Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7604

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-09-2017
Datum publicatie
09-10-2017
Zaaknummer
C/10/533833 / KG ZA 17-953
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering strekkende tot hervatting van werkzaamheden als kaakchirurg afgewezen. In het licht van de omstandigheden van het geval, acht de voorzieningenrechter schorsing op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid gerechtvaardigd. De voorzieningenrechter ziet ook na afweging van de wederzijdse belangen van partijen geen aanleiding tot het treffen van de gevorderde voorlopige voorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/533833 / KG ZA 17-953

Vonnis in kort geding van 14 september 2017

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FACEMED B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. [eiseres],

wonende te [woonplaats 1] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. R.C. de Mol te 's-Gravenhage,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MKA-CHIRURGEN NOORDRAND ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. [gedaagde],

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. S.A. van der Velden te Utrecht.

Eisers in conventie, verweerders in reconventie, zullen hierna afzonderlijk Facemed en [eiseres] worden genoemd en gezamenlijk [eiseres] c.s. Gedaagden in conventie, eisers in reconventie, zullen hierna afzonderlijk MKA, [gedaagde] en [gedaagde 1] worden genoemd en gezamenlijk MKA c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 25 augustus 2017, met producties 1 tot en met 28;

  • -

    de akte overlegging producties tevens houdende vermeerdering van eis in conventie, met producties 29 en 30;

  • -

    de producties 1 tot en met 5 van MKA c.s.;

  • -

    de akte van eis in reconventie;

  • -

    de mondelinge behandeling op 31 augustus 2017;

  • -

    de pleitnota van [eiseres] c.s.;

  • -

    de pleitnota van MKA c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] , [gedaagde] en [gedaagde 1] zijn allen kaakchirurg van beroep. Zij houden via hun persoonlijke holdings ieder 33,3 procent van de aandelen van MKA en zijn ieder ook (via hun persoonlijke holdings) zelfstandig bevoegd bestuurder van MKA.

2.2.

Facemed is de persoonlijke holding van [eiseres] .

2.3.

De persoonlijke holdings en MKA hebben op 24 oktober 2016 een aandeelhoudersovereenkomst gesloten. De persoonlijke holdings, [eiseres] , [gedaagde] en [gedaagde 1] en MKA hebben op die datum (ook) een dienstverleningsovereenkomst gesloten.

2.4.

De dienstverleningsovereenkomst houdt onder meer het volgende in:

“Artikel 9. Declaraties en betaling

(…)

9.2.

De PHBV declareert de door haar via haar kaakchirurg verrichte Medisch Specialistische Diensten aan MKA, waarbij MKA zorgdraagt voor de administratieve verwerking. MKA draagt voorts zorg voor declaratie aan de ziekenhuizen.

9.3.

MKA betaalt tenminste een maal per maand voorschotten aan de PHBV’s, waarop na afloop van het kalenderjaar een afrekening zal plaatsvinden.”

2.5.

MKA is een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met onder andere de Sint Franciscus Vlietland Groep (thans: Franciscus Gasthuis & Vlietland). [eiseres] is op basis van de samenwerkingsovereenkomst gedurende vijfeneenhalve dag per week werkzaam in het Franciscus Gasthuis in Rotterdam, waar hij reeds werkte toen dat ziekenhuis nog zelfstandig was.

2.6.

[eiseres] heeft in maart/april 2017 met [gedaagde] gesproken over de wijze waarop hij destijds declareerde.

2.7.

Met ingang van april 2017 is MKA gestopt met het betalen van het maandelijkse voorschot aan Facemed.

2.8.

Op 13 augustus 2017 heeft Facemed maandelijkse voorschotten voor de maanden april, mei, juni en juli van MKA ontvangen. Het betreft viermaal een bedrag van € 15.000,00.

2.9.

Op 18 mei 2017 heeft een overleg plaatsgevonden tussen [eiseres] , [gedaagde] , [gedaagde 1] en dr. [persoon 1] (die als waarnemend kaakchirurg aan MKA is verbonden) waarbij is gesproken over de wijze van declareren van [eiseres] .

2.10.

Eind juni 2017 hebben [gedaagde] en [gedaagde 1] de Raad van Bestuur van het Franciscus Gasthuis & Vlietland (hierna: de Raad van Bestuur) in kennis gesteld van de wijze van declareren van [eiseres] .

2.11.

Bij brief van 31 juli 2017 heeft de Raad van Bestuur [eiseres] het volgende bericht:

“Op 5 juli jongstleden, heeft een gesprek plaatsgevonden tussen u, [persoon 2]

(stafvoorzitter) en [persoon 3] (secretaris Raad van Bestuur). Daarbij is met u gesproken over ons vermoeden van onjuist declareren door u. U heeft daarbij erkend dat u zich bewust bent van het onjuist declareren. Bij een totale gebitsextractie hanteert u 2 sessies bij dezelfde patiënt, die vervolgens met het gebruik van 8 keer dezelfde code wordt gedeclareerd, terwijl dit dus op een juiste wijze met 4 keer de code 4041 zou moeten worden gedeclareerd. In het verslag is vastgelegd dat u patiënten onnodig hebt laten terugkomen.

In een aanvullende reactie per e-mail, van 18 juli jongstleden, bestrijdt u dit onderdeel van het verslag. U geeft aan dat u nooit patiënten “onnodig” hebt laten terug komen. Indien kiezen in meerdere zittingen werden verwijderd, is er per zitting een 4041 gedeclareerd voor het betreffende kwadrant. U geeft aan de volgorde van extracties “een enkele maal” administratief te hebben veranderd. Oftewel: “In de praktijk kwam het er dan op neer dat een wel degelijk getrokken kies en een geleverde inspanning op een andere datum is afgerekend om hem declarabel te maken.”

Wij concluderen dat u opzettelijk, teneinde de declaratie te beïnvloeden, volgens uw eigen verklaring in ieder geval “een enkele maal”, door u uitgevoerde medische handelingen niet juist hebt geadministreerd en geregistreerd. Dit is niet acceptabel. Wij wijzen er op dat u hiermee zowel wet- en regelgeving hebt overtreden, als de Samenwerkingsovereenkomst tussen MKA-Chirurgen Noordrand Rotterdam B.V. (hierna ‘MKA’) en het Ziekenhuis hebt geschonden.

Naar aanleiding van onze bevindingen nemen wij de volgende maatregelen:

1. Wij zullen bij patiënten en verzekeraars het ten onrechte gefactureerde bedrag crediteren.

2. Om dit te kunnen uitvoeren, verzoeken wij u om ons binnen één week na dagtekening een overzicht te verstrekken van de patiënten bij wie onjuiste administratie heeft plaatsgevonden, voorzien van een omschrijving van de daadwerkelijk uitgevoerde handelingen.

3. De administratieve kosten van deze correcties worden door ons bij u in rekening gebracht.

4. Wij zullen zelf aanvullend onderzoek uitvoeren naar uw declaraties en uw administratie 2016/2017. Wij gaan er van uit dat u uw medewerking verleent aan dit onderzoek.

5. Wij vragen MKA om ons binnen twee weken na dagtekening aan te geven welke maatregelen zij neemt, op basis waarvan wordt gewaarborgd dat de administratie en de daarop gebaseerde declaraties bij het ziekenhuis voldoen aan wet- en regelgeving.

6. Wij wijzen u er op dat een volgende soortgelijke overtreding van onderlinge afspraken, wet- en regelgeving voor ons aanleiding zal zijn tot het beëindigen van de samenwerking met u. Ook wanneer uit aanvullend onderzoek blijkt dat u zich, in andere opzichten dan ons nu bekend is, niet aan afspraken heeft gehouden, zullen wij overgaan tot aanvullende maatregelen. Deze brief dient te worden beschouwd als een formele waarschuwing aan u.

7. Wij zullen uw collega’s van MKA, bij voorkeur in uw aanwezigheid, op hoofdlijnen informeren over bovenstaande maatregelen, waarbij wij – zoals weergegeven onder 5 – MKA onverkort verantwoordelijk houden voor de borging van een zorgvuldige administratie.”

2.12.

[eiseres] heeft de brief op 3 augustus 2017 per e-mail doorgestuurd naar [gedaagde] en [gedaagde 1] .

2.13.

Bij e-mail van 3 augustus 2017 hebben [gedaagde] en [gedaagde 1] [eiseres] het volgende bericht:

“Gezien de ontwikkelingen leidende tot een waarschuwing door de RvB achten wij het niet langer gewenst of sterker nog : niet langer mogelijk dat MKA gebruik kan maken van uw diensten als kaakchirurg.

Compliance is in deze casus van fraude een belangrijk onderwerp, gezien uw bereidheid om ons belang als aandeelhouder maar bovenal het belang van onze patiënten ondergeschikt te maken aan uw eigen financiële gewin. Wetende dat wij gedrieën een zeer ruim bovengemiddeld inkomen genieten maakt dat wij bij uw handelen hele grote vraagtekens plaatsen.

Wij achten het verwerpelijk om onze goede naam te schaden met deze situatie die door u is veroorzaakt zoals u ook heeft toegegeven aan de RvB van het Franciscus ziekenhuis.

Aandeelhoudersovereenkomst Artikel 5 lid 1 , 3 ,4 alsmede artikel 9 lid 1, h is van toepassing.

Uw uitspraak op de polikliniek dat u “verlinkt bent door [gedaagde] en [gedaagde 1] ”,gevolgd door een waarschuwing van de RvB , achten wij onbetamelijk en schaamteloos en geeft geen enkel blijk van inzicht uwerzijds in de door u gecreëerde situatie.

Hierdoor bestaat immers een maximale kans op recidief uwerzijds.

De route volgens artikel 10 is duidelijk; kosten van mediation zijn te besparen immers, gezien de basale probleemstelling zal dit niet tot een oplossing leiden.

Hierna volgt een scheidsgerecht danwel een uitspraak van de kantonrechter in kort geding.

Allemaal zaken die een forse investering in juridische bijstand verlangen en een fraudezaak niet kunnen wegpoetsen.

Wij adviseren u dringend om in overleg met de aandeelhouders om op korte termijn tot een oplossing te komen.”

2.14.

Vervolgens is tussen [eiseres] enerzijds en [gedaagde] en [gedaagde 1] anderzijds discussie ontstaan over de vraag of [eiseres] al dan niet in staat moet worden gesteld zijn eigen diensten te draaien.

2.15.

Bij e-mail van 4 augustus 2017 heeft de Raad van Bestuur [eiseres] , [gedaagde] en [gedaagde 1] verzocht snel tot een werkbare oplossing te komen.

2.16.

Op 7 augustus 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen onder anderen [eiseres] , [gedaagde] , [gedaagde 1] en een lid van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur heeft per e-mail van 8 augustus 2017 bevestigd wat er is besproken. In deze e-mail staat onder andere:

“Ik heb vastgesteld dat partijen geen werkbare oplossing hebben gevonden en heb ik mij genoodzaakt gezien om ex. artikel 1.2 van de tussen het ziekenhuis en MKA gesloten samenwerkingsovereenkomst een voorziening te treffen om de continuïteit van zorg te kunnen garanderen. Bij wijze van (tijdelijke) voorziening heb ik als volgt bepaald:

[eiseres] heeft instructie gekregen om per 7 augustus jl. (voorlopig) geen patiëntenzorg uit te voeren;

Het is [eiseres] toegestaan om door te gaan met beantwoording van de door de Raad van Bestuur gestelde vraag betreffende de administratie en behoudt daarvoor de toegang tot het ziekenhuis;

Ik heb u allen, althans de (directie)leden van MKA, althans alle kaakchirurgen, opgedragen om komende dagen met elkaar tot een structurele oplossing te komen en heb ik u geadviseerd u goed juridisch te laten ondersteunen;

Ik heb u allen, althans MKA, opdracht gegeven te voorzien in de continuïteit van patiëntenzorg.


(…)

NB.1 Wellicht ten overvloede benadruk ik dat hetgeen ik gisteren heb bepaald sec is bedoeld om de binnen MKA ontstane impasse te doorbreken teneinde de patiëntenzorg niet in gevaar te brengen. De maatregelen dragen dan ook een tijdelijk karakter. Mocht ik niet op 14 augustus 2017 beschikken over een passende oplossing, behoud ik mij het recht voor nadere maatregelen te treffen zoals o.m. bedoeld in artikel 12 van onze samenwerkingsovereenkomst. Ik ga er echter van uit dat het zo ver niet behoeft te komen.”

2.17.

Op 14 augustus 2017 heeft wederom een gesprek plaatsgevonden tussen onder anderen [eiseres] , [gedaagde] , [gedaagde 1] en het hiervoor bedoelde lid van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur heeft per e-mail van 15 augustus 2017 bevestigd wat er is besproken. In deze e-mail staat onder andere:

“De bespreking van gisteravond had tot doel mij aan te geven of u in de afgelopen week tot een structurele oplossing bent gekomen. Ik heb helaas geconstateerd dat u niet tot een oplossing bent gekomen. Uit het verloop van het gesprek heb ik zelfs de indruk gekregen dat een oplossing nog verder weg is dan ik vorige week dacht. Ik wil niet onbesproken laten dat ik met zorg kennis heb genomen van de kennelijk slechte onderlinge verhoudingen binnen MKA. Enig lichtpunt is dat u bevestigd hebt om met elkaar in mediation te willen gaan. Helaas verschilt u van mening over wanneer dat zou kunnen starten en onder welke condities.

Ik heb u meermaals aangegeven dat oplossen van conflicten in de onderlinge samenwerking binnen MKA een interne aangelegenheid is, waarbij aan het ziekenhuis in beginsel geen rol toekomt. Het ziekenhuis twijfelt voorts niet aan het medisch-technisch handelen van [eiseres] als kaakchirurg, noch aan het medisch-technisch handelen van de overige kaakchirurgen van MKA. Bij die stand van zaken bestaat geen aanleiding om de tijdelijke voorziening d.d. 7 augustus jl. voor wat betreft het (niet) verrichten van patiëntenzorg door [eiseres] , hangende het vinden van een oplossing voor het interne conflict binnen MKA, voort te laten duren en heb ik deze dan ook ingetrokken. Van [eiseres] verwachten wij, de Raad van Bestuur en het Stafbestuur, uiterlijk deze week de uitwerking van de vragen die wij hem op 31 juli jl. hebben gesteld.

In aansluiting op eerdere correspondentie heb ik de eerdere zienswijzen van het ziekenhuis gehandhaafd en heb ik u, althans MKA, (voor zover nog nodig) nogmaals opgedragen zorg te dragen voor de continuïteit van zorg zoals wij in onze samenwerkingsovereenkomst zijn overeengekomen en (ii) het ziekenhuis, de patiënten en/of medewerkers niet (verder) te belasten met het interne conflict binnen MKA,

Ik verwacht van [gedaagde 1] , [gedaagde] en [eiseres] dat u – al dan niet met behulp van een mediator – met elkaar in gesprek gaat en blijft totdat de verhoudingen zijn hersteld en kan worden voldaan aan hetgeen de Raad van Bestuur van MKA verlangt. De uitkomsten daarvan verwacht de Raad van Bestuur op 30 augustus as. tijdens het reeds geplande gesprek van u te vernemen. Daarin zullen wij uw bevindingen en aanpak betreffende dossiervoering, administratie en onderlinge samenwerking bespreken. (…)”

2.18.

Mediation heeft niet geleid tot een oplossing van het conflict tussen [eiseres] enerzijds en [gedaagde] en [gedaagde 1] anderzijds.

2.19.

Op 18 augustus 2017 heeft [eiseres] de Raad van Bestuur alsook [gedaagde] en [gedaagde 1] per e-mail een overzicht toegezonden van de gevallen van onjuiste administratie. Het overzicht betreft zeventien patiënten.

2.20.

In reactie op de aan hen toegezonden conceptdagvaarding hebben [gedaagde] en [gedaagde 1] (de kantoorgenoot van) de advocaat van [eiseres] c.s. bij e-mail van 23 augustus 2017 onder meer bericht:

“Ten overvloede melden wij u dat het standpunt dat [eiseres] vooralsnog geen werkzaamheden als kaakchirurg voor MKA uitvoert, wordt gehandhaafd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aangedragen of bekend, die ons dit standpunt doen heroverwegen.

Hoewel [eiseres] zijn medewerking lijkt te verlenen door het aanleveren van een lijst met onjuiste declaraties, is er nog gegronde twijfel aan de juistheid en volledigheid van deze lijst.

Dit vergt nader onderzoek.”

2.21.

Vervolgens heeft de financieel adviseur van MKA (de persoonlijke holdings van) [eiseres] , [gedaagde] en [gedaagde 1] per e-mail van 23 augustus 2017 uitgenodigd voor een algemene vergadering van aandeelhouders van MKA op 31 augustus 2017. Op de agenda staan ontslag van bestuurder Facemed en bespreking en vaststelling van de jaarrekening over 2015.

2.22.

[gedaagde 1] heeft [eiseres] en [gedaagde] daarop bericht dat de datum van de vergadering is gewijzigd en dat deze zal plaatsvinden op 7 september 2017.

2.23.

Facemed heeft op 23 augustus 2017, nadat de voorzieningenrechter van deze rechtbank daartoe verlof had verleend, ten laste van MKA conservatoir beslag doen leggen onder Franciscus Gasthuis & Vlietland en ABN AMRO Bank N.V. ter verzekering van verhaal van haar vordering strekkende tot betaling van maandelijkse voorschotten ter hoogte van € 50.000,00.

2.24.

Binnen MKA is sinds enige tijd discussie over de mogelijke toetreding van dr. [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ) tot MKA.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiseres] c.s. vordert – samengevat – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. MKA c.s. te veroordelen te gehengen en gedogen dat [eiseres] zijn gebruikelijke werkzaamheden als kaakchirurg op de gebruikelijke tijdstippen uitvoert in de ziekenhuizen van Franciscus Gasthuis & Vlietland;

  2. [gedaagde] en [gedaagde 1] te veroordelen om binnen één dag na dit vonnis de Raad van Bestuur namens MKA schriftelijk te berichten dat [eiseres] zijn gebruikelijke werkzaamheden als kaakchirurg op de gebruikelijke tijdstippen zal uitvoeren in de ziekenhuizen van Franciscus Gasthuis & Vlietland;

  3. MKA c.s. te veroordelen te gehengen en gedogen dat Facemed zelfstandig bevoegd bestuurder is van MKA en als zodanig mag handelen, totdat in rechte anders wordt vastgesteld;

  4. MKA c.s. te veroordelen te gehengen en te gedogen dat voor de duur van drie maanden een vergaderverbod geldt aangaande het ontslag of de schorsing van Facemed en het vaststellen van de jaarrekeningen 2015 en 2016 van MKA, tenzij [eiseres] , [gedaagde] en [gedaagde 1] alsnog onderling overeenstemming bereiken over het feit dat binnen deze periode alsnog over deze onderwerpen besluiten kunnen worden genomen;

  5. MKA te veroordelen tot betaling aan Facemed van vijfmaal een bedrag van € 50.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf respectievelijk 16 april 2017, 16 mei 2017, 16 juni 2017, 16 juli 2017, en 16 augustus 2017, en te verminderen met viermaal € 15.000,00;

  6. MKA te veroordelen tot betaling aan Facemed van een bedrag van € 2.675,00 aan incassokosten en een bedrag van € 2.410,38 aan beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis;

  7. MKA c.s. te veroordelen tot het verstrekken van alle informatie die benodigd is voor de eindafrekening over 2015 en 2016, zijnde in ieder geval (maar niet uitsluitend):

a. De door [gedaagde] en [gedaagde 1] in 2015 en 2016 gerealiseerde omzetten;

b. De door het ziekenhuis betaalde bedragen over 2015 en 2016;

c. De door MKA reeds uitbetaalde voorschotten over 2015 en 2016;

d. De door MKA gemaakte overige kosten (zoals vergoeding voor waarnemers etc.) over 2015 en 2016;

8. MKA c.s. te veroordelen tot het verstrekken van een volledig mutatieoverzicht van de bankrekening van MKA sinds de datum van opening van die bankrekening tot en met heden;

9. [gedaagde] en [gedaagde 1] te veroordelen tot het verlenen van toegang tot de bankrekening van MKA door alle daarvoor benodigde formulieren van ABN AMRO Bank te ondertekenen;

10. MKA c.s. te veroordelen tot het verstrekken van een schriftelijk overzicht van alle afspraken die gemaakt zijn met [persoon 1] over mogelijke toetreding tot MKA en de financiële afspraken op basis waarvan hij op dit moment zijn werkzaamheden voor MKA verricht;

11. MKA te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat zij niet aan de veroordelingen als gevorderd onder 1, 3, 4, 7, 8 en 10 voldoet, met een maximum van € 1.000.000,00;

12. [gedaagde] en [gedaagde 1] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat zij niet aan de veroordelingen als gevorderd onder 1 tot en met 4 en 7 tot en met 10 voldoen, met een maximum van € 1.000.000,00;

13. MKA c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

MKA c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing, met veroordeling van [eiseres] c.s. in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

MKA c.s. vordert – samengevat – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair de door [eiseres] c.s. althans Facemed ten laste van MKA onder Franciscus Gasthuis & Vlietland en ABN AMRO Bank N.V. gelegde conservatoire derdenbeslagen op te heffen, te bepalen dat met dit vonnis ieder toekomstig beslag ten laste van MKA c.s. althans MKA kan worden opgeheven, en [eiseres] c.s. althans Facemed te verbieden opnieuw beslag te leggen ten laste van MKA c.s. althans MKA op straffe van verbeurte van een dwangsom. MKA c.s. vordert subsidiair [eiseres] c.s. althans Facemed te veroordelen voornoemde beslagen met onmiddellijke ingang op te heffen en [eiseres] c.s. althans Facemed te verbieden opnieuw beslag te leggen, steeds op straffe van verbeurte van een dwangsom. MKA c.s. vordert voorts [eiseres] c.s. te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

[eiseres] c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing, met veroordeling van MKA c.s. in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

Ten aanzien van het onder 1 gevorderde

5.1.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering. Het spoedeisend belang is door MKA c.s. ook niet betwist.

5.2.

[eiseres] c.s. legt aan de vordering strekkende tot – kort gezegd – hervatting van zijn werkzaamheden als kaakchirurg ten grondslag dat de dienstverleningsovereenkomst noch de aandeelhoudersovereenkomst voorziet in een regeling op basis waarvan de kaakchirurgen een andere kaakchirurg op non-actief kunnen zetten of anderszins het in hun macht hebben om te bepalen wie wanneer en waar werkt. Er is ook geen rechtens te respecteren belang van MKA dat zich verzet tegen hervatting door [eiseres] van zijn werkzaamheden. Als men de samenwerking wil beëindigen zullen partijen onderling tot overeenstemming moeten komen. Zo lang geen overeenstemming is bereikt, heeft [eiseres] er recht op en belang bij om zijn gebruikelijke diensten te kunnen verrichten, aldus [eiseres] c.s.

5.3.

MKA c.s. stelt zich op het standpunt dat onder de omstandigheden van dit geval in redelijkheid niet van haar gevergd kan worden dat er werkzaamheden onder de dienstverleningsovereenkomst door [eiseres] worden verricht. Het onderzoek van het ziekenhuis naar de door [eiseres] gepleegde fraude is in volle gang en MKA verricht ook zelf onderzoek. Het onderzoek van MKA heeft al vijf nieuwe gevallen van fraude aan het licht gebracht. Zodra duidelijk is wat de omvang is van de door [eiseres] gepleegde fraude, bestaat ook meer duidelijkheid over zijn positie, aldus MKA c.s.

5.4.

Vooropgesteld wordt dat de tussen partijen gesloten overeenkomsten niet voorzien in de mogelijkheid tot – al dan niet aan opzegging van de overeenkomst voorafgaande – schorsing van een kaakchirurg gedurende de periode waarin, zoals in het onderhavige geval, onderzoek wordt gedaan naar de werkwijze van die kaakchirurg. De vraag die ter beantwoording voorligt, is of schorsing van [eiseres] niettemin is gerechtvaardigd. Die vraag dient naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter bevestigend te worden beantwoord.

5.5.

Vaststaat dat [eiseres] fraude heeft gepleegd op de ter zitting door MKA c.s. toegelichte – door [eiseres] erkende – wijze. MKA c.s. stelt onderbouwd dat het aantal gevallen van onjuiste administratie groter is dan blijkt uit het door [eiseres] opgestelde en aan de Raad van Bestuur verstrekte overzicht. Voor nader onderzoek is – gelet op het beperkte karakter daarvan – in een kort gedingprocedure geen plaats. De voorzieningenrechter acht evenwel, gelet op de door MKA c.s. in het geding gebrachte uitdraai van de administratie, voorshands aannemelijk dat [eiseres] geen volledige opening van zaken heeft gegeven. Dat [eiseres] uit eigen beweging de precieze wijze waarop hij heeft gefraudeerd heeft gedeeld met het ziekenhuis en zijn collega-kaakchirurgen, is onvoldoende aannemelijk geworden.

Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de verhoudingen tussen partijen ernstig verstoord zijn. Van samenwerking binnen MKA is op dit moment geen sprake. De Raad van Bestuur verlangt dat blijkens haar e-mails van 8 en 15 augustus 2017 echter wel van de bestuurders/aandeelhouders van MKA, zulks met het oog op waarborging van de continuïteit van patiëntenzorg. Mediation heeft niet geleid tot een oplossing van het conflict tussen [eiseres] enerzijds en [gedaagde] en [gedaagde 1] anderzijds. Ook na mediation persisteert de meerderheid van de bestuurders/aandeelhouders van MKA bij het standpunt dat [eiseres] zijn werkzaamheden hangende het onderzoek naar zijn fraudepraktijken niet mag hervatten. Het onderzoek van het ziekenhuis naar de door [eiseres] gepleegde fraude loopt nog en ook MKA verricht momenteel onderzoek daarnaar.

5.6.

In het licht van de hiervoor genoemde omstandigheden, acht de voorzieningenrechter schorsing op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid gerechtvaardigd.

5.7.

De voorzieningenrechter ziet ook na afweging van de wederzijdse belangen van partijen geen aanleiding tot het treffen van de gevorderde voorlopige voorziening. Het belang van [eiseres] bij hervatting van zijn werkzaamheden is voornamelijk een financieel belang. [eiseres] heeft niet aangevoerd dat hij weer aan het werk moet om zijn vaardigheden als kaakchirurg te onderhouden. Nu hij maandelijks een voorschot van € 15.000,00 ontvangt en hij – blijkens zijn ter zitting gedane mededeling – derhalve gedurende de schorsing kan blijven voorzien in zijn levensonderhoud, wordt aan het belang van [eiseres] c.s. minder zwaar gewicht toegekend dan aan het belang van MKA c.s. bij handhaving van de schorsing van [eiseres] zo lang het onderzoek naar de fraudepraktijken van [eiseres] nog niet is afgerond.

5.8.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering moet worden afgewezen.

Ten aanzien van het onder 2 gevorderde

5.9.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering strekkende tot schriftelijke berichtgeving aan de Raad van Bestuur dat [eiseres] zijn gebruikelijke werkzaamheden als kaakchirurg op de gebruikelijke tijdstippen zal uitvoeren in de ziekenhuizen van Franciscus Gasthuis & Vlietland eveneens moet worden afgewezen.

Ten aanzien van het onder 3 gevorderde

5.10.

De vordering MKA c.s. te veroordelen te gehengen en gedogen dat Facemed zelfstandig bevoegd bestuurder is van MKA en als zodanig mag handelen totdat in rechte anders wordt vastgesteld, is niet onderbouwd. Gesteld noch gebleken is dat Facemed thans geen bestuurdersbevoegdheden kan uitoefenen. Nu niet aannemelijk is geworden dat [eiseres] c.s. (spoedeisend) belang heeft bij het gevorderde, is de vordering niet toewijsbaar.

Ten aanzien van het onder 4 gevorderde

5.11.

De vordering strekkende tot een vergaderverbod voor de duur van drie maanden, voor zover het de onderwerpen ‘ontslag of schorsing van Facemed’ en ‘vaststellen van de jaarrekeningen 2015 en 2016 van MKA’ betreft, tenzij [eiseres] , [gedaagde] en [gedaagde 1] alsnog onderling overeenstemming bereiken over het feit dat binnen deze periode over deze onderwerpen besluiten kunnen worden genomen, zal eveneens worden afgewezen. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding tot het treffen van de gevorderde voorziening. Op de uitkomst van een eventuele vergadering over die onderwerpen kan in deze kort gedingprocedure niet worden vooruitgelopen.

Ten aanzien van het onder 5 gevorderde

5.12.

Vooropgesteld wordt het volgende.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar – kort gezegd – het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

5.13.

[eiseres] c.s. legt aan de vordering strekkende tot betaling van maandelijkse voorschotten ter hoogte van € 50.000,00 ten grondslag dat hij recht heeft op het gebruikelijke maandelijkse voorschot, dat volgens hem (om en nabij) € 50.000,00 bedraagt. [eiseres] c.s. stelt dat het maandelijkse voorschot bij wijze van strafmaatregel is verlaagd tot een bedrag van € 15.000,00 en dat voor een strafmaatregel geen plaats is. Ten aanzien van het spoedeisend belang bij het gevorderde stelt [eiseres] c.s. dat de huidige financiële status van MKA onduidelijk is en dat daarom niet van hem kan worden gevergd dat hij een bodemprocedure afwacht.

5.14.

MKA c.s. betwist dat sprake is van een strafmaatregel. Zij stelt dat niet alleen het voorschot van [eiseres] is verlaagd naar € 15.000,00, maar ook dat van [gedaagde] en [gedaagde 1] . De verlaging wordt gerechtvaardigd door de potentiële (forse) schadeclaim van het ziekenhuis (en/of andere benadeelde partijen) dat als een zwaard van Damocles boven MKA hangt, aldus MKA c.s. Bovendien is in de dienstverleningsovereenkomst enkel opgenomen dát maandelijks een voorschot wordt betaald, niet dat het maandelijkse voorschot € 50.000,00 bedraagt. Conform de overeenkomst zal later worden afgerekend. Dan zal blijken of MKA per saldo nog dient te betalen aan Facemed en, zo ja, hoeveel. Aldus MKA c.s.

5.15.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

Ten aanzien van de motivering van het oordeel van de voorzieningenrechter dat een voorziening in de vorm van een veroordeling tot betaling van een geldsom geboden is uit hoofde van onverwijlde spoed geldt een verzwaring van de motiveringseisen (HR 19 februari 1993, NJ 1995, 704). Er dient sprake te zijn van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Van zulke feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter niet gebleken. In tegendeel: [eiseres] heeft desgevraagd door de voorzieningenrechter op de zitting te kennen gegeven dat een bedrag van € 15.000,00 per maand voldoende is om te kunnen voorzien in zijn levensonderhoud. De stelling dat de huidige financiële status van MKA (voor [eiseres] c.s.) onduidelijk is, is door MKA c.s. betwist. MKA c.s. stelt in dit verband dat [eiseres] c.s. via de secretaresse inzicht kan verkrijgen in – onder andere – mutatiegegevens van de bankrekening van MKA. Dat is door [eiseres] c.s. niet weersproken.

5.16.

Opgemerkt zij nog dat in geval van een erkende vordering aan het ontbreken van voldoende spoedeisend belang minder zwaar gewicht pleegt te worden toegekend, maar dat van een erkende vordering in dezen geen sprake is. Bovendien dient in dat geval sprake te zijn van enig spoedeisend belang, en zelfs dat is niet aannemelijk geworden.

5.17.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering moet worden afgewezen.

Ten aanzien van het onder 6 gevorderde

5.18.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering strekkende tot betaling aan Facemed van de buitengerechtelijke incassokosten eveneens moet worden afgewezen. De vordering strekkende tot betaling aan Facemed van de beslagkosten zal, gelet op de beoordeling van de vordering in reconventie hierna onder 6, ook worden afgewezen.

Ten aanzien van het onder 7 en 8 gevorderde

5.19.

[eiseres] c.s. legt aan de vordering strekkende tot verstrekking door MKA c.s. van alle informatie die benodigd is voor de eindafrekening over 2015 en 2016 ten grondslag dat hij als bestuurder van MKA, alsook op basis van de dienstverleningsovereenkomst, recht heeft op de voor de afrekening over de jaren 2015 en 2016 benodigde informatie. [eiseres] c.s. stelt ten aanzien van het spoedeisend belang bij het gevorderde dat van hem niet kan worden verwacht dat hij een bodemprocedure afwacht over de vraag of hij recht heeft op de benodigde informatie.

5.20.

[eiseres] c.s. legt aan de vordering strekkende tot verstrekking door MKA c.s. van

van een volledig mutatieoverzicht van de bankrekening van MKA sinds de datum van opening van die bankrekening tot en met heden ten grondslag dat hij als bestuurder inzage dient te krijgen in de financiën van MKA. [eiseres] c.s. stelt ten aanzien van het spoedeisend belang bij het gevorderde dat hij als bestuurder en aandeelhouder van MKA er recht op en belang bij heeft zo spoedig mogelijk te kunnen vaststellen of er iets aan te merken valt op de financiële handel en wandel binnen MKA.

5.21.

MKA c.s. betwist dat [eiseres] c.s. niet over de betreffende informatie kan beschikken en geen inzicht kan verkrijgen in de mutatiegegevens. Zij stelt dat [eiseres] c.s. de betreffende informatie kan opvragen bij de secretaresse en ook (via de secretaresse of rechtstreeks) inzicht kan verkrijgen in de mutatiegegevens. Dat is door [eiseres] c.s. niet weersproken.

5.22.

Niet aannemelijk is geworden dat [eiseres] c.s. belang heeft bij (toewijzing van) het gevorderde, laat staan een spoedeisend belang. De vorderingen zijn derhalve niet toewijsbaar.

Ten aanzien van het onder 9 gevorderde

5.23.

De vordering strekkende tot het verkrijgen van toegang tot de bankrekening van MKA zal eveneens worden afgewezen. [gedaagde] en [gedaagde 1] hebben op de zitting van 31 augustus 2017 te kennen gegeven er geen bezwaar tegen te hebben als [eiseres] een bankpas krijgt, waarmee hij toegang krijgt tot de bankrekening van MKA. Gelet daarop, heeft [eiseres] c.s. onvoldoende (spoedeisend) belang bij het gevorderde.

Ten aanzien van het onder 10 gevorderde

5.24.

[eiseres] c.s. legt aan de vordering strekkende tot verstrekking door MKA c.s. van

een schriftelijk overzicht van alle afspraken die gemaakt zijn met [persoon 1] over mogelijke toetreding tot MKA en de financiële afspraken op basis waarvan hij op dit moment zijn werkzaamheden voor MKA verricht ten grondslag dat hij als bestuurder en aandeelhouder van MKA er recht op en belang bij heeft om te weten welke precieze afspraken zijn gemaakt met [persoon 1] . [eiseres] c.s. stelt ten aanzien van het spoedeisend belang bij het gevorderde dat hij er recht op en belang bij heeft om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te krijgen over de huidige status van MKA en de huidige contractuele verplichtingen van MKA. Voor zover het afspraken tussen [gedaagde] en [gedaagde 1] enerzijds en [persoon 1] anderzijds zijn, geldt volgens [eiseres] c.s. dat hij als aandeelhouder, in verband met de blokkeringsregeling uit de statuten, recht op en belang bij helderheid heeft over afspraken omtrent het overdragen van aandelen in MKA.

