lift these on-board our vessel, which is being scheduled for the end of next week (ie: end of week 40)

Sea-fastening onboard will be taken care of by the crew.

Please can you confirm the contact details, and that the items of equiprnent will be available for collection in the period mentioned. We would be grateful if you could diect correspondence to [persoon 10] , with a copy to myself.

We will coordinate details received with our agent and thank you for your cooperation accordingly.”

4.24.

Op 31 augustus 2012 wordt namens STC Repairs in antwoord op dit e-mailbericht het volgende e-mailbericht - aangehaald voor zover relevant - gestuurd aan [persoon 8] (Kvaerner) en “Cc” onder meer aan [persoon 2] (Saipem):

Subject: RE: Collection of Outstanding Items from S-44

Dear Mr. [persoon 8] ,

After receiving your appreciated mail yesterday, 1 contacted our project manager, responsible for the S44 clean off last June.

I found out that according to the SOW, subrnitted by Saipem Ltd. prior to the clean off, several items needed to be stored at the clean off location. All other items were considered to be scrapped.

The 02 no. Upper Spreader Bar Supports were listed in the SOW to be stored and therefore are still available for collection.

Although we sincerely regret that the other 02 items should have been saved, we do hope for your understanding that we had to perform according to the SOW as provided to us and in addition had to comply with the instructions of the onsite inspectors from both Saipem Ltd. and Conoco Phillips.

In case of any queries or remarks, please feel free to contact us.”

4.25.

Vanwege de vernietiging door STC Repairs van de twee strand jack supports en de twee pull rods van Kvaerner keert IF als goederenverzekeraar van Kvaerner aan laatstgenoemde een bedrag uit van 2.750.100,00 NOK. In zoverre is IF gesubrogeerd in de rechten van Kvaerner. Het eigen risico van Kvaerner onder deze verzekering bedraagt 25.000,00 NOK.

5 Het geschil in de hoofdzaak

5.1.

Kvaerner c.s. vorderen dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  1. STC Repairs en Saipem, althans een van hen, veroordeelt tot betaling binnen vijf dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting van een bedrag van 2.750.100,00 Noorse Kronen (NOK) aan IF en van een bedrag van 25.000,00 NOK aan Kvaerner, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2012 (de dag waarop de schade werd ontdekt), althans vanaf de dag van de dagvaarding, tot de dag van de algehele voldoening;

  2. STC Repairs en Saipem, althans een van hen, veroordeelt in de proceskosten, die voldaan moeten worden binnen vijf dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis.

5.2.

Hieraan leggen Kvaerner c.s. de volgende stellingen - samengevat - ten grondslag:

- Saipem heeft zich jegens Kvaerner tot bewaarneming en vervoer van het Materieel verbonden; deze bewaarneming is door Saipem uitbesteed aan STC Repairs;

- De vernietiging van de zaken van Kvaerner heeft zonder toestemming of medeweten van Kvaerner plaatsgehad; Saipem is dus toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar met Kvaerner gesloten overeenkomst en derhalve aansprakelijk voor de als gevolg hiervan geleden schade van Kvaerner c.s. ten bedrage van in totaal NOK 2.775.100,00;

- Voor zover Saipem aan STC Repairs opdracht heeft gegeven tot vernietiging van de zaken van Kvaerner, heeft Saipem zich ook aan een onrechtmatige daad schuldig gemaakt en is zij ook uit dien hoofde aansprakelijk voor de schade jegens Kvaerner en IF;

- Door de aan haar in bewaring gegeven zaken van Kvaerner te vernietigen heeft STC Repairs onrechtmatig gehandeld jegens Kvaerner; zij is dan ook jegens Kvaerner en IF aansprakelijk voor genoemde schade;

- Mocht komen vast te staan dat STC Repairs is verrijkt door de verkoop van het schroot, dan vorderen Kvaerner en IF, subsidiair, vergoeding van de (ver)koopprijs uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking.

5.3.

STC Repairs voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Kvaerner en IF, met veroordeling van Kvaerner en IF in de proceskosten.

5.4.

Saipem voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Kvaerner en IF, met veroordeling van Kvaerner en IF in de proceskosten bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis alsmede in de wettelijke rente over de kosten, voor zover deze niet zijn voldaan binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, en daarbij het nasalaris advocaat te begroten op € 131,00, te verhogen met € 68,00 indien Kvaerner en IF niet binnen veertien dagen aan het vonnis voldoen en betekening daarvan plaatsvindt.

5.5.

Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

6 Het geschil in de vrijwaringszaak van Saipem tegen STC Repairs

6.1.

Saipem vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis STC Repairs gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak veroordeelt tot betaling aan Saipem van:

  1. al datgene waartoe Saipem als gedaagde in de hoofdzaak jegens Kvaerner en IF mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling;

  2. de proceskosten van Saipem in de hoofdzaak, voor zover deze kosten niet vergoed worden door eiseressen in de hoofdzaak,

met veroordeling van STC Repairs in de proceskosten in deze vrijwaring alsmede in de wettelijke rente over de proceskosten, voor zover deze niet door gedaagde zijn voldaan binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis, en daarbij het nasalaris advocaat te begroten op € 131,00, te verhogen met € 68,00 indien gedaagde niet binnen veertien dagen aan het vonnis voldoet en betekening daarvan plaatsvindt.

6.2.

Hieraan legt Saipem de volgende stellingen - samengevat - ten grondslag:

  • -

    Saipem heeft geen instructies gegeven aan STC Repairs tot vernietiging van de twee strand jack supports en de twee pull rods van Kvaerner;

  • -

    Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden van Saipem, de General Terms and Conditions GTC-COR-SERV-010-E, Rev 03 (prod. V van Saipem) dient STC Repairs Saipem hoe dan ook te vrijwaren voor schade van derden, in dit geval Kvaerner, die is ontstaan bij de uitvoering van de overeenkomst;

  • -

    Maar nog afgezien hiervan is STC Repairs toerekenbaar tekortgeschoten in haar overeenkomst met Saipem, zodat zij aansprakelijk is voor de schade die Saipem lijdt als gevolg van een veroordeling in de hoofdzaak;

  • -

    Ook voor zover STC Repairs de instructies van Saipem heeft mogen opvatten als instructies tot vernietiging van de twee strand jack supports en de twee pull rods van Kvaerner, is zij aansprakelijk jegens Saipem; STC Repairs had namelijk beter moeten weten; zij is immers een zeer ervaren partij, niet alleen wat betreft het ontmantelen/lossen van schepen als de S44, maar ook wat betreft andere aspecten rond constructies, in het bijzonder gerelateerd aan boorplatformen.

6.3.

STC Repairs voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Saipem, met veroordeling van Saipem in de proceskosten.

6.4.

Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

7 Het geschil in de vrijwaringszaak van STC Repairs tegen Saipem

7.1.

STC Repairs vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Saipem veroordeelt tot betaling aan STC Repairs van al datgene waartoe STC Repairs in de hoofdzaak jegens Kvaerner en/of IF zal worden veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 31 augustus 2012, althans vanaf de dag van de verschuldigdheid van de hoofdsom, met veroordeling van Saipem in de proceskosten van deze vrijwaringszaak.

7.2.

Op de stellingen van STC Repairs en Saipem wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

8 De beoordeling in de hoofdzaak

inleiding

8.1.

Er is sprake van een internationaal geval, omdat alle partijen met uitzondering van gedaagde STC Repairs buiten Nederland gevestigd zijn. In bovengenoemd incidenteel vonnis van 13 april 2016 heeft de rechtbank beslist dat zij bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van Kvaerner c.s. tegen Saipem. Reeds omdat STC Repairs gevestigd is binnen het rechtsgebied van deze rechtbank is deze rechtbank op grond van artikel 4 lid 1 Brussel Ibis-Vo (Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken) juncto artikel 99 lid 1 Rv bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Kvaerner c.s. tegen STC Repairs. Vanwege de rechtskeuze voor Nederlands recht die partijen in deze zaak ten processe hebben uitgebracht worden hun onderlinge (beweerdelijke) contractuele rechtsverhoudingen, althans die tussen Kvaerner, Saipem en STC Repairs, door Nederlands recht beheerst (art. 3 Rome I-Vo (Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst) (jo. art. 10 lid 1 Rome I-Vo)). Ook voor zover Saipem en STC Repairs buiten overeenkomst worden aangesproken door Kvaerner c.s. worden hun rechtsverhoudingen met Kvaerner c.s. op grond van deze ten processe uitgebrachte rechtskeuze beheerst door Nederlands recht, zo volgt uit artikel 14 Rome II-Vo (Verordening (EG) Nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen).

de vorderingen tegen Saipem

8.2.

