Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7310

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-09-2017
Datum publicatie
25-09-2017
Zaaknummer
10/741239-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rellen na de wedstrijd Excelsior – Feijenoord op 7 mei 2017. Openlijk geweld bewezen. De verdachte is minderjarig.

De rechtbank legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uur.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 52 uur te verrichten werkstraf resteert.

Indien de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, zal vervangende jeugddetentie worden toegepast voor de duur van 26 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Parketnummer: 10/741239-17

Datum uitspraak: 25 september 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2003,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. J.E.F.K. Liauw, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 11 september 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P. Swaak heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uur waarvan 40 uur voorwaardelijk, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie, met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijsoverweging

Op 7 mei 2017 werd in het stadion van Excelsior een wedstrijd gespeeld tussen Excelsior en Feyenoord. Feyenoord kon bij een overwinning het landskampioenschap veiligstellen. Op verschillende plaatsen in het centrum van Rotterdam waren schermen geplaatst, zodat de vele bezoekers voor wie geen plaats in het stadion was, de wedstrijd konden volgen. Na de rust liep Feyenoord een achterstand op en ontstonden er ongeregeldheden in het centrum van Rotterdam.

Tegen het eind van de wedstrijd werd de ME van het ene op het andere moment bekogeld met flessen, stenen en ander materiaal, waaronder verkeersborden, hekken en straatmeubilair. Op de Coolsingel werden straatstenen uit het trottoir gewrikt en werd er met zwaar vuurwerk gegooid.1 Ook op de andere locaties in het centrum – waaronder de Korte Lijnbaan – werd de ME bekogeld door de supporters en werden vernielingen aangericht.2 Van deze ongeregeldheden zijn videobeelden gemaakt, die door verbalisanten zijn bekeken. Met betrekking tot elke – in eerste instantie met een nummer aangeduide – verdachte is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. Sommige verdachten zijn op straat al ambtshalve herkend door politieambtenaren. De verdachten die niet ter plaatse zijn aangehouden, zijn op deze videobeelden herkend of hebben zichzelf gemeld nadat hun foto op de website van de politie was geplaatst. Ook deze verdachten zijn vervolgens aangehouden.

Aan alle verdachten is ten laste gelegd dat zij openlijk in vereniging geweld hebben gepleegd in verschillende straten in het centrum van Rotterdam. Voor een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging dient het medeplegen van (openlijk) geweld te worden vastgesteld. Dat wil zeggen dat dit geweld in nauwe en bewuste samenwerking gepleegd moet zijn. Het opzet van de dader moet derhalve gericht zijn op het geweld en zijn bijdrage daaraan en hij moet aan het geweld hebben bijgedragen door hetzij zelf geweld te gebruiken, hetzij – bij gebreke daaraan – een wezenlijke bijdrage te leveren aan het geweld van anderen. Het enkel deel uitmaken van een groep waarvan geweld uitgaat, is op zichzelf niet zonder meer voldoende voor bewezenverklaring.

Eén van de verdachten, die te zien is op de camerabeelden, is door het openbaar ministerie aangemerkt als ‘V27’. Bij het bekijken van de videobeelden is gebleken dat de ME op de Meent een linie had gevormd, waar ook ME busjes stonden. V27 bevond zich op de kruising van het Rodezand met de Meent. Nadat een andere persoon een stoeptegel op de grond kapot had gegooid, heeft V27 een stuk steen in de richting van de ME en de ME- busjes gegooid.3 De rechtbank heeft ter terechtzitting de camerabeelden van V27 bekeken en waargenomen dat er een groep jongens, onder wie V27, tegelijkertijd met stenen in de richting van de ME gooide. Ter terechtzitting heeft de verdachte zichzelf herkend op de beelden als de persoon die door het openbaar ministerie aangeduid is als V27; hij heeft bekend dat hij een steen heeft gegooid.

De verdachte verrichte de bedoelde (gewelds)handelingen op een moment dat ook anderen voorwerpen naar ME-agenten, -paarden of -bussen gooiden. Dit kan hem niet ontgaan zijn. Hij droeg met zijn handelen bij aan de gewelddadige stemming ter plaatse. Hieruit volgt dat verdachtes opzet zich (ook) uitstrekte tot het geweld dat anderen op dezelfde locatie pleegden. Ook dat geweld kan hem daarom worden toegerekend. Die toerekening gaat niet zo ver dat de verdachte verantwoordelijk kan worden gehouden voor geweld dat op andere plekken in de stad gepleegd werd. In zoverre zal de verdachte worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 7 mei 2017 te Rotterdam,

op de openbare weg het Rodezand en de Meent

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en goederen,

welk geweld bestond uit het

- meermalen (telkens) (met kracht)

in de richting van politieagenten en politievoertuigen gooien met stenen en/of delen van stoepregels.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er zijn feiten of geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

7 Motivering straf

7.1.

Feit waarop de straf is gebaseerd

7 mei 2017 had een feestelijke dag moeten worden voor Feyenoord, de supporters van die club en de stad Rotterdam. Helaas bleek ook nu dat de gezegden “voetbal is oorlog” en “geen woorden maar daden” door velen verkeerd worden begrepen. Feyenoord verloor van Excelsior en moest daardoor nog een week op de landstitel wachten. Meteen na de wedstrijd sloeg de vlam in de pan. Het centrum van Rotterdam werd een slagveld, waar ME’ers werden belaagd door relschoppers. Niet alleen de ME’ers, maar ook politiepaarden en politievoertuigen werden bekogeld met stenen, flessen, blikjes, vuurwerk en andere voorwerpen. Er werden vernielingen aangericht. Er klonken opruiende spreekkoren als “Rotterdam hooligans” en “Hamas Hamas, Joden aan het gas”. De beelden die in de dossiers zijn beschreven en deels ter zitting zijn getoond, laten menigten zien die uit zijn op rellen, en daardoor de politie verhinderen de openbare orde te handhaven. De verdachten en de andere relschoppers hebben door hun bijdragen aan de gewelddadigheden Feyenoord in het bijzonder en het voetbal in het algemeen een slechte dienst bewezen.

De rol van de verdachte [naam verdachte] bestond niet alleen uit het getalsmatig versterken van de groep relschoppers; hij heeft ook een steen naar de ME gegooid.

7.2.

Algemene strafmotivering

Het is de rechtbank opgevallen dat geen van de verdachten die op 6 en 11 september 2017 terechtstonden, een redelijke verklaring heeft kunnen geven voor zijn of haar betrokkenheid bij de rellen. Bij velen speelde overmatig drankgebruik een rol. Sommigen hebben psychische problemen of een beperkt denkvermogen. Bijna alle verdachten hebben verklaard dat zij zich “hebben laten meeslepen” door de groep waarin zij verkeerden. Dit alles vormt geen enkel excuus voor de bijdrage die elk van de verdachten aan het geweld heeft geleverd. Het is buitengewoon zorgelijk te noemen dat ook verdachten die hun leven goed op orde lijken te hebben, zich niet kunnen beheersen en hun baan, opleiding of toekomstperspectief in gevaar brengen door deel te nemen aan openlijke geweldpleging.

Sommige verdachten hebben verklaard dat zij klappen van de ME hebben gekregen of zagen dat anderen door ME’ers werden geslagen. Wat daarvan zij, dit is geen excuus voor geweld tegen politieambtenaren. De politie heeft de taak om waar nodig de orde te herstellen en mag daartoe geweld gebruiken. Wanneer een burger vindt dat hij het slachtoffer is geworden van buitenproportioneel politiegeweld, dan kan hij daarover klagen bij de bevoegde instanties. Geweld tegen politieambtenaren, die de hun opgedragen taak uitoefenen, is nooit te rechtvaardigen en leidt bovendien alleen maar tot verdere escalatie.

De officier van justitie heeft tegen de volwassen verdachten taakstraffen geëist, variërend van 160 tot 240 uur, met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand.
Tegen de jeugdige verdachten zijn (deels voorwaardelijke) werkstraffen en (deels voorwaardelijke) jeugddetentie geëist.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een krachtig signaal moet worden afgegeven dat openlijke geweldpleging als op 7 mei op verschillende plaatsen in de stad plaatsvond volstrekt onaanvaardbaar is. Anders dan de officier van justitie vindt de rechtbank echter dat bij de strafoplegging recht moet worden gedaan aan het beginsel “gelijke monniken, gelijke kappen”. De meeste verdachten hebben immers vergelijkbare handelingen verricht, zoals het gooien van één of meer voorwerpen richting politieambtenaren, politievoertuigen of politiepaarden. Bovendien neemt de rechtbank de verdachten niet alleen hun eigen handelingen kwalijk. Het gaat er ook om, dat zij allen door die gedragingen een bijdrage hebben geleverd aan een sfeer waarin geweld tegen politiemensen gewoon werd gevonden, en daarmee anderen tot dergelijk geweld aanzetten.

De rechtbank houdt wat de minderjarige verdachten betreft als uitgangspunt een werkstraf van aanmerkelijke duur aan. Naar het oordeel van de rechtbank sluit dat aan bij de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Voor zover verdachten een aanmerkelijk grotere bijdrage aan de gewelddadigheden hebben geleverd of die meer feiten hebben gepleegd, zal een hogere straf worden opgelegd.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van iedere verdachte, zoals die tijdens de politieverhoren, in reclasseringsrapporten en tijdens de zitting naar voren zijn gekomen. Alleen in die gevallen waarin er ook volgens de reclassering een verhoogd herhalingsgevaar bestaat, wordt een deels voorwaardelijke taakstraf opgelegd, waar nodig met bijzondere voorwaarden. De rechtbank ziet in beginsel geen reden om voorwaardelijke vrijheidsstraffen op te leggen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 juli 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 1 september 2017. Dit rapport houdt – samengevat en voor zover van belang - het volgende in.

Op de verschillende domeinen komt - op basis van de informatie van verdachte en zijn moeder - in het algemeen een positief beeld naar voren over verdachte en zijn opvoedomgeving. De RvdK schat het recidiverisico in als laag. Wel vindt de RvdK het zorgelijk dat [voornaam verdachte] op jonge leeftijd met politie in aanraking is gekomen. De RvdK adviseert om een taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen. De RvdK ziet momenteel onvoldoende indicaties voor een gedragsinterventie.

Nu de verdachte zijn leven op orde heeft en het recidiverisico als laag wordt geschat, acht de rechtbank oplegging van een voorwaardelijke straf als stok achter de deur niet opportuun.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de zeer jeugdige leeftijd van de verdachte, te weten 14 jaar ten tijde van het plegen van het feit.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Alles afwegend acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 60 uur passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77m, 77n en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uur, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 52 (tweeënvijftig) uur te verrichten werkstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 26 (zesentwintig) dagen;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.A. van der Laan-Kuijt, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. E.M. Havik en M.M. Dolman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.E.G. Busemeijer genaamd Lagemann, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 september 2017.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 7 mei 2017 te Rotterdam,

op of aan de openbare weg(en), de Coolsingel en/of de Lijnbaan en/of de Korte Lijnbaan en/of het Rode Zand en/of de Meent en/of het Stadhuisplein en/of het Beursplein en/of de Karel Doormanstraat en/of het Binnenwegplein en/of de Van Oldebarneveltstraat en/of de Van Oldebarneveltplaats en/of de Oude Binnenweg en/of de Haagseveer,

in elk geval op of aan (een) openbare weg(en),

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en/of goederen,

welk geweld bestond uit het

- meermalen, althans éénmaal (telkens) (met kracht)

naar, althans in de richting van, één of meer politie-agent(en) en/of

politievoertuig(en) en/of politiepaard(en) gooien met

(een) (glazen) flesje(s) en/of

(een) blikje(s) en/of

(een) ste(e)n(en) en/of

(een) de(e)l(en) van (een) stoeptegel(s) en/of (een) stoeptegel(s) en/of

(een) fiets(en) en/of (een) pilon(nen) en/of

(een) hek(ken) en/of (een) ijzeren pa(a)l(en) en/of

(een) verkeersbord(en) en/of (een) parasolvoet(en) en/of

(een) (plastic) stoel(en) en/of (een) reclamebord(en) en/of

(een) brandende fakkel(s) en/of vuurwerk en/of

(een) ander(e) voorwerp(en)

en/of

- meermalen, althans eenmaal gooien van (een) hek(ken) en/of (een) ander(e)

voorwerp(en) op de rijbaan om politie~agent(en) en/of

politievoertuig(en) en/of de politiepaard(en) tegen te houden en/of te

belemmeren

en/of

- meermalen, althans éénmaal, zoeken van de confrontatie met

politie-agenten en/of vertonen van agressief gedrag en/of op luide

(agressieve) toon roepen van de woorden: "Rotterdam Hooligans" en/of

"Kankerjoden", althans woorden van gelijke (opruiende) aard en/of strekking

en/of

- meermalen, althans éénmaal trappen tegen (een) hek(ken) en/of (een)

politievoertuig(en);

1 Proces-verbaal van bevindingen [proces-verbaalnummer 1] , p. 3: “Omstreeks 16:10 uur barstte de bom en werden de eenheden van de BIOO vanuit het niets bekogeld met flessen, stenen en ander gooimateriaal, waaronder verkeersborden, hekken en ander straatmeubilair. Ik zag dat op de Coolsingel straatstenen uit het trottoir werden getrokken. Ook werd met zeer zwaar vuurwerk gegooid.”

2 Proces-verbaal van bevindingen [proces-verbaalnummer 1] , p. 3: “Het geweld was gericht tegen ons als politie. Op diverse locaties in het centrum werd er in linie opgetreden en geweld toegepast tegen supporters welke de ME bekogelden en vernielingen aanrichtten. De ME werd bijgestaan door de beredenen, de hondenbrigade en de waterwerpers. Voor het aanwenden van het geweld was veelvuldig gewaarschuwd. De B101 heeft opgetreden op de Coolsingel in de richting van West Blaak. De B102 heeft opgetreden op de Lijnbaan en de Korte Lijnbaan.

3 Proces-verbaal nummer [proces-verbaalnummer 2] , documentcode [naam code]