Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9030

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-10-2017
Datum publicatie
17-11-2017
Zaaknummer
Parketnummer TUL: 10/661054-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tenuitvoerlegging en aanvulling bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer TUL: 10/661054-17

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam in de zaak tegen de veroordeelde

[naam veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats veroordeelde] ( [geboorteland veroordeelde] ) op [geboortedatum veroordeelde] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,
thans gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) voor vrouwen te Zwolle.

Vordering

Op 25 september 2017 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam d.d. 12 juli 2017 aan de veroordeelde in voorwaardelijke vorm opgelegde strafdeel en tot wijziging van (een deel van) de in het kader van dat voorwaardelijke strafdeel aan veroordeelde opgelegde voorwaarden.

Bij de vordering is overgelegd het rapport d.d. 22 september 2017 van het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (hierna ook: de reclassering).

In aanvulling op het rapport van 22 september 2017 heeft de officier van justitie voorts nog een rapport d.d. 11 oktober 2017 van de reclassering overgelegd.

Feiten

Bij voornoemd vonnis, dat onherroepelijk is geworden, is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 180 dagen met aftrek van voorarrest. Daarbij is met vaststelling van een proeftijd van 2 jaren bepaald dat van deze straf een gedeelte, groot 90 dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de veroordeelde de gestelde algemene en bijzondere voorwaarden niet naleeft. Als bijzondere voorwaarden zijn gesteld:

1. de veroordeelde zal zich melden bij de afdeling reclassering van het Leger des Heils, of een soortgelijke instelling, zo lang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen bij een passende

instelling, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die haar

in het kader van die behandeling namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

3. de veroordeelde zal haar medewerking verlenen aan het op individuele basis begeleid gaan wonen in een passende instelling en zal zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering, zo lang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt.

De mededeling voorwaardelijke veroordeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is aan de veroordeelde verzonden.

Op 25 september 2017 is de veroordeelde op de voet van artikel 14fa, eerste lid, Sr aangehouden. De rechter-commissaris in deze rechtbank heeft op 26 september 2017 op vordering van de officier van justitie de voorlopige tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde vrijheidsstraf bevolen.

Procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2017. De officier van justitie mr. P. Gruppelaar, de veroordeelde en de raadsvrouw zijn gehoord. Voorts is verschenen [naam reclasseringswerker] , als reclasseringswerker verbonden aan voornoemde reclasseringsinstelling.

Standpunt officier van justitie

De veroordeelde heeft zich niet aan de bijzondere voorwaarden gehouden. Gebleken is bovendien dat de opgelegde bijzondere voorwaarden ontoereikend zijn voor de problematiek van de veroordeelde. De officier van justitie heeft op de terechtzitting van 13 oktober 2017 daarom de gedeeltelijke tenuitvoerlegging, namelijk voor de duur van 50 dagen, gevorderd van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel, hetgeen zou betekenen dat de veroordeelde op 15 november 2017 op vrije voeten wordt gesteld. Aansluitend kan de veroordeelde terecht voor een klinische opname in FPK De Woenselse Poort. Daartoe dienen de bijzondere voorwaarden conform het advies van de reclassering te worden gewijzigd. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de eerder opgelegde bijzondere voorwaarden de voorwaarde wordt toegevoegd dat de veroordeelde zich gedurende een periode van maximaal 12 maanden zal laten opnemen in FPK De Woenselse Poort dan wel een soortgelijke instelling en dat de veroordeelde zich aansluitend aan haar detentie naar die kliniek zal laten vervoeren door DV&O.

Standpunt veroordeelde

De veroordeelde en haar raadsvrouw hebben zich op de terechtzitting op het standpunt gesteld dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen. Daartoe is aangevoerd dat het niet aan de veroordeelde is te wijten dat het reclasseringscontact en daarmee de invulling van de bijzondere voorwaarden niet tot stand zijn gekomen. Voorts is aangevoerd dat de veroordeelde meer gebaat is bij voorzetting van de behandeling van Bavo Europoort, waarbij ondersteuning van haar familie, anders dan in het geval van plaatsing in De Woenselse Poort te Eindhoven, mogelijk blijft.

Bevoegdheid

De meervoudige kamer van deze rechtbank is bevoegd van de vordering kennis te nemen, aangezien deze kamer de straf waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, heeft opgelegd.

Ontvankelijkheid

De proeftijd van 2 jaar is ingegaan op 27 juli 2017.

De vordering is ingediend op 25 september 2017.

De vordering is dus niet later dan drie maanden na het verstrijken van de proeftijd ingediend. Het openbaar ministerie is daarom ontvankelijk in de vordering.

Gegrondheid vordering

De rapporten van de reclassering van 22 september en 11 oktober 2017 houden -onder meer en zakelijk weergegeven- het volgende in.

