Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:8083

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-10-2017
Datum publicatie
26-10-2017
Zaaknummer
10/711160-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan zware mishandeling in een justitiële jeugdinrichting. De verdachte -die aan het einde van zijn PIJ-maatregel liep- wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden en TBS met voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/711160-16

Datum uitspraak: 2 oktober 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI Rijnmond, De Schie, Professor Jonkersweg 7, 3041 JL Rotterdam.

Raadsvrouw mr. Y.H.G. van der Hut, advocaat te ’s-Gravenhage.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 16 februari 2017, 11 april 2017,

6 juli 2017 en 18 september 2017. Op laatstgenoemde datum is de zaak inhoudelijk behandeld.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte (hierna TBS) met voorwaarden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte samen met een ander zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht aan [naam slachtoffer] .

De raadsvrouw heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Zij heeft daartoe primair aangevoerd dat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat er geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet.

4.1.2.

Beoordeling

[naam slachtoffer] heeft in zijn aangifte, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij door de verdachte van achteren in een nekklem is vastgepakt en door de medeverdachte is geslagen. Daarna is de aangever door de verdachte naar de grond gebracht. Terwijl hij op de grond lag, begon de verdachte op hem in te slaan met gebalde vuisten en ellebogen, in het gezicht. Ook heeft de verdachte hem bij zijn haar vastgepakt en hem tweemaal met zijn gezicht op de grond geslagen.

Uit de aangifte volgt verder dat de aangever kort na de mishandeling zijn bewustzijn heeft verloren. Bij de aangever is letsel geconstateerd in het gezicht in de vorm van meerdere breuken. Daarnaast was het gehele gezicht dik en opgezwollen. De rechtbank merkt hierbij op dat zich in het dossier foto’s bevinden van het letsel van de aangever, waaruit valt af te leiden dat de aangever fors geweld is aangedaan.

De rechtbank leidt voorts uit het dossier en het verhandelde ter zitting het volgende af.

De verdachte heeft verklaard dat hij op de rug van de aangever is gesprongen, dat hij van zijn rug viel en dat hij daarna opnieuw op zijn rug is gesprongen om hem naar de grond te werken. Tevens heeft de verdachte verklaard dat hij de aangever vier of vijf keer in zijn gezicht heeft geslagen met een vuist. Voorts heeft de verdachte verklaard dat de medeverdachte de aangever ook op zijn gezicht heeft geslagen en hem heeft geschopt. Getuige [naam getuige 1] heeft gezien dat de verdachte de aangever bij zijn haren heeft vastgepakt, zijn hoofd heeft opgetild en vervolgens meermalen zijn hoofd met kracht tegen de grond heeft geslagen. Op dat moment spatte het bloed op de vloer en tegen de muur.

Getuige [naam getuige 2] heeft ook gezien dat de verdachte het hoofd van de aangever twee keer tegen de grond heeft geslagen. Daarbij was het gezicht van de aangever met de neuszijde naar beneden. Hij heeft toen twee harde dreunen gehoord.

Uit de FARR-verklaring van 16 december 2016 blijkt dat bij de aangever het volgende letsel is geconstateerd. Het rechter oog was gezwollen. De CT-scan van het hoofd toonde een breuk van de voorwand van de rechter kaakholte doorlopend tot in de oogkasbodem en het kanaal waardoor de oogzenuw loopt. Er was ook een gebroken neus. De geschatte genezingsduur bedroeg tenminste zes weken.

Zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank stelt voorop dat onder zwaar lichamelijk letsel op grond van artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht wordt begrepen: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden, afdrijving of dood van de vrucht van een vrouw alsmede storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken heeft geduurd. Ook buiten deze gevallen kan lichamelijk letsel als zwaar worden beschouwd indien dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid (Hoge Raad, 14 februari 2006, LJN AU8055).

Bij de beantwoording van de vraag of letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt, dient volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad gekeken te worden naar

de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel. De rechtbank overweegt als volgt.

De aard van het letsel maakt dat de rechtbank - anders dan door de verdediging is betoogd - het letsel als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht aanmerkt. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat sprake is van meerdere breuken in het gezicht, namelijk een breuk van de voorwand van de rechter kaakholte doorlopend tot in de oogkasbodem en het kanaal waardoor de oogzenuw loopt en een gebroken neus.

Uit de foto’s in het dossier blijkt dat het hele gezicht van de aangever dik en opgezwollen was. Daarbij komt dat de aangever na de mishandeling het bewustzijn heeft verloren, dat de termijn voor herstel door de arts op tenminste zes weken is geschat en dat de aangever is verwezen naar zowel de kaakchirurg als de KNO-arts.

(Voorwaardelijk) opzet

De rechtbank is van oordeel dat het feit dat de verdachte tot twee keer toe de confrontatie met de aangever heeft opgezocht door twee keer op zijn rug te springen, dat hij de aangever meerdere vuistslagen in het gezicht heeft gegeven en hem bij de haren heeft gepakt en hem tenminste twee keer met zijn hoofd tegen de grond heeft geslagen, verdachte tenminste bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aangever zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte samen met een ander op 20 november 2016 aan de aangever opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 20 november 2016 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard,

tezamen en in vereniging met een ander, aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, een gebroken neus en een gebroken oogkas, heeft toegebracht,

door opzettelijk die [naam slachtoffer] ten val te brengen en naar de grond te werken

en (terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag) (met kracht) op het hoofd en het

lichaam van die [naam slachtoffer] in te beuken en (daarbij) (meermalen) op / tegen

diens hoofd en/of gezicht en lichaam te stompen en/of te slaan en het

hoofd van die [naam slachtoffer] vast te pakken en (meermalen) (met kracht) tegen de

grond te slaan en (meermalen) tegen

het lichaam van die [naam slachtoffer] te schoppen

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

medeplegen van zware mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan zware mishandeling.

De verdachte verbleef samen met het slachtoffer en de medeverdachte in een justitiële jeugdinrichting. Toen zij onderweg waren naar de afdelingen waar zij verbleven, ontstond een woordenwisseling tussen de medeverdachte en het slachtoffer. Vervolgens heeft de medeverdachte als eerste een klap uitgedeeld aan het slachtoffer. Nadat de medeverdachte door de groepsleiding was weggetrokken, heeft de verdachte zich met de ruzie bemoeid.

De verdachte heeft vervolgens fors geweld gebruikt tegen het slachtoffer. Hij is op de rug van het slachtoffer gesprongen en heeft hem naar de grond gewerkt. Vervolgens heeft hij hem meerdere malen in zijn gezicht geslagen en hem bij zijn haren vastgepakt en met zijn hoofd meermalen met kracht tegen de grond geslagen. Het slachtoffer heeft als gevolg van dit handelen onder meer een gebroken oogkas en een gebroken neus opgelopen.

Door dit handelen heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer en hem ernstig letsel toegebracht. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijk geweld daarvan nog langdurig lichamelijke en psychische klachten kunnen ondervinden. Dit blijkt ook uit de verklaring van de raadsvrouw van het slachtoffer, die ter terechtzitting heeft verklaard dat het slachtoffer tot op heden psychisch onder de gebeurtenis lijdt. De verdachte heeft hiervoor geen oog gehad, hetgeen de rechtbank hem aanrekent.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 augustus 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een zeer ernstig geweldsmisdrijf (medeplegen moord).

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

De rechtbank heeft acht geslagen op de volgende rapportages.

Uit het rapport van psychiater Th.J.G. Bakkum d.d. 9 januari 2017 is gebleken dat verdachte heeft geweigerd onderzocht te worden. GZ-psycholoog A. Preesman heeft in de rapportage d.d. 5 april 2017 onder meer geconcludeerd dat er bij de verdachte sprake is van een gebrek aan emotionele diepgang, empathie en spijt.

Het rapport van psychiater A.M.M. van der Reijken d.d. 28 juni 2017 houdt kort gezegd en voor zover van belang het volgende in.

