Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:8266

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
31-10-2017
Zaaknummer
10/680662-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zijn vader om het leven gebracht. Veroordeling voor doodslag. In tegenstelling tot het advies van de gedragsdeskundigen wordt de verdachte geheel ontoerekeningsvatbaar geacht. OVAR en TBS met voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/680662-16

Datum uitspraak: 3 oktober 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Vught (PPC).

Raadsman mr. M. Jansen, advocaat te Spijkenisse.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 september 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.A. van Wijk heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met de voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd in haar rapportage d.d. 5 september 2017;

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden en het toezicht.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Beoordeling

De verdachte heeft verklaard dat hij in de ochtend van 17 oktober 2016 bij zijn vader op bezoek is gegaan. Kort daarna heeft hij ruzie gekregen met zijn vader. In de berging van zijn vader kwam het tot een handgemeen. Bij de verdachte ging het lampje uit, er ging een knop om. In zijn woede heeft hij zijn vader kennelijk geslagen met alles wat hij om hen heen aantrof. De verdachte heeft geen herinnering meer aan hoe dat precies is gegaan. Wel weet hij dat hij daarna veel medicatie heeft ingenomen en dat hij tot in de middag in de berging is gebleven.

Toen de verdachte na drie uur in de middag thuis aankwam was zijn goede vriend [naam vriend verdachte] in zijn woning. [naam vriend verdachte] heeft toen het alarmnummer gebeld vanwege de toestand van de verdachte. De verdachte heeft op dat moment gezegd dat hij zijn vader had vermoord. De politie is naar de woning van de vader van de verdachte gegaan en heeft in de berging het stoffelijk overschot van de vader, [naam vader verdachte] , aangetroffen.

Uit onderzoek naar de lichaamstemperatuur van het slachtoffer blijkt dat deze al uren voor het aantreffen moet zijn overleden. De patholoog van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft gerapporteerd dat het overlijden van [naam vader verdachte] volledig wordt verklaard door ernstig bloedverlies in combinatie met een verstoring van de hartactie, opgetreden ten gevolge van multiple steekletsels. Gelet op de vorm van de huidperforaties zijn de steekletsels toegebracht met een smal voorwerp zoals bijvoorbeeld een schroevendraaier. De politie heeft in de berging bebloede schroevendraaiers aangetroffen. Het NFI heeft op die schroevendraaiers DNA sporen aangetroffen van twee personen. Uit de bevindingen van het NFI leidt de rechtbank af dat het DNA op twee schroevendraaiers van de verdachte en het slachtoffer afkomstig is. De matchkans dat de sporen toebehoren aan de verdachte en het slachtoffer is kleiner dan 1 op 1 miljard. Gelet daarop, op de overige bewijsmiddelen en nu niet is gebleken van de aanwezigheid van een derde persoon in de berging, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zijn vader, [naam vader verdachte] , opzettelijk om het leven heeft gebracht.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij, op 17 oktober 2016 te Dordrecht, opzettelijk een persoon genaamd [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk die [naam slachtoffer] meermalen met schroevendraaiers, in de borststreek gestoken en/of geprikt, ten gevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] is overleden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Doodslag

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

6.1.

Beoordeling

Bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op de Pro Justitia rapportage d.d. 16 mei 2017 betreffende de verdachte, opgesteld door

A. Banaei Kashani, psychiater, en M. ten Berge, psycholoog.

Uit het onderzoek komt naar voren dat er bij de verdachte sprake is van een gemengde persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke, borderline en dwangmatige trekken, waarbij sprake is geweest van een symbiotische relatie met beide ouders. Tevens leed de verdachte in aanloop tot en ten tijde van het ten laste gelegde aan een ernstige depressieve stoornis. De rapporteurs spreken van een ernstige psychiatrisch instabiele toestand, waardoor de verdachte zeer waarschijnlijk niet voldoende in staat was om grip en controle te houden op zijn handelen. Gewoonlijk liet hij immers de mishandelingen van zijn vader toe. Een week voor het tenlastegelegde heeft de verdachte geprobeerd zichzelf van het leven te beroven, hetgeen ook wijst op controleverlies in gedrag en denken. Omdat de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde dermate psychisch uit balans was, achten de rapporteurs het mogelijk dat hij zich, nadat zijn vader hem voor de zoveelste keer afwees en aanviel, niet meer kon beheersen. Dit gedrag is waarschijnlijk versterkt door zijn afhankelijkheid die hij had jegens zijn vader, waarbij hij al jaren continu tevergeefs zocht naar goedkeuring en erkenning van vader.

Van verdachte kon weliswaar niet worden verwacht dat hij de volledige controle op zijn gedrag had, maar in het verleden heeft hij wel vaker de kans gehad om de relatie met zijn vader te veranderen, hetgeen hij niet heeft gepoogd. Daarnaast bleef hij cannabis gebruiken, ook al bemerkte hij zelf dat hij er angstig en achterdochtig van werd. Daarom adviseren de rapporteurs om het ten laste gelegde bij een bewezenverklaring in verminderde mate toe te rekenen aan de verdachte.

De bevindingen van de psychiater en de psycholoog nopen de rechtbank tot een andere conclusie ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de rapportage blijkt dat de verdachte angstig en paranoïde kan worden van cannabis, maar dat de klachten afzwakken als de cannabis uitwerkt en dat de verdachte het gebruik kan beheersen en reguleren. Omdat er geen sprake is van klinisch significante beperkingen of een lijdensdruk door het gebruik, is volgens de rapporteurs geen sprake van een stoornis in cannabisgebruik. De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat de verdachte op de dag van het delict cannabis heeft gebruikt, zodat een voldoende relevant verband tussen het cannabisgebruik en het delict ontbreekt. Het cannabisgebruik van de verdachte zal daarom bij het oordeel over de toerekeningsvatbaarheid buiten beschouwing worden gelaten.

Evenmin ziet de rechtbank een verband tussen de vaststelling van de rapporteurs dat de verdachte niet eerder heeft geprobeerd om de relatie met zijn vader te veranderen en het delict. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden geoordeeld dat het voor de verdachte voorzienbaar was dat zijn relatie met zijn vader op enig moment zou kunnen leiden tot een zo ernstig delict als nu aan de orde. De verdachte heeft conflictsituaties eerder steeds vermeden en liet het gedrag van zijn vader altijd over zich heen komen. Daarnaast wilde de verdachte op de ochtend van het delict juist zijn voornemen om in behandeling te gaan, bespreken met zijn vader en diens goedkeuring daarvoor vragen, hetgeen kenmerkend is voor de symbiotische relatie die de verdachte met zijn vader had en een onderdeel is van zijn problematiek. Het niet veranderen van zijn relatie met zijn vader kan hem dan ook niet worden tegengeworpen, omdat de verdachte hiertoe niet - zonder de adequate hulp en behandeling die door de deskundigen noodzakelijk wordt geacht - in staat was. Concluderend stelt de rechtbank vast dat zij de conclusie van de deskundigen niet volgt en is zij van oordeel dat het tenlastegelegde de verdachte niet in enigerlei mate is toe te rekenen.

De rechtbank acht de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar.

6.2.

Conclusie

De verdachte is, gegeven de volledige ontoerekeningsvatbaarheid, niet strafbaar en zal ontslagen worden van alle rechtsvervolging.

7 Motivering maatregel

7.1.

Inleiding

Nu de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht, kan hem geen gevangenisstraf worden opgelegd. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er een maatregel aan de verdachte kan worden opgelegd en zo ja, welke.

7.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen.

7.3.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden niet opgelegd hoeft te worden omdat de voorwaarden ook in het kader van een voorwaardelijke straf met voorwaarden opgelegd zouden kunnen worden.

7.4.

Beoordeling

7.4.1.

Algemene overweging

Nu de rechtbank tot het oordeel is gekomen dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar dient te worden geacht, is het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden niet mogelijk.

