Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7282

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-08-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
10/742086-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank kwalificeert het door de verdachte en zijn medeverdachten gebezigde geweld als een openlijke geweldpleging. De verdachte heeft niet alleen een significante bijdrage geleverd aan de geweldshandelingen, maar kan ook worden gezien als initiator daarvan. Hij heeft immers, nadat de aangever tegen hem was opgebotst, hem van achteren aangevallen en hem op het hoofd geslagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/742086-16

Datum uitspraak: 25 augustus 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte]

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

Raadsvrouw mr. I.K. Oosterveen, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 augustus 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Ahbata heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Standpunten van het openbaar ministerie en van de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

De raadsvrouw heeft betoogd dat op grond van de inhoud van dit dossier niet vast is komen staan dat de verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het ten laste gelegde en dat hem een andere rol toekomt dan de officier van justitie doet voorkomen. In de horecagelegenheid waar het ten laste gelegde feit heeft plaatsgevonden, was het druk en er was sprake van verwarring over de rol van de verdachte. Uit het dossier blijkt dat de verdachte is verwisseld met een ander, namelijk met degene die buiten geweld heeft toegepast.

Het bij de aangever waargenomen letsel is niet ontstaan door hetgeen binnen is gebeurd zodat dit niet aan de verdachte kan worden toegerekend.

De raadsvrouw heeft zich op grond van het voorgaande op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

4.2.

Beoordeling

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat de aangever tegen hem is op gebotst. Hierna is er een vechtpartij ontstaan waarin hij zelf ook klappen heeft gekregen.

Uit het dossier is het volgende gebleken.

Op 1 november 2015 was de verdachte in discotheek El-Rancho gevestigd aan de Westblaak 86 te Rotterdam. Daar was op dat moment ook de aangever [naam slachtoffer] aanwezig. De aangever heeft verklaard dat hij boven aan de trap (naar de toiletten) tegen een Antilliaanse man was opgebotst. Terwijl hij naar beneden liep voelde de aangever dat hij op zijn achterhoofd werd geslagen. Hij draaide zich om en zag dat de man tegen wie hij was opgebotst achter hem liep. Hierop is er een vechtpartij ontstaan waarin ook anderen zich hebben gemengd door aangever met vuisten te stompen. Nadat de aangever op de grond was gevallen is hij door verschillende personen geslagen en geschopt.

Dat bij de aangever letsel is ontstaan door hetgeen binnen is gebeurd, wordt bevestigd door de verklaring van de getuige [naam getuige 1] . Deze getuige heeft verklaard dat hij na de vechtpartij in de club heeft gezien dat “ [voornaam slachtoffer] ”, de aangever, onder het bloed zat.

In het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt naar aanleiding van het uitkijken van de camerabeelden van camera 8 (pagina 93), wordt gerelateerd dat te zien is dat de verdachte de aangever op zijn hoofd slaat, waarna de aangever op de grond terecht is gekomen en door meerdere personen werd geslagen en geschopt.

De verbalisant heeft gerelateerd dat op die camerabeelden te zien is dat de verdachte en anderen meerdere slaande en/of schoppende bewegingen maken in de richting van de aangever die op dat moment geknield op de grond zat. De rechtbank heeft geen aanleiding te twijfelen aan de waarnemingen van de verbalisant. Hoewel de cd-rom met deze camerabeelden zich niet in het dossier bevindt, wordt het relaas van de verbalisant naar aanleiding van het uitkijken van de camerabeelden gemaakt door camera 8, ondersteund door de verklaring van getuige [naam getuige 2] .

Uit het proces-verbaal van verhoor van [naam getuige 2] (pagina 128) blijkt dat hij in die club was met zijn maten. [naam getuige 2] verklaart dat hij zag dat er iets aan de hand was tussen iemand en zijn maten. Hij is er naartoe gegaan en hij hoorde dat er een discussie plaatsvond. Die discussie ging over het feit dat “ze” tegen elkaar gebotst waren. Eén van zijn maten ging naar beneden. Eigenlijk gingen zij allen naar beneden. Ook degene waarmee de ruzie was ging naar beneden toe. Op het moment dat zij naar beneden liepen ontstond er al op de trap een vechtpartij.

Conclusie

De rechtbank kwalificeert het door de verdachte en zijn medeverdachten gebezigde geweld als een openlijke geweldpleging. Gelet op het handelen van de verdachte, zoals hiervoor beschreven, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte aan dit openlijk geweld niet alleen een significante bijdrage heeft geleverd, maar dat hij ook kan worden gezien als initiator daarvan. Hij heeft immers, nadat de aangever tegen hem was opgebotst, hem van achteren aangevallen en hem op het hoofd geslagen. Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde openlijke geweldpleging, op de wijze zoals hierna is vermeld.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 01 november 2015 te Rotterdam, op een voor het publiek

toegankelijke plaats en in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te

weten discotheek "El Rancho",

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] ,

welk geweld bestond uit het meermalen (met kracht) slaan/stompen en

schoppen/trappen in/op/tegen het hoofd en/of gezicht en/of lichaam van die

Garabito Cabrera;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft samen met anderen in het uitgaansleven openlijk geweld gepleegd tegen een persoon. Het slachtoffer is uit het niets door de verdachte op het achterhoofd geslagen. Het slachtoffer is op de grond terechtgekomen waarna hij door de verdachte en diens medeverdachten is geschopt en geslagen.

Deze gebeurtenis moet voor het slachtoffer een zeer ingrijpende gebeurtenis zijn geweest. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat dergelijke ervaringen nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers veroorzaken. Daarnaast roepen gedragingen als van de verdachte gevoelens van onveiligheid in de samenleving op: mensen moeten zich vrij en veilig kunnen weten als zij uitgaan en niet bang hoeven zijn dat zij zomaar worden aangevallen, zoals verdachte en zijn medeverdachten hebben gedaan.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij bij het ontstaan van de vechtpartij een initiërende rol heeft gespeeld en niets heeft ondernomen om de escalatie te voorkomen of de vechtpartij te beëindigen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 juli 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De raadsvrouw heeft, naast de bepleite vrijspraak, een strafmaatverweer gevoerd en zij heeft verzocht aan de verdachte bij een eventuele bewezenverklaring geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar hem in de gelegenheid te stellen een taakstraf te verrichten.

Gezien de ernst van het feit en de overige omstandigheden zoals hiervoor weergegeven, kan echter niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Dat de verdachte de initiator is geweest tot deze geweldshandelingen is een strafverzwarende omstandigheid waarmee de rechtbank rekening houdt en die, gelet op het strafblad van de verdachte, zorgen baart. Ondanks deze strafverzwarende omstandigheid is de rechtbank, gelet op het tijdsverloop in deze zaak, van oordeel dat de strafeis van de officier van justitie tot oplegging van een gevangenisstraf van drie maanden recht doet aan de ernst van het bewezen verklaarde feit. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om af te wijken van die strafeis en zal de verdachte conform de eis van de officier van justitie veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.B. Smits, voorzitter,

en mrs. C.A. van Beuningen en R.H. Kroon, rechters,

in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 01 november 2015 te Rotterdam, op een voor het publiek

toegankelijke plaats en/of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te

weten discotheek "El Rancho",

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] ,

welk geweld bestond uit het meermalen (met kracht) slaan/stompen en/of

schoppen/trappen in/op/tegen het hoofd en/of gezicht en/of lichaam van die

[naam slachtoffer] ;

(artikel 141 Wetboek van Strafrecht)

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht