Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7470

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
C/10/528833 / HA ZA 17-584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Relatieve bevoegdheid. Algemene voorwaarden. Battle of forms. Artikel 6:225 lid 3 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/528833 / HA ZA 17-584

Vonnis in incident van 27 september 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOBAS BENELUX B.V.,

gevestigd te Tiel,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M.R. Lim,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GW LEIDINGTECHNIEK B.V.,

gevestigd te Helmond,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.L.M. van Parijs.

Partijen zullen hierna Hobas en GW genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met producties,

  • -

    incidentele conclusie van onbevoegdheid tevens houdende conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Na telefonisch contact heeft Hobas op verzoek van GW op 24 juni 2015 per e-mail een offerte aan GW toegezonden. De offerte luidt, voor zover van belang, als volgt:

‘(…)

Naar aanleiding van uw aanvraag, hebben wij het genoegen u aan te bieden conform onze algemene voorwaarden. (…)

Wij hopen u met bovenstaande offerte een gunstige aanbieding te hebben gedaan en zien uw reactie met belangstelling tegemoet. (…)

Bijlagen:

(…)

GW Algemene verkoop-, leverings- en betalingsvoorwaarden’

2.2.

Op 17 juli 2017 heeft GW Hobas een opdrachtbevestiging gestuurd. De opdrachtbevestiging luidt, voor zover van belang, als volgt:

‘Hierbij verleen ik u opdracht voor de hieronder omschreven levering op basis van de vermelde condities, voorwaarden en bijlagen. (…)

Omschrijving

Diverse GVK buizen, hulpstukken en putten.

Hoeveelheden en omschrijvingen materialen volgens uw offerte 14294;

Leidingwerk bufferzakken RWZI Hoensbroek rev. 04 d.d. 24 juni 2015 (…)

Overige voorwaarden

  • -

    Algemene inkoopvoorwaarden GW Leidingtechniek BV;

  • -

    (…)

Ik verzoek u vriendelijk deze opdracht, voor akkoord getekend, te retourneren. Zonder tegenbericht binnen 10 dagen, of bij levering zijn de vermelde condities, voorwaarden en bijlagen akkoord bevonden. (…)’

2.3.

Hobas heeft de opdrachtbevestiging op 23 juli 2017 ondertekend en teruggestuurd naar GW.

2.4.

Op 21 februari 2017 is tussen partijen een scheidsrechterlijk incidenteel vonnis gewezen.

3 De beoordeling in het incident

3.1.

GW vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zich onbevoegd verklaart van het geschil tussen Hobas en GW kennis te nemen, met veroordeling van Hobas in de kosten van het incident.

GW legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. GW stelt dat zij de opdracht niet aan Hobas heeft verleend door ondertekening van de offerte, maar dat zij in de opdrachtbevestiging van 17 juli 2015 een nieuw, dan wel gewijzigd aanbod heeft gedaan (artikel 6:225 lid 1 BW). Hobas heeft de opdrachtbevestiging alinea voor alinea geparafeerd en derhalve ingestemd met de toepasselijkheid van de Algemene Inkoopvoorwaarden GW Leidingtechniek B.V. (hierna: AV GW). Op grond van artikel 18.3 AV GW is rechtbank ’s-Hertogenbosch bevoegd om kennis te nemen van het geschil, en niet rechtbank Rotterdam.

3.2.

Hobas voert verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering.

Hobas legt, voor zover van belang, het volgende aan haar verweer ten grondslag.

Hobas verklaart op al haar offertes de Algemene verkoop-, leverings- en betalingsvoorwaarden (hierna: AV Hobas) van toepassing. Hobas heeft op 24 juni 2015 een offerte aan GW toegezonden. Voor deze opdracht heeft zij tevens de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2012 (hierna: UAV 2012) van toepassing verklaard. Nu GW in de opdrachtbevestiging de AV Hobas en UAV 2012 niet, laat staan uitdrukkelijk, van de hand heeft gewezen, zijn deze voorwaarden van toepassing. Enkel de door Hobas aangebrachte handgeschreven wijzigingen op de opdrachtbevestiging zijn geparafeerd en niet de extra toevoegingen van GW, waaronder de toepasselijkheid van de AV GW. Op grond van artikel 6:225 lid 3 BW zijn de AV Hobas en de UAV 2012 als eerste (cumulatief) van toepassing verklaarde voorwaarden van toepassing op de overeenkomst. In het tussen partijen gewezen scheidsrechterlijke incidentele vonnis van 21 februari 2017 is de arbiter hier ook vanuit gegaan. Nu in dit vonnis is geoordeeld dat het arbitraal beding uit de UAV 2012 toepassing mist, zijn de AV Hobas van toepassing. Dit betekent dat op grond van artikel 1 en 2 AV Hobas rechtbank Rotterdam bevoegd is om kennis te nemen van het geschil.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.4.

De kern van het geschil betreft de vraag wier algemene voorwaarden van toepassing zijn op de tussen partijen gesloten overeenkomst. Ingevolge artikel 6:2325 lid 3 BW komt, indien aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden verwijzen, aan de tweede verwijzing geen werking toe, wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen.

3.5.

Hobas heeft op 24 juni 2015 een offerte aan GW verzonden. De daarvan op bepaalde punten afwijkende ‘opdrachtbevestiging’ van GW dateert van 17 juli 2015. GW beroept zich erop dat met die opdrachtbevestiging nog geen overeenkomst tot stand kwam, maar dat de inhoud daarvan nog door Hobas diende te worden geaccepteerd. Kortom, in de visie van GW geldt haar opdrachtbevestiging als een nieuw aanbod en (impliciete) verwerping van het aanbod van Hobas. Nu dat nieuwe aanbod vervolgens door Hobas is geaccepteerd, zijn naar het oordeel van GW de door haar van toepassing verklaarde algemene voorwaarden van toepassing.

3.6.

GW miskent met haar redenering het volgende. Ook indien in een uitnodiging tot het doen van een aanbod voldoende duidelijk naar algemene voorwaarden is verwezen, ligt het op de weg van degene die op de uitnodiging ingaat en een aanbod doet, maar toepasselijkheid van eigen, afwijkende algemene voorwaarden wil bedingen, om dit duidelijk aan de wederpartij kenbaar te maken. Nu Hobas in het eerste stuk van de keten van schriftelijke contacten die heeft geleid tot totstandkoming van de overeenkomst, het ‘aanbod’, voldoende duidelijk naar de algemene voorwaarden had verwezen die zij van toepassing wilde verklaren op de te sluiten overeenkomst, lag het op de weg van GW om de toepasselijkheid van de in die eerste verwijzing door Hobas aangegeven algemene voorwaarden in haar ‘opdrachtbevestiging’, die zij als aanbod kwalificeert, uitdrukkelijk van de hand te wijzen. Omdat zij dat niet heeft gedaan, komt aan de (tweede) verwijzing door GW naar andere algemene voorwaarden geen werking toe.

3.7.

Gelet op het vorenstaande zijn op de tussen partijen gesloten overeenkomst de AV Hobas van toepassing. Op grond van artikel 1 en 2 AV Hobas is deze rechtbank bevoegd kennis te nemen van het geschil tussen partijen in de hoofdzaak. De incidentele vordering wordt daarom afgewezen.

3.8.

GW zal als de in het incident in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident worden veroordeeld.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

wijst het gevorderde af,

4.2.

veroordeelt GW in de kosten van het incident, aan de zijde van Hobas tot op heden begroot op € 452,00,

4.3.

verklaart dit vonnis in het incident wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

4.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 11 oktober 2017 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2017. 2027 / 1729