Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:911

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-02-2017
Datum publicatie
06-02-2017
Zaaknummer
518353 / HA RK 17-22
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Beslissing geschreven in voor de minderjarige verzoekers begrijpelijke taal. Minderjarige verzoekers kunnen in dit geval zelf wrakingsverzoek indienen. Dat de kinderrechter de brief van verzoekers bij haar beslissing niet heeft meegewogen, komt omdat zij die brief niet tijdig in handen had. Als de kinderrechter het nodig vindt om eerst met verzoekers te praten, voordat misschien een nieuwe bijzondere curator wordt benoemd, dan is dat een beslissing die bij haar taak als kinderrechter hoort. Zelfs wanneer die beslissing niet een goede beslissing zou zijn, dan nog is dat geen reden voor wraking. De beslissing is ook niet onbegrijpelijk. Er is geen reden om te denken dat de kinderrechter de procedure onredelijk heeft vertraagd of gerekt, waardoor verzoekers of hun ouders niet meer in beroep kunnen gaan tegen de beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter heeft steeds snel gereageerd op brieven en verzoeken die zij kreeg. De termijn voor hoger beroep loopt trouwens pas af op 10 februari 2017. Er is dus nog tijd over om hoger beroep in te stellen. Ook de beslissing van de kinderrechter tot verlenging van de ondertoezichtstelling was niet onbegrijpelijk. De wrakingskamer gaat niet over de vraag of er onjuiste feiten door jeugdzorg aan de kinderrechter zijn gepresenteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Zaaknummer / rekestnummer: 518353 / HA RK 17-22

Beslissing van 2 februari 2017

op het verzoek van

[Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2],

wonende te [woonplaats] ,

verzoekers,

(hierna ook: [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] ),

tot wraking van:

mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter in de rechtbank Rotterdam, team jeugd (hierna: de kinderrechter).

1 Het procesverloop en de processtukken

1.1

[Minderjarige verzoeker 1] , geboren op [datum] 2005, en [Minderjarige verzoeker 2] , geboren op [datum] 2008, zijn op

19 augustus 2015 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

Op 16 augustus 2016 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengd tot
19 november 2016. Zij heeft toen de zaak voor het overige aangehouden tot de zitting van

10 november 2016. Ook heeft de kinderrechter toen een bijzondere curator benoemd. Dat was mr. [bijzondere curator] .

1.2

Op 10 november 2016 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] verlengd tot 19 augustus 2017. Zij heeft toen opnieuw mr. [bijzondere curator] als bijzondere curator benoemd. Bij brief van 9 december 2016 hebben [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] de kinderrechter verzocht een andere bijzondere curator te benoemen. Op 12 december 2016 heeft mr. [bijzondere curator] de kinderrechter verzocht hem te ontslaan als bijzondere curator. Hij vroeg dat omdat [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] het vertrouwen in hem hadden verloren en niet langer met hem in gesprek wilden gaan.

1.3

Omdat [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] op 9 december 2016 om een andere bijzondere curator hebben gevraagd, heeft de kinderrechter hen bij brief van 14 december 2016 uitgenodigd voor een gesprek op 20 december 2016. [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] zijn toen niet gekomen.

1.4

Op 22 december 2016 heeft de kinderrechter mr. [bijzondere curator] ontslagen als bijzondere curator. In die beslissing staat verder dat de kinderrechter eerst met [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] wil praten, voordat zij beslist op hun verzoek om een andere bijzondere curator. De kinderrechter heeft [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] daarvoor uitgenodigd op 9 januari 2017.

1.5

Bij brief van 8 januari 2017 hebben [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] een wrakingsverzoek tegen de kinderrechter ingediend. Het volledige verzoek met bijlagen is een dag later ingeleverd.

1.6

De wrakingskamer heeft de volgende stukken gezien:

- het dossier van de hiervoor omschreven procedure;

- het wrakingsverzoek en bijlagen;

- de schriftelijke reactie van de kinderrechter op het wrakingsverzoek;

- de brief van 17 januari 2017 van verzoekers;

- het e-mailbericht van 18 januari 2017 van de kinderrechter.

1.7

De datum waarop het wrakingsverzoek wordt behandeld is meegedeeld aan verzoekers, hun ouders, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, en de kinderrechter. Zij zijn allen voor die zitting schriftelijk uitgenodigd.

