Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:8516

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-10-2017
Datum publicatie
03-11-2017
Zaaknummer
C/10/537464 / KG ZA 17-1173
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Boycotacties lossen schip

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/537464 / KG ZA 17-1173

Vonnis in kort geding van 26 oktober 2017

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht KOSMOS SHIPPING CO LTD,

gevestigd te Valetta (Malta),

eiseres,

advocaat mrs. A. Jumelet en O. Yesildag te Rotterdam,

tegen

1. de vennootschap naar het recht en de plaats van haar vestiging

INTERNATIONAL TRANSPORT WORKERS FEDERATION,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

gedaagde,

advocaat mr. R.J. Wybenga te Rotterdam,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,

gevestigd te Utrecht, mede kantoorhoudende te Rotterdam, en h.o.d.n. ABVAKABO FNV Regio Zuid West, en/of althans FNV Havens,

gedaagde,

advocaat mr. R.J. Wybenga te Rotterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROPEAN BULK SERVICES (E.B.S.) B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Kosmos, ITF, FNV en EBS genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding(en) van 19 oktober 2017, met producties 1 tot en met 8,

  • -

    de brieven van mr. Wybenga, met producties I tot en met IV respectievelijk producties V tot en met VII, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 23 oktober 2017,

  • -

    de brief van mr. Jumelet, met productie 9 tot en met 11 van 20 oktober 2017, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 23 oktober,

  • -

    de mondelinge behandeling, gehouden op 23 oktober 2017,

  • -

    de pleitnota van Kosmos,

  • -

    de pleitnotities van ITF en FNV, met productie.

1.2.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Kosmos de vorderingen tegen EBS ingetrokken.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Kosmos is de reder van het m.s. “Vitakosmos” (hierna: het schip). Het schip bevindt zich momenteel in de Rotterdamse haven. Het schip vaart onder Maltese Vlag. Malta is partij bij het Martitem Arbeidsverdrag 2006 (hierna: het verdrag).

2.2.

Volgens het Maritime Labour Certificate van de republiek Malta van 18 mei en 22 november 2013 en het Inspection Report for Seafarers’ Working en Living Conditions van NK van 25 april 2016 voldoet het schip aan de eisen van het verdrag en de vlagstaat (producties 2 en 3 bij dagvaarding).

2.3.

De gehele bemanning van het schip is Filipijns. Met de Filipijnse overheid heeft Kosmos een overeenkomst gesloten middels een Phillippines Overseas Employment Administratation (hierna: POEA). Volgens de huidige POEA is de “basic wage” voor “able seaman “ , behoudens diverse toeslagen, $ 465,00 (productie 4 bij dagvaarding) en voldoet deze volgens het certificaat van de Filipijnse overheid aan het verdrag (productie 11 bij dagvaarding).

2.4.

Op of omstreeks 17 oktober 2017 heeft [persoon 1] , ITF Inspector, the Netherlands, het schip bezocht en de bemanning gesproken waarna hij, na overleg met de FNV, de managers van het schip heeft aangeschreven en hen heeft medegedeeld dat de gage van de bemanning (= “basic wage” voor “able seaman”) van het schip onder de ILO voorschriften ligt en dat het schip derhalve niet beschikt over een geldig ITF Agreement en heeft hij hen verzocht de master van het schip een ITF Standard Collective Agreement te laten tekenen. Van dit schrijven is een cc aan de master van het schip gestuurd (productie 1 bij dagvaarding).

2.5.

Het schip lag op dat moment (17 oktober 2017) bij EBS. De werknemers van EBS waren met het lossen van de lading (graan) belast. De FNV heeft de werknemers van EBS bezocht en heeft hen, naar aanleiding van hetgeen zij van ITF had vernomen (zie 2.4), geïnformeerd, waarna het personeel van EBS de loswerkzaamheden heeft gestaakt.

2.6.

Op 20 oktober 2017 in de avond heeft het personeel van EBS een deel van de lading gelost, waarna het schip naar de Rotterdam Bulk Terminal (hierna: RBT) aan de Vulcaanhaven te Vlaardingen is gevaren opdat het restant van de lading aldaar zou kunnen worden gelost.

2.7.

Op 23 oktober 2017 is bij RBT het lossen van de lading aangevangen. Het lossen van de lading zal, wanneer het niet regent, ca. vijf dagen in beslag nemen.

3 Het geschil

3.1.

Kosmos vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

a. ITWF en FNV beveelt de (boycot) acties tegen het schip te beëindigen en beëindigd te houden op straffe van een dwangsom van € 10,000,00 per dag voor iedere dag dat ITWF en FNV daarmee in gebreke blijven net een maximum van

€ 100.000,00, althans op in goede justitie te bepalen voorwaarden;

ITWF en FNV verbiedt op enigerlei wijze op te roepen tot of steun te geven aan zodanige acties en/of andere acties met een vergelijkbare inzet, en/of werkstakingen met zodanige inzet, althans werkstakingen op straffe van een dwangsom van € 10,000,00 per dag voor iedere dag dat ITWF en FNV daarmee in gebreke blijven net een maximum van € 100.000,00, althans op in goede justitie te bepalen voorwaarden;

subsidiair

dat ITWF en FNV, althans ITWF dien(t)en te gehengen en te gedogen dat Kosmos de door ITF voorgestelde “agreement” onder protest mag tekenen en dat dit protest het uitdrukkelijk recht inhoudt om daar later in een bodemprocedure voor de Nederlandse rechter op terug mag komen onder toepassing van Nederlands recht voor wat betreft de vraag of de ITF Agreement onder dwang tot stand is gekomen althans een in goede justitie te treffen voorziening;

primair en subsidiair

ITWF en FNV veroordeelt in de proceskosten.