Kvaerner c.s. gronden hun vordering op een overeenkomst waarbij Saipem zich heeft verbonden tot bewaarneming en vervoer. Niet in geschil is dat Saipem zich jegens Kvaerner heeft verbonden tot het vervoer van het Materieel van Rotterdam naar Verdal (Noorwegen). Kvaerner c.s. houden Saipem aansprakelijk uit hoofde van bewaarneming voor de vernietiging (verschroting) door STC Repairs van vier onderdelen van het Materieel, te weten twee strand jack supports - ook wel genoemd ‘strain jacks’ - en twee pull rods. Saipem betwist onder meer dat zij met Kvaerner naast vervoer ook bewaarneming van deze onderdelen is overeengekomen.

8.3.

Ingevolge artikel 7:600 BW is bewaarneming de overeenkomst waarbij de ene partij, de bewaarnemer, zich tegenover de andere partij, de bewaargever, verbindt een zaak die de bewaargever hem toevertrouwt of zal toevertrouwen, te bewaren en terug te geven.

8.4.

Volgens Kvaerner c.s. is de bewaarneming door Saipem begonnen op het moment dat de werkzaamheden van STC Repairs een aanvang namen, omdat, aldus Kvaerner c.s., STC Repairs een hulppersoon was van Saipem (p. 3 proces-verbaal van comparitie).

8.5.

Uit bovengenoemde (e-mail)correspondentie tussen Kvaerner en Saipem voorafgaande aan de aanvang van de werkzaamheden van STC Repairs kan geen wil worden afgeleid van Saipem om het Materieel onder haar hoede te nemen. De overeenkomst tussen Kvaerner en Saipem kan dus niet worden gekwalificeerd als bewaarneming. De rechtbank zal dan ook voorbijgaan aan het beroep dat Saipem doet op artikel 7:603 lid 3 BW ter afwering van haar aansprakelijkheid jegens Kvaerner c.s.

8.6.

Bij de beoordeling van de vraag of Kvaerner en Saipem naast vervoerverplichtingen nog andere verplichtingen van Saipem zijn overeengekomen komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan elkaars gedragingen en verklaringen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

8.7.

Uit de stellingen van Kvaerner c.s. volgt hun standpunt dat Saipem ten onrechte heeft nagelaten erop toe te zien dat de twee strand jack supports en de twee pull rods bij de demobilisatie behouden zouden worden en vervolgens opgeslagen ten vervoer naar Verdal. Dit doet de vraag rijzen of Kvaerner van Saipem uitsluitend mocht verwachten dat laatstgenoemde deze onderdelen zou ophalen bij STC Repairs of redelijkerwijs tevens mocht verwachten dat Saipem voorafgaande aan het ophalen bij STC Repairs van de twee strand jack supports en de twee pull rods erop zou toezien dat deze onderdelen niet door STC Repairs vernietigd zouden worden. Deze vraag beantwoordt de rechtbank als volgt.

8.8.

Volgens Kvaerner c.s. heeft Kvaerner “in een vroeg stadium”, namelijk in het onder 4.7 weergegeven e-mailbericht van 30 januari 2012 aan Saipem, in detail laten weten welk materiaal (materieel) er terug moest teneinde er zeker van te kunnen zijn dat al dit materiaal (materieel) terug zou komen (randnummer 2.3 van de pleitaantekeningen van Kvaerner c.s.).

8.9.

In het onder 4.7 weergegeven e-mailbericht van 30 januari 2012 van [persoon 1] van Kvaerner aan [persoon 2] van Saipem wordt aangegeven, zo is niet in geschil, dat er onderdelen van het Materieel zijn die behouden moeten blijven (‘the temporary items’) om later te kunnen worden vervoerd naar Verdal vanuit de “North Sea Port” als bedoeld in de afspraken tussen Conoco en Kvaerner. Evenmin is in geschil dat in dit e-mailbericht [persoon 2] er door [persoon 1] op wordt gewezen dat deze te retourneren onderdelen (‘returned item’) staan aangegeven in de tekeningen die tevoorschijn komen wanneer de hyperlink in dit e-mailbericht wordt ‘aangeklikt’. Deze tekeningen en de lijst met te retourneren onderdelen zijn onder 4.7 weergegeven. Ten slotte is ook niet in geschil dat de onderdelen waar het in deze zaak om gaat, de twee later vernietigde strand jack supports (strain jacks) en de twee later vernietigde pull rods, duidelijk in deze tekeningen zijn genoemd alsmede dat in deze tekeningen de locatie van deze vier onderdelen op het zeeponton duidelijk is aangegeven. Aangezien het tegenovergestelde gesteld noch gebleken is, mag dan ook worden aangenomen dat [persoon 2] na ontvangst van dit e-mailbericht, op 30 januari 2012, van een en ander op de hoogte is gekomen.