1.8

De kinderrechter heeft bij brief van 10 januari 2017 geantwoord op het wrakingsverzoek en zij heeft laten weten dat zij niet op de zitting van de wrakingskamer aanwezig zal zijn.

1.9

Verzoekers hebben bij brief van 17 januari 2017 gereageerd op de brief van 10 januari 2017 van de kinderrechter.

1.10

Bij e-mailbericht van 18 januari 2017 heeft de kinderrechter meegedeeld dat zij geen tijd meer heeft om nog voor de zitting te reageren op de brief van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] van

17 januari 2017. De kinderrechter heeft toen ook geschreven dat zij graag wil dat [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] zo snel mogelijk door een (andere) kinderrechter worden gehoord over hun wens om een nieuwe bijzondere curator.

1.11

Op de zitting van de wrakingskamer op 19 januari 2017 is het wrakingsverzoek behandeld. [Minderjarige verzoeker 1] is naar die zitting gekomen en hij vertelde dat hij daar ook was namens [Minderjarige verzoeker 2] . Ook zijn moeder, mevrouw [moeder] was er. Namens Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond zijn de heer Van der Veen en mevrouw Gangapersadsing verschenen.

[Minderjarige verzoeker 1] heeft ter zitting zijn standpunt en dat van [Minderjarige verzoeker 2] verder uitgelegd en antwoord gegeven op vragen van de rechters van de wrakingskamer.

2 Het verzoek en de reactie daarop

2.1

[Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] hebben een aantal argumenten gegeven voor hun wrakingsverzoek. Die argumenten zijn hieronder in wat kortere vorm opgeschreven.

(1) Bij de beslissing op de zitting van 22 december 2016 is er geen rekening gehouden met de brief van 16 december 2016 van verzoekers.

(2) De kinderrechter gebruikt de procedure tot benoeming van een nieuwe bijzondere curator om verzoekers te dwingen om met haar te praten zonder advocaat/ vertegenwoordiger.

(3) De kinderrechter probeert de procedure voor het vervangen van de bijzondere curator zo lang mogelijk uit te rekken om verzoekers de mogelijkheid en het recht af te nemen in hoger beroep te gaan tegen de beslissing van de ondertoezichtstelling.

(4) De kinderrechter heeft verzoekers in een onnodige ondertoezichtstelling procedure gezet.

(5) Op de twee zittingen van de verlenging van de ondertoezichtstelling heeft Jeugdzorg veel valse feiten aan de kinderrechter gepresenteerd. De moeder van verzoekers hebben dit bekend gemaakt aan de kinderrechter, maar de kinderrechter heeft er bewust voor gekozen om het te negeren.

2.2

De kinderrechter is het niet eens met de wraking en met de argumenten die [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] daarvoor aanvoeren. De kinderrechter heeft kort weergegeven het volgende aangevoerd.

2.2.1

In de beslissing van 22 december 2016 is inderdaad geen rekening gehouden met de brief van verzoekers van 16 december 2016, omdat die brief toen nog niet aan de kinderrechter was voorgelegd. De kinderrechter gebruikt de procedure niet om verzoekers te dwingen met haar te praten zonder advocaat. Kinderen zijn niet verplicht te verschijnen als zij worden uitgenodigd voor een kindgesprek. Omdat de kinderrechter niet zeker wist of de uitnodiging van 14 december 2016 hen op tijd had bereikt en omdat zij het belangrijk vond om de kinderen uit te leggen wat zij wel en niet kunnen verwachten van een bijzondere curator, heeft de kinderrechter hen opnieuw uitgenodigd voor een gesprek.

2.2.2

Door het wrakingsverzoek is dit gesprek niet doorgegaan. De brieven van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] heeft de kinderrechter natuurlijk wel gelezen. Dat de kinderrechter niet heeft beslist wat zij en hun moeder willen, betekent niet dat er geen rekening is gehouden met hun mening. De kinderrechter probeert de procedure niet zo lang mogelijk te rekken om te verhinderen dat zij in hoger beroep kunnen gaan tegen de beslissing van de ondertoezichtstelling. Als de moeder en verzoekers het er niet mee eens zijn dat de ondertoezichtstelling werd verlengd, kan de moeder uiteraard hoger beroepen aantekenen tegen de beslissing van 10 november 2016.