3.2.

Het verweer van ITWF en FNV strekt ertoe dat de vorderingen moeten worden afgewezen, met veroordeling van Kosmos in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

ITF en FNV hebben voorop gesteld dat een spoedeisend belang bij de vorderingen ontbreekt, omdat het schip thans bij RBT wordt gelost.

4.2.

Met Kosmos is de voorzieningenrechter van oordeel dat het enkele feit dat er op dit moment wordt gelost nog niet betekent dat daardoor het staken van de loswerkzaamheden definitief van de baan is. Aannemelijk is dat gevraagde voorzieningen (zie 3.1) dat kunnen voorkomen. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven.

4.3.

Tussen partijen is in geschil of ITF en FNV onrechtmatig tegenover Kosmos hebben gehandeld doordat zij hebben opgeroepen tot dan wel steun hebben gegeven aan boycot(acties) van het schip teneinde bij Kosmos de ondertekening van een ITF Agreement af te dwingen.

4.4.

Kosmos stelt zich op het standpunt dat de bemanningsvoorwaarden en de gages voldoen aan de Filipijnse en Maltese regelgeving en dat zij in overeenstemming zijn met het verdrag, waarbij Nederland ook partij is. Anders dan ITF en FNV stellen wordt de bemanning van het schip uitgebuit noch onderbetaald. In dit verband verwijst Kosmos naar de verklaringen van de bemanning, een drietal voorbladen van arbeidsovereenkomsten van de zogenaamde “able seaman” en de voor het schip vastgestelde “basic scale wage” (producties 7, 9 en 10 bij dagvaarding). Verder heeft Kosmos aangevoerd dat, gegeven het feit dat de bemanningsleden Filipijns zijn en geen EU ingezetenen zijn, het verdrag ten opzichte van het Europees Sociaal Handvest (hierna: ESH) als lex specialis heeft te gelden. Dit valt ook af te leiden uit de door Transport Malta afgegeven goedkeuring aan de POEA, ook al zijn de “basic wages” lager dan de richtlijnen van ILO voorschrijven. Voorts is van een uitzondering als bedoeld in artikel 6 ESH geen sprake, omdat de POEA volgens de Maltese overheid en wet moet worden aangemerkt als een “collective bargaining agreement” en is goedgekeurd door een “competent authority”, hetgeen door het Maltese advocatenkantoor Dingli en Dingli wordt onderschreven (productie 6 bij dagvaarding). Tussen de bemanning en Kosmos is geen enkel belangengeschil, zodat de boycot, solidariteitsacties en besmetverklaring van ITF en FNV om op die manier bij Kosmos de ondertekening van een ITF Agreement af te dwingen onrechtmatig is. Daarbij beroept zij zich op het arrest van het hof Den Haag van 10 oktober 1989 (ECLI:NL:GHSGR;1989:AL6889). Ondanks het feit dat het schip nu wordt gelost, heeft Kosmos nog steeds een belang bij haar gevraagde voorzieningen, omdat zij er alle belang bij heeft dat het schip gelost kan worden en daarna kan vertrekken.

4.5.

ITF (London) stelt zich op het standpunt dat zij ten onrechte in rechte is betrokken, omdat zij op geen enkele wijze actief is betrokken bij de vertraging in de lossing bij EBS. Zij verwijst in dit verband naar haar schrijven van 22 oktober 2017 (productie V van ITF en FNV). De ITF inspecteur [persoon 1] is niet in dienst bij ITF London maar bij ITF The Netherlands FOC Office. De (boycot) actie van het schip is een Nederlandse aangelegenheid en in dat licht moet de door [persoon 1] afgegeven schriftelijke waarschuwing (zie 2.4) worden bezien. Dat ITF (London) acties in Nederland ondersteunt, maakt nog niet dat zij in de onderhavige procedure als partij kan worden aangemerkt. Kosmos heeft dus de verkeerde partij gedagvaard en daarom moet de vordering tegen haar worden afgewezen.

4.6.

De FNV stelt zich op het standpunt dat de vordering tegen haar moet worden afgewezen. Zij voert daartoe aan dat zij gebruik heeft gemaakt van haar vrijheid van meningsuiting en –informatie-uitwisseling, te weten de informatie van ITF inspector [persoon 1] over de door hem aan boord aangetroffen situatie van het schip te delen met het personeel van EBS dat met het lossen van het schip was belast. De FNV leden van het personeel van EBS hebben de situatie van de bemanningsleden op het schip met elkaar besproken en hebben, uit solidariteitsoverwegingen, zelfstandig besloten het schip voor enige tijd niet te lossen. De FNV heeft die beslissing van het personeel van EBS te respecteren.

