Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9032

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-10-2017
Datum publicatie
17-11-2017
Zaaknummer
10/811004-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplegging deels voorwaardelijke taakstraf voor diefstal met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/811004-17

Datum uitspraak: 27 oktober 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. H.L. Bakker, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 13 oktober 2017.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.M. Bonnes heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren met aftrek van voorarrest en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, welk contact mede kan inhouden de voortzetting van de ambulante behandeling van de verdachte bij Bavo Europoort.

Waardering van het bewijs

Feit 1:

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

De verdachte heeft de plank slechts opgepakt om die te kunnen gebruiken bij de reparatie van zijn brommer. Het oogmerk om zich de plank wederrechtelijk toe te eigenen ontbrak bij de verdachte en de diefstal daarvan kan daarom niet wettig en overtuigend worden bewezen.

Ook de verweten bedreiging met geweld die daarna zou hebben plaatsgevonden kan niet wettig en overtuigend worden bewezen. De verdachte ontkent stekende bewegingen te hebben gemaakt. Hij heeft een schroevendraaier omhoog gehouden uit angst voor de omstanders en in de gedachte dat hij zich moest verdedigen. Deze bedreiging, zo daarvan al sprake is, is niet aangewend om zich het bezit van het goed te verzekeren of om de vlucht mogelijk te maken.

Beoordeling

De verdachte heeft een plank gepakt die niet aan hem toebehoorde. Aangever [naam aangever] heeft verklaard dat hij dit op de camerabeelden van zijn voortuin heeft zien gebeuren en heeft deze camerabeelden later aan verbalisant [naam verbalisant] getoond. Op deze beelden was volgens verbalisant [naam verbalisant] te zien dat een persoon met zijn arm over een schutting kwam en naar een stapel goederen reikte. Verbalisant [naam verbalisant] zag dat de persoon iets wegpakte dat leek op een houten plank en vervolgens uit beeld liep. De verdachte heeft bij de politie verklaard zichzelf op de (foto’s van de) camerabeelden te herkennen.

De rechtbank is van oordeel dat voornoemde handelingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op het zich wederrechtelijk toe-eigenen van de plank.

Het dreigen met een schroevendraaier en het steken met die schroevendraaier in het gezicht van één van de personen die de verdachte na de diefstal van de plank hebben achtervolgd kan, ook gelet op de situatie waarin de verdachte zich op dat moment bevond, niet anders worden uitgelegd dan als het bedreigen met en het toepassen van geweld dat is bedoeld om niet te worden overmeesterd en aangehouden.

De verweren worden verworpen. De rechtbank acht de primair ten laste gelegde diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2:

Standpunt van de officier van justitie

De verdachte heeft aangever [naam slachtoffer 1] met een schroevendraaier in het gezicht gestoken. Nu er zich in het gezicht kwetsbare delen, zoals bijvoorbeeld de ogen, bevinden, heeft de verdachte daarmee de aanmerkelijke kans aanvaard dat [naam slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel zou bekomen. Het onder 2 primair ten laste gelegde kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden, aldus de officier van justitie.

Standpunt van de verdediging

De verdachte ontkent dat hij [naam slachtoffer 1] met een schroevendraaier heeft gestoken. Het letsel dat bij [naam slachtoffer 1] is geconstateerd (een gezwollen lip) lijkt bovendien meer te passen bij een slag of stoot. Er is daarom onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte [naam slachtoffer 1] met een schroevendraaier heeft gestoken, zodat hij dient te worden vrijgesproken van zowel het onder 2 primair als het onder 2 subsidiair ten laste gelegde.

Beoordeling

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het onder 2 primair ten laste gelegde.

Op grond van de bewijsmiddelen kan weliswaar worden vastgesteld dat de verdachte aangever [naam slachtoffer 1] met een schroevendraaier in het gezicht heeft gestoken, maar niet kan worden vastgesteld dat de verdachte zodanig hard heeft gestoken, dat daardoor de kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aanwezig was. De foto’s in het dossier van het letsel van [naam slachtoffer 1] bieden daarvoor onvoldoende steun.

Wel acht de rechtbank op grond van het voorgaande de onder 2 subsidiair ten laste gelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, het onder 2 subsidiair en het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1. primair):

hij op 2 januari 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid hout, toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- voorhouden en tonen van een schroevendraaier aan die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

- met een schroevendraaier maken van stekende bewegingen in de richting van het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en

- steken met een schroevendraaier in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] ;

2 ( subsidiair):

hij op 2 januari 2017 te Rotterdam [naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door met een schroevendraaier in de lip van die [naam slachtoffer 1] te steken;

3.

hij op 2 januari 2017 te Rotterdam [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht immers heeft verdachte opzettelijk

dreigend met een schroevendraaierstekende bewegingen gemaakt in de richting van die [naam slachtoffer 2] en die [naam slachtoffer 1] en daarbij dezen dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezen feiten leveren op:

De eendaadse samenloop van:

Diefstal gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken

en

mishandeling

en

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een houten plank uit de voortuin van een woning. Toen hij daarop werd betrapt heeft hij enkele personen die hem staande wilden houden zowel verbaal als door het tonen van een schroevendraaier bedreigd en heeft hij één van hen met die schroevendraaier in het gezicht gestoken. Een dergelijke diefstal is op zich al een hinderlijk feit, maar dat wordt nog erger als die wordt gevolgd door geweld. De ervaring leert dat de slachtoffers van dergelijke (gewelds)misdrijven veelal nadelige psychische gevolgen van het gebeurde ondervinden. Met zijn handelen heeft de verdachte bovendien bijgedragen aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving in het algemeen.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

29 september 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van een vermogensdelict met justitie in aanraking is geweest.

Rapportages

Psychiater B.J.H. van der Hoeven heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 29 maart 2017. Hieruit volgt dat de verdachte lijdt aan PTSS, dat hij een psychotische stoornis heeft en dat er sterke vermoedens zijn van zwakbegaafdheid. Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van het plegen van de feiten. De psychiater onthoudt zich evenwel van advies over de toerekeningsvatbaarheid, nu de verdachte de feiten ontkende en bij de psychiater heeft aangegeven geen herinneringen te hebben aan de gebeurtenissen op 2 januari 2017. Uit het rapport van de psychiater volgt dat de verdachte reeds onder behandeling staat van Bavo Europoort voor zijn problematiek, dat hem medicatie wordt voorgeschreven en dat hij medicatietrouw is. Vanuit goed behandelaarschap wordt door de psychiater geadviseerd dat de verdachte ambulant in behandeling blijft bij een GGZ instelling. Voorts heeft de verdachte volgens de psychiater ondersteuning nodig op psychosociaal vlak. Een dergelijke combinatie van behandeling en begeleiding kan wellicht het beste worden geboden door een GGZ wijkteam werkende volgens de FACT methodiek. Tenslotte zou het raadzaam zijn om testpsychologisch onderzoek te verrichten, aldus de psychiater. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 augustus 2017. De reclassering onthoudt zich van advies over een sanctie. Vanuit zorgpunt adviseert de reclassering mee te gaan in het advies van de psychiater, zodat de verdachte zich onder behandeling stelt bij zijn huidige ambulante behandelaar, ondersteund wordt op psychosociaal vlak, er testpsychologisch intelligentieonderzoek verricht wordt en dat de verdachte zijn medicatie volgens voorschrift inneemt. Voorts heeft de reclassering overwogen dat het mogelijk is om aan de verdachte een werkstraf op te leggen. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarnaast aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zoals door de officier van justitie is geëist.

De verdachte heeft zich in de kern schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld, maar er lijkt sprake van een incident. De verdachte heeft blijkens de over hem uitgebrachte rapporten zijn leven redelijk op orde en er lijkt sprake te zijn van voldoende beschermende factoren.

De rechtbank zal een deel van de voorgenomen taakstraf voorwaardelijk opleggen om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de verdachte bijzondere voorwaarden op te leggen, nu een concreet onderbouwd voorstel door de reclassering of de psychiater tot het opleggen daarvan ontbreekt en de verdachte voor zijn problematiek bovendien reeds onder behandeling staat van Bavo Europoort.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen taakstraf passend en geboden.

De rechtbank legt een lagere taakstraf op dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van het onder 2 primair ten laste gelegde feit.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55 lid 1, 57, 285, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2 subsidiair en onder 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;


veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte, groot 50 (vijftig) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 126 (honderdzesentwintig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 63 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Rabbie, voorzitter,

en mrs. L. Amperse en J.C. Tijink, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 02 januari 2017 te Rotterdam met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid hout, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

bestond(en) uit het meermalen, althans éénmaal,

- voorhouden en/of tonen van een schroevendraaier, althans een

scherp en/of puntig voorwerp, aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, maken van stekende bewegingen in de richting van het lichaam van

die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- ( met kracht) steken met een schroevendraaier, althans een scherp en/of

puntig voorwerp, in de mond en/of in het gezicht, althans in het

lichaam, van die [naam slachtoffer 1] ;

(Artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 januari 2017 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen

een hoeveelheid hout, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen

en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1]

en/of [naam slachtoffer 2] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden,

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

meermalen, althans éénmaal,

- een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp,

aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] heeft getoond en/of voorgehouden en/of

- met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het lichaam

van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of

- ( met kacht) met een schroevendraaier, althans een scherp en/of

puntig voorwerp, in de mond en/of in het gezicht, althans in het

lichaam, van die [naam slachtoffer 1] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 312 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 02 januari 2017 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [naam slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat

opzet een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de

mond/lip en/of in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 302 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 januari 2017 te Rotterdam

[naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door (meermalen) (met kracht) met een

schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de mond/lip

en/of in het gezicht, althans in het lichaam, van die [naam slachtoffer 1] te steken;

(Artikel 300 Wetboek van Strafrecht)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 02 januari 2017 te Rotterdam

[naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

dreigend met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp,

(meermalen) stekende bewegingen gemaakt in de richting van die [naam slachtoffer 2] en/of

(daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak jullie dood", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;