Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:9029

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-10-2017
Datum publicatie
17-11-2017
Zaaknummer
10/650092-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 45-jarige man tot zes jaar gevangenisstraf wegens export van een hoeveelheid van ruim 60 kilo cocaïne naar Engeland. De cocaïne zat verstopt in een geheime laadruimte van een bestelauto waarmee de verdachte, die handelde in kaas, op Engelse markten stond. De bijrijder, een 51-jarige vrouw, is vrijgesproken van betrokkenheid bij de export (vonnis niet gepubliceerd). De cocaïne werd in Hoek van Holland onderschept naar aanleiding van een anonieme tip. De rechtbank heeft de bestelauto verbeurdverklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/650092-17

Datum uitspraak: 19 oktober 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. M.G.J. Plat, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 oktober 2017.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D. Grip heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde;

  • -

    verbeurdverklaring van de onder de verdachte inbeslaggenomen bestelauto, merk Fiat, kenteken [kentekennummer] ;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van voorarrest;

  • -

    opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte bij uitspraak.

Waardering van het bewijs

De aangetroffen hoeveelheid.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de gehele tenlastegelegde hoeveelheid cocaïne heeft uitgevoerd. Van de 65 aangetroffen pakketten zijn er 7 bemonsterd. Alleen die monsters zijn onderzocht en positief bevonden op cocaïne.

Nu de andere 58 pakketten niet zijn bemonsterd en de inhoud daarvan niet is komen vast te staan, kan alleen een bewezenverklaring volgen voor de hoeveelheid cocaïne die is aangetroffen in de pakketten die wel getest zijn. Dit geldt temeer nu er ook een pakket is aangetroffen met telefoons, dat er uiterlijk hetzelfde uitzag.

Beoordeling

In de ruimte onder de vloerplaat van de kaaswagen werden, naast voormelde 65 pakketten

twee kleinere, en mede daardoor uiterlijk van deze 65 pakketten afwijkende, pakketten aangetroffen. In deze twee pakketten bleek zich alleen een aantal telefoons te bevinden (pagina 69 e.v. van het dossier). Eerdergenoemde 65 pakketten waren qua grootte en gewicht vrijwel identiek. Van deze pakketten zijn 7 willekeurige pakketten bemonsterd en deze zijn, zonder uitzondering, positief bevonden op de aanwezigheid van cocaïne. De rechtbank is van oordeel dat deze monsterneming als representatief voor de inhoud van de andere 58 pakketten is te beschouwen, nu in redelijkheid mag worden aangenomen dat ook deze 58 pakketten - die zich in dezelfde verborgen ruimte als de zeven bemonsterde pakketten bevonden en vrijwel identiek waren aan deze zeven pakketten - vergelijkbare hoeveelheden cocaïne bevatten. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de uitvoer van de (volledige) in de tenlastelegging vermelde hoeveelheid cocaïne heeft voorbereid en deze hoeveelheid cocaïne vervolgens - in de zin van verlengde uitvoer - heeft uitgevoerd.

Opzet/wetenschap van de verdachte.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat zich in de door hem bestuurde bestelauto op 9 april 2017 een hoeveelheid van 10 kilo cocaïne bevond, omdat hij voor het transport daarvan € 10.000,= zou ontvangen en omdat er door zijn opdrachtgevers ook met hem over een hoeveelheid van 10 kilo was gesproken. Wetenschap van en daarmee het opzet op het uitvoeren van een grotere hoeveelheid dan een hoeveelheid van 10 kilo cocaïne ontbrak bij de verdachte.

Beoordeling

De verdachte heeft verklaard dat hij de kaaswagen, voorzien van de sleutels, in december 2016 aan anderen heeft afgegeven om die te voorzien van een aparte, verborgen, ruimte.

De verdachte heeft, voorafgaand aan de uitvoer, de kaaswagen op 9 april 2017 achtergelaten. Hij heeft met anderen afgesproken dat hij ging eten in een restaurant, zodat deze andere personen “het spul in de wagen konden plaatsen”.

Door vooraf geen duidelijke afspraak te maken over de hoeveelheid te vervoeren cocaïne en evenmin achteraf zelf onderzoek in te stellen naar de daadwerkelijk geplaatste hoeveelheid, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er een grotere hoeveelheid dan 10 kilo cocaïne in de kaaswagen zou worden geplaatst en door hem zou worden uitgevoerd naar Engeland.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 9 april 2017 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland, als bedoeld in artikel 1

lid 5 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 64,8 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2.

hij omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 9 april 2017 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam en/of

elders in Nederland meermalen tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

om een feit, bedoeld in vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het telkens opzettelijk buiten het grondgebied van

Nederland brengen van telkens een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I,

voor te bereiden ,

- zich en/of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, en

- vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden

had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven

bedoelde feit

hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):

- de bodem van een kaaswagen geprepareerd en/of laten prepareren en

- afspraken gemaakt met betrekking tot het laden en het uithalen van de

cocaïne in/uit die kaaswagen, en

- meermalen als test en met cocaïne met die kaaswagen naar Engeland

overgevaren.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1 (primair)

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 2:

Medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich en anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en vervoermiddelen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straffen