4.7.

Voor zover de vorderingen van Kosmos niet worden afgewezen op de onder 4.5 en 4.6 gestelde gronden stellen ITF en FNV zich op het standpunt dat de vorderingen van Kosmos, “niet oproepen” en “geen steun geven”, onaanvaardbaar vaag en zijn daarom niet voor toewijzing vatbaar. Verder stellen zij zich, onder verwijzing naar door ITF inspector [persoon 1] verkregen informatie, de door Kosmos geschonden ILO- en verdrag(s)normen, de ILO Conventies met betrekking tot “Freedom of Association and Protection of the Right to Organize”, Right to Organize and Collective Bargaining”, de behandeling van “Workers’ Representatives” , de uitspraak van “the court of appeal (civil division) on appeal from Queen’s bench division commercial court d.d. 20-12-2016 (productie bij pleitnotities) en de “Ocean Trader” kwestie, op het standpunt dat de bemanningsleden aan boord van het schip een te lage gage ontvangen en worden uitgebuit en dat daarom een vertraagde lossing van het schip toelaatbaar was.

4.8.

Op basis van de processtukken (in het bijzonder de brief van ITF London van 22 oktober 2017) en het verhandelde ter zitting is voldoende aannemelijk dat de waarschuwing van ITF inspector [persoon 1] aan (het schip van) Kosmos (zie 2.4) niet van ITF London maar van ITF Nederland afkomstig is. Hoewel uit de voormelde waarschuwingsbrief niet zonder meer direct valt af te af te leiden dat deze van ITF Nederland afkomstig is, is door de ter zitting gegeven verklaring van [persoon 1] , dat hij in dienst is bij de Stichting ITF the Netherlands FOC Office en het ter zitting door partijen geraadpleegde Handelsregister van de Kamer van Koophandel, naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk geworden dat ITF London op relevante wijze de boycotactie heeft geïnitieerd c.q. daarbij betrokken is, maar is anderzijds wel aannemelijk dat ITF Nederland dat wel is. De voorzieningenrechter zal de vordering tegen ITF (London) dan ook afwijzen.

4.9.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het delen van de van de ITF inspector [persoon 1] verkregen informatie over de situatie aan boord van het schip en het bijwonen van het overleg van (de FNV leden van) het personeel van EBS door de FNV, niet kwalificeert als het actief oproepen tot c.q. steunen van (boycot)acties van het schip. De (boycot)acties ten aanzien van het schip door (de FNV leden van) het personeel van EBS die daarop zijn gevolgd zijn veeleer aan te merken als een wilde solidariteitsactie en kunnen derhalve niet, althans niet zonder meer aan de FNV gelinkt worden. Hoewel vaststaat dat sprake is van enige betrokkenheid van de FNV bij de (boycot)acties van het schip kan uit het verhandelde ter zitting (in het bijzonder de verklaring van dhr. Bos van de FNV) worden afgeleid dat de rol van de FNV in de onderhavige kwestie dient te worden aangemerkt als informerend en die rol kan de FNV niet worden ontzegd. De voorzieningenrechter neemt daarbij tevens in aanmerking dat het schip op dit moment wordt gelost en er is in beginsel geen reden om te veronderstellen dat het schip niet zou kunnen wegvaren nadat het is gelost. Evenmin is er thans aanleiding om te veronderstellen dat er nieuwe (boycot)acties volgen.

4.10.

De voorzieningenrechter kan thans, zonder nader onderzoek (waarvoor een kort geding procedure niet geschikt is) niet vaststellen of de rol van de FNV bij de (boycot)acties met betrekking tot het schip mogelijk anders zou kunnen zijn geweest.

4.11.

De voorzieningenrechter ziet, gelet op hetgeen hij onder 4.9 heeft overwogen, geen reden om een voorziening als door Kosmos gevorderd te treffen. Aan de beantwoording van de vraag in hoeverre de onderhavige (boycot)acties gerechtvaardigd zijn komt de voorzieningenrechter dan ook niet meer toe. Hetzelfde heeft te gelden ten aanzien van de beoordeling van de subsidiaire vordering van Kosmos. Een afweging van de wederzijdse belangen leidt niet tot een ander oordeel. De voorzieningenrechter zal de vordering tegen de FNV dan ook afwijzen.

4.12.

Kosmos zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De voorzieningenrechter begroot deze kosten aan de zijde van ITF en FNV op:

  • -

    griffierecht € 618,00

  • -

    salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.434,00

4.13.

Nu Kosmos ter gelegenheid van de mondelinge behandeling de vordering tegen EBS heeft ingetrokken, behoeft deze vordering geen verdere bespreking en beoordeling meer.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vordering tegen ITF af;

5.2.

wijst de vordering tegen FNV af;

5.3.

verstaat de vordering tegen EBS als ingetrokken;

5.4.

veroordeelt Kosmos in de proceskosten aan de zijde van ITF en FNV tot op heden begroot op € 1.434,00;

5.5.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2017.1

1 type:1451 coll:676