De verdachte lijdt aan alexithymie. Dit houdt in dat hij moeite heeft met het herkennen van emoties bij zichzelf en bij anderen. Hij heeft ook moeite met het beschrijven van deze emoties. Verder is er sprake van een gebrek aan verbeelding, waardoor hij weer moeite heeft met zich dingen voor te stellen en zich niet of in ieder geval moeilijk kan inleven in anderen.

Tevens lijdt hij aan een posttraumatische stressstoornis.

Hij is door de alexithymie onvoldoende in staat de oplopende spanning te voelen en daar adequaat mee om te gaan. Hij is door deze stoornis evenmin in staat te taxeren wat de gevolgen van zijn gedrag zijn voor anderen. Dit kan bij de verdachte leiden tot een agressieve aanval op spullen of mensen. Hij zal nog langere tijd behandeling nodig hebben om deze agressieve aanvallen te voorkomen.

De psychiater adviseert de rechtbank de verdachte het ten laste gelegde feit in enigszins verminderde mate toe te rekenen.

De psychiater adviseert de rechtbank aan de verdachte TBS met voorwaarden op te leggen. Hierbij kan dan als voorwaarde gesteld worden dat hij klinisch verder behandeld wordt, bij voorkeur in De Catamaran.

Het rapport van psycholoog M. van Heteren d.d. 28 juni 2017 houdt kort gezegd en voor zover van belang het volgende in.

Er is bij de verdachte sprake van een ziekelijke stoornis. Er is sprake van een Autisme Spectrum Stoornis (hierna ASS). Hij doet erg zijn best om zijn sociaal onvermogen voortkomend uit de ASS te compenseren/maskeren. In het huidig ten laste gelegde dacht hij te helpen maar hij werd overspoeld door een brij van afgeweerde negatieve affecten en angst voor controleverlies waardoor zijn actie volledig uit de hand liep. Tijdens zo’n overspoeling verlopen denken, voelen en doen niet meer geïntegreerd. Oorzaak en gevolg kunnen dan noch door de verdachte noch door zijn omgeving worden getraceerd. Er wordt geadviseerd de verdachte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen. Het risico op een geweldsdelict is matig.

De verdachte dient dringend behandeld te worden via een zorglijn geschikt voor patiënten met ASS. Een klinische behandeling is nodig, met een stevig juridisch kader zodat de behandeling is gegarandeerd en het recidive risico samenhangend met de stoornis kan worden teruggedrongen. Gezien de risicotaxatie, en het feit hoe de behandeling qua

beheersbaarheid jarenlang is gelopen, acht de psycholoog een klimaat als in De Catamaran met gedoseerde vrijheden en kennis van ASS in het kader van een TBS met voorwaarden het meest passend.

Reclassering Nederland heeft rapportages opgemaakt over de verdachte gedateerd 4 juli 2017 en 29 augustus 2017. De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van 4 juli 2017.

Het rapport ten behoeve van voorbereiding TBS met voorwaarden opgemaakt door de heer J. Lieuwma d.d. 29 augustus 2017, houdt het volgende in.

De verdachte is een thans 20-jarige jongen van Turkse komaf. Op 16-jarige leeftijd werd de verdachte veroordeeld tot onder meer de PIJ-maatregel wegens het medeplegen van moord, waardoor hij vanaf augustus 2012 tot heden gedetineerd heeft gezeten.

De verdachte deed het goed binnen de gestructureerde setting van de justitiële jeugdinrichting. Gaandeweg het traject kreeg hij meer vrijheden. Vanaf de start van het verlof, waarbij hij onbegeleid buiten de instelling verkeerde, nam de spanning toe. Hij moest wennen aan het leven buiten en alles wat daarbij kwam kijken. Voor het bezoeken van zijn school werd hij op weg daar naartoe geconfronteerd met het plaats delict uit 2012 waarbij bekend was geworden dat hij een posttraumatische stressstoornis heeft opgelopen als gevolg van het delict dat hij gepleegd had. De behandeling hiervoor heeft hij echter afgebroken.

De verdachte heeft de motivatie en het doorzettingsvermogen gehad om zijn opleiding ondanks zijn detentie af te ronden. Zijn wens is om aan een vervolgopleiding te beginnen. Hij geeft aan dat hij zich verder wil ontwikkelen om uiteindelijk weer deel uit te kunnen maken van de maatschappij. Hij staat open voor behandeling in een volwassenensetting, maar hij zou liever zijn traject binnen een jeugdsetting afronden.

Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Van belang wordt geacht dat de verdachte verder gaat met het leren herkennen en praten over de gevoelens van zichzelf en van anderen en dat hij een koppeling kan maken tussen zijn emoties, gedachten en gedrag. Wanneer hij onvoldoende in staat blijkt om zich in bovengenoemde te ontwikkelen en/of wanneer de spanning oploopt wordt de kans op recidive verhoogd ingeschat.

Geadviseerd wordt om de verdachte in aanmerking te laten komen voor TBS met voorwaarden.

Ter zitting hebben de deskundigen Van der Reijken en Van Heteren en Lieuwma van de reclassering de bovenstaande rapportages toegelicht en de adviezen gehandhaafd. De heer Lieuwma heeft aangegeven dat hij zijn voorkeur heeft uitgesproken voor een plaatsing bij de Forensisch Psychiatrische Kliniek (hierna FPK) de Woenselse Poort. Hij zet in op een FPK gezien het beveiligingsniveau en de Woenselse Poort kan dan de beveiliging naar beneden afbouwen en schakelen naar een forensisch psychiatrische afdeling (FPA) of De Catamaran (als onderdeel van de Woenselse Poort).

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van het feit een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee hij in enigszins verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal verdachte, gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en het feit dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een zeer ernstig geweldsmisdrijf, veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest.

Voorts onderschrijft de rechtbank de conclusies van de deskundigen dat oplegging van de TBS met voorwaarden noodzakelijk is.

Aan de eisen die de wet aan het opleggen van een TBS met voorwaarden stelt is voldaan.

Bij de verdachte bestond ten tijde van het plegen van het feit een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens; op het bewezenverklaarde feit is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist de maatregel.

Het strafbare feit ter zake waarvan de TBS met voorwaarden zal worden opgelegd betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Indien het tot een omzetting van de voorwaardelijke TBS met voorwaarden tot een TBS met dwangverpleging mocht komen, kan de totale duur van de TBS daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

De bij de TBS behorende en hierna te noemen voorwaarden, die passen binnen het in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht gegeven wettelijk kader, zijn omschreven in het reclasseringsadvies van 29 augustus 2017. De verdachte heeft zich ter terechtzitting bereid verklaard te voldoen aan deze voorwaarden.

Aan de verdachte zal gelet op het voorgaande TBS met voorwaarden worden opgelegd.

De rechtbank overweegt daarbij dat FPK de Woenselse Poort een passende plek voor de verdachte is, gelet op zijn problematiek. Indien mogelijk kan de verdachte in De Catamaran (onderdeel van de Woenselse Poort) worden (door)geplaatst.

Mede gelet op het feit dat de voorlopige hechtenis ter zitting reeds is opgeheven en thans getracht wordt om de verdachte te plaatsen in FPK de Woenselse Poort, zal de rechtbank, op grond van artikel 38, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht bevelen dat de TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het PIJ-regime van 2014 het meest gunstig is voor de verdachte en verklaart dit regime van toepassing, hetgeen betekent dat de PIJ-maatregel zal komen te vervallen door de oplegging van de TBS met voorwaarden, zodra dit vonnis onherroepelijk is.

8 Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 2.000,- aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij integraal dient te worden toegewezen.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de verzochte vrijspraak dan wel omdat een deugdelijke en concrete vaststelling of inschatting van de schade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vordering van de benadeelde partij te matigen omdat de hoogte van de vordering niet billijk is en omdat er sprake is van eigen schuld van de benadeelde.

8.3.

Beoordeling

Door het bewezen verklaarde strafbare feit is aan de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade toegebracht, immers de benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen. Dit brengt met zich dat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van immateriële schade. De rechtbank stelt die schade naar maatstaven van billijkheid vast op € 1.500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 20 november 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.500,- vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

  • -

    de ter beschikking gestelde stelt zich onder toezicht van de reclassering en houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen die door of namens de reclassering aan hem gegeven worden;

  • -

    de ter beschikking gestelde zorgt ervoor dat hij te allen tijde bereikbaar is voor de reclassering en zijn begeleiders;

  • -

    de ter beschikking gestelde moet zich melden bij de reclassering zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    de ter beschikking gestelde werkt mee aan een klinische behandeling in FPK de Woenselse Poort, GGZ Eindhoven of soortgelijke instelling;

  • -

    de ter beschikking gestelde houdt zich aan de aanwijzingen van en afspraken met FPK de Woenselse Poort, GGZ Eindhoven of soortgelijke instelling en stelt zich hierin coöperatief en begeleidbaar op; ook indien dit betekent dat de ter beschikking gestelde na afloop van de klinische behandeling in een (F-) RIBW zal worden geplaatst;

  • -

    de ter beschikking gestelde laat zich na afloop van de klinische behandeling behandelen door een ambulante Forensisch Psychiatrische Polikliniek en houdt zich aan de aanwijzingen en afspraken van zijn behandelaar, voor zolang zijn behandelaar dat nodig acht, ook als dat medicatie-inname dan wel toediening daarvan betreft;

  • -

    de ter beschikking gestelde werkt mee aan (ambulant) Forensisch Psychiatrisch Toezicht bij een nader te bepalen instelling; ook indien dit betekent een time-out opname in een FPC van maximaal veertien weken per kalenderjaar; hiervoor zal een driepartijen-overeenkomst worden opgesteld tussen betrokkene, reclassering en de nader te bepalen instelling;

  • -

    de ter beschikking gestelde onthoudt zich van alcohol- en middelengebruik en laat zich hierop controleren via urinecontroles en blaastests door een forensisch psychiatrische polikliniek of de reclassering;

  • -

    de ter beschikking gestelde stelt zich naar behandelaars en begeleiders coöperatief en begeleidbaar op en geeft openheid van zaken ten aanzien van alle leefgebieden, ook indien dit betekent het inzichtelijk maken van zijn financiën en relaties;

  • -

    de ter beschikking gestelde zet zich in voor het volgen van onderwijs voor meerdere dagen per week en voor een adequate dagbesteding in de vorm van (vrijwilligers)werk;

  • -

    de ter beschikking gestelde verschaft de reclassering zicht op de voortgang van zijn resocialisatie en begeleiding en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk;

  • -

    de ter beschikking gestelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de ter beschikking gestelde zal medewerking verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie, zoals bedoeld in het kader van het landelijk opgestelde opsporingsbeleid ten aanzien van TBS-gestelden;

  • -

    de ter beschikking gestelde zal niet van adres wijzigen c.q. verhuizen zonder overleg met en toestemming van de reclassering;

  • -

    de ter beschikking gestelde onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten en zal zich niet in situaties begeven die voor hem risicovol zijn;

  • -

    de ter beschikking gestelde zal zich niet buiten de Europese landsgrenzen van Nederland begeven.

geeft aan Reclassering Nederland opdracht de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt de dadelijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling met voorwaarden;

wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde] toe tot een bedrag van

€ 1.500,- (vijftienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

bepaalt dat dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 1.500,- (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 1.500,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, voorzitter,

en mr. M.J.M. Marseille en mr. S. Woudman-Bijl, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.E.M. Broeders, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 oktober 2017.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 20 november 2016 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, (onder andere) een

gebroken neus en/of een gebroken oogkas), heeft toegebracht,

door opzettelijk die [naam slachtoffer] ten val te brengen en/of naar de grond te werken

en/of (terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag) (met kracht) op het hoofd en/of het

lichaam van die [naam slachtoffer] in te beuken en/of (daarbij) (meermalen) op / tegen

diens hoofd en/of gezicht en/of lichaam te stompen en/of te slaan en/of het

hoofd van die [naam slachtoffer] vast te pakken en/of (meermalen) (met kracht) tegen de

grond te slaan en/of (meermalen) tegen / op het gezicht en/of hoofd en/of

lichaam van die [naam slachtoffer] te schoppen en/of trappen;