Tijdens de comparitiezitting is gebleken dat [persoon 2] binnen Saipem de taak had STC Repairs te voorzien van instructies over de wijze waarop de demobilisatie van de S44 moest plaatsvinden en dat de heer [directeur] , directeur van STC Repairs, tijdens de demobilisatie van de S44 dagelijks contact heeft gehad met [persoon 2] . Mede gelet op de bovengenoemde, tussen partijen gewisselde, e-mailcorrespondentie mag worden aangenomen dat Kvaerner op de hoogte was van deze centrale rol van [persoon 2] bij het toezicht op de werkzaamheden van STC Repairs, nu het tegenovergestelde gesteld noch gebleken is. Kvaerner mocht er dan ook gerechtvaardigd op vertrouwen dat Saipem (in de persoon van [persoon 2] ) erop zou toezien dat de twee strand jack supports en de twee pull rods behouden zouden worden en dus niet vernietigd zouden worden door STC Repairs.

8.10.

Aangezien de twee door Saipem naar Verdal te vervoeren strand jack supports en de twee door Saipem naar Verdal te vervoeren pull rods niet behouden zijn maar vernietigd door STC Repairs, is Saipem dan ook toerekenbaar tekort geschoten in haar verbintenis jegens Kvaerner erop toe te zien dat deze onderdelen van het Materieel bij de demobilisatie behouden zouden worden.

8.11.

Saipem voert ter afwering van haar aansprakelijkheid jegens Kvaerner c.s. nog aan dat de schade waarvan Kvaerner c.s. vergoeding vorderen het gevolg is geweest van eigen schuld van Kvaerner. Dit eigen-schuldverweer van Saipem faalt evenwel, aangezien zij dit verweer niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd, zodat deze eigen schuld van Kvaerner niet is vast komen te staan. Saipem komt namelijk niet verder dan het argument dat sprake is geweest van “eventuele vergissingen en onduidelijkheden” in de instructies van Kvaerner aan Conoco toen Kvaerner haar Materieel toevertrouwde aan Conoco.

8.12.

Reeds omdat Saipem uit hoofde van een contractuele verbintenis aansprakelijk is jegens Kvaerner c.s. voor de schade die het gevolg is van deze tekortkoming, hoeft de rechtbank de vraag of Saipem tevens op grond van een onrechtmatige daad jegens Kvaerner c.s. aansprakelijk is voor deze schade niet verder te behandelen.

8.13.

Gevorderd wordt betaling van een bedrag van NOK 2.750.100,00 aan IF en van een bedrag van 25.000,00 NOK aan Kvaerner. Het gaat hier om de door Kvaerner geleden (en door IF aan Kvaerner uitgekeerde) schade.
Saipem betwist deze schade.

Voorafgaand aan de comparitiezitting hebben Kvaerner c.s. het door hen gevorderde schadebedrag nader onderbouwd aan de hand van een door hen als productie E7 in het geding gebracht expertiserapport van [persoon 11] . Het door Saipem (aanvankelijk) primair gevoerde verweer dat Kvaerner c.s. niet aan hun stelplicht hebben voldaan wat betreft de schadeomvang faalt derhalve.

Het subsidiaire verweer van Saipem komt neer op een betwisting van de door Kvaerner c.s. gevorderde waarde ad NOK 2.775.100,00 van de twee strand jack supports en de twee pull rods. Voor zover Saipem (nog) van mening is dat Kvaerner c.s. de nieuwwaarde vorderen van deze onderdelen, faalt dit verweer. In paragraaf 4.7 (“Appraised Values”) van genoemd expertiserapport is immers uitdrukkelijk aangegeven dat het bedrag ad NOK 2.775.100,00 de “Technical value (net of age, maturity etc. from 01.01.2010 - 06.05.2012)” betreft en niet de “New value” (nieuwwaarde), die veel hoger is, namelijk ten minste NOK 3.468.800,00. Tijdens de comparitiezitting hebben Kvaerner c.s. niet de gelegenheid gehad gedetailleerd te reageren op hetgeen de advocaat van Saipem in randnummers 6, 8, 9 en 10 van zijn bovengenoemde brief van 14 november 2016 heeft aangevoerd. Voor deze reactie van Kvaerner c.s. zal de zaak naar de rol worden verwezen.

