Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7249

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-09-2017
Datum publicatie
21-09-2017
Zaaknummer
10/750044-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest voor het medeplegen van de invoer vanuit Panama van 50,5 kg cocaïne en medeplegen van voorbereidingshandelingen, gericht op de invoer en het vervoer van die partij cocaïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/750044-17

Datum uitspraak: 15 september 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel,

raadsman mr. G. Ris, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 september 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P.A. Willemse heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 en 2 tenlastegelegde is door de verdachte voor zover het zijn eigen rol betreft- bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij in de periode van 25 tot en met 27 januari 2017 te Rotterdam

en De Lier, tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (hieronder

mede te verstaan invoer als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet),

ongeveer 50,5 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende

lijst I;

2.

hij in de periode van 13 december 2016 tot en met 27 januari 2017

te Rotterdam en De Lier, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk vervoeren en binnen het grondgebied van

Nederland brengen van 50,5 kilogram een hoeveelheid van

een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich en/of anderen middelen en inlichtingen

tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en

- voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit

immers heeft hij, verdachte en/of één of meer van zijn, verdachtes,

mededaders:

- op 12 januari een Bill of Loading ( [containernummer 1] ) vanuit Panama laten

brengen en

-via DHL een Bill of Loading van een container

gevolgd en gestuurd en verkregen, en

- een slijptol voorhanden gehad en

- een lasapparaat voorhanden gehad en

- telefonisch en in persoon contact met zijn mededaders onderhouden en

afspraken gemaakt en informatie uitgewisseld;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Herstel kennelijke misslag in de tenlastelegging van feit 2

De rechtbank heeft geconstateerd dat in de tenlastelegging onder 2 “buiten het grondgebied van Nederland brengen” is vermeld. Echter, gelet op de onderlinge verwevenheid van de feiten 1 en 2 kan het niet anders zijn dan dat de officier van justitie heeft bedoeld dat het hier om “binnen het grondgebied van Nederland brengen” gaat. Deze kennelijke misslag is in de bewezenverklaring aldus verbeterd.

Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

2.

medeplegen van om een feit bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden, trachten om zich en een ander daartoe middelen en inlichtingen te verschaffen,

alsmede voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de invoer vanuit Panama van circa 50 kilogram cocaïne. De verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen die gericht waren op de invoer en het vervoer van die partij cocaïne.

Door invoer van een dergelijke grote hoeveelheid cocaïne heeft de verdachte zich begeven op het terrein van grootschalige internationale handel in verdovende middelen. Hij heeft een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd.

Harddrugs als cocaïne leiden veelal, direct en indirect, tot andere vormen van criminaliteit, waaronder ook ernstige geweldscriminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin.

7.2.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.2.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een op naam van de verdachte gesteld uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 augustus 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. Wel wordt opgemerkt dat tegen de verdachte nog een zaak openstaat met betrekking tot onder meer de verdenking van een soortgelijk strafbaar feit, met pleegdatum 31 mei 2013.

7.2.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 juni 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

Het recidiverisico kan op basis van de beschikbare informatie niet worden ingeschat. Gelet op het feit dat betrokkene zich beroept op zijn zwijgrecht, onthoudt de reclassering zich van een strafadvies. Toezicht op bijzondere voorwaarden en directe interventies/behandelingen zijn niet geïndiceerd. Omdat betrokkene afkomstig is uit Spanje en niet over een verblijfsdocument beschikt zijn modaliteiten als een taakstraf, reclasseringstoezicht of een geldboete niet aan de orde.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

Gezien de ernst van de feiten, de rol van de verdachte bij de voorbereiding en invoer van de cocaïne, alsmede de hoeveelheid cocaïne kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in min of meer vergelijkbare zaken worden opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de voorwerpen, die vermeld staan onder 1, 2, 3 en 4 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, verbeurd te verklaren en de Ipad, merk Apple, vermeld onder 5 op die lijst, terug te geven aan de verdachte.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich niet verzet tegen de gevorderde verbeurdverklaring.

8.3.

Beoordeling

De onder 1, 2, 3 en 4 in beslag genomen voorwerpen zullen worden verbeurd verklaard. De onder 1 en 2 bewezen feiten zijn met behulp van deze voorwerpen begaan en voorbereid.

Ten aanzien van het in beslag genomen voorwerp onder 5, de Ipad van het merk Apple, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd:

1 . 1.00 STK GSM zaktelefoon Kl:wit

SAMSUNG S3 [beslagnummer 1] Samsung Galaxy S3 mini

2. 1.00 STK GSM zaktelefoon Kl:zwart LG [beslagnummer 2]

3. 1.00 STK GSM zaktelefoonKl:zwart SAMSUNG S6 edge [beslagnummer 3]

4. 1.00 STK Papier

ADMINISTRATIE

Kopie paspoort, kopie ticket;

- gelast de teruggave aan de verdachte van:

5. 1.00 STK Computer Kl:zwart X

APPLE ipad [beslagnummer 4] .

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J. van den Berg, voorzitter,

en mrs. A.A. Kalk en V.F. Milders, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 september 2017.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 25 tot en met 27 januari 2017 te Rotterdam

en/of De Lier, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht (hieronder

mede te verstaan invoer als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet),

ongeveer 50,5 kilogram cocaïne, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende

lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 2 ahf/ond A Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

2.

hij in of omstreeks periode van 15 november 2016 tot en met 27 januari 2017

te Rotterdam en/of De Lier, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van

Nederland brengen van 50,5 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van

een

materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet

voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te

plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden

had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven

bedoelde feit

immers heeft/is hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn, verdachtes,

mededader(s):

- op 13 december 2016 een container [containernummer 2] ) met 1500 colli ananas op

zeeschip [naam zeeschip 1] en op 18 januari 2017 twee containers ( [containernummer 3] en

[containernummer 4] ) met beide 1500 colli ananas op zeeschip [naam zeeschip 2] naar

Nederland laten komen en/of

- op 12 januari een Bill of Loading ( [containernummer 1] ) vanuit Panama laten

brengen en/of

-via DHL een Bill of Loading van een/verschillende voornoemde container(s)

gevolgd en/of gestuurd en/of verkregen, en/of

- een slijptol voorhanden gehad en/of

- een lasapparaat aangeschaft en/of voorhanden gehad en/of

- telefonisch en/of in persoon contact met zijn mededader(s) onderhouden en/of

afspraken gemaakt en/of informatie uitgewisseld;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet