Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:8255

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-10-2017
Datum publicatie
30-10-2017
Zaaknummer
10/701024-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Toedracht massale vechtpartij Beukelaarsstraat onvoldoende opgehelderd. Vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummers: 10/701024-16

Datum uitspraak: 6 oktober 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsman mr. W. Suttorp, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 september 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.H. Boersma heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1 primair en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair, 2 en 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 92 dagen met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering van feiten 1 primair en 3 primair en subsidiair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Vrijspraak van feiten 1 subsidiair, 2 en 4

4.2.1.

Standpunt officier van justitie

Aangevers hebben in strijd met de waarheid verklaard over de toedracht van het incident op 16 januari 2016. Dat leidt er echter niet toe dat hun aangiften geheel onbetrouwbaar zijn en daarom niet als bewijs zouden kunnen dienen. De onder 1 subsidiair, 2 en 4 ten laste gelegde feiten kunnen bewezen worden verklaard nu de aangiften ten aanzien van die feiten worden ondersteund door objectieve bewijsmiddelen, in het bijzonder het bij de aangevers aangetroffen letsel.

4.2.2.

Beoordeling

Ten aanzien van de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde geweldsdelicten tegen [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] overweegt de rechtbank als volgt.

Het staat vast dat er op 16 januari 2016 ’s avonds in de Beukelaarsstraat te Rotterdam een massale vechtpartij heeft plaatsgevonden tussen (onder anderen) leden uit de familie [naam familie] en dat daarbij een aantal mensen gewond zijn geraakt, onder wie de aangevers [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] . Zij hebben verklaard dat zij (mede) door toedoen van de verdachte gewond zijn geraakt en zij hebben aangifte tegen hem gedaan.

De feitelijke gedragingen die aan de verdachte ten laste zijn gelegd, zijn volledig gebaseerd op hun verklaringen alsmede op de verklaring van [naam slachtoffer 3] .

Uit een filmpje, dat enkele minuten voor het incident op 16 januari 2016 is opgenomen en dat is aangetroffen op de telefoon van [naam slachtoffer 1] , volgt evenwel dat die drie verklaringen over de toedracht van het incident op 16 januari 2016 op essentiële onderdelen onjuist zijn.
Tijdens het onderzoek op de terechtzitting zijn de aangevers en [naam slachtoffer 3] als getuige gehoord en zijn zij met het filmpje geconfronteerd. Zij hebben zich op hun verschoningsrecht beroepen en een uitleg voor de strijdigheid van hun verklaringen met de opgenomen beelden is uitgebleven. Een en ander is aanleiding om op cruciale onderdelen ernstig aan de juistheid van de verklaringen van de aangevers te twijfelen. Behalve door het letsel dat is vastgesteld bij de aangevers, worden hun verklaringen, waar het de rol van de verdachte betreft, niet ondersteund door enig ander objectief bewijsmiddel. Dat brengt met zich dat de strafrechtelijke betrokkenheid van de verdachte bij de vechtpartij op 16 januari 2016 danwel bij het ontstaan van het letsel van de aangevers niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van de onder 1 subsidiair en 2 ten laste geweldsdelicten.

Ten aanzien van de onder 4 ten laste gelegde openlijke geweldpleging tegen [naam slachtoffer 4] overweegt de rechtbank als volgt.

Om tot een bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde te komen dient te worden bewezen dat er door meerdere personen openlijk geweld is gepleegd tegen [naam slachtoffer 4] , dat de verdachte het opzet heeft gehad op het in vereniging (lees: met andere personen) plegen van openlijk geweld tegen die [naam slachtoffer 4] en dat de verdachte aan dat geweld door meerdere personen tegen [naam slachtoffer 4] een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd.

Door verbalisant [naam verbalisant] is waargenomen dat er twee mannen met elkaar in gevecht waren (naar later bleek [naam slachtoffer 4] en de verdachte) en dat daar diverse mensen omheen stonden, die met stokken en met kracht aan het slaan waren.

Verbalisant [naam verbalisant] verklaart uitdrukkelijk dat hij niet heeft gezien of dit geweld op één van de mannen of op beide mannen gericht was. Hij heeft wel waargenomen dat de verdachte na de vechtpartij zeer ernstig gewond was aan zijn hoofd. Nu gelet op het voorgaande niet duidelijk is geworden aan wie de omstanders die met stokken aan het slaan waren bijstand hebben verleend ( [naam slachtoffer 4] of de verdachte), kan niet worden vastgesteld dat door de verdachte openlijk en met verenigde krachten (lees: met andere personen) geweld is gepleegd tegen [naam slachtoffer 4] . De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de onder 4 ten laste gelegde openlijke geweldpleging.

4.2.3.

Conclusie

De verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 subsidiair en 2 en 4 ten laste gelegde.

5 Vorderingen benadeelde partijen

[naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 2] , [naam benadeelde 3] en [naam benadeelde 4] hebben zich als benadeelde partijen in het geding gevoegd. Zij zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, reeds omdat aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen zij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil

6 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

7 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

verklaart de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 2] , [naam benadeelde 3] en [naam benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vorderingen;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vorderingen gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.J.P van Essen, voorzitter,

en mrs. A. van Luijck en L. Amperse, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 oktober 2017.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op of omstreeks 16 januari 2016 te Rotterdam ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon genaamd [naam slachtoffer 1]

van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet

die [naam slachtoffer 1] met kracht met een of meer (ijzeren/houten)

staven/stokken/knuppels/(cricket)bats op/tegen het hoofd en/of de armen en/of

het lichaam heeft geslagen en/of die [naam slachtoffer 1] (terwijl zij op de grond lag)

met kracht op/tegen het lichaam heeft geschopt en/of getrapt

(als gevolg waarvan die [naam slachtoffer 1] het bewustzijn heeft verloren) ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Art. 287/302 jo 47 jo 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 16 januari 2016 te Rotterdam, op of aan de openbare weg,

Beukelaarsstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 1] , welk geweld bestond

uit het

- met een of meer (personen)auto's klemrijden van de (personen)auto waarin die

[naam slachtoffer 1] zich bevond en/of

- ( vervolgens) die [naam slachtoffer 1] uit deze (personen)auto sleuren/trekken en/of

- met kracht trekken aan de haren van die [naam slachtoffer 1] en/of

- met kracht beetpakken en/of vasthouden van die [naam slachtoffer 1] en/of

- met kracht slaan en/of stompen op/tegen het gezicht van die [naam slachtoffer 1]

en/of

- met kracht slaan met een of meer (ijzeren/houten)

staven/stokken/knuppels/(cricket)bats op/tegen het hoofd en/of de armen

en/of lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of

- met kracht (terwijl die [naam slachtoffer 1] op de grond lag) schoppen/trappen

op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( daarbij) tonen van een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp aan die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( daarbij) dreigend (terwijl die [naam slachtoffer 1] gewond op de grond lag) de

woorden uitspreken: "We maken haar af", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking;

(art. 141 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij

op of omstreeks 16 januari 2016 te Rotterdam, op of aan de openbare weg,

Beukelaarsstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 2] , welk geweld

bestond uit het

- ( dreigend) op die [naam slachtoffer 2] aflopen/afrennen en/of

- ( vervolgens) zich opdringen aan die [naam slachtoffer 2] en/of

- ( daarbij) meermalen met kracht stompen en/of slaan op/tegen het

hoofd/gezicht en/of lichaam van die [naam slachtoffer 2] ;

(Art. 141 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij

op of omstreeks 16 januari 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met

anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon,

(te weten [naam slachtoffer 5] ), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

(een gebroken arm en/of een of meerdere hoofdwonden), heeft toegebracht, door

deze opzettelijk met kracht met een/of meer (ijzeren/houten)

staven/stokken/knuppels/(cricket)bats op/tegen het hoofd en/of de arm(en)

te slaan;

(Art. 302 jo 47 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 16 januari 2016 te Rotterdam, op of aan de openbare weg,

Beukelaarsstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 5] , welk geweld bestond uit

het

- met kracht slaan met een of meer (ijzeren/houten)

staven/stokken/knuppels/(cricket)bats op/tegen het hoofd en/of rug en/of een

knie en/of de armen en/of handen, althans het lichaam van die [naam slachtoffer 5] en/of

- met kracht schoppen/trappen op/tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 5] en/of

- ( daarbij) dreigend aan die [naam slachtoffer 5] toevoegen van de woorden -zakelijk

weergegeven- dat zij dood moest en/of dat zij niet meer hoeft te leven,

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

(art. 141 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij

op of omstreeks 16 januari 2016 te Rotterdam, op of aan de openbare weg,

Beukelaarsstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 4] , welk geweld bestond uit het

met kracht slaan met een of meer (ijzeren/houten)

staven/stokken/knuppels/(cricket)bats op/tegen het hoofd en/of het lichaam van

die [naam slachtoffer 4] ;

(Art. 141 Wetboek van Strafrecht)