Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7453

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
C/10/521778 / HA ZA 17-214
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres gebeten door een hond. Eigenaar van de hond aansprakelijk ex art. 6:179 BW. Gevorderde schade niet betwist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0783

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/521778 / HA ZA 17-214

Vonnis van 27 september 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. H. Carels te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. A. Aksü te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord,

  • -

    de brief van 24 mei 2017 waarbij de zitting is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 25 augustus 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is sinds 2006 bij verschillende gerechtsdeurwaarders en incassobureaus werkzaam als medewerker debiteurenbeheer.

2.2.

Op 4 oktober 2014 wordt [eiseres] in haar arm gebeten door de hond van [gedaagde] . Pas nadat [gedaagde] de hond met een mes verwondt laat de hond de arm van [eiseres] los.

2.3.

[eiseres] heeft als gevolg van deze gebeurtenis letsel opgelopen.

2.4.

Bij brief van 16 september 2015 heeft [verzekeringsarts] , verzekeringsarts, namens Medi Themis aan de advocaat van [eiseres] met betrekking tot het dossier van [eiseres] het volgende meegedeeld:

Brief d.d. 15-01-2015 van [plastisch chirurg] , plastisch chirurg aan DAS:

Het merendeel van de bovenarmspieren bleek “a-vitaal” (afgestorven). De zenuwen van de onderarm waren wel intact.

Op 14-10-2014 werden plastieken verricht met rug- en beenspieren om de bovenarm weer van spieren te voorzien. De beenspier (m. gracilis) stierf echter af en moest verwijderd worden. Een langdurig revalidatietraject wordt verwacht.

Brief d.d. 04-10-2014 van [arts] , SEH-arts:

Multipele wonden van de bovenarm met net boven de elleboogsplooi een groot weke delendefect. Diverse zenuwen en slagaders functioneren nog.

Mijn commentaar:

Cliënte heeft zeer ernstig letsel van met name de bovenarmspieren opgelopen. Blijvend (ernstig) functieverlies (en krachtverlies) van de rechter bovenarm valt te verwachten, met forse beperkingen voor arbeid, huishoudelijke activiteiten en voor zover van toepassing voor sport.

Het uiteindelijke resultaat valt nog niet in te schatten op basis van de ontvangen informatie. …”

2.5.

In de ‘Rapportage arbeidsdeskundige’ van 22 juli 2016, opgesteld door de arbeidsdeskundige van het UWV, wordt vastgesteld dat [eiseres] volledig arbeidsongeschikt is.

2.6.

Bij brief van 5 januari 2017 heeft [revalidatiearts] , revalidatiearts i.o. mede namens [revalidatiearts] , revalidatiearts, aan de advocaat van [eiseres] het volgende meegedeeld.

“Ik zag haar [ [eiseres] ] op 15 december 2016 op de polikliniek revalidatiegeneeskunde ter controle.

Patiënte ervaart beperkingen in haar algemeen dagelijks leven inclusief haar huishoudelijke taken door een beperkte mobiliteit en krachtsverlies van haar rechter arm. Zij ervaart problemen met bovenhandse handelingen, reiken en zwaar tillen.

Het niveau van functioneren d.d. 15-12-2016 t.a.v.:

Communicatie: Patiënte heeft een beperkte arm/handfunctie rechts waardoor zij problemen ondervindt bij het schrijven en typen. Zij telefoneert met een headset.

Mobiliteit: Autorijden in een automaat is mogelijk. Fietsen wordt beperkt doordat zij haar fietsstuur niet goed kan hanteren. Er is een beperkte arm/handfunctie rechts waardoor zij problemen ervaart met het tillen van zware voorwerpen en handelingen/reiken vooral boven haar hoofd.

Zelfverzorging: Patiënte is ADL-zelfstandig.

Dagbesteding: Door beperkingen in de arm/handfunctie als eerder beschreven is ze beperkt in het uitvoeren van (zwaar) huishoudelijke taken als stofzuigen, ramen wassen en het bed opmaken. Afstoffen doet ze met links. Daarnaast ervaart zij problemen bij het tillen van een boodschappentas, de planten verzorgen, koken (roeren met rechts, pannen afgieten e.d.) en het verwisselen van een vuilniszak.

Psyche: Patiënte krijgt EMDR-therapie elders ter verwerking van het trauma.

… zij is niet in staat om het huishouden volledig zelfstandig te doen.”

2.7.

[gedaagde] is gedagvaard ter zake artikel 425, lid 2 en artikel 308 van het Wetboek van Strafrecht en op 9 januari 2017 door de politierechter te Rotterdam veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. De politierechter heeft de vordering tot schadevergoeding van [eiseres] tot een bedrag van € 44.302,43 toegewezen bij wijze van voorschot en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. [gedaagde] is tegen dit vonnis in hoger beroep.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – samengevat – [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van € 390.348,00, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat de hond van [gedaagde] haar heeft gebeten, als gevolg waarvan zij schade heeft ondervonden. [gedaagde] is ingevolge artikel 6:179 BW als eigenaar van de hond aansprakelijk voor deze schade.

3.3.

[gedaagde] voert verweer en betwist dat op hem enige aansprakelijkheid zou rusten. [gedaagde] was niet bij machte de gedragingen van de hond ten tijde van het incident te controleren. [gedaagde] heeft zich, ter voorkoming van een incident, gepositioneerd voor de hond en [eiseres] gevraagd afstand te nemen. Nadat [eiseres] de waarschuwingen van [gedaagde] in de wind sloeg en met een brillenkoker een stap zette richting de hond heeft de hond toegeslagen. Het is enkel vanwege de toenadering van [eiseres] dat de hond op een dergelijke wijze heeft gereageerd. De schade is derhalve veroorzaakt door de handeling van [eiseres] . Voorts voert [gedaagde] aan dat niet inzichtelijk is gemaakt welk deel van de schade door de verzekeraar van [eiseres] is vergoed.

4 De beoordeling

4.1.

Uit artikel 6:179 BW volgt dat de bezitter van een dier aansprakelijk is voor de door het dier aangerichte schade. Dit is slechts anders, indien aansprakelijkheid op grond van de eerste afdeling van de derde titel van boek 6 BW zou hebben ontbroken indien de eigenaar van het dier de gedraging van het dier waardoor de schade werd toegebracht, in zijn macht zou hebben gehad. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een hond een inbreker aanvalt en een beroep op noodweer zou slagen in de situatie dat sprake was van controle over het dier. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij niet bij machte was om de gedragingen van de hond te controleren. Dit zijn geen feiten of omstandigheden op grond waarvan de aansprakelijkheid zou zijn uitgesloten. [gedaagde] is dan aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW.

4.2.

[gedaagde] voert aan dat de schade (mede) is veroorzaakt door de handeling van [eiseres] omdat [eiseres] met een brillenkoker een stap zette richting de hond in de woning. In zoverre [gedaagde] hiermee bedoelt aan te voeren dat sprake is van eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW, gaat dit verweer niet op. Immers, zelfs indien deze gestelde gedraging van [eiseres] zou komen vast te staan, wijkt deze niet af van het gedrag dat mensen in het algemeen in de nabijheid van honden kunnen vertonen en is dit geen omstandigheid op grond waarvan (een deel van) de schade aan [eiseres] kan worden toegerekend.

4.3.

Gelet op het voorgaande is [gedaagde] aansprakelijk voor de schade die zijn hond aan [eiseres] heeft toegebracht.

4.4.

[gedaagde] voert aan dat onduidelijk is welk deel van de schade door de verzekeraar van [eiseres] is vergoed. Ter zitting heeft [eiseres] verklaard dat haar zorgverzekeraar de kosten van de medische behandelingen vergoedt. Deze kosten zijn door haar dan ook niet gevorderd. Tegen de door [eiseres] wel gevorderde schade was zij niet verzekerd.

Bij gebrek aan verdere betwisting door [gedaagde] staat vast dat [eiseres] ter zake de door haar gevorderde schade geen vergoeding van haar verzekeraar heeft ontvangen.

4.5.

De door [eiseres] opgevoerde schadeposten en gevorderde schadevergoeding worden door [gedaagde] niet betwist.

4.6.

[eiseres] vordert een bedrag van € 158.451,00 aan verlies aan arbeidsvermogen. Zij stelt daartoe dat zij laatstelijk werkzaam was bij een deurwaarderskantoor en door het bijtincident met ingang van 4 oktober 2014 arbeidsongeschikt is geworden. Haar theoretische verdiencapaciteit is door het UWV vastgesteld op € 3.509.00 per maand bruto, zo blijkt uit het rapport van de arbeidsdeskundige van de UWV. Afgezet tegen haar WAO‑uitkering van € 2.372,90 bruto bedraagt het netto verlies van arbeidsvermogen € 632,00 per maand. Inclusief vakantietoeslag en rekening houdende met een kapitalisatiefactor van 19,2857 en een pensioengerechtigde leeftijd van 71 jaar bedraagt het verlies van arbeidsvermogen € 158.451,00, aldus [eiseres] .

Nu [eiseres] het verlies aan arbeidsvermogen voldoende aannemelijk heeft gemaakt, [gedaagde] de vordering in de conclusie van antwoord niet heeft betwist en hij ter comparitie niet is verschenen, zal de rechtbank de vordering op dit punt toewijzen.

4.7.

De gevorderde kosten huishoudelijke hulp (€ 144.642,00) en schade aan verlies zelfwerkzaamheid (€ 21.985,00) baseert [eiseres] op de richtlijnen van de Letselschaderaad. Nu deze vorderingen en de hoogte daarvan – zoals ook overwogen onder 4.6. – niet zijn betwist, zal de rechtbank de vorderingen op deze punten toewijzen.

4.8.

[eiseres] vordert een bedrag van € 57.795,00 aan smartengeld en verwijst daarbij naar een casus in de Smartengeldbundel 2015, nr. 177. Daarbij stelt [eiseres] dat sprake is van ontsieringen op haar lichaam als gevolg van het bijtincident en dat zij naast zwaar lichamelijk letsel tevens een meervoudig post traumatisch stress syndroom (PTSS) heeft opgelopen, waarvoor zij nog steeds intensieve psychologische behandeling ondergaat.

Bij de begroting van nadeel dat niet uit vermogensschade bestaat heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. De rechter dient hierbij rekening te houden met alle omstandigheden van het geval, zoals onder meer de aard van het letsel, de ernst van het letsel, de gevolgen van het letsel voor de benadeelde voor wat betreft de diverse aspecten van haar leven (werk, hobby, privéleven), de aard van de aansprakelijkheid, de mate van verwijtbaarheid van de aansprakelijke persoon en de in vergelijkbare situaties toegewezen bedragen. Met name gelet op deze laatste omstandigheid is de rechtbank van oordeel dat een bedrag van € 40.000,00 passend is, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.

4.9.

Aan bijkomende kosten (onder meer eigen bijdrage zorgverzekering, reiskosten en parkeergeld) vordert [eiseres] een bedrag van € 4.485,00 en aan daggeldvergoeding ziekenhuis een bedrag van € 2.990,00. Nu de vordering op deze punten – zoals ook overwogen onder 4.6. – niet is betwist zal de rechtbank de gevorderde bedragen toewijzen.

4.10.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 99,20

- griffierecht 1.545,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2,0 punt × tarief € 2.580,00)

Totaal € 6.804,20

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 372.553,00 (driehonderdtweeënzeventigduizendvijfhonderddrieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 4 oktober 2014 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 6.804,20,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. den Hollander en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2017.1

1type: 2872coll: 2294