Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7798

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
24-10-2017
Zaaknummer
6140381 MB VERZ 17-2852
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

meerdere gedragingen of voortgezette handeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummers: cjib-nummers: registratienummers:

6140381 MB VERZ 17-2852 204834135 JJ5788

6162876 MB VERZ 17-2981 204833140 JJ5789

uitspraak: 27 september 2017

beslissing van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, ex artikel 13 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaken van:

betrokkene: [betrokkene]

adres: [straat en huisnummer]

postcode en woonplaats: [postcode en plaatsnaam]

gemachtigde: M.S. Hoorntje

adres: Ridderstraat 60

postcode en woonplaats : 4902 AC Oosterhout

1 Het verloop van de procedure

Aan betrokkene zijn bij initiële beschikkingen van 11 februari 2017 twee sancties opgelegd van:

  • -

    € 49,00, vermeerderd met € 9,00 administratiekosten, ter zake van “Overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom met 8 km/h (verkeersbord A1)”, begaan op maandag 30 januari 2017 om 11:29 uur te Rotterdam aan de Groene Kruisweg (N492) (feitcode VG008);

  • -

    € 31,00, vermeerderd met € 9,00 administratiekosten, ter zake van “Overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom met 5 km/h (verkeersbord A1)”, begaan op maandag 30 januari 2017 om 11:28 uur te Rotterdam aan de Groene Kruisweg (N492) (feitcode VG005).

Tegen deze beschikkingen is betrokkene op 16 februari 2017 bij de officier van justitie in beroep gekomen.

De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 24 maart 2017 aan betrokkene verzonden.

Tegen deze beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene op 24 maart 2017 beroep aangetekend.

De zaak is behandeld op de openbare zitting van 13 september 2017, waar namens de officier van justitie de CVOM-vertegenwoordiger is verschenen. Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2 De beoordeling

2.1.

De termijnen en formaliteiten voor de procedure bij de kantonrechter zijn in acht genomen.

2.2.

Betrokkene heeft aangevoerd dat de officier van justitie zijn beslissing op het administratief beroep onvoldoende heeft gemotiveerd. De officier van justitie heeft in zijn beslissing kort gezegd overwogen dat sprake is van meerdere afzonderlijke pleeglocaties en/of verschillende keuzemomenten. Daarmee is door de officier van justitie gereageerd op de kern van het verweer. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de officier van justitie in dit geval voldoende inzichtelijk gemaakt waarom de door betrokkene aangevoerde beroepsgronden niet kunnen slagen. De officier van justitie is niet verplicht om puntsgewijs op alle door betrokkene aangevoerde gronden in te gaan. Het verweer dat de beslissing van de officier van justitie onvoldoende is gemotiveerd kan daarom niet slagen.

2.3.

Betrokkene heeft aangevoerd dat sprake is van een voortgezette handeling, waarvoor niet tweemaal een sanctie kan worden opgelegd. De gedraging is geconstateerd door vier flitspalen die kort na elkaar bij verkeerslichten zijn geplaatst en derhalve primair zijn bedoeld om vast te kunnen stellen of een bestuurder door rood licht rijdt. Volgens betrokkene is het niet de bedoeling dat een bestuurder op één weg binnen twee minuten meermaals wordt beboet voor dezelfde gedraging/voortgezette handeling.

2.4.

Aan betrokkene zijn twee beschikkingen opgelegd voor snelheidsovertredingen die zijn begaan op dezelfde weg binnen een tijdsbestek van slechts twee minuten. Bij de beoordeling of sprake is van meerdere gedragingen of van een voortgezette handeling stelt de kantonrechter voorop dat een verkeersdeelnemer voortdurend te maken krijgt met nieuwe verkeerssituaties, waarin hij alert dient zijn en waarin hij voortdurend beslissingen neemt en moet nemen. Het ongewijzigd vervolgen van zijn weg kan in dit verband ook als een beslissing van een verkeersdeelnemer worden aangemerkt. Aldus zal niet snel sprake zijn van meerdere gedragingen die voortkomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit.

2.5.

Dat is in het onderhavige geval niet anders. Dat de snelheidsovertredingen zeer kort na elkaar zijn begaan, neemt niet weg dat sprake is van twee afzonderlijke gedragingen. Dit geldt temeer nu in dit geval de beide snelheidsovertredingen zijn begaan op kruisingen. Het met een te hoge snelheid oversteken van een kruising levert een gevaarzettende situatie op. Deze gevaarzetting doet zich bij elke kruising opnieuw voor en betrokkene had ervoor kunnen kiezen om na het oversteken van de eerste kruising zijn snelheid te minderen.

2.6.

Ook stelt betrokkene dat het opleggen van meerdere sancties voor gedragingen die geconstateerd zijn met flitspalen, in strijd is met gelijkheidsbeginsel. Hiertoe voert betrokkene aan dat er bij een trajectcontrole slechts een sanctie wordt opgelegd. Op de website van het OM staat het volgende:

Verkeersdeelnemers kunnen bij een trajectcontrole met meerdere secties, nooit meer dan één bekeuring krijgen. De bekeuring is alleen voor de hoogste overtreding.”

2.7.

Het beroep op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen. Dat er slechts een sanctie wordt opgelegd bij een trajectcontrole is inherent aan het type controle. De website van het OM vermeld daarover het volgende:

“Bij een trajectcontrole hangen camera's op verschillende punten langs de weg. Ze maken opnames van ieder voertuig dat voorbij rijdt. De computer berekent de gemiddelde snelheid. […]

Een trajectcontrole is niet bedoeld als vervanging van de flitspalen. Het is een aanvulling op de bestaande controles (flitspalen, laserguns, mobiele radarapparatuur, videosurveillance etc.).”

2.8.

Dat er bij een trajectcontrole wordt gekeken naar de gemiddelde snelheid over een bepaald traject, maakt een vorm van controle waarbij wordt gekeken naar de snelheid op dat moment niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Er is eenvoudigweg sprake is van twee verschillende wijzen waarmee wordt gecontroleerd op snelheidsovertredingen.

2.9.

De sancties zijn in beginsel terecht opgelegd. Het is de kantonrechter echter ambtshalve bekend dat betrokkene reeds twee sancties opgelegd heeft gekregen voor overschrijding van de maximumsnelheid rond hetzelfde tijdstip op dezelfde weg (cjib-nummers 204834626 en 204827535). Zijn beroep hiertegen is bij beslissing van 8 september 2017 ongegrond verklaard. Gelet hierop zal de kantonrechter de sancties opgelegd bij beschikking met cjib-nummers 204834135 en 204833140 matigen tot nihil.

2.10.

Het beroep is dan ook in beide zaken gegrond.

2.11.

Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

3 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart het beroep in beide zaken gegrond;

wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de daarbij opgelegde sancties worden gematigd tot nihil;

bepaalt dat aan betrokkene een bedrag van € 98,00 wordt gerestitueerd;

wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare zitting.

26975

Wanneer de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer bedraagt dan € 70,00 of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard op grond van het niet tijdig stellen van zekerheid, staat ingevolge artikel 14 Wahv tegen deze uitspraak hoger beroep open binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift dient ingezonden te worden bij de kantonrechter (Postbus 50955, 3007 BS Rotterdam). Het is niet mogelijk om hoger beroep in te stellen per e-mail.

Datum toezending: