Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7057

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-09-2017
Datum publicatie
14-09-2017
Zaaknummer
10/680236-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewijs voorhanden hebben van vuurwapen: verklaring medeverdachte en ter plaatse aantreffen vuurwapen

Strafmaat voorhanden hebben van vuurwapen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/680236-17

Datum uitspraak: 7 september 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. R. Bonis, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 augustus 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Pieters heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

De feiten

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 23 maart 2017 rond 01.30 uur heeft in Klaaswaal een poging tot inbraak in het kantoor bij het kassencomplex van [naam bedrijf] plaatsgevonden. Een ruit van het kassencomplex is geforceerd en de deur naar het kantoor is vernield. De daders worden betrapt en zijn vervolgens weggevlucht. In het kantoor hebben zij onder meer een groot model hydraulisch spreider, een breekijzer en ander breekgereedschap achtergelaten. Kennelijk is getracht de in het kantoor aanwezige kluis te kraken, dan wel mee te nemen. Buiten het kassencomplex is een voertuig, een zwarte Opel Corsa voorzien van een Bosnisch kenteken en in gebruik bij de verdachte [naam medeverdachte 1] , met draaiende motor achtergelaten. Verbalisanten zien twee personen van het kassencomplex wegvluchten. Direct hierop wordt de verdachte [naam medeverdachte 2] in het weiland naast het kassencomplex aangehouden. De verdachte [naam verdachte] wordt, verstopt achter kratten die tegen een loods op een aangrenzend weiland stonden, aangehouden. De verdachten [naam verdachte] en [naam medeverdachte 1] enerzijds en [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] anderzijds zijn bekenden van elkaar.

Op aanwijzing van de verdachte [naam medeverdachte 2] wordt in het weiland een geladen pistool van het merk HS 9 (9 mm kaliber) met 9 kogelpatronen aangetroffen. Het betreft een wapen en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie.

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de feiten. Zijn aanwezigheid nabij de plaats delict ten tijde van het delict is gebaseerd op toeval. Hij is die avond op stap geweest in een eetcafé in Oud-Beijerland en is, onder invloed van alcohol, naar huis gelopen. Daarbij is hij het kassencomplex gepasseerd. Vanwege eerdere negatieve ervaringen heeft hij bij het zien van politiebusjes zich verstopt.

De raadsman voert aan dat de betrokkenheid van de verdachte bij de feiten slechts blijkt uit de verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte 2] . Deze verklaring is onbetrouwbaar nu [naam medeverdachte 2] wisselend heeft verklaard en hij bovendien de Nederlandse taal niet machtig is, zodat hij gesprekken tussen anderen niet gevolgd kan hebben en hij dus niet uit eigen wetenschap daarover kan verklaren. Ook heeft [naam medeverdachte 2] er belang bij anderen te belasten om daarmee zijn eigen rol kleiner te maken. De verklaring is aldus onbetrouwbaar en mag niet voor het bewijs worden gebruikt. Er zijn verder geen objectieve sporen, zoals biologische sporen of schoensporen, aangetroffen die naar de verdachte leiden. Uit onderzoek aan het wapen blijkt juist dat er geen link met de verdachte gelegd kan worden. Er dient vrijspraak te volgen van beide feiten.

4.1.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat medeverdachte [naam medeverdachte 2] bij de politie voor de verdachte belastende verklaringen heeft afgelegd. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat deze verklaringen betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt. De verklaringen van [naam medeverdachte 2] zijn coherent, gedetailleerd en consistent en vinden steun in de verklaringen van andere getuigen en de ter plaatse aangetroffen (inbrekers)werktuigen. De verklaringen zijn consistent waar het gaat om de vier betrokkenen, de initiatiefnemers daartoe (te weten: de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] ), het breektuig, in het bijzonder de hydraulisch spreider, dat is gebruikt en zijn eigen aandeel. Direct na zijn aanhouding heeft [naam medeverdachte 2] een verklaring afgelegd die hij in latere verklaringen bij de politie en ook ter terechtzitting heeft herhaald en waarin hij anderen, maar ook zichzelf belast. De verklaring vindt bovendien steun in de aanhouding van [naam medeverdachte 2] en de verdachte ter plaatse. Ook het op aanwijzing van [naam medeverdachte 2] daadwerkelijk aantreffen van het pistool in het aangrenzende weiland bevestigt nog eens zijn lezing van de gebeurtenissen. Tot slot vindt de verklaring van [naam medeverdachte 2] steun in de verklaringen van de getuigen [naam getuige 1] en [naam getuige 2] die het over twee of drie, dan wel meerdere, daders hebben. De rechtbank verwerpt het verweer en zal de verklaring van [naam medeverdachte 2] dan ook gebruiken voor het bewijs.

