Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:8315

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-11-2017
Datum publicatie
02-11-2017
Zaaknummer
10/960469-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorbereidingshandelingen met terroristisch oogmerk, onder meer bezit vuurwapen en grote hoeveelheid zwaar vuurwerk. Het bezit hiervan wordt mede ingekleurd door 239 (gewelddadige) jihad- en ISIS-filmpjes, alsmede een afgeluisterd gesprek waarin mogelijke doelwitten voor aanslagen in Nederland worden besproken. Voorts werd een trainingsvideo in de zin van artikel 134a Sr aangetroffen, een video inhoudende hoe staafbommen te maken. Veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/960469-16

Datum uitspraak: 2 november 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[voornaam] [achternaam] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats detentie] , locatie [locatie detentie] ,

raadsman mr. P.J. Silvis, advocaat te Schiedam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 oktober 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.G. Vreugdenhil heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief alsmede het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van voorarrest;

  • -

    verbeurdverklaring van de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 vermelde voorwerpen;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 2, 3, 4, 15 en 16 vermelde voorwerpen.

4 Vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde

Onder 3 is aan de verdachte ten laste gelegd, kort gezegd, het witwassen van een geldbedrag

van zestienhonderd euro.

Standpunt van de officier van justitie

Het geldbedrag is op 7 december 2016 in de woning van de verdachte aangetroffen,

in een jaszak, min of meer verstopt achter een slaapkamerdeur. Een van de aangetroffen biljetten betrof een coupure van vijfhonderd euro. Dergelijke biljetten worden nagenoeg uitsluitend in het criminele circuit gebruikt. Daarnaast beschikte de verdacht niet over voldoende legale middelen om over een dergelijk hoog bedrag te beschikken. De door de verdachte aangedragen verklaring van de herkomst van het geld is niet waarschijnlijk, met name gelet op de verklaring van zijn echtgenote. Het feit is bewezen.

Oordeel van de rechtbank

Voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde witwassen is vereist dat vaststaat dat het aangetroffen geldbedrag afkomstig is uit enig misdrijf. Het ‘slechts’ in de woning van de verdachte aantreffen en vervolgens in beslag nemen van het geldbedrag is, mede gelet op de relatief geringe hoogte van het geldbedrag en bij gebrek aan enig ander bewijsmiddel – ook niet de verklaring daaromtrent van de echtgenote van de verdachte – onvoldoende om te kunnen oordelen dat dit geldbedrag afkomstig is uit enig misdrijf.

Het onder 3 tenlastegelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

5 Waardering van het bewijs

Het onder 1 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde

Standpunt van de verdediging

De tenlastegelegde samenspanning ter voorbereiding van misdrijven met een terroristisch oogmerk kan, op basis van het dossier, niet worden bewezen. Immers, de verdachte is nimmer overgegaan tot de concrete gedragingen, zoals onder A tot en met F tenlastegelegd. Zelfs bij de beoordeling van de omarming door de verdachte van mogelijk radicale denkbeelden moet worden onderkend dat de verdachte zich niet het gedachtengoed heeft eigengemaakt. Vrijspraak dient dan ook te volgen.

Oordeel van de rechtbank

Zoals overwogen door de Hoge Raad bij arrest van 14 maart 20171 is het, om tot bewezenverklaring van de in artikel 96, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde voorbereidings- of bevorderingshandelingen van de in artikel 289a Sr omschreven misdrijven te komen, voldoende indien het oogmerk van de verdachte op het begaan van die misdrijven is gericht, zonder dat een concretisering van het voor te bereiden of te bevorderen misdrijf naar tijdstip, plaats en wijze van uitvoering is vereist. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat moet worden aangenomen dat de voor toepassing van artikel 46 Sr vereiste mate van concretisering ook geldt voor artikel 96, tweede lid, Sr. Vereist is derhalve slechts dat met voldoende mate van bepaaldheid blijkt op welk in artikel 289a Sr omschreven misdrijf de nader aan artikel 96, tweede lid, Sr ontleende voorbereidings- of bevorderingshandelingen waren gericht.

Gelet op de tekst van artikel 96, tweede lid, Sr is vereist dat de verdachte de gedragingen heeft verricht met het oogmerk het betreffende terroristische misdrijf voor te bereiden of te bevorderen. Anders dan bij de strafbare voorbereiding van artikel 46 Sr volstaat voorwaardelijk opzet bij de voorbereiding of bevordering van een terroristisch misdrijf niet.

Voornoemde gedragingen zijn strafbaar, ongeacht of de voorbereidende of bevorderende gedragingen resulteren in het plegen van het beoogde misdrijf.

Aan de verdachte is, in het kader van de strafbaarstelling van artikel 96 lid 2 Sr, een aantal gedragingen ten laste gelegd die strekken tot het opzettelijk met het (terroristisch) oogmerk voorbereiden en/of bevorderen van het plegen van de in de artikelen 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en of 288a omschreven misdrijven. Die gedragingen ter voorbereiding en/of ter bevordering zijn feitelijk omschreven onder E en F en worden verder ingekleurd door de handelingen als omschreven onder A, B en D, welke zien op het (terroristisch) oogmerk van de verdachte.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de onder A, B, D, E en F opgenomen handelingen heeft verricht. Deze handelingen leiden – in onderling verband en samenhang bezien – tot de conclusie dat de verdachte het oogmerk had de tenlastegelegde delicten brandstichting en/of ontploffingen teweegbrengen en/of moord en/of doodslag voor te bereiden. Hoewel bijvoorbeeld de zoekslagen op internet en het bezit van een schilderij met het ISIS-logo op zichzelf geen strafbare voorbereiding opleveren, kan uit de combinatie van alle handelingen tezamen het oogmerk van de verdachte op het voorbereiden van voormelde terroristische misdrijven worden afgeleid.2

Gelet op het vorenstaande heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het zich verschaffen van middelen en inlichtingen tot het plegen van brandstichting en/of teweegbrengen van ontploffingen en/of moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk, in alle betekenissen die in artikel 83a Sr zijn omschreven. Het onder 1 cumulatief/alternatief tenlastegelegde zal in zoverre wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Het tenlastegelegde medeplegen is, gelet op de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting, niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Het onder 1 tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde

Standpunt van de verdediging

De tenlastegelegde deelneming aan training voor terrorisme kan op basis van het dossier niet worden bewezen, nu de verdachte nimmer is overgegaan tot de concrete gedragingen, zoals onder A tot en met F tenlastegelegd. Vrijspraak dient te volgen.

Oordeel van de rechtbank

Het onder 1 tweede onder C cumulatief/alternatief tenlastegelegde is een handeling waarmee de verdachte zichzelf inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 134a Sr. Immers, in samenhang met het onder 1 eerste onder E en F bewezen te verklaren, kan gesteld worden dat de verdachte zich aldus inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van brandstichting en/of teweegbrengen van ontploffingen en/of moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk, in alle betekenissen die in artikel 83a Sr zijn omschreven. In zoverre zal het onder 1 tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Van de onder A, B, D, E en F tenlastegelegde handelingen kan niet gezegd worden dat deze handelingen zien op, kort gezegd, training voor terrorisme. De verdachte zal daarvan, binnen dit deel van de tenlastelegging, worden vrijgesproken. Kort gezegd: de bewezenverklaarde en gekwalificeerde training in dit deel van de tenlastelegging wordt (qua opzet) mede ingekleurd door de een deel van de hierboven bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen. Het heeft echter naar het oordeel geen gevolg voor de kwalificatie van deze feiten, anders dan de toepasselijkheid van art 57 Sr.

Het tenlastegelegde medeplegen is, gelet op de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting, ook ten aanzien van het onder 1 tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte ook daarvan zal worden vrijgesproken.

Het onder 2 tenlastegelegde

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft het tenlastegelegde vuurwapen noch de munitie voorhanden gehad. Hij had geen wetenschap van de aanwezigheid daarvan in zijn kelderbox. Van die kelderbox werd ook door twee andere personen gebruik gemaakt. Het simpele aantreffen van het wapen en de munitie kan daarom niet als redengevend bewijs worden gehanteerd. Er is geen enkel technisch bewijs dat richting de verdachte wijst. Vrijspraak dient te volgen.

Oordeel van de rechtbank

Tijdens de doorzoeking op 7 december 2016 van de woning en de daarbij behorende berging van de verdachte, werden in die berging een automatisch vuurwapen en bijbehorende munitie aangetroffen. Gedurende zijn verhoren door de politie heeft de verdachte zich wat betreft het wapen en de munitie voornamelijk op zijn zwijgrecht beroepen. Eerst ter terechtzitting van 19 oktober 2017 verklaarde de verdachte dat hij geen weet had van het wapen en de munitie in zijn berging en dat er nog twee andere personen waren die de tweede sleutel van de berging hadden en van de berging gebruik maakten. De verdachte wilde evenwel geen namen van die personen noemen.

Nu de verdachte geen duidelijkheid wenst te geven over de personen die – naast hemzelf – gebruik zouden maken van de bij zijn woning behorende berging waar het wapen met de munitie is aangetroffen, heeft hij daarmee de verificatie van zijn verklaring onmogelijk gemaakt. De rechtbank schuift die verklaring van de verdachte dan ook als ongeloofwaardig terzijde en gaat er, mede gelet op de , bij de politie afgelegde, verklaring van [medeverdachte 1] , de partner van de verdachte, vanuit dat de verdachte de enige was met een sleutel van de berging en dat hij daarmee de beschikkingsmacht had over het aldaar aangetroffen wapen en de munitie. Het onder 2 tenlastegelegde zal daarom wettig en overtuigend bewezen worden verklaard, met dien verstande dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen, nu het dossier daarvoor geen aanwijzingen bevat.

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief alsmede het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

in de periode van 04 februari 2015 tot en

met 07 december 2016 te Rotterdam,

opzettelijk

met het oogmerk ter voorbereiding en/of ter bevordering van de

te plegen misdrijven omschreven in artikel 157 en/of 176a

en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten,

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl

daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands

dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- inlichtingen tot het plegen van het misdrijf

aan zich heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen

en

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot

het plegen van het misdrijf

immers heeft verdachte (telkens)

ten behoeve van één of meer (te plegen) aanslag(en) op één of meer objecten,

en/of één of meer perso(o)n(en), door het gebruik van een vuurwapen

en/of het teweeg brengen van één of meerdere ontploffing(en) en/of het

stichten van brand en/of het begaan van moord en/of doodslag met een

terroristisch oogmerk,

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd

met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie

Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of

Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), althans aan IS en/of aan Al Qaida

gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewapende Jihadstrijd

voorstaat, eigen gemaakt en

B. website(s) en social media kanalen waarop informatie

(wordt gedeeld) over onthoofdingen en/of verminkingen en/of het om het leven

brengen van mensen en/of (gevechts)trainingen en/of preken, althans over en/of

gerelateerd aan de gewapende Jihadstrijd en/of martelaarschap bezocht en

(vervolgens) zoekvragen gesteld en (vervolgens) één of meer (digitale)

bestanden (zoals filmpjes en/of afbeeldingen) inhoudende informatie over

onthoofdingen en/of verminkingen en/of het om het leven brengen van mensen

en/of (gevechts)trainingen en/of preken, althans over en/of gerelateerd aan de

gewapende Jihadstrijd en/of martelaarschap gedownload en/of opgeslagen en/of

voorhanden gehad en

D. een schilderij/vlag met

ISIS-logo en (digitale)gegevens-/informatiedragers inhoudende, onder meer

ISIS magazine(s) (genaamd Rumiyah en/of Dabiq) en video(s) en

tekstbestanden voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het

Jihadistisch gedachtegoed en/of aanwijzingen/instructies over (ondersteuning

van en/of financiering van) de gewapende Jihadstrijd en

E. voorhanden gehad een (automatisch) vuurwapen, te weten een AK-47 en munitie, te weten 59 kogelpatronen, en

F. voorhanden gehad een grote hoeveelheid zwaar vuurwerk,

welke voorwerpen en stof, al dan niet in combinatie met elkaar,

kennelijk bestemd waren tot het begaan van

die misdrijven;

en

hij

in de periode van 04 februari 2015 tot en

met 07 december 2016 te Rotterdam,

opzettelijk

zich inlichtingen heeft

verschaft en/of kennis

heeft verworven tot het plegen van een

terroristisch misdrijf , te weten,

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl

daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands

dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

immers heeft verdachte (telkens) ten behoeve van

de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd brandstichtingen, het teweeg brengen

van ontploffingen, moorden en doodslagen worden gepleegd met een

terroristisch oogmerk,

en/of

één of meer (te plegen) aanslag(en) op één of meer objecten en/of goederen

en/of perso(o)n(en), door het teweeg brengen van een ontploffing en/of het

stichten van brand en/of moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk,

digitale bestanden (zoals filmpjes

en/of afbeeldingen) inhoudende informatie over (instructie(s) voor) het maken/vervaardigen van en/of

gebruik van (een) staafbom(men) en/of (een) bomgordel(s) gedownload enopgeslagen en voorhanden gehad ;

2.

hij

op 07 december 2016 te Rotterdam

in een (berging, in elk geval een ruimte behorende bij de) woning gelegen op

of aan de [adres] ,

een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 2° van de Wet wapens,

te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die

wet, geschikt om automatisch te vuren, in de vorm van een machinegeweer, van

het merk/model Bulgarian Arsenal Akks-47

en

munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten

munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie II onder 3

van de Wet wapens en munitie, te weten 15 kogelpatronen, (waarvan telkens de

kogelpunt/het projectiel was voorzien van een zwarte top en daaronder een rode

band en/of [zijnde munitie voorzien van een kogelpunt/projectiel waarmee een

pantserplaat kan worden doorboord ) van het kaliber 7.62x39

en

munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten

munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten

15 kogelpatronen, (waarvan telkens de kogelpunt/het projectiel was voorzien van

een groene top en/of [zijnde munitie waarvan de kogelpunt/het projectiel is

voorzien van lichtspoor) van het kaliber 7.62x39

en

munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten

munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten

29 kogelpatronen van het kaliber 7.62x39

voorhanden heeft gehad,

terwijl de feiten zijn begaan met een terroristisch

oogmerk (als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht);

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Het onder 4 tenlastegelegde

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij

op 07 december 2016 te Rotterdam,

opzettelijk,

als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,

professioneel vuurwerk, te weten:

288 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6),

heeft voorhanden gehad.

Uit het dossier en de bewijsmiddelen volgen dat het i.c. gaat om 288 stuks knalvuurwerk. De rechtbank beschouwt, evenals de officier van justitie, de vermelding 188 als een kennelijke schrijffout en past dit in de bewezenverklaring aan naar 288.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

6 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. eerste cumulatief/alternatief.

met het oogmerk om opzettelijk brand stichten en/of ontploffingen teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, en/of moord en/of doodslag, telkens te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden, zich inlichtingen verschaffen en trachten te verschaffen en voorwerpen voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf

en

1. tweede cumulatief/alternatief.

zich inlichtingen verschaffen en zich kennis verwerven tot het plegen van een terroristisch misdrijf;

2.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II, begaan met een terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met een terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht;

4.

overtreding van een voorschrift (artikel 1.2.2, derde lid, van het Vuurwerkbesluit) gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het actief zoeken naar, verschaffen en voorhanden hebben van informatie aangaande het radicale en extremistische gedachtegoed van de gewapende jihadstrijd. Het gaat hierbij om het gedachtengoed van terroristische organisaties als Islamitische Staat (IS), met alle daarbij behorende – inmiddels algemeen bekende – gewelddadige gruwelijkheden. De verdachte heeft daarnaast een automatisch vuurwapen met bijbehorende scherpe munitie alsook een zeer grote hoeveelheid zwaar vuurwerk in zijn bezit gehad. Dit in combinatie met het op de computer van de verdachte aangetroffen instructiemateriaal voor het maken van bommen en bomgordels maakt duidelijk dat de verdachte kennelijk voornemens was om een aanslag te plegen waarbij, gelet op het voorgaande, niet anders dan een aanzienlijk aantal (al dan niet dodelijke) slachtoffers te betreuren zou zijn geweest. Uit een zich in het dossier bevindende gespreksweergave van een gesprek van 22 oktober 2016 tussen de verdachte en twee andere, onbekende personen, valt af te leiden dat de verdachte in ieder geval op zoek was naar een doel voor een beoogde aanslag. Dankzij de opsporing door politie en justitie is tijdig ingegrepen en heeft de verdachte zijn plannen niet kunnen uitvoeren.

Dit zijn zeer ernstige feiten. De verdachte heeft met die feiten bijgedragen aan het internationale terrorisme, waarmee hij de bevolking van Nederland kennelijk vrees heeft willen aanjagen. Een vrees die, gelet op de veelheid van aanslagen in de ons omringende landen, niet onterecht is.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 juli 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Reclassering Nederland heeft een beknopt adviesrapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 1 maart 2017. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Hierbij wordt bovendien rekening gehouden met de vrijspraak van het tenlastegelegde witwassen zoals hiervoor overwogen, alsmede met de indruk dat de strafeis van de officier van justitie, ondanks voornoemde ernst van het bewezenverklaarde, de rechtbank als (te) hoog voorkomt.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

9 In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de verdediging

Het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 vermelde geldbedrag en het onder 3 vermelde schilderij dienen aan de verdachte te worden teruggegeven. Het geld moet worden teruggegeven omdat van witwassen geen sprake is. Het schilderij moet worden teruggegeven omdat dit slechts een uiting aan geloofsovertuiging betreft, hetgeen in Nederland vrij staat.

Oordeel van de rechtbank

Het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 vermelde geldbedrag van zestienhonderd euro dient aan de verdachte te worden teruggegeven, nu de verdachte vrijgesproken wordt van het onder 3 tenlastegelegde witwassen.

De op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 vermelde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard. De officier van justitie heeft ter zitting aangevoerd dat dit verpakkingsmateriaal van het vuurwapen en het vuurwerk betreft. De bewezen feiten zijn mede met behulp van deze voorwerpen begaan. Door de verdediging is bovendien geen verweer gevoerd tegen de door de officier van justitie gevorderde verbeurdverklaring van betreffende goederen.

Het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 3 vermelde schilderij zal eveneens worden verbeurdverklaard. Immers, het onder 1 eerste cumulatief/alternatief thans bewezenverklaarde is mede met behulp van dit voorwerp begaan.

Ook de door de politie bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] te Rotterdam op 7 december 2016 inbeslaggenomen externe harde schijf (SP103c.07.02.001) zal worden verbeurdverklaard, nu op dit voorwerp 289 ISIS-video’s werden aangetroffen. Het onder 1 eerste cumulatief/alternatief thans bewezenverklaarde is mede met behulp van dit voorwerp begaan.

De op de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 2, 4, 15 en 16 vermelde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 57, 83a, 96, 157, 176a, 288a, 289 en 289a van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en de artikelen 1.2.2 en 1.2.4 van het Vuurwerkbesluit.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2 en 4 tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

  • -

    verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2 en 4 de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 3, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 vermelde voorwerpen, alsmede de externe harde schijf (SP103c.07.02.001);

  • -

    verklaart onttrokken aan het verkeer de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 2, 4, 15 en 16 vermelde voorwerpen;

  • -

    gelast de teruggave aan verdachte van het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 vermelde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van der Groen, voorzitter,

en mrs. M.M. Koevoets en L. Amperse, rechters,

in tegenwoordigheid van R. Meulendijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 november 2017.

De jongste rechter is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 04 februari 2015 tot en

met 07 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

met het oogmerk ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het

(meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a

en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten,

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl

daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands

dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen

plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe

gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf

aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen

en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot

het plegen van het misdrijf

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging

met elkaar, althans alleen, (telkens)

ten behoeve van één of meer (te plegen) aanslag(en) op één of meer objecten,

en/of één of meer perso(o)n(en), door het gebruik van één of meer vuurwapen(s)

en/of het teweeg brengen van één of meerdere ontploffing(en) en/of het

stichten van brand en/of het begaan van moord en/of doodslag met een

terroristisch oogmerk,

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd

met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie

Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of

Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), althans aan IS en/of aan Al Qaida

gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewapende Jihadstrijd

voorstaat, eigen gemaakt en/of

B. een of meer website(s) en/of social media kana(a)l(en) waarop informatie

(wordt gedeeld) over onthoofdingen en/of verminkingen en/of het om het leven

brengen van mensen en/of (gevechts)trainingen en/of preken, althans over en/of

gerelateerd aan de gewapende Jihadstrijd en/of martelaarschap bezocht en/of

(vervolgens) zoekvragen gesteld en/of (vervolgens) één of meer (digitale)

bestanden (zoals filmpjes en/of afbeeldingen) inhoudende informatie over

onthoofdingen en/of verminkingen en/of het om het leven brengen van mensen

en/of (gevechts)trainingen en/of preken, althans over en/of gerelateerd aan de

gewapende Jihadstrijd en/of martelaarschap gedownload en/of opgeslagen en/of

voorhanden gehad en/of

C. een of meer website(s) en/of social media kana(a)l(en), waarop informatie

(wordt gedeeld) over (automatische)wapens (zoals AK-47) en/of over

(instructie(s) voor) het maken/vervaardigen van en/of gebruik van (een)