Uit informatie van de huidige behandelinstelling Bavo Europoort blijkt dat er sinds 2013 -vergeefs - veel pogingen zijn ondernomen om de situatie van de veroordeelde te verbeteren en hulpverlening op te starten, maar dat het tot heden niet is gelukt om de veroordeelde in een ambulant kader te begeleiden. Eerdere klinische opnamen werden na korte tijd door de veroordeelde afgebroken.

Ook de hulpverlening die de reclassering bij het aanvankelijk uitgebrachte advies voor ogen stond, is niet succesvol gebleken. De veroordeelde overtreedt vanaf de aanvang van het aan haar opgelegde toezicht alle bijzondere voorwaarden. Zij is slechts af en toe in beeld bij de nachtopvang van het Leger des Heils, maar is tot op heden op geen enkele afspraak verschenen, waardoor aan ambulante behandeling dan wel toegeleiding naar een begeleide woonsituatie of maatschappelijke opvang nog op geen enkele wijze invulling is gegeven. Alle tot dusver ingezette vormen van hulpverlening hebben de veroordeelde, bij wie niet alleen sprake is van een zware en hardnekkige verslaving aan medicatie maar ook van psychische problematiek, niet uit de vicieuze cirkel kunnen halen. De veroordeelde vertoont in haar problematiek steeds extremer gedrag. –Zo dreigt zij in haar zucht naar het middel Zolpidem bij instanties die haar aan dit middel zouden kunnen helpen met zelfmoord. Er is daarom gezocht naar een passende klinische setting, waarin succesvol kan worden gewerkt aan zowel het verminderen van het recidive- en gevaarsrisico als aan de verslavingsproblematiek. Het uiteindelijke doel van de behandeling in een klinische setting is om een goede begeleide woonplek te kunnen realiseren, waarbij ook de maatschappelijke zaken van de veroordeelde kunnen worden geregeld. Met ingang van 15 november 2017 kan de veroordeelde klinische worden opgenomen in de Forensische kliniek “De Woenselse Poort” in Eindhoven. Om die opname mogelijk te kunnen maken, wordt door de reclassering geadviseerd om de eerder opgelegde voorwaarden aan te vullen met een klinische opname en het vervoer door DV&O naar de kliniek aansluitend op de detentie van de veroordeelde.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de veroordeelde de aan haar bij voormeld vonnis opgelegde bijzondere voorwaarden verwijtbaar niet heeft nageleefd.

Er is daarom in beginsel aanleiding om de gehele tenuitvoerlegging te gelasten van het aan de veroordeelde in voorwaardelijke vorm opgelegde strafdeel.

De tenuitvoerlegging zal, zoals dat ook is gevorderd door de officier van justitie, worden beperkt tot een gedeelte groot 50 dagen; voor het resterende deel zal de rechtbank de proeftijd in stand laten.

De rechtbank grondt deze beslissing op het gegeven dat behandeling van de veroordeelde in een ambulante setting niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Kennelijk is deze, gelet op de ernstige verslavings- en psychische problematiek van de veroordeelde, ontoereikend.

Met de officier van justitie en de reclassering is de rechtbank van oordeel dat het zowel in het belang van de samenleving als in het belang van de veroordeelde is dat de veroordeelde alsnog wordt behandeld in een klinische zetting zoals door de reclassering is voorgesteld.

Teneinde die behandeling in een klinische setting mogelijk te maken, zal de rechtbank de geldende bijzondere voorwaarden aanvullen als door de reclassering voorgesteld en door de officier van justitie gevorderd.

Beslissing

De rechtbank

gelast de tenuitvoerlegging van 50 dagen van het voorwaardelijk deel van de bij voormeld vonnis aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf;

wijzigt de bij voormeld vonnis gestelde bijzondere voorwaarden, zodat die thans komen te luiden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij de afdeling reclassering van het Leger des

Heil, of een soortgelijke instelling, zo lang en frequent als die reclasseringsinstelling

noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen bij een passende

instelling, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die haar

in het kader van die behandeling namens de instelling/behandelaar zullen worden

gegeven;

3. de veroordeelde zal haar medewerking verlenen aan het op individuele basis

begeleid gaan wonen in een passende instelling en zal zich houden aan de

aanwijzingen van de reclassering, zo lang en frequent als die reclasseringsinstelling

noodzakelijk vindt;

4. de veroordeelde zal zich klinisch laten opnemen in FPK De Woenselse Poort, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling worden gegeven, voor de duur van 12 maanden na deze beslissing, of zoveel korter als de (geneesheer-)directeur van die instelling verantwoord vindt;

5. de veroordeelde zal zich op 15 november 2017, aansluitend op haar detentie, met het oog op die klinische opname door DV&O laten vervoeren vanaf de plaats waar zij op dat moment zal zijn gedetineerd naar FPK de Woenselse Poort in Eindhoven om zich daar te laten opnemen.

Deze beslissing is genomen door mr. E. Rabbie, voorzitter,

en mrs. L. Amperse en J.C. Tijink, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2017.

De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.