Uit de verklaring van [naam medeverdachte 2] volgt de betrokkenheid van de verdachte zonder meer; hij is aan te merken als één van de initiatiefnemers van de (poging tot) inbraak, hij heeft de hydraulisch spreider uit zijn schuur gehaald, heeft in de Opel Corsa samen met de anderen het onder 2 ten laste gelegde wapen in handen gehad, heeft [naam medeverdachte 2] nadere instructies gegeven en is tijdens de poging tot inbraak in het kassencomplex geweest. De betrokkenheid van de verdachte volgt ook uit diens aanhouding in de directe omgeving van de plaats delict kort nadat door verbalisanten is gezien dat de daders op de vlucht zijn geslagen.

De verklaring van de verdachte voor zijn aanwezigheid aldaar, die eerst ter zitting is afgelegd zodat deze niet geverifieerd kon worden, wordt als niet geloofwaardig ter zijde geschoven. Niet aannemelijk is geworden dat de verdachte die nacht toevallig op de plaats delict was, terwijl hij bezig was met een nachtelijke wandeling naar huis over een afstand van, naar zijn eigen zeggen, 18 kilometer.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde volgt uit de verklaring van [naam medeverdachte 2] dat, in de auto onderweg naar de [naam bedrijf] , alle verdachten het vuurwapen om beurten in handen hebben gehad. Vervolgens is, op aanwijzing van [naam medeverdachte 2] , hetzelfde wapen in de directe omgeving van de plaats delict aangetroffen. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, samen met de andere inzittenden van de Opel Corsa, zich bewust is geweest van de aanwezigheid van het wapen en dat hij, in het voertuig, daarover kon beschikken.

Het onder 1 ten laste gelegde medeplegen van poging tot inbraak en het onder 2 ten laste gelegde medeplegen van het voorhanden hebben van een wapen en munitie, is wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 23 maart 2017 te Klaaswaal, gemeente Cromstrijen,

tezamen en in vereniging met anderen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in bedrijfspand (gelegen aan de [adres delict] ) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf] en/of [naam slachtoffer] ,

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, naar voornoemde pand zijn gegaan en vervolgens een ruit van voornoemd pand hebben geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 23 maart 2017 te Klaaswaal, gemeente Cromstrijen,

tezamen en in vereniging met anderen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 12 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 32 van die wet in de vorm van een pistool, nl een pistool van het merk HS 9, kaliber 9mm en munitie in de zin van artikel 1 onder 42, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 8, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

Medeplegen van
poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

2.

Medeplegen van

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III van die wet
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III van die wet.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met anderen ’s nachts geprobeerd in een kassencomplex in landelijk gebied in te breken en een kluis weg te nemen. Zij hebben daartoe professioneel breekgereedschap meegebracht en daarmee forse schade aangericht. Uitsluitend vanwege de oplettendheid van anderen, zijn de verdachte en zijn mededaders tijdens de inbraak gestoord en op de vlucht geslagen. Ook heeft de verdachte, op weg naar het kassencomplex, net als zijn mededaders een (geladen) vuurwapen in handen gehad. Het vuurwapen werd meegebracht om zonodig, bij ontdekking op heterdaad, anderen af te schrikken. Feiten als deze veroorzaken bij aangevers en andere omwonenden gevoelens van onrust en onveiligheid.

Gezien de ernst van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting als uitgangspunt genomen. Ter zake van inbraak in een bedrijfspand is als oriëntatiepunt opgenomen een taakstraf van 120 uren. De rechtbank heeft meegewogen dat het feit samen met anderen is gepleegd. Ter zake van het voorhanden hebben van een vuurwapen heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd, te weten 3 tot 5 maanden gevangenisstraf.

In strafverzwarende zin heeft de rechtbank meegewogen dat de verdachte als (mede)initiatiefnemer van het onder 1 ten laste gelegde moet worden aangemerkt. De rechtbank heeft voorts meegewogen dat de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zijn aandeel in de feiten.

De rechtbank heeft voorts meegewogen dat de verdachte blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 juli 2017 weliswaar eerder met politie en justitie in aanraking is geweest maar niet is veroordeeld.

Op de zitting heeft de raadsman verzocht, ingeval van strafoplegging, een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest. De ernst van de feiten rechtvaardigen echter naar het oordeel van de rechtbank een straf van langere duur dan de duur van het voorarrest.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Behalve op het reeds genoemde artikel, is gelet op de artikel 45, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. van Dijken, voorzitter,

en mrs. E.A. Poppe-Gielesen en J. van Dort, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Empelen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 23 maart 2017 te Klaaswaal, gemeente Cromstrijen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit bedrijfspand (gelegen aan de [adres delict] ) weg te nemen goederen en/of geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf] en/of [naam slachtoffer] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van van braak, verbreking en/of inklimming,

naar voornoemde pand is/zijn gegaan en/of vervolgens een ruit van voornoemd pand heeft/hebben geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2017 tot en met 23 maart 2017 te Klaaswaal, gemeente Cromstrijen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 12 van de Wet wapens en munitie, te weten

een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 32 van die wet in de vorm van een pistool, nl een pistool van het merk HS 9, kaliber 9mm en/of munitie in de zin van artikel 1 onder 42, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 8, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad.