Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:8377

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-10-2017
Datum publicatie
10-11-2017
Zaaknummer
6007133 cv expl 17-3713
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Haviltex, uitleg bonusregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5985
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6007133 CV EXPL 17-3713

uitspraak: 26 oktober 2017

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaatsnaam],

eiser,

gemachtigde: mr. J.H.H. Bosch, ARAG Rechtsbijstand,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Danisco Holland B.V.,

gevestigd te Etten-Leur,

gedaagde,

gemachtigde: mr. V.G.G. Bergwerf.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en Danisco.

Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. het exploot van dagvaarding van 18 mei 2017, met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met productie;

  3. het tussenvonnis van deze rechtbank van 29 juni 2017 waarin een comparitie van partijen is gelast;

  4. de aantekeningen van de op 26 september 2017 gehouden comparitie van partijen.

Omschrijving van het geschil

1. De feiten

1.1

Op 25 januari 2016 zijn Danisco en [eiser] een Special Retention Bonus Award (hierna: bonusregeling) overeengekomen. Deze regeling luidt, voor zover hier van belang:

“I am pleased to inform you of your eligibility to receive a special retention bonus award equal to 109,000 EUR provided that you remain actively employed with DuPont through January 31, 2017.

[…]

Payment of the award is contingent on active employement through this date. If any of the following occur prior to January 31, 2017 no payment will be made:

(a) You voluntarily terminate your employment,

(b) You voluntarily find another position within the company without approval of a DuPont operating Team member and Human Resources, or

(c) You are terminated for cause.”

1.2

[eiser] heeft op 29 december 2017 een e-mail verstuurd aan Danisco met de volgende -voor zover relevante inhoud-:

“Please find here my resignation from my current position as Global Key Account Director, Unilever at DuPont N&H. […]”

1.3

Per 17 februari 2017 is [eiser] uit dienst getreden van Danisco.

2. De vordering, de grondslag en het verweer

2.1

[eiser] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad Danisco te veroordelen:

- aan hem te betalen een bedrag van € 109.000,- aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente vanaf 17 februari 2017;

- aan hem te betalen een bedrag van € 1.865,- aan buitengerechtelijke incassokosten;

- in de proceskosten, waaronder nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

2.2

[eiser] legt nakoming van de bonusregeling aan zijn vordering ten grondslag. Hij stelt zich op het standpunt dat hij recht heeft op de bonus aangezien hij op 31 januari 2017 in actieve dienst werkzaam was voor Danisco. De uitzondering onder (a) houdt immers niet in dat er niet opgezegd mag worden voor 31 januari 2017, maar dat het dienstverband niet mag zijn beëindigd voor die datum.

2.3

Danisco betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan.

[eiser] heeft slechts recht op een bonus als hij na 31 januari 2017 nog in actieve dienst zou zijn geweest (“active employment through this date”). Door zijn opzegging is daar geen sprake meer van nu hij zich nog slechts bezighield met het overdragen van zijn taken.

Voor het geval er wel sprake zou zijn van een actief dienstverband, heeft [eiser] eveneens geen recht op de bonus gelet op de uitzondering onder (a): het vrijwillig opzeggen van het dienstverband. [eiser] heeft immers zijn dienstverband met de onder 1.2 geciteerde

e-mail opgezegd voor 31 januari 2017.

Beoordeling van het geschil

3.1

In geschil is of [eiser] recht heeft op de bonus. De kantonrechter moet beoordelen welke betekenis toekomt aan de bonusregeling, meer specifiek de uitsluitingsgrond onder (a). Die vraag kan niet alleen worden beantwoord op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de regeling. Het komt immers tevens aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen en aan de context van de overeenkomst mochten toekennen en op wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635, Haviltex).

3.2.1

In de tekst van de bonusregeling is weliswaar aanknoping te vinden voor het standpunt van [eiser] dat er sprake moet zijn van een (actief) dienstverband op/na

31 januari 2017, terwijl niet wordt uitgewerkt wat de bij dat dienstverband behorende werkzaamheden zouden moeten inhouden.

De tekst van de bonusregeling bevat echter wel uitzonderingen waardoor het recht op uitbetaling zou vervallen. Een van die uitzonderingen staat onder (a): “You voluntarily terminate your employment”. Vertaald uit het Engels, de taal waarin [eiser] zijn werkzaamheden verrichtte en met Danisco communiceerde: dat er geen uitbetaling plaatsvindt als de arbeidsovereenkomst vrijwillig wordt opgezegd vóór 31 januari 2017.

3.2.2

De bonusregeling is, gelet op de naam “Retention Bonus Award” aangeboden als “aanblijfbonus”. Danisco had aanleiding, zo is ter zitting onweersproken toegelicht, [eiser] te bewegen bij haar in dienst te blijven en heeft hem medegedeeld dat hij een van de weinige was die werd uitgekozen voor een dergelijke bonus als hij zou aanblijven. Met die bedoeling van de hem aangeboden bonus strookt de onder (a) opgenomen uitzondering, die zou gelden voor het geval [eiser] toch “weg zou willen” en zijn arbeidsovereenkomst zou opzeggen.

3.2.3

[eiser] heeft, gelet op de hiervoor omschreven bedoeling van de bonusregeling, geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit zou moeten worden afgeleid dat de uitzondering onder (a) zo bedoeld is dat er wel opgezegd mag worden voor 31 januari 2017, maar dat het dienstverband niet voor die datum beëindigd mag zijn.

Dit leidt tot de conclusie dat [eiser] geen bonus toekomt nu hij voor 31 januari 2017 zijn dienstverband vrijwillig heeft opgezegd. De gevorderde hoofdsom wordt dan ook afgewezen.

3.3

De nevenvorderingen delen het lot van de hoofdvordering.

3.4

[eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Danisco bepaald op € 1.400,- aan salaris voor de gemachtigde, genoemde bedragen te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 14 dagen na de uitspraak van het vonnis tot aan de dag der voldoening, als [eiser] deze bedragen niet binnen de genoemde termijn voldoet. De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Danisco vastgesteld op € 1.400,00 aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening en indien [eiser] niet binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 131,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.P.M. Weusten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

745