Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:8487

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-10-2017
Datum publicatie
02-11-2017
Zaaknummer
10/691069-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte droeg een geladen vuurwapen in een café. In zijn woning werd nog een vuurwapen met munitie aangetroffen. De doorzoeking leverde tevens twee vals reisdocumenten op. Gevangenisstraf tien maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/691069-17

Datum uitspraak: 12 oktober 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

woonachtig op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd

in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel te Ter Apel,

raadsman mr. W.J. van Bel, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 september 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.A. van Wijk heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen.

4 Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 20 mei 2017 te Rotterdam

- wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1° van de

Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1,

onder 3° van die wet, in de vorm van

* een pistool (merk/type: Cz Vzor 50, kaliber: 7.65mm) en

* een pistool (merk/type: Fn 1922, kaliber: 7.65mm en

- munitie van categorie III, te weten 17 kogelpatronen,

voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 20 mei 2017 te Rotterdam,

reisdocumenten als bedoeld in artikel 1 van de Wet op

de identificatieplicht, te weten

- een Grieks paspoort (nr [paspoortnummer] ) op naam van [naam] en

- een Griekse identiteitskaart (nr [id-kaartnummer] ) op naam van [naam] ,

waarvan hij, verdachte, wist dat deze vals waren,

bestaande de valsheid hieruit dat

- ( op) genoemd Grieks paspoort

* een personaliapagina bevat welke qua detaillering gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeen komt met een originele personaliapagina en

* een machine-leesbare strook op de personaliapagina is aangebracht welke

niet voldoet aan de daarvoor geldende standaard en

- ( op) genoemde Griekse identiteitskaart

* qua detaillering, gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet

overeen komt met een originele identiteitskaart van Griekenland van dit

model en

* de ondergrondbedrukking is aangebracht door middel van een printtechniek,

terwijl de ondergrondbedrukking van een originele identiteitskaart van

Griekenland is aangebracht door middel van een druktechniek,

voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

2.

Een reisdocument, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, voorhanden hebben waarvan hij weet dat het vals is, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een geladen pistool voorhanden gehad in een drukbezochte horecagelegenheid. De verdachte droeg het vuurwapen in zijn broeksband en het wapen was gereed voor gebruik. Tijdens een doorzoeking in de woning waar de verdachte verbleef werd nog een pistool met bijbehorende munitie aangetroffen. De doorzoeking leverde tevens twee valse reisdocumenten op die de verdachte in de badkamer had verstopt.

Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens is gevaarlijk voor de samenleving en vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens. Valse reisdocumenten verhinderen een effectieve identiteitscontrole en bovendien wordt het vertrouwen dat in het maatschappelijke verkeer in dergelijke documenten moet kunnen worden gesteld hierdoor ernstig aangetast.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

6 september 2017, waaruit blijkt dat de verdachte weliswaar eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting, opgesteld door het LOVS (Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren). Voor het voorhanden hebben van een vuurwapen geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Bij het bepalen van de strafmaat laat de rechtbank zwaar meewegen dat de verdachte een feest bezocht, terwijl hij een van de wapens gebruiksklaar in zijn broeksband droeg. Voor het bezit van een vals reisdocument wordt in de regel als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden gehanteerd.

Hetgeen de verdachte op de zitting heeft aangevoerd als aanleiding voor het voorhanden hebben van wapens en valse documenten – een bedreigende situatie ontstaan in zijn thuisland – is niet verifieerbaar en kan bovenal geen rechtvaardiging vormen voor de bewezen feiten.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

De in beslag genomen voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

Het onder 2 bewezen verklaarde feit is met betrekking tot voornoemde voorwerpen begaan, met uitzondering van het in beslag genomen rijbewijs (goednummer [beslagnummer 1] ).

Dit rijbewijs behoort toe aan de verdachte en is bij gelegenheid van het onderzoek naar een strafbaar feit waarvan de verdachte werd verdacht aangetroffen, terwijl dit voorwerp kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten als onder 2 bewezen is verklaard.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36b, 36c, 36d, 57 en 231 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 1 vuurwapen, kleur zwart, merk/type CZ Vzor 50 [serienummer] , met patroonmagazijn (goednummer [beslagnummer 2] );

- 6 kogelpatronen (goednummer [beslagnummer 3] );

- 1 magazijn gevuld met patronen (goednummer [beslagnummer 4] );

- 1 vuurwapen, pistool (goednummer [beslagnummer 5] );

- 1 magazijn (goednummer [beslagnummer 6] );

- 6 patronen (goednummer [beslagnummer 7] );

- 1 identiteitsbewijs (Grieks paspoort), kleur rood, nummer [paspoortnummer] (goednummer [beslagnummer 8] );

- 1 identiteitsbewijs (rijbewijs), kleur roze, nummer [rijbewijsnummer] (goednummer [beslagnummer 1] );

- 1 identiteitsbewijs (ID-kaart), kleur groen, nummer [id-kaartnummer] (goednummer [beslagnummer 9] ).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C. Laukens, voorzitter,

en mrs. R.J.A.M. Cooijmans en W.J.M. Diekman, rechters,

in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 20 mei 2017 te Rotterdam

(meermalen)

- ( een) wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de

Wet Wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1,

onder 3 van die wet, in de vorm van

* een pistool (merk/type: Cz Vzor 50, kaliber: 7.65mm) en/of

* een pistool (merk/type: Fn 1922, kaliber: 7.65mm en/of

- munitie van categorie III, te weten 17 kogelpatronen,

voorhanden heeft gehad;

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2017 tot en met 20 mei 2017 te

Rotterdam, in elk geval in Nederland,

een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op

de identificatieplicht, te weten

- een Grieks paspoort (nr [paspoortnummer] ) op naam van [naam] en/of

- een Griekse identiteitskaart (nr [id-kaartnummer] ) op naam van [naam] ,

waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of

vervalst was,

bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat

- ( op) genoemd Grieks paspoort

* een personaliapagina bevat welke qua detaillering gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet overeen komt met een originele personaliapagina en/of

* een machine-leesbare strook op de personaliapagina is aangebracht welke

niet voldoet aan de daarvoor geldende standaard en/of

- ( op) genoemde Griekse identiteitskaart

* qua detaillering, gebruikte productie- en beveiligingstechnieken niet

overeen komt met een originele identiteitskaart van Griekenland van dit

model en/of

* de ondergrondbedrukking is aangebracht door middel van een printtechniek,

terwijl de ondergrondbedrukking van een originele identiteitskaart van

Griekenland is aangebracht door middel van een druktechniek,

voorhanden heeft gehad.