5.25.

Dat Facemed, als medebestuurder van MKA, recht heeft op meer of andere informatie omtrent de beoogde toetreding van [persoon 1] dan de informatie waarover hij nu (na de zitting van 31 augustus 2017, waarop door MKA c.s. aanvullende informatie is verstrekt) beschikt en niet het uiteindelijke voorstel omtrent de overname van aandelen van [gedaagde] en [gedaagde 1] door [persoon 1] kan afwachten, acht de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd. De vordering zal derhalve worden afgewezen.

Ten aanzien van het onder 11 en 12 gevorderde

5.26.

Het voorgaande brengt mee dat de vorderingen strekkende tot betaling aan [eiseres] c.s. van een dwangsom indien niet aan de gevorderde veroordelingen wordt voldaan eveneens moeten worden afgewezen.

Ten aanzien van het onder 13 gevorderde

5.27.

Facemed c.s. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van MKA c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 1.192,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 2.008,00

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Vooropgesteld wordt het volgende.

Ingevolge het bepaalde in artikel 705 Rv kan de voorzieningenrechter die verlof tot het leggen van conservatoir beslag heeft gegeven, rechtdoende in kort geding, het beslag op vordering van elke belanghebbende opheffen. De opheffing wordt onder meer uitgesproken bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld. Volgens vaste rechtspraak ligt het in de eerste plaats op de weg van degene die de opheffing vordert om, met inachtneming van de beperkingen van de kortgedingprocedure, aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. De kortgedingrechter zal evenwel hebben te beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen (HR 14 juni 1996, NJ 1997, 481).

6.2.

MKA c.s. legt aan haar vordering strekkende tot opheffing van het conservatoir derdenbeslag ten grondslag dat de vordering die [eiseres] c.s. op haar pretendeert te hebben ondeugdelijk is, omdat in de dienstverleningsovereenkomst enkel opgenomen is dát maandelijks een voorschot wordt betaald (en niet dat het maandelijkse voorschot € 50.000,00 bedraagt), de verlaging van het maandelijkse voorschot wordt gerechtvaardigd door de potentiële (forse) schadeclaim van het ziekenhuis (en/of andere benadeelde partijen), en omdat pas later – na de eindafrekening en nadat de omvang van de potentiële schadeclaim vaststaat – zal blijken of MKA per saldo nog dient te betalen aan Facemed en, zo ja, hoeveel.

6.3.

Zoals hiervoor onder 5.12 tot en met 5.17 is overwogen, zal de vordering strekkende tot betaling van maandelijkse voorschotten ter hoogte van € 50.000,00 worden afgewezen. De voorzieningenrechter acht, gelet op hetgeen door MKA c.s. naar voren is gebracht, niet waarschijnlijk dat deze vordering in een eventuele bodemprocedure wel zal worden toegewezen. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is of het belang van [eiseres] c.s. bij handhaving van het beslag zwaarder dient te wegen dan het belang van MKA c.s. bij opheffing daarvan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord. Het gevolg van het beslag voor MKA c.s., daarin bestaande dat MKA hinder ondervindt van het op haar bankrekening rustende beslag, wordt niet gerechtvaardigd door het belang van [eiseres] c.s. bij handhaving van het beslag, mede in aanmerking genomen dat de vordering strekkende tot betaling van maandelijkse voorschotten ter hoogte van € 50.000,00 zal worden afgewezen en dat niet waarschijnlijk wordt geacht dat deze vordering in een eventuele bodemprocedure wel zal worden toegewezen.

6.4.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering strekkende tot opheffing van het conservatoir beslag moet worden toegewezen.

6.5.

De vordering strekkende tot opheffing van toekomstige – ten laste van MKA c.s. gelegde – beslagen en de vordering strekkende tot een verbod op hernieuwde beslaglegging ten laste van MKA c.s. zullen, rekening houdend met de mogelijkheid dat de omstandigheden kunnen wijzigen, worden afgewezen, evenwel met bepaling dat [eiseres] c.s. gehouden is tot het overleggen van dit vonnis bij ieder nieuw verzoek tot beslaglegging.

6.6.

Facemed c.s. zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van MKA c.s. worden begroot op:

- salaris advocaat € 408,00 (factor 0,5 × tarief € 816,00)

Totaal € 408,00

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

wijst de vorderingen af,

7.2.

veroordeelt [eiseres] c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van MKA c.s. tot op heden begroot op € 2.008,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum waarop dit vonnis is gewezen tot de dag van volledige betaling,

7.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.4.

heft op het op 23 augustus 2017 ten laste van MKA onder Franciscus Gasthuis & Vlietland en ABN AMRO Bank N.V. gelegde conservatoire derdenbeslag,

7.5.

bepaalt dat [eiseres] c.s. dit vonnis bij ieder nieuw verzoek tot beslaglegging ten laste van MKA c.s. dient over te leggen,

7.6.

veroordeelt [eiseres] c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van MKA c.s. tot op heden begroot op € 408,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum waarop dit vonnis is gewezen tot de dag van volledige betaling,

7.7.

veroordeelt [eiseres] c.s. hoofdelijk in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

7.8.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. van den Bergh en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2017.2885/2504