2.2.3

De kinderrechter is dan ook van mening dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen. Tot slot heeft de kinderrechter meegedeeld dat, ook als het wrakingsverzoek wordt afgewezen, zij een andere kinderrechter zal vragen om (met spoed) het verzoek van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] om een andere bijzondere curator te benoemen en te behandelen.

3 De beoordeling

3.1

Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking geldt de volgende hoofdregel. Iedereen mag er vanuit gaan dat een rechter op grond van zijn aanstelling onpartijdig is. Dat geldt dus ook voor de kinderrechter.

Heel soms kan er toch een reden zijn om te denken dat een rechter niet helemaal onpartijdig is. Dat kan alleen maar als er hele duidelijke aanwijzingen zijn dat de rechter vooringenomen is tegen de mensen van wie hij of zij een zaak behandelt. In zo’n geval kan dan een wrakingsverzoek worden toegewezen. Ook kan een wrakingsverzoek worden toegewezen wanneer de vrees van verzoekers voor vooringenomenheid van de rechter door objectieve factoren gerechtvaardigd is. Met andere woorden: een verzoek tot wraking kan verder ook worden toegewezen, wanneer andere mensen die niets met de zaak te maken hebben ook wel kunnen zien dat er iets mis kan zijn met de onpartijdigheid van de rechter.

3.2

3.2.1

Voordat naar de argumenten van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] gekeken wordt, moet de wrakingskamer eerst controleren of [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] volgens de wet wel zélf een verzoek tot wraking kunnen doen. Het is namelijk zo dat [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] allebei nog minderjarig zijn. Het volgende stuk gaat over die controle.

3.2.2

Een minderjarige is in alle familierechtelijke zaken die hem raken volgens de wet een ‘belanghebbende’. Maar de hoofdregel is dat de minderjarige zijn bevoegdheden als belanghebbende alleen maar kan uitoefenen met hulp van een wettelijke vertegenwoordiger of een bijzondere curator. Op die hoofdregel kan de wet een uitzondering maken.
Zo’n uitzondering staat in artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek. In dat artikel is geregeld in welke gevallen een bijzondere curator voor een minderjarige kan worden benoemd. De minderjarige kan ook zelf om benoeming van een (andere) bijzondere curator verzoeken. Hij heeft daarbij volgens de wet niet de hulp nodig van een wettelijk vertegenwoordiger of een bijzondere curator. Dat heeft de Hoge Raad uitgemaakt in een uitspraak, die op internet staat met het nummer ECLI:NL:HR: 2004:AR4850. De Hoge Raad heeft verder op 29 mei 2015 kort gezegd beslist dat een minderjarige zonder hulp van een wettelijk vertegenwoordiger in hoger beroep kan gaan, als zijn verzoek tot benoeming van een bijzondere curator is afgewezen. Die uitspraak is op internet te vinden onder het nummer ECLI:NL:HR:2015:1409. In dat soort zaken kunnen kinderen dus zelf een verzoek aan de rechter doen.

3.2.3

[Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] hebben hun wrakingverzoek gedaan in een zaak waarin het ook gaat over de benoeming van een bijzondere curator. Dat is dus een zaak waarin zij dus ook zelfstandig verzoeken kunnen doen.

De wrakingskamer gaat er daarom vanuit dat zij in zo’n procedure dan ook zelfstandig bevoegd zijn om een wrakingsverzoek te doen. Op de zitting is verder ook wel gebleken dat [Minderjarige verzoeker 1] goed begrijpt waar het dan om gaat.

Daarom beslist de wrakingskamer dat [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] dit wrakingsverzoek zelf konden indienen, zoals zij hebben gedaan.

3.2.4

Als je denkt dat je een goede reden hebt voor een wrakingsverzoek, dan moet je volgens de wet zo’n verzoek zo snel mogelijk doen. Daar mag je dan niet te lang mee wachten. Als je wel te lang wacht, kan het verzoek niet meer worden behandeld. Het is wel begrijpelijk dat [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] wat tijd nodig hadden om informatie te verzamelen. Ze zijn daarom nog wel op tijd met hun verzoek.

3.2.5

De wrakingskamer mag volgens de wet dus nu gaan beoordelen of [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] gelijk hebben met hun wrakingsverzoek.

3.3

Over de eerste wrakingsgrond, het eerste argument van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] , beslist de wrakingskamer als volgt.