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich met een ander of anderen schuldig gemaakt aan de voorbereiding en aan de daadwerkelijke uitvoer van een partij cocaïne naar Engeland. Met een voor het vervoer van de cocaïne geprepareerde bestelauto - de auto was voorzien van een in de laadvloer daarvan aangebrachte geheime ruimte - heeft de verdachte een partij cocaïne uitgevoerd naar Engeland. Dit zijn ernstige feiten. Door de uitvoer van drugs wordt de internationale drugshandel in stand gehouden, met alle daaraan verbonden negatieve effecten. Het gebruik van cocaïne werkt bovendien verslavend en is zeer schadelijk voor de volksgezondheid. Om zijn financiële positie te verbeteren heeft de verdachte zich hiermee ingelaten zonder rekening te houden met de gezondheidsrisico’s die harddrugs voor gebruikers meebrengen. Ook de omstandigheid dat de cocaïne voor de Engelse markt bestemd was, werkt in strafverzwarende zin mee; verdachte heeft hiermee immers afbreuk gedaan aan de internationale reputatie van Nederland.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 september 2017, waaruit blijkt dat de verdachte recent niet (onherroepelijk) voor strafbare feiten is veroordeeld.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 3 oktober 2017. In dit rapport is vermeld dat er geen aanknopingspunten aanwezig zijn voor een verplicht reclasseringscontact of voor verwijzing naar een hulpverleningsinstelling.

De verdachte is niet ontvankelijk voor begeleiding dan wel hulpverlening op psychosociaal gebied.

Straffen

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf.

Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank allereerst acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd, zoals die blijken uit de (gepubliceerde) oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht.

Daarnaast heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat gedurende een aantal maanden door de verdachte en zijn mededader(s) in georganiseerd verband en op doordachte wijze voorbereidingen zijn getroffen om verdovende middelen te kunnen uitvoeren. Er is gebruik gemaakt van een kaaswagen als dekmantel. Deze kaaswagen was door het aanbrengen van een geheime ruimte geprepareerd om de uit te voeren cocaïne in te verbergen. De verdachte heeft met betrekking tot die uitvoer een cruciale rol vervuld door de nodige contacten te onderhouden en door, voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoer met deze bestelauto, een aantal proefritten naar Engeland te maken om zo een beeld te krijgen van de frequentie van en de wijze waarop de controles op voertuigen met bestemming Engeland door de douane worden uitgevoerd.

De rechtbank ziet op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, geen aanleiding om een lagere gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist.

De rechtbank ziet voorts geen aanleiding om een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen, reeds omdat de wet dit, gelet op de hoogte van de op te leggen straf, niet toelaat. Bovendien staat de verdachte niet open voor enige vorm van hulpverlening of begeleiding in het kader waarvan mogelijk een voorwaardelijk deel zou zijn aangewezen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hierna te bespreken verbeurdverklaring, passend en geboden.

In beslag genomen voorwerpen

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de inbeslaggenomen bestelauto, merk Fiat, kenteken [kentekennummer] . De kaaswagen is gebruikt als dekmantel voor het vervoer van de in de tenlastelegging bedoelde verdovende middelen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht om teruggave van de bestelauto. Door verbeurdverklaring daarvan wordt de verdachte onredelijk zwaar getroffen. Er ligt geen conservatoir beslag op de auto en de verdachte is voor de exploitatie van zijn bedrijf aangewezen op dit voertuig.

Beoordeling

De inbeslaggenomen bestelauto, merk Fiat, kenteken [kentekennummer] zal worden verbeurd verklaard.

De bewezenverklaarde feiten zijn met behulp van dit voorwerp begaan en voorbereid.

Blijkens het dossier heeft de verdachte voor de aanschaf van het voertuig (in totaal) een bedrag van € 15.450,= betaald. De rechtbank schat de huidige waarde, na aftrek van afschrijvingen, op € 10.000,=.

Om te voorkomen dat de verdachte door deze verbeurdverklaring onevenredig zwaar wordt gestraft, zal de rechtbank daarbij bepalen dat, indien het voertuig wordt verkocht voor een bedrag hoger dan € 10.000,=, aan de verdachte het verschil als compensatie zal worden vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 33c, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten:

1 personenauto, bestelauto merk Fiat, kenteken [kentekennummer] .

bepaalt dat voor het geval het verbeurdverklaarde voertuig meer zou opbrengen dan

€ 10.000,=, het verschil aan de verdachte zal worden vergoed;

heft op de schorsing van het beval tot voorlopige hechtenis van de verdachte en beveelt de verdere tenuitvoerlegging van dat bevel.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Rabbie, voorzitter,

en mrs. J.J. van den Berg en W.H.S. Duinkerke, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 9 april 2017 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland, als bedoeld in artikel 1

lid 5 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 64,8 kilogram, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art 2 ahf/ond A Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 5 Opiumwet

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 09 april 2017 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 64,8 kilogram, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks periode van 1 januari 2017 tot

en met 9 april 2017 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam en/of Leeuwarden,

althans in Nederland, en/of in Engeland,

(meermalen, althans éénmaal)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van

Nederland brengen van (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet

behorende lijst I

voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te

plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden

had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven

bedoelde feit

hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):

- een kaaswagen aangeschaft en/of (vervolgens) de bodem van die kaaswagen

geprepareerd en/of laten prepareren en/of

- afspraken gemaakt met betrekking tot het laden en het uithalen van de

cocaïne in/uit die kaaswagen, en/of

- geld ontvangen, en/of

- ( meermalen) (als test en/of met cocaïne) met die kaaswagen naar Engeland

overgevaren;

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet