Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:8533

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
03-11-2017
Zaaknummer
10/810554-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft meermalen zijn ambtsgeheim als politieman geschonden voor eigen gewin om zo zijn relatie met een vrouw te kunnen verbeteren. Hiermee heeft de verdachte de bijzondere vertrouwenspositie geschaad die politiemensen hebben en heeft hij aldus door zijn handelen de goede naam van het politiekorps aangetast.

Daarnaast heeft de verdachte anoniem gedurende langere tijd diezelfde vrouw belaagd met bedreigende en/of beledigende brieven, foto’s en andere geschriften.

Verdachte is ontslagen van zijn ambt en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden en een taakstraf van 180 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/810554-16

Datum uitspraak: 27 september 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 september 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.E.I. Steen heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uur met aftrek van de tijd die hij in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden: dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, dat de verdachte zich zal melden bij de reclassering, dat de verdachte zal meewerken aan een intakegesprek bij het Dok en - indien naar aanleiding daarvan blijkt dat behandeling noodzakelijk is - aan behandeling, een contactverbod met [naam slachtoffer] en een locatieverbod om binnen één kilometer van de [adres slachtoffer] te Vlaardingen te komen.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 en 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring van feit 1 en 4.

Het onder feit 1 en 4 ten laste gelegde is door de verdachte ter terechtzitting bekend.

De verdachte heeft gedurende een periode van ruim twee jaar - van begin 2014 tot medio 2016 - een relatie onderhouden met een vrouw. Zij was toen werkzaam in de seksbusiness. De verdachte zag hun relatie als een liefdesrelatie. Zijzelf beschouwde de relatie met de verdachte als zakelijk en vroeg en ontving voor de door haar geleverde diensten steeds een (financiële) vergoeding of een andere compensatie. Daarnaast ging zij met verdachte op het persoonlijke vlak vertrouwelijk om. Verdachte heeft verklaard dat hij de vrouw er toe wilde brengen met haar werkzaamheden te stoppen en alleen voor hem te kiezen. Om die reden heeft de verdachte anoniem gedurende meer dan een jaar vele brieven en met tekst beschreven foto’s in haar brievenbus gedaan. Ook heeft hij dergelijke brieven/foto’s in haar tuin gelegd en onder de ruitenwisser van haar auto geplaatst. Ook haar buren en vrienden werden op dezelfde wijze lastig gevallen door verdachte. Deze brieven en beschreven foto’s waren beledigend voor de vrouw en/of bedreigend van aard. De vrouw, hierna te noemen aangeefster/klaagster (verder: aangeefster), heeft in juli 2016 aangifte/klacht hiervan gedaan bij de politie.

De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de soms obsessieve gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster - naar objectieve maatstaven bezien - zodanig ernstig en talrijk zijn geweest dat gedurende langere tijd van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van de als laatste in de tenlastelegging onder feit 1 opgenomen gedraging, maar enkel omdat deze buiten de in de tenlastelegging aangegeven periode valt.

De verdachte misbruikte daarbij zijn positie als politieman om uit de voor hem toegankelijke bedrijfssystemen en politieregisters gegevens te halen die te maken hadden met het privéleven van de vrouw. Uit het politieonderzoek is gebleken dat de verdachte deze systemen en registers veelvuldig voor deze doeleinden heeft bevraagd. Hiermee kreeg de verdachte informatie over aangeefster, maar ook over haar familie, vrienden en haar andere klanten. De verdachte heeft met betrekking tot de in de tenlastelegging genoemde personen informatie uit deze systemen en registers aan aangeefster/klaagster ter beschikking gesteld. Daarnaast heeft de verdachte zijn positie misbruikt om de mutaties in het politieonderzoek met betrekking tot het onderzoek naar de stalking te volgen.

De rechtbank is van oordeel dat door de politiesystemen en -registers voor privédoeleinden te bevragen en vervolgens deze informatie ter beschikking te stellen van aangeefster, de verdachte zijn ambtsgeheim meermalen heeft geschonden.

Conclusie:

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onder 1 en 4 ten laste gelegde.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, omdat de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 30 augustus 2016 te

Vlaardingenin elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [naam slachtoffer] met het oogmerk die [naam slachtoffer] te

dwingen iets niet te doen danwel vrees aan te jagen,

immers heeft verdachte toen en daar

- zeer regelmatig handgeschreven briefjes en

uitgeprinte foto's (al dan niet met tekst) in de brievenbus van haar woning

en voor de voordeur van haar woning en in haar tuin en onder de

ruitenwisser van haar auto gestopt/gelegd, waaruit blijkt dat verdachte op de

hoogte is welke personen bij de aangeefster op bezoek komen danwel zich in

haar familie/vriendenkring bevinden en met welke voertuigen voornoemde

personen rijden, waaronder een foto van [naam 1] , een vriend/kennis van [naam slachtoffer] , met op de achterzijde een kenteken geschreven

en

een foto van [naam 1] met uitgeknipte ogen

en

een foto van de vader en zus van die [naam slachtoffer]

en

een foto van [naam 2] , (destijds) de vriend van [naam slachtoffer] voornoemd,

en

een foto van [naam 2] met uitgeknipte ogen,

en

een foto van [naam 2] met een onbekende vrouw

en afbeeldingen van [naam slachtoffer] zelf of van lichamen van vrouwen (zonder het

hoofd af te beelden) in de brievenbus van haar woning envoor de voordeur

van haar woning enin haar tuin en onder de ruitenwisser van haar auto

gestopt/gelegd

en/

- zeer regelmatig (in de nachtelijke uren) handgeschreven brieven van

beledigende aard/strekking en/of dreigende aard/strekking in de brievenbus van

haar woning en/of voor de voordeur van haar woning en/of in haar tuin en/of

onder de ruitenwisser van haar auto gestopt/gelegd, waaronder

brieven met (onder meer) de tekst: "wat ik ga doen, zal je niet leuk vinden.

jouw auto met verf erop" en/of "zal ik je kapot maken" en/of "hoer van

Vlaardingen".

4.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot

en met 30 augustus 2016 te Rotterdam in elk geval in

Nederland, meermalen, geheimen waarvan hij wistdat hij uit hoofde van ambt, te weten als

arrestantenbewaarder, werkzaam bij de Nationale Politie, eenheid Rotterdam, in

elk geval een ambtelijke functie, verplicht was die te bewaren, opzettelijk heeft

geschonden, immers heeft hij, door toen daar (telkens) als politieambtenaar,

(telkens) opzettelijk in een of meer bedrijfsprocessensystemen van de

Nationale Politie, eenheid Rotterdam (onder zijn accountnummer), één of meer

registratie(s), behorende bij [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5]

bevraagd en geraadpleegd en (vervolgens) (een of meer delen van) de op deze

wijze verkregen informatie doorgegeven aan [naam slachtoffer] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1 belaging;

2. schending ambtsgeheim, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft meermalen zijn ambtsgeheim als politieman geschonden voor eigen gewin om zo zijn relatie met een vrouw te kunnen verbeteren. Hiermee heeft de verdachte de bijzondere vertrouwenspositie geschaad die politiemensen hebben en heeft hij aldus door zijn handelen de goede naam van het politiekorps aangetast.

Daarnaast heeft de verdachte anoniem gedurende langere tijd diezelfde vrouw belaagd met bedreigende en/of beledigende brieven, foto’s en andere geschriften. Hierdoor heeft de verdachte haar in een angstige en onzekere situatie gebracht. Intussen deed de verdachte zich voor als haar beschermer en helper om de belager te kunnen ontmaskeren.

Dit zijn ernstige feiten. Feiten die, zeker in onderlinge samenhang beoordeeld, als uitgangspunt het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur zonder meer kunnen rechtvaardigen.

In strafmatigende zin neemt de rechtbank mee dat aangeefster verdachte in de waan liet dat een echte relatie tot de mogelijkheden behoorde en zij geen eenduidige zakelijke rol heeft aangenomen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Ter terechtzitting is naar voren gekomen dat verdachte veel spijt heeft van hetgeen hij heeft gedaan. Vanwege het schenden van zijn ambtsgeheim is hij ontslagen. Hij heeft veel geld besteed aan deze relatie met aangeefster, terwijl hij het gevoel had dat zij een echte relatie met hem wilde.

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 augustus 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 31 januari 2017. Dit rapport doet verslag over de verdachte, zijn gezondheidsproblemen, zijn eenzaamheid en verblindheid jegens aangeefster. Reclassering Nederland adviseert - in het kader van een gedeeltelijk voorwaardelijk op te leggen straf - om de verdachte te doen behandelen in een ambulante setting, mocht dit nodig zijn na een diagnosestelling daartoe door een forensische polikliniek.

Psychiater drs H.C. Basaran heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 september 2017. Dit rapport houdt onder meer en zakelijk weergegeven het volgende in. Bij de verdachte zijn geen aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een psychiatrische stoornis in engere zin. Wel zijn er aanwijzingen gevonden voor emotie- en agressieregulatieproblematiek, wat zou kunnen passen bij de onderliggende persoonlijkheidsproblematiek.

De rechtbank heeft acht geslagen op beide rapporten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Feiten als deze verdienen, als uitgangspunt, een oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur. Gelet op het vorenstaande – het (straf)ontslag als politieambtenaar, de rol van aangeefster en het blanco strafblad – zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met onder meer als bijzondere voorwaarde dat verdachte zal meewerken aan een diagnostisch psychologisch onderzoek en de eventueel daarop volgende behandeling onder begeleiding van de reclassering in een forensische polikliniek, een en ander als hierna aan te geven. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Daarnaast acht de rechtbank een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 272 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen die hem door Reclassering Nederland worden gegeven, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet de veroordeelde zich zo snel mogelijk melden bij de Reclassering Nederland. Hierna moet hij zich gedurende proeftijd blijven melden zo lang en zo frequent als de reclassering dit nodig acht;

2. de veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan een intakegesprek bij een forensische polikliniek, zoals Het Dok, ter beoordeling of behandeling geïndiceerd is. Mocht dit het geval zijn dient de veroordeelde, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de instelling verantwoord vindt, zijn medewerking te verlenen aan de behandeling;

3. de veroordeelde zal gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact (laten) opnemen, zoeken of hebben met [naam slachtoffer] ;

4. de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd niet bevinden binnen één kilometer van de [adres slachtoffer] Vlaardingen;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, te weten 16 dagen, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 148 (honderdachtenveertig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 74 dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.A.F. Damen, voorzitter,

en mrs. K.A. Baggerman en G.P. van de Beek, rechters,

in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 30 augustus 2016 te

Vlaardingen en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [naam slachtoffer] met het oogmerk die [naam slachtoffer] te

dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen,

immers heeft verdachte toen en daar

- zeer regelmatig (in de nachtelijke uren) handgeschreven briefjes en

uitgeprinte foto's (al dan niet met tekst) in de brievenbus van haar woning

en/of voor de voordeur van haar woning en/of in haar tuin en/of onder de

ruitenwisser van haar auto gestopt/gelegd, waaruit blijkt dat verdachte op de

hoogte is welke personen bij de aangeefster op bezoek komen danwel zich in

haar familie/vriendenkring bevinden en/of met welke voertuigen voornoemde

personen rijden, waaronder

een foto van [naam 1] , een vriend/kennis van [naam slachtoffer] , met op de

achterzijde een kenteken geschreven

en/of

een foto van [naam 1] met uitgeknipte ogen

en/of

een foto van de vader en/of zus van die [naam slachtoffer]

en/of

een foto van [naam 2] , (destijds) de vriend van [naam slachtoffer] voornoemd,

en/of

een foto van [naam 2] met uitgeknipte ogen,

en/of

een foto van [naam 2] met een onbekende vrouw

en/of afbeeldingen van [naam slachtoffer] zelf of van lichamen van vrouwen (zonder het

hoofd af te beelden) in de brievenbus van haar woning en/of voor de voordeur

van haar woning en/of in haar tuin en/of onder de ruitenwisser van haar auto

gestopt/gelegd

en/of

- zeer regelmatig (in de nachtelijke uren) handgeschreven brieven van

beledigende aard/strekking en/of dreigende aard/strekking in de brievenbus van

haar woning en/of voor de voordeur van haar woning en/of in haar tuin en/of

onder de ruitenwisser van haar auto gestopt/gelegd, waaronder

brieven met (onder meer) de tekst: "wat ik ga doen, zal je niet leuk vinden.

jouw auto met verf erop" en/of "zal ik je kapot maken" en/of "hoer van

Vlaardingen"

en/of

een email aan [naam slachtoffer] verzonden onder de (valse) naam [naam ] met daarin de

tekst: "Ik weet wie je bent";

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 19 juli 2016 te Vlaardingen, in elk geval in Nederland,

opzettelijk en wederrechtelijk een woning gelegen aan de [adres slachtoffer] ,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] en/of

een woningbouwvereniging, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door de

ramen van deze woning te bekladden met (paarse) verf;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2016 tot en met 20 juli 2016 te

Vlaardingen, in elk geval in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een

auto, van het merk Volkswagen, type Polo, (met als kenteken [kentekennummer] ), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of

beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door (groene) verf op deze auto te

spuiten/aan te brengen;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot

en met 30 augustus 2016 te Rotterdam en/of Vlaardingen,in elk geval in

Nederland, meermalen, althans eenmaal, (een) geheim(en) waarvan hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of

wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep, te weten als

arrestantenbewaarder, werkzaam bij de Nationale Politie, eenheid Rotterdam, in

elk geval een ambtelijke functie, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft

geschonden, immers heeft hij, door toen daar (telkens) als politieambtenaar,

(telkens) opzettelijk in een of meer bedrijfsprocessen syste(e)m(en) van de

Nationale Politie, eenheid Rotterdam (onder zijn accountnummer), één of meer

registratie(s), behorende bij [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5]

(zijnde bekenden van die [naam slachtoffer] )

bevraagd en geraadpleegd en (vervolgens) (een of meer delen van) de op deze

wijze verkregen informatie doorgegeven aan [naam slachtoffer] ;

art 272 lid 1 Wetboek van Strafrecht