Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7995

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-09-2017
Datum publicatie
03-11-2017
Zaaknummer
5528041
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verplichtingen werving- en selectiebureau. Niet controleren referenties en diploma's is een tekortkoming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 5528041 CV EXPL 16-47737

uitspraak: 1 september 2017

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LMH Engineering Recruitment Netherlands B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 10 november 2016,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. L. Westhoff,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

7 Solutions B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

gedaagde,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. D.W.J. van Sikkelerus.

Partijen worden hierna aangeduid als “LMH” respectievelijk “7 Solutions”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie, met productie;

  • -

    het tussenvonnis van 28 februari 2017, waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens van repliek in reconventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

LMH is een organisatie die zich bezig houdt met het werven en selecteren van personeel voor engineering functies.

2.2

Tussen LMH en 7 Solutions is een bemiddelingsovereenkomst tot stand gekomen. In de bemiddelingsovereenkomst staat voor zover van belang:

“Zoals afgesproken bij deze de opdrachtbevestiging inzake de werving en selectiediensten van LMH Engineering ter herbevestiging van onze acceptatie van de wervingsopdracht(en) van 7Solutions B.V. (..) en ter bevestiging van de aanvullende/afwijkende afspraken.

De diensten die LMH (…) aan Opdrachtgever levert zoals besproken en beschreven in de brochure van LMH Engineering, zijn onder meer:

- Intake & Advies

- Wervingsactiviteiten

(adverteren, eventueel extra exposure, interne en externe kanalen)

- Selectie & Interview

(longlist, mailing, shortlist)

- Introductie kandidaten

- Interviewproces klant en kandidaat

(prep & debrief richting klanten, en richting kandidaat)

- Begeleiding van de aanstelling

- Evaluatie

(…)

Het honorarium is een percentage van het bruto jaarsalaris met inachtneming van de minimum fee, zoals omschreven in artikel 4: (standaard)

Bruto jaarsalaris Honorarium

Tot en met € 60.000 25%

(…)

In geval van uitdiensttreding kandidaat in de eerste 13 weken na indiensttreding bieden wij een lineaire coulanceregeling per week, zoals aangegeven in artikel 8 van onze algemene leveringsvoorwaarden (afwijkend)(….) ”

2.3

In de toepasselijke algemene voorwaarden staat – voor zover van belang – vermeld:

“6.1 Opdrachtnemer is nimmer aansprakelijk voor schade die is of wordt veroorzaakt door een Kandidaat. Opdrachtgever dient zelf te controleren of de Kandidaat over eventueel benodigde (werk)vergunningen, VAR-verklaringen en/of overige gevraagde documenten beschikt. Opdrachtnemer is nimmer partij inde overeenkomst tussen Opdrachtgever en een Kandidaat.”

2.4

Op 20 oktober 2015 heeft LMH een e-mail aan 7 Solutions gestuurd waarin zij een kandidaat voorstelt. Hierin staat – voor zover van belang – vermeld:

“Momenteel sta ik in contact met een uitstekende Accountmanager/ Sales Engineer met meer dan 10 jaar werkervaring op het gebied van luchttechniek, geluidswering, gietproducten en pneumatiek. Hij is een loyale, betrouwbare en oplossingsgerichte man die bovendien erg behulpzaam is. Ik stel hem graag vrijblijvend aan jullie voor.

Profielschets [kandidaat]:

- HBO Werktuigbouwkunde

- Heeft gewerkt bij Acoustair, Nassmagnet, Honeywell en Cirex B.V. als Accountmanager/Sales Engineer

- Heeft uitstekende resultaten behaald waaronder 4 jaar op rij een salestarget van

€ 1.500.000 bij Nassmagnet.

- [kandidaat] heeft veel internationale ervaring opgedaan in Thailand, Turkije en Duitsland.

- [kandidaat] spreekt 5 talen vloeiend: Nederlands, Engels, Duits, Turks en Indonesisch.”