Het meer subsidiaire verweer van Saipem houdt in dat sprake is van voordeelstoerekening, aangezien Kvaerner extra vervoerkosten zou hebben moeten maken van ten minste NOK 250.000,00 wanneer deze onderdelen bewaard waren gebleven, welke kosten Kvaerner vanwege de vernietiging van deze onderdelen dus uiteindelijk niet heeft hoeven maken. Dit verweer faalt. Uit (onder meer) bovengenoemd e-mailbericht van 17 augustus 2012 volgt dat Kvaerner zich ertoe heeft verbonden aanzienlijke kosten, namelijk ongeveer
€ 500.000,00, te maken voor het vervoer terug naar Verdal van diverse van haar onderdelen, waaronder de twee strand jack supports en de twee pull rods. Deze kosten heeft Kvaerner bovendien al voldaan, zo is komen vast te staan. Van enige wezenlijke besparingen voor Kvaerner als gevolg van de vernietiging van de twee strand jack supports en de twee pull rods is dan ook geen sprake geweest.

8.14.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

de vorderingen tegen STC Repairs

8.15.

Een contractuele relatie tussen Kvaerner en STC Repairs is gesteld noch gebleken.

8.16.

Kvaerner c.s. gronden hun vordering op onrechtmatige daad. Als gesteld door STC Repairs en niet (gemotiveerd) betwist door Kvaerner c.s. is komen vast te staan dat STC Repairs niet op de hoogte was van de afspraken tussen Kvaerner en Saipem waarop Kvaerner c.s. zich beroepen ter onderbouwing van hun vordering tegen Saipem.

8.17.

Verder is als gesteld door STC Repairs en niet (gemotiveerd) betwist door Kvaerner c.s. komen vast te staan dat STC Repairs haar opdracht conform de overeenkomst met Saipem heeft uitgevoerd. Het is (mede) om die reden dat Kvaerner c.s. niet heeft kunnen volstaan met de stelling dat STC Repairs jegens Kvaerner c.s. aansprakelijk is omdat zij, STC Repairs, “gelet op de bijzondere zorgplicht die op haar rust als bewaarnemer”, eerst had moeten nagaan of de eigenaar van de twee strand jack supports en de twee pull rods wel akkoord was met de vernietiging. Zo hebben Kvaerner c.s. volledig nagelaten te onderbouwen waarom de overeenkomst tussen Saipem en STC Repairs moet worden gekwalificeerd als bewaarneming. Kvaerner c.s. hebben dus niet aan hun stelplicht hebben voldaan waarom STC Repairs jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld, zodat aansprakelijkheid van STC Repairs jegens Kvaerner c.s. op grond van onrechtmatige daad ontbreekt.

8.18.

Nu de primaire grondslag van de vordering van Kvaerner c.s. niet opgaat, komt de rechtbank toe aan beoordeling van de subsidiaire grondslag van deze vordering, ongerechtvaardigde verrijking. In dat verband wordt het volgende overwogen.

8.19.

Aan hun standpunt dat STC Repairs ten koste van Kvaerner ongerechtvaardigd is verrijkt, leggen Kvaerner c.s. ten grondslag dat STC Repairs het schroot heeft verkocht. Dit baseren zij op de door hen als productie E6 in het geding gebrachte factuur van STC Repairs aan Metaalrecycling Moerdijk. Het gaat hier om de volgende factuur van 2 juli 2012 - aangehaald voor zover relevant:

“Project: S44-clean off works

Contract: 718430 Rev.01

We herewith debit your account for your purchase of 361.623 kg of cutting scrap as agreed upon for the price of € 170,00 per ton.

All disposal related costs for your account.

Subtotal € 61.475,91

VAT -0- rate

Total amount of this invoice € 61.475,91”.

8.20.

STC Repairs betwist dat zij ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van Kvaerner. Dit onderbouwt zij door aan te voeren dat al het ijzer dat voor de schroot was bestemd, was geleverd aan STC Repairs met de bedoeling STC Repairs in staat te stellen dit te verkopen aan een oud-ijzerhandelaar. Het gegeven dat het oud ijzer een bepaalde waarde heeft, betekent, aldus STC Repairs, dat zij een lagere prijs kan aanbieden voor de demobilisatie van het ponton. Een en ander is vervolgens niet betwist door Kvaerner c.s., zodat het is komen vast te staan.

8.21.