staafbom(men) en/of (een) bomgordel(s), bezocht en/of (vervolgens) zoekvragen

gesteld en/of (vervolgens) één of meer (digitale) bestanden (zoals filmpjes

en/of afbeeldingen) inhoudende informatie over (automatische)wapens (zoals

AK-47) en/of over (instructie(s) voor) het maken/vervaardigen van en/of

gebruik van (een) staafbom(men) en/of (een) bomgordel(s) gedownload en/of

opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of

D. een of meer goed(eren) te weten onder meer een schilderij/vlag met

ISIS-logo en/of (digitale)gegevens-/informatiedragers inhoudende, onder meer

ISIS magazine(s) (genaamd Rumiyah en/of Dabiq) en/of video(s) en/of

tekstbestanden voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het

Jihadistisch gedachtegoed en/of aanwijzingen/instructies over (ondersteuning

van en/of financiering van) de gewapende Jihadstrijd en/of

E. voorhanden gehad een (automatisch) (vuur)wapen, te weten een AK-47 en/of

munitie, te weten 59 kogelpatro(o)n(en), in elk geval één of meer

(automatische) vuurwapen(s) en/of (daarbij horende) munitie en/of

F. voorhanden gehad (een grote) hoeveelheid (zwaar) vuurwerk, in elk geval

(een grote hoeveelheid) materiaal dat geschikt is om één of meerdere

ontploffing(en) teweeg te brengen

welke voorwerp(en) en/of stof(fen), al dan niet in combinatie met elkaar,

kennelijk bestemd waren tot het in vereniging, althans alleen, begaan van

dat/die misdrijf/misdrijven;

(art. 96, lid 2, WvSr jo.176b, lid 2 WvSr jo. 157 WvSr jo. 289a WvSr jo. 288a

WvSr jo. 289 WvSr jo. 289a, lid 2 WvSr)

en/of

hij

op één of meer tijstip(pen) gelegen in de periode van 04 februari 2015 tot en

met 07 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft

verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of kennis en/of vaardigheden

heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht tot het plegen van een

terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of

vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten,

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl

daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands

dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van

terroristische misdrijven,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging

met elkaar, althans alleen, (telkens) ten behoeve van

de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd brandstichtingen, het teweeg brengen

van ontploffingen, moorden en doodslagen worden gepleegd met een

terroristisch oogmerk,

en/of

één of meer (te plegen) aanslag(en) op één of meer objecten en/of goederen

en/of perso(o)n(en), door het teweeg brengen van een ontploffing en/of het

stichten van brand en/of moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk,

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd

met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie

Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of

Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), althans aan IS en/of aan Al Qaida

gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewapende Jihadstrijd

voorstaat, eigen gemaakt en/of

B. een of meer website(s) en/of social media kana(a)l(en) waarop informatie

(wordt gedeeld) over onthoofdingen en/of verminkingen en/of het om het leven

brengen van mensen en/of (gevechts)trainingen en/of preken, althans over en/of

gerelateerd aan de gewapende Jihadstrijd en/of martelaarschap bezocht en/of

(vervolgens) zoekvragen gesteld en/of (vervolgens) één of meer (digitale)

bestanden (zoals filmpjes en/of afbeeldingen) inhoudende informatie over

onthoofdingen en/of verminkingen en/of het om het leven brengen van mensen

en/of (gevechts)trainingen en/of preken, althans over en/of gerelateerd aan de

gewapende Jihadstrijd en/of martelaarschap gedownload en/of opgeslagen en/of

voorhanden gehad en/of

C. een of meer website(s) en/of social media kana(a)l(en), waarop informatie

(wordt gedeeld) over (automatische)wapens (zoals AK-47) en/of over

(instructie(s) voor) het maken/vervaardigen van en/of gebruik van (een)

staafbom(men) en/of (een) bomgordel(s), bezocht en/of (vervolgens) zoekvragen

gesteld en/of (vervolgens) één of meer (digitale) bestanden (zoals filmpjes

en/of afbeeldingen) inhoudende informatie over (automatische)wapens (zoals

AK-47) en/of over (instructie(s) voor) het maken/vervaardigen van en/of

gebruik van (een) staafbom(men) en/of (een) bomgordel(s) gedownload en/of

opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of

D. een of meer goed(eren) te weten onder meer een schilderij/vlag met

ISIS-logo en/of (digitale)gegevens-/informatiedragers inhoudende, onder meer

ISIS magazine(s) (genaamd Rumiyah en/of Dabiq) en/of video(s) en/of

tekstbestanden voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het

Jihadistisch gedachtegoed en/of aanwijzingen/instructies over (ondersteuning

van en/of financiering van) de gewapende Jihadstrijd en/of

E. voorhanden gehad een (automatisch) (vuur)wapen, te weten een AK-47 en/of

munitie, te weten 59 kogelpatro(o)n(en), in elk geval één of meer

(automatische) vuurwapen(s) en/of (daarbij horende) munitie en/of

F. voorhanden gehad (een grote) hoeveelheid (zwaar) vuurwerk, in elk geval

(een grote hoeveelheid) materiaal dat geschikt is om één of meerdere

ontploffing(en) teweeg te brengen

(art. 134a WvSr)

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op of omstreeks 07 december 2016 te Rotterdam

in een (berging, in elk geval een ruimte behorende bij de) woning gelegen op

of aan de [adres] ,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 2° van de Wet wapens,

te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die

wet, geschikt om automatisch te vuren, in de vorm van een machinegeweer, van

het merk/model Bulgarian Arsenal Akks-47

en/of

munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten

munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie II onder 3

van de Wet wapens en munitie,te weten 15 kogelpatronen (waarvan telkens de

kogelpunt/het projectiel was voorzien van een zwarte top en daaronder een rode

band en/of [zijnde] munitie voorzien van een kogelpunt/projectiel waarmee een

pantserplaat kan worden doorboord en/of [zijnde] munitie voorzien van een

kogelpunt/projectiel met brandsas of met een explosieve lading, alsmede de

voor deze munitie bestemde projectielen) van het kaliber 7.62x39

en/of

munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten

munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III,te weten

15 kogelpatronen (waarvan telkens de kogelpunt/het projectiel was voorzien van

een groene top en/of [zijnde] munitie waarvan de kogelpunt/het projectiel is

voorzien van lichtspoor) van het kaliber 7.62x39

en/of

munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten

munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III,te weten

29 kogelpatronen van het kaliber 7.62x39

voorhanden heeft gehad,

terwijl het feit/de feiten al dan niet is /zijn begaan met een terroristisch

oogmerk (als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht) dan wel

met het oogmerk om een terroristisch misdrijf (als bedoeld in artikel 83 van

het Wetboek van Strafrecht) voor ter bereiden en/of gemakkelijk te maken;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 26 jo. 55 lid 5 Wet wapens en munitie)

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3.

hij

op of omstreeks 07 december 2016, te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer voorwerp(en), te weten 1600 euro, in elk geval (een hoeveelheid)

geld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of

omgezet, althans van een of meer voorwerp(en), te weten 1600 euro, in elk

geval (een hoeveelheid) geld, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat

bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf;

(artikel 420 bis Wetboek van Strafrecht)

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

hij

in de periode van 05 december 2016 tot en met 07 december 2016,

in elk geval op 07 december 2016 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

al dan niet opzettelijk,

professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten:

188, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6),

in elk geval een hoeveelheid professioneel vuuwerk bestemd voor

particulier gebruik, heeft opgeslagen en/of voorhanden gehad;

en/of

als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,

professioneel vuurwerk, te weten:

188, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6),

in elk geval een hoeveelheid professioneel vuuwerk,

heeft opgeslagen en/of voorhanden gehad;

(strafbaarstelling: artikel 1a onder1,2, 36 Wet op de economische delicten

jincto artikel 9.2.2.1 Wet mileubeheer juncto artikel 1.2.2 lid 1 en artikel

1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit)

(art 1.2.2 lid 1 en lid 3 Vuurwerkbesluit)

art 1.2.2 lid 3 Vuurwerkbesluit

1 ECLI:NL:HR:2017:416

2 ECLI:NL:GHDHA:2015:83, te kennen uit ECLI:NL:HR:2016:1011