3 Het geschil in conventie

3.1

LMH heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, 7 Solutions te veroordelen aan haar te betalen € 2.446,29 inclusief btw aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, en € 366,94 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, en tenslotte de proceskosten.

Aan die vordering heeft LMH – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag gelegd dat 7 Solutions, ondanks sommatie daartoe, in gebreke blijft met betaling van het op grond van de onder 2.2 genoemde overeenkomst verschuldigde bedrag. Het verschuldigde bedrag is reeds naar beneden bijgesteld van € 15.900,90 naar € 2.446,29, omdat de persoon die door LMH bemiddeld is binnen twee weken weer uit dienst is getreden.

3.2 7

Solutions heeft zich tegen de vordering verweerd en heeft daartoe (verkort weergegeven) het volgende aangevoerd. LMH is tekortgeschoten in de nakoming van de bemiddelingsovereenkomst. Het is de taak van een werving- en selectiebureau te beoordelen of kandidaten voldoen aan de gestelde eisen. Onderdeel daarvan is het controleren of de kandidaten beschikken over de genoemde diploma's en het nabellen van referenties. Omdat LMH dat heeft nagelaten heeft 7 Solutions de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

3.3

Hetgeen partijen verder hebben aangevoerd komt – voor zover van belang – onder de beoordeling aan de orde.

4 Het geschil in reconventie

4.1 7

Solutions heeft – verkort weergegeven – gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

Primair

I te verklaren voor recht dat de bemiddelingsovereenkomst tussen partijen is ontbonden;

Subsidiair

II de bemiddelingsovereenkomst tussen partijen te ontbinden;

Primair en subsidiair

III LMH te veroordelen tot betaling van € 7.928,66 aan schadevergoeding;

IV LMH te veroordelen tot betaling van € 771,43 aan buitengerechtelijke kosten;

V LMH te veroordelen in de kosten va de procedure.

Aan die vordering heeft 7 Solutions - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat zij de overeenkomst met LMH heeft ontbonden. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de kandidaat ongeschikt was. Hij bleek geen enkele kennis op het gebied van bouwkunde te hebben. Bij navraag kon geen diploma, scriptie, cijferlijst of enig ander stuk van de studie getoond worden. Bij het nabellen van de opgegeven referenties bleek de kandidaat daar niet in dienst te zijn geweest. Vervolgens is een tweede LinkedIn-profiel gevonden, waaruit andere referenten met een negatieve ervaring met de kandidaat naar voren kwamen. Als gevolg van de ontbinding van de overeenkomst heeft 7 Solutions schade geleden ten bedrage van € 7.928,66. 7 Solutions vordert in reconventie (kort gezegd) ontbinding van de overeenkomst en betaling van voornoemd bedrag aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten.

4.2

LMH heeft zich tegen de vordering in reconventie verweerd en heeft daartoe (verkort weergegeven) het volgende aangevoerd. LMH betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en zij betwist dus ook dat de overeenkomst door 7 Solutions rechtsgeldig is ontbonden c.q. door de kantonrechter kan worden ontbonden. Het is niet aan LMH om diploma’s te controleren en referenten te benaderen. Verder heeft LMH gewezen op het exoneratiebeding (zoals geciteerd onder 2.3 van dit vonnis).

4.3

Hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht komt - voor zover van belang - onder de beoordeling aan de orde.

5 De beoordeling

In conventie en in reconventie

5.1

De kern van het geschil - zowel in conventie als in reconventie - komt neer op de vraag of LMH is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.

5.2

De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend. Zij overweegt daartoe als volgt.

LMH presenteert zich (ook in deze procedure) als werving- en selectiebureau. Dat betekent dat zij ook dient te selecteren. Van een werving- en selectiebureau kan niet worden verwacht dat zij 100% accuraat selecteert op basis van subjectieve criteria . In ieder geval mag van een werving- en selectiebureau verwacht worden dat zij de opgegeven objectieve criteria (zoals behaalde diploma's, opgegeven werkervaring en opgegeven referenties) toetst. LMH stelt dat zij niet een zodanige verplichting is aangegaan, maar de kantonrechter is van oordeel dat dit juist als kerntaak moet worden gekwalificeerd van de (arbeids)bemiddelingsovereenkomst zoals tussen partijen gesloten. Een en ander volgt juist ook uit de stellingen van LMH ter comparitie. Aldaar heeft LMH verklaard dat “de meeste CV’s mooier worden gemaakt.” Juist daaruit volgt dat bedrijven als 7 Solutions – die niet over een eigen HR-afdeling beschikken – de expertise van een ander nodig hebben om goed te kunnen werven en selecteren. Daaraan kan niet afdoen dat partijen (in artikel 6.1 van de algemene voorwaarden) zijn overeengekomen dat 7 Solutions zelf dient te controleren “of de kandidaat over eventuele (werk)vergunningen, VAR-verklaringen en/of overige geraagde documenten beschikt”. Die bepaling ziet op 'bijzaken', terwijl diploma's, werkervaring en referenties de kern van het werk van een werving- en selectiebureau raken.

5.3 7

Solutions heeft gesteld dat de kandidaat ongeschikt was voor de functie. LMH heeft weliswaar betwist dat de kandidaat niet over het juiste diploma beschikte, maar heeft geen afschrift van het diploma in het geding gebracht. Zij heeft ook niet gesteld daarover te beschikken (hetgeen, zoals onder 5.2 overwogen, wel van haar verwacht mag worden). Partijen hebben nog discussie gevoerd over de vraag of door 7 Solutions wel uitdrukkelijk is verzocht om een kandidaat met HBO-diploma, maar het antwoord op die vraag kan in het midden blijven. LMH heeft immers in haar e-mail van 20 oktober 2015 uitdrukkelijk “HBO Werktuigbouwkunde” vermeld. Alleen al op basis daarvan mocht 7 Solutions erop vertrouwen dat de kandidaat over een dergelijk diploma beschikte.

LMH is verder ook niet ingegaan op de stellingen van 7 Solutions ten aanzien van de referenties en het tweede LinkedIn-profiel van de kandidaat. Daarmee heeft zij de stellingen van 7 Solutions op dit punt - die uitvoerig en gedetailleerd zijn - onvoldoende weersproken. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen betekent dit dat LMH is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Omdat die tekortkoming de kern van de overeenkomst raakt, kan niet worden gezegd (zoals LMH in haar conclusie van antwoord in reconventie lijkt te impliceren) dat sprake is van een tekortkoming die van te geringe betekenis is om ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen.

5.4

Ter comparitie is nog enige discussie geweest over de vraag of de overeenkomst reeds buitengerechtelijk ontbonden was. Nadat door de gemachtigde van LMH eerst is betwist dat die ontbinding heeft plaatsgevonden, heeft de gemachtigde van 7 Solutions gesteld dat een en ander in confraternele correspondentie is gebeurd. Vervolgens heeft een kantoorgenoot van de gemachtigde van LMH te kennen gegeven dat die correspondentie met haar gevoerd zou kunnen zijn. De kantonrechter is van oordeel dat LMH daarmee onvoldoende gemotiveerd betwist heeft dat 7 Solutions de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden.

5.5

Gelet op het voorgaande is de tussen partijen gesloten overeenkomst door 7 Solutions ontbonden, zodat de door LMH op die overeenkomst gegronde vordering in conventie moet worden afgewezen. De primaire vordering in reconventie is toewijsbaar.

In reconventie

5.6

Vervolgens is de vraag aan de orde of de vordering tot betaling van schadevergoeding zoals ingesteld door 7 Solutions toewijsbaar is.

5.7

In dat verband is het door LMH gevoerde meest verstrekkende verweer gebaseerd op de onder 2.3 geciteerde exoneratieclausule. 7 Solutions heeft daartegen aangevoerd dat het betreffende beding onredelijk bezwarend is, althans dat het beroep op dat beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. LMH heeft nog gesteld dat deze twee standpunten van 7 Solutions niet naast elkaar kunnen worden aangevoerd, maar de kantonrechter volgt LMH niet in dat standpunt. Het betreft immers twee verschillende toetsingskaders en ook verschillende toetsmomenten. Bij beoordeling van het onredelijk bezwarende karakter van een beding toetst de rechter het beding op zichzelf en hanteert daarbij het moment van het sluiten van de overeenkomst als toetsmoment. De beoordeling van een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid concentreert zich op het moment van inroepen van het beding en de omstandigheden die op dat moment spelen.

5.8

Het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid slaagt. De tekortkoming die tot de gestelde schade heeft geleid raakt - zoals eerder overwogen - de kern van de verplichtingen van LMH als werving- en selectiebureau. Onder die omstandigheden is een beroep op een clausule die de aansprakelijkheid van LMH tot nihil terugbrengt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

5.9

Op grond van artikel 6:277 BW is de partij wier tekortkoming een grond voor ontbinding heeft opgeleverd, verplicht haar wederpartij de schade te vergoeden die deze lijdt, doordat geen wederzijdse nakoming doch ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt. Dat betekent dat een vergelijking van vermogensposities dient plaats te vinden. De positie van 7 Solutions in de situatie waarin de overeenkomst is ontbonden, is door 7 Solutions deugdelijk onderbouwd. LMH heeft erop gewezen dat 7 Solutions – bij volledige en wederzijdse nakoming van de overeenkomst – een bedrag van ruim € 15.000,- had moeten betalen. Op zich is dit juist, maar dat betekent niet dat dit bedrag moet worden afgetrokken van de nu door 7 Solutions geleden schade. In dat geval had 7 Solutions immers ook een dienst ontvangen die de genoemde € 15.000,- waard is; de vermogenspositie bij volledige wederzijdse nakoming is daarmee dus weer in evenwicht, terwijl de vermogenspositie van 7 Solutions in de huidige situatie (waarin LMH is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en 7 Solutions de overeenkomst heeft ontbonden, terwijl zij wel kosten heeft gemaakt) negatief is. Omdat LMH de door 7 Solutions genoemde schade niet gemotiveerd heeft betwist, zal de kantonrechter in het onderstaande uitgaan van het volledige door 7 Solutions genoemde bedrag als geleden schade.

5.10

Het beroep van LMH op eigen schuld faalt. Zoals eerder overwogen mag een opdrachtgever bij een (arbeids)bemiddelingsovereenkomst verwachten dat het werving- en selectiebureau controleert of een kandidaat aan de objectieve criteria voldoet. Dat 7 Solutions dat zelf niet (nog een keer) heeft gedaan, betekent niet dat zij medeschuld heeft aan het ontstaan van de schade.

5.11

De conclusie is dat de door 7 Solutions gevorderde schadevergoeding van € 7.928,66 toewijsbaar is. Tegen de gevorderde rente is geen verweer gevoerd, zodat ook die toewijsbaar is.

5.12

Onvoldoende is gebleken dat de werkzaamheden die door (de gemachtigde van) 7 Solutions zijn verricht, meer hebben omvat dan het versturen van een enkele (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De daarop betrekking hebbende kosten moeten, nu een procedure is gevolgd, worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de in artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden afgewezen.

In conventie en in reconventie

5.13

LMH wordt als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering af;

in reconventie

verklaart voor recht dat de arbeidsbemiddelingsovereenkomst tussen partijen is ontbonden;

veroordeelt LMH om aan 7 Solutions tegen kwijting te betalen € 7.928,66 exclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

in conventie en in reconventie

veroordeelt LMH in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van 7 Solutions vastgesteld op € 525,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

527