7.4.2.

Ernst en omstandigheden van het feit

Tijdens een ruzie met zijn vader heeft de verdachte de controle over zichzelf verloren en heeft hij zijn vader van het leven beroofd door hem met schroevendraaiers neer te steken.

Uit de verklaringen van nabestaanden en naasten blijkt dat de ouders van de verdachte al sinds zijn jeugd verslaafd waren aan harddrugs. Dat is van grote invloed geweest op het leven en de ontwikkeling van de verdachte. Daar komt bij dat zijn vader, het slachtoffer, geen makkelijke man was in de omgang. De verdachte is echter altijd loyaal gebleven aan zijn ouders.

Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van de oom van de verdachte, de broer van het slachtoffer, blijkt dat de familie ondanks het verlies, de verdachte vooral als slachtoffer ziet. Zij staan pal achter hem.

7.4.3.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 augustus 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.4.4.

Rapportages en verklaringen van deskundigen

De psycholoog en de psychiater rapporteren dat de verdachte, vanwege de verschillende psychische stoornissen die hij heeft, kwetsbaar is voor het ontwikkelen van een depressie en dat hij bij tegenslagen uit balans kan raken. Zonder behandeling zal hij terugvallen in 'oud gedrag' waarbij hij zich afhankelijk en aanklampend zal opstellen naar een derde. De verdachte is moeilijk in staat om beslissingen te nemen. Daarnaast zal hij vanwege zijn hechtingsproblematiek moeite blijven houden met afstand en nabijheid en er zonder hulp niet in slagen om een relatie met een derde te laten voortbestaan tot ieders tevredenheid.

Rapporteurs achten de kans op een recidive laag, gezien het slachtoffer zijn vader betrof met wie hij een ziekelijke, symbiotische relatie onderhield. Aan de andere kant concluderen rapporteurs dat de verdachte de controle over zijn handelen kwijt was, omdat hij psychiatrisch niet in orde was (hij leed aan een ernstige vorm van depressie), hetgeen in principe niets te maken hoeft te hebben gehad met de symbiotische relatie met vader. De vraag blijft dus hoe de verdachte zich in de toekomst in een soortgelijke situatie tegenover een derde zal gedragen. De verdachte is namelijk gewend om te leven met symbiotische relaties. De rapporteurs schatten de kans op herhaling matig aanwezig in een toekomstige intensieve relatie, indien de verdachte niet wordt behandeld.

Om het recidiverisico te beperken dient de verdachte in ieder geval behandeld te worden voor zijn psychische problematiek. Met name zijn persoonlijkheidsstoornis zal hardnekkig zijn, gezien hij tot op heden daarbij passende inadequate coping heeft gebruikt om te overleven. Het heeft de voorkeur om te starten met een klinische behandeling ter stabilisatie en het stellen van behandeldoelen. De verwachting van de rapporteurs is dat dit een langdurig proces zal worden, waarbij aangeleerde coping zal moeten worden getoetst in de praktijk.

Gelet op het voorgaande geven de rapporteurs de rechtbank bij een bewezenverklaring in overweging de verdachte onder behandeling te stellen in het kader van een TBS met voorwaarden.

7.5.

Conclusies van de rechtbank

Daar de verdachte nog niet is genezen van zijn stoornis, acht de rechtbank het noodzakelijk om aan de verdachte een maatregel op te leggen. Uit de hiervoor genoemde rapportage van de deskundigen blijkt dat het risico op recidive matig is in een toekomstige intensieve relatie, indien hij niet wordt behandeld. Om het recidiverisico te beperken dient de verdachte in ieder geval behandeld te worden vanwege zijn psychische problematiek.

De rechtbank onderschrijft de conclusie dat oplegging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden noodzakelijk is. De algemene veiligheid van personen eist de terbeschikkingstelling van de verdachte met voorwaarden. Dat oordeel is gegrond op de ernst en aard van het bewezen verklaarde feit en het gevaar voor herhaling. De rechtbank ziet dit gevaar als volgt. De kans dat zich opnieuw ernstige incidenten voordoen hangt af van diverse omstandigheden, waaronder met name de aard en intensiteit van toekomstige relaties met anderen. In die zin zou van een betrekkelijk geringe kans kunnen worden gesproken, zoals de rapporteurs aangeven. De ernst van het onderhavige feit maakt echter dat het aan herhaling verbonden risico zo groot is dat genoemde veiligheid de maatregel noodzakelijk maken.

Vastgesteld wordt dat het bewezen verklaarde feit, ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden opgelegd, een misdrijf betreft als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.

Aan de verdachte zal gelet op het voorgaande terbeschikkingstelling met voorwaarden worden opgelegd.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zullen de op te leggen voorwaarden en het op te leggen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen maatregel passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen iPhone terug te geven aan de verdachte.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Beoordeling

Ten aanzien van de in beslag genomen iPhone zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het reeds genoemde artikel, is gelet op de artikelen 38, 38a en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;

gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

1. de ter beschikking gestelde onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten;

2. de ter beschikking gestelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

3. de ter beschikking gestelde stelt zich onder toezicht van Reclassering Nederland en houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen die door of namens de reclassering aan hem gegeven worden. De ter beschikking gestelde zorgt ervoor dat hij te allen tijde bereikbaar is voor de reclassering, zijn behandelaren en zijn begeleiders;

4. de ter beschikking gestelde werkt mee aan een klinische behandeling bij FPA De Kijvelanden of soortgelijke setting en werkt mee aan de behandeling voor de duur van maximaal 2 (twee) jaren of zoveel korter als zijn behandelaren en de reclassering noodzakelijk achten;

5. de ter beschikking gestelde werkt na zijn klinische behandeling mee aan een ambulante forensische poliklinische behandeling in een nader te bepalen setting en volgt alle aanwijzingen (indien geïndiceerd);

6. de ter beschikking gestelde werkt mee aan ambulant forensisch psychiatrisch toezicht (FPT), en houdt zich aan de aanwijzingen en afspraken van zijn behandelaar(s), voor zolang zijn behandelaar(s) dat nodig acht(en). Tevens werkt de ter beschikking gestelde mee aan (ambulant) forensisch psychiatrisch toezicht, ook indien dit betekent een time-out opname in een nader te bepalen forensische kliniek van maximaal twee keer een periode van zeven weken;

7. de ter beschikking gestelde zet zich in voor een adequate dagbesteding voor meerdere dagen per week welke is goedgekeurd door de reclassering;

8. de ter beschikking gestelde verschaft de reclassering zicht op de voortgang van zijn behandeling en begeleiding en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk;

9. de ter beschikking gestelde zal niet van adres wijzigen of verhuizen zonder overleg met en toestemming van de reclassering;

10. de ter beschikking gestelde zal zich niet buiten de Europese landsgrenzen van Nederland begeven, tenzij en voor zover hem dit in overleg met het Openbaar Ministerie en de reclassering wordt toegestaan;

11. de ter beschikking gestelde zal medewerking verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie, zoals bedoeld in het kader van het landelijk opgestelde opsporingsbeleid ten aanzien van TBS-gestelden;

12. de ter beschikking gestelde gebruikt geen alcohol en/of drugs en werkt mee aan controles;

13. de ter beschikking gestelde geeft de reclassering openheid over alle leefgebieden;

geeft aan Reclassering Nederland opdracht de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt de onmiddellijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling met voorwaarden;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan verdachte van de iPhone die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst is genummerd 1;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Verweij, voorzitter,

en mrs. R.J.A.M. Cooijmans en J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij, op of omstreeks 17 oktober 2016 te Dordrecht, opzettelijk een persoon genaamd

[naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk die

[naam slachtoffer] meermalen met een of meer schroevendraaier(s) en/of een priem, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borststreek gestoken en/of geprikt, tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] is overleden.