Nu, als gezegd, van onrechtmatig handelen van STC Repairs jegens Kvaerner c.s. geen sprake is geweest en deze schrootverkoop door STC Repairs geleid heeft tot een lagere door STC Repairs in rekening gebrachte prijs voor de demobilisatie van de S44, is hier geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking van STC Repairs ten koste van Kvaerner c.s. STC Repairs is dan ook evenmin aansprakelijk jegens Kvaerner c.s. uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking.

8.22.

De vordering van Kvaerner c.s. tegen STC Repairs ligt derhalve voor afwijzing gereed.

8.23.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Kvaerner en IF in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van STC Repairs worden begroot op:

  • -

    griffierecht € 3.864,00

  • -

    salaris advocaat vrijwaringsincident € 452,00 (1 x tarief € 452,00)

  • -

    salaris advocaat hoofdzaak € 4.000,00 (2 x tarief € 2.000,00)

  • -

    totaal € 8.316,00.

9 De beoordeling in de vrijwaringszaak van Saipem tegen STC Repairs

9.1.

Er is sprake van een internationaal geval, omdat Saipem buiten Nederland gevestigd is. Aangezien STC Repairs gevestigd is binnen het rechtsgebied van deze rechtbank, is deze rechtbank in ieder geval bevoegd krachtens artikel 4 lid 1 Brussel Ibis-Vo juncto artikel 99 lid 1 Rv bevoegd. Op grond van de hierboven onder 8.1 genoemde rechtskeuze wordt de rechtsverhouding tussen Saipem en STC Repairs beheerst door Nederlands recht.

9.2.

Saipem grondt haar vordering op toerekenbare tekortkoming en op artikel 23 van de toepasselijke algemene voorwaarden, de ‘General Terms and Conditions GTC-COR-SERV-010-E, Rev 03 (prod. 3 van Saipem). Deze zaak draait om de vraag of STC Repairs tekort is geschoten in haar overeenkomst met Saipem vanwege het vernietigen van de twee strand jack supports en de twee pull rods.

9.3.

Tijdens de comparitiezitting is het volgende gebleken. STC Repairs heeft een offerte uitgebracht aan Saipem op basis van de SOW, die Saipem aan STC Repairs had doorgestuurd. Afgezien van het bepaalde in de SOW heeft Saipem STC Repairs niet voorzien van nadere instructies over de onderdelen van het Materieel die vernietigd dan wel bewaard dienden te worden, in de woorden van Saipem: Saipem heeft de contractuele instructies die zij ontving van Conoco (de SOW) één op één opgelegd aan STC (onder 9 conclusie van antwoord).

9.4.

Het partijdebat is nog niet afgerond. Daarom zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen voor re- en dupliek.

9.5.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

10 De beoordeling in de vrijwaringszaak van STC Repairs tegen Saipem

10.1.

Nu de vordering tegen STC Repairs in de hoofdzaak is afgewezen, is de voorwaarde waaronder de vordering in de onderhavige vrijwaringszaak is ingesteld niet vervuld. Derhalve komt deze vordering niet in aanmerking voor toewijzing.

10.2.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal STC Repairs in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van Saipem worden begroot op:

  • -

    salaris advocaat € 4.000,00 (2 x tarief € 2.000,00)

  • -

    totaal € 4.000,00.

11 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak (C/10/488619 / HA ZA 15-1142)

verwijst de zaak naar de rol van 1 maart 2017 voor uitlating bij akte door Kvaerner c.s. over hetgeen de advocaat van Saipem heeft aangevoerd in randnummers 6, 8, 9 en 10 van bovengenoemde brief van 14 november 2016;

houdt iedere verdere beslissing over de vorderingen tegen Saipem aan;

wijst de vorderingen tegen STC Repairs af;

veroordeelt Kvaerner c.s. in de proceskosten aan de zijde van STC Repairs, die tot aan deze uitspraak € 8.316,00 bedragen;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de vrijwaringszaak van Saipem tegen STC Repairs (C/10/502502 / HA ZA 16-525)

verwijst de zaak naar de rol van 1 maart 2017 voor conclusie van repliek, waarna de zaak naar de rol van vier weken later zal worden verwezen voor conclusie van dupliek;

houdt iedere verdere beslissing aan,

in de vrijwaringszaak van STC Repairs tegen Saipem (C/10/502680 / HA ZA 16-534)

wijst de vorderingen af;

veroordeelt STC Repairs in de proceskosten, die tot aan deze uitspraak zijn begroot op
€ 4.000,00;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2017.

901/1573