De kinderrechter heeft bij de beslissing van 22 december 2016 inderdaad geen rekening gehouden met de brief van 16 december 2016, maar dat betekent nog niet dat de kinderrechter vooringenomen is. Dat betekent verder ook nog niet dat het erop lijkt dat zij partijdig is. Omdat de kinderrechter die brief niet op tijd in handen had, heeft de kinderrechter met de inhoud van die brief nu eenmaal toen geen rekening kunnen houden. En toch heeft de kinderrechter wel rekening gehouden met het belang van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] . Ze heeft ze namelijk opnieuw uitgenodigd voor een gesprek. Dat de kinderrechter die brief niet heeft meegewogen bij haar beslissing, maakt dus niet dat de kinderrechter partijdig was, en maakt dus ook niet dat het erop lijkt dat de kinderrechter partijdig was.

3.4

Over het tweede argument van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] beslist de wrakingskamer als volgt.

Als de kinderrechter het nodig vindt om eerst met [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] te praten, voordat misschien een nieuwe bijzondere curator wordt benoemd, dan is dat een beslissing die bij haar taak als kinderrechter hoort. Zelfs wanneer die beslissing niet een goede beslissing zou zijn, dan nog is dat geen reden voor wraking. Ook een goede rechter die onpartijdig is kan namelijk wel eens een minder goede beslissing nemen. Of hier geen goede beslissing is genomen, daar gaat de wrakingskamer niet over. Dat is nu juist de taak van een rechter in hoger beroep, en dat is de wrakingsrechter niet.

3.5

Een onjuiste beslissing kan wel een grond voor wraking zijn, wanneer die beslissing helemaal niet te begrijpen is, en eigenlijk alleen maar op die manier gegeven kan zijn omdat de rechter partijdig is. Volgens de wrakingskamer is de beslissing van de kinderrechter om eerst nog met [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] te willen spreken niet onbegrijpelijk.

In het belang van verzoekers heeft de kinderrechter namelijk beslist om hen opnieuw uit te nodigen voor een kindgesprek. Dit deed zij omdat ze er niet zeker van was dat de uitnodiging van 14 december 2016 verzoekers op tijd had bereikt en omdat zij het belangrijk vond om er met [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] over te praten wat volgens de wet de rol en de taken van een bijzondere curator zijn en om uit te leggen wat een bijzondere curator wel en niet kan.

De wrakingskamer is het op dit punt dus niet eens met [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] . Die beslissing is geen reden om te kunnen denken dat de kinderrechter (misschien) partijdig is.

3.6

Ook met hun derde argument voor wraking hebben [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] geen gelijk.

Er is geen reden om te denken dat de kinderrechter de procedure onredelijk heeft vertraagd of gerekt, waardoor verzoekers of hun ouders niet meer in beroep kunnen gaan tegen de beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter heeft steeds snel gereageerd op brieven en verzoeken die zij kreeg. De termijn voor hoger beroep loopt trouwens pas af op 10 februari 2017. Er is dus nog tijd over om hoger beroep in te stellen.

3.7

Ook over het vierde en vijfde argument van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] is de wrakingskamer het niet met hen eens. De wrakingskamer gaat niet over de vraag of de ondertoezichtstelling wel of niet verlengd moest worden en de wrakingskamer gaat ook niet over de vraag of er onjuiste feiten door jeugdzorg aan de kinderrechter zijn gepresenteerd. Daar gaat een andere rechter over die op een hoger beroep tegen die verlenging moet beslissen.

De wrakingskamer kan alleen maar kijken of die beslissing van de kinderrechter zó onbegrijpelijk is, dat die beslissing alleen maar op die manier gegeven kan zijn, doordat de rechter partijdig is. Maar de wrakingskamer vindt ook die beslissing van de kinderrechter niet onbegrijpelijk. Ook deze punten van [Minderjarige verzoeker 1] en [Minderjarige verzoeker 2] zijn dus geen geldige reden om de kinderrechter te wraken.

3.8

Er zijn dus geen goede argumenten om de kinderrechter te wraken. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

wijst af het verzoek tot wraking van mr. M.J.M. Marseille.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. W.P.M. Jurgens en mr. W.J. Roos-van Toor, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 februari 2017 in tegenwoordigheid van mr. H.C.C. Kan, griffier.

Verzonden op:

aan:

-

-

-

-