Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7283

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-08-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
10/740505-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank kwalificeert het door de verdachte en zijn medeverdachten gebezigde geweld als een openlijke geweldpleging. Gelet op het handelen van de verdachte heeft hij aan dit openlijk geweld een significante bijdrage geleverd en zich hiervan niet gedistantieerd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/740505-15

Datum uitspraak: 25 augustus 2017

Tegenspraak (gemachtigde raadsman)

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. C.M.P. Jongsma, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 augustus 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Ahbata heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Standpunten van het openbaar ministerie en van de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte niet vanaf het begin betrokken was bij de geweldshandelingen. Hij heeft een voor zichzelf belastende verklaring afgelegd en verklaard dat hij zijn vuisten heeft gebruikt. Op een bepaald moment heeft hij getracht de vechtpartij te sussen. De strafwaardigheid van zijn handelen moet worden beperkt tot zijn rol van iemand die zijn vrienden heeft bijgestaan bij een vechtpartij.

4.2.

Beoordeling

Uit de inhoud van het dossier is het volgende gebleken.

Op 1 november 2015 was de verdachte in discotheek El-Rancho gevestigd aan de Westblaak 86 te Rotterdam. Daar was op dat moment ook de aangever [naam slachtoffer] aanwezig. Aangever heeft verklaard dat hij boven aan de trap (naar de toiletten) tegen een man was opgebotst. Terwijl hij naar beneden liep voelde de aangever dat hij op zijn achterhoofd werd geslagen. Hij draaide zich om en zag dat de man tegen wie hij was opgebotst achter hem liep. Hierop is er een vechtpartij ontstaan waarin ook de verdachte zich heeft gemengd door de aangever met zijn vuisten te stompen. Nadat de aangever op de grond was gevallen is hij door verschillende personen geslagen en geschopt.

Dat bij de aangever letsel is ontstaan door hetgeen binnen is gebeurd wordt bevestigd door de verklaring van de getuige [naam getuige 1] . Deze getuige heeft verklaard dat hij na de vechtpartij in de club heeft gezien dat “ [voornaam slachtoffer] ”, de aangever, onder het bloed zat.

In het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt naar aanleiding van het uitkijken van de camerabeelden van camera 8 (pagina 93), wordt gerelateerd dat te zien is dat een persoon, niet zijnde verdachte, de aangever op zijn hoofd slaat, waarna de aangever op de grond terecht is gekomen en hij door meerdere personen werd geslagen en geschopt.

De verbalisant relateert dat op die camerabeelden te zien is dat de verdachte en andere personen meerdere slaande en/of schoppende bewegingen maken in de richting van de aangever die op dat moment geknield op de grond zat.

De rechtbank heeft geen aanleiding te twijfelen aan de waarnemingen van de verbalisant. Hoewel de cd-rom met deze camerabeelden zich niet in het dossier bevindt, wordt het relaas van de verbalisant naar aanleiding van het uitkijken van de camerabeelden gemaakt door camera 8, ondersteund door de verklaring van getuige [naam getuige 2] .

Uit het proces-verbaal van verhoor van [naam getuige 2] (pagina 128) blijkt dat hij in die club was met zijn maten. Eén van hen was [naam verdachte] . [naam getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat er iets aan de hand was tussen iemand en zijn maten. Hij is ernaartoe gegaan. Hij hoorde dat er een discussie plaatsvond. Die discussie ging over het feit dat “ze” tegen elkaar gebotst waren. Zij gingen allen naar beneden. Ook degene waarmee de ruzie was ging naar beneden toe. Op het moment dat zij naar beneden liepen ontstond er al op de trap een vechtpartij.

De verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij op 1 november 2015 in de horecagelegenheid genaamd "Ranch" te Rotterdam aanwezig was. Er was daar een vechtpartij. De verdachte heeft zichzelf herkend op de camerabeelden waarop te zien is dat hij een paar klappen heeft uitgedeeld. Hij heeft verklaard dat hij zag dat een maat van hem betrokken was bij de vechtpartij en dat hij op dat moment zijn maat is gaan helpen.

4.3.

Conclusie

De rechtbank kwalificeert het door de verdachte en zijn medeverdachten gebezigde geweld als een openlijke geweldpleging. Gelet op het handelen van de verdachte, zoals hiervoor beschreven, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte aan dit openlijk geweld een significante bijdrage heeft geleverd en dat hij zich hiervan niet heeft gedistantieerd.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde openlijke geweldpleging, op de wijze zoals hierna is vermeld.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 01 november 2015 te Rotterdam, op een voor het publiek

toegankelijke plaats en in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te

weten discotheek "El Rancho",

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] ,

welk geweld bestond uit het meermalen met kracht slaan/stompen en/of

schoppen/trappen in/op/tegen het hoofd en/of gezicht en/of lichaam van die

[naam slachtoffer] ;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft samen met anderen in het uitgaansleven openlijk geweld gepleegd tegen een persoon. Het slachtoffer is uit het niets door de medeverdachte op het achterhoofd geslagen. Het slachtoffer is op de grond terechtgekomen waarna hij door de verdachte met de vuisten is gestompt en door de verdachte en diens medeverdachten is geschopt en geslagen.

Deze gebeurtenis moet voor het slachtoffer een zeer ingrijpende gebeurtenis zijn geweest. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat dergelijke ervaringen nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers veroorzaken. Daarnaast roepen gedragingen als van de verdachte gevoelens van onveiligheid in de samenleving op: mensen moeten zich vrij en veilig kunnen weten als zij uitgaan en niet bang hoeven zijn dat zij zomaar worden aangevallen, zoals de verdachte en zijn medeverdachten hebben gedaan.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij na het ontstaan van de vechtpartij een significante bijdrage heeft geleverd en dat hij niets heeft ondernomen om de escalatie te beëindigen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 juli 2017, waaruit blijkt dat de verdachte voor zover van belang eerder, maar niet recent, is veroordeeld voor strafbare feiten (gewelds- en vermogensdelicten).

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd waarin hij heeft betoogd aan de verdachte - bij een eventuele bewezenverklaring - gelet op zijn sussende rol, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar hem in de gelegenheid te stellen een taakstraf te verrichten. De rechtbank gaat hieraan voorbij. Voor zover de verdachte, zoals door de raadsman betoogd, al een sussende rol heeft gespeeld, valt deze in het niet bij het feit dat verdachte daarvoor eerst actief heeft deelgenomen aan het geweld in een ruzie die volgens zijn eigen verklaring bij de politie “niet de zijne was”. Het baart de rechtbank daarnaast zorgen dat verdachte, bij de politie verklaart dat hij twee vuisten heeft gekregen om te vechten, zijn gedragingen goedpraat en de ernst ervan niet inziet.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Het gemak waarmee verdachte zich in een conflict dat, nota bene naar zijn eigen zeggen, niet het zijne is en actief deelneemt aan het door meerdere personen tegen één andere persoon uitgeoefende geweld en geen enkele blijk geeft de ernst dan wel laakbaarheid van dit handelen in te zien, is zorgelijk en een strafverzwarende omstandigheid waarmee de rechtbank rekening houdt.

Ondanks deze strafverzwarende omstandigheid is de rechtbank, gelet op het tijdsverloop in deze zaak, van oordeel dat de strafeis van de officier van justitie tot oplegging van een gevangenisstraf van drie maanden voldoende recht doet aan de ernst van het bewezen verklaarde feit.

De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om af te wijken van die strafeis en zal de verdachte dan ook conform de eis van de officier van justitie veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.B. Smits, voorzitter,

en mrs. C.A. van Beuningen en R.H. Kroon, rechters,

in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 01 november 2015 te Rotterdam, op een voor het publiek

toegankelijke plaats en/of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te

weten discotheek "El Rancho",

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] ,

welk geweld bestond uit het meermalen (met kracht) slaan/stompen en/of

schoppen/trappen in/op/tegen het hoofd en/of gezicht en/of lichaam van die

[naam slachtoffer] ;

(artikel 141 Wetboek van Strafrecht)

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht