Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:7038

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-09-2017
Datum publicatie
12-09-2017
Zaaknummer
10/680378-17 / parketnummer vordering TUL 10/195842-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring dealen en aanwezig hebben van hard- en softdrugs vanuit een woning in vereniging. Veroordeling tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/680378-17

Parketnummer vordering TUL: 10/195842-16

Datum uitspraak: 7 september 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in:

Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,

raadsvrouw mr. Y.L. Zandbergen, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 augustus 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. R.H.I. van Dongen, heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal melden bij de reclassering, zal deelnemen aan een CoVa-training, zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding en zal deelnemen aan urinecontroles.

  • -

    afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/195842-16.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Bewijs

Uit het dossier blijkt het volgende.

Naar aanleiding van eerdere meldingen over drugshandel door onder andere [naam verdachte] vanuit het pand aan de [adres delict] te Dordrecht en een observatie daarvan, vond er op 31 mei 2017 een actie plaats betreffende het pand [adres delict] te Dordrecht, waarna een aantal afnemers werd aangehouden. Zij bleken allen hoeveelheden (hard)drugs bij zich te hebben en verklaren dit bij verdachte dan wel de medeverdachte [naam medeverdachte] te hebben gekocht.

Diezelfde avond vond er onder leiding van de rechter-commissaris een doorzoeking van de woning aan de [adres delict] te Dordrecht plaats. Tijdens deze doorzoeking werd er een breed scala aan vermoedelijk verdovende middelen aangetroffen en inbeslaggenomen. Deze goederen werden in verschillende vertrekken van de woning aangetroffen. Van een aantal van de stukken van overtuiging is een monster genomen ten behoeve van (contra-)analyse door het NFI.

Uit de NFI-rapporten d.d. 26 en 27 juni 2017 blijkt het te gaan om MDMA, Diazepam, Amfetamine, 2C-B en cocaïne. Bij de bewezenverklaring als hierna vermeld, gaat de rechtbank uit van de drugs en de hoeveelheden daarvan, zoals deze door het NFI positief zijn getest.

De medeverdachte [naam medeverdachte] heeft bekend dat de verdachte en hij in drugs handelden. Ze begonnen eind 2016 met het verhandelen van cocaïne en amfetamine, toen ze op de [adres delict] gingen wonen. Later kwam er steeds meer bij zoals XTC en 2C-B.

Ook getuige [naam getuige 1] heeft bij de politie verklaard dat de verdachte, die sinds “begin oktober 2016” op de [adres delict] te Dordrecht woonde, samen met de medeverdachte [naam medeverdachte] handelde in drugs vanuit die woning.

Dit is eveneens bevestigd door de hoofdbewoonster van de woning, getuige [naam getuige 2] .

Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat de verdachte samen met medeverdachte [naam medeverdachte] drugs dealde vanuit de woning aan de [adres delict] te Dordrecht, in de ten laste gelegde periode.

4.1.2.

Standpunten verdediging en beoordelingen

Betrouwbaarheid getuigenverklaringen ten aanzien van de feiten 1 t/m 4

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat kritisch moet worden gekeken naar de aanwezige getuigenverklaringen. De belastende verklaringen zijn namelijk grotendeels van de ex van de verdachte en haar vriendinnen die - ook blijkens hun verklaringen - de verdachte geen warm hart toedragen.

De rechtbank overweegt dat er meerdere getuigenverklaringen voorhanden zijn, die in de kern gelijkluidend zijn. Het enkele feit dat de getuigen de verdachte geen warm hart toedragen doet hier niet aan af en is onvoldoende aanleiding om deze verklaringen onbetrouwbaar te achten. De getuigenverklaringen ondersteunen elkaar en komen overeen met de verklaringen van medeverdachte [naam medeverdachte] - die met zijn verklaringen overigens ook zichzelf belast - en worden bovendien ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals de berichten die in de telefoon van verdachte [naam verdachte] zijn aangetroffen en die naar het oordeel van rechtbank naar hun aard kunnen worden aangemerkt als berichten die betrekking hebben op drugsbestellingen van klanten.

De rechtbank acht de betreffende getuigenverklaringen derhalve betrouwbaar en verwerpt het verweer.

Opzettelijke aanwezigheid hoeveelheden drugs in woning ten aanzien van de feiten 2 en 4

De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de opzettelijke aanwezigheid van alle afzonderlijke drugs bij de verdachte. De raadsvrouw wijst er in dat verband op dat er meerdere personen in de woning verbleven en de drugs ook in andere kamers zijn aangetroffen. De verdachte kunnen slechts zijn eigen gedragingen aangerekend worden, aldus de raadsvrouw.

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte gebruik maakte van “slaapkamer 1”. Dit volgt onder andere uit het feit dat tijdens de doorzoeking in deze kamer de volgende goederen zijn aangetroffen: post, geadresseerd aan de verdachte, een diabetesmeter en insulinepennen en -naalden (de verdachte lijdt aan Diabetes 1), een Ov-kaart en rijbewijs die op naam van de verdachte staan en een aanvraag adreswijzing waarmee de verdachte verzoekt om zijn adres te wijzigen in [adres delict] te Dordrecht. Voorts blijkt uit de verklaringen van medeverdachte [naam medeverdachte] en uit de getuigenverklaringen van [naam getuige 1] en [naam getuige 2] dat verdachte [naam verdachte] ook gebruik maakte van de andere kamers in de woning. Gelet hierop, alsmede het feit dat de verdachte samen met medeverdachte [naam medeverdachte] drugs dealde vanuit de woning, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wetenschap had van en het opzet had op alle in de woning aanwezige verdovende middelen zoals opgenomen in de bewezenverklaring.

4.1.3.

Conclusie

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 01 september 2016 tot en met 31 mei 2017 te Dordrecht vanuit een woning gelegen aan de [adres delict] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd handels- en gebruikers-hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en Amfetamine en 2c-b en cocaïne, zijnde MDMA enAmfetamine en 2c-b en/cocaïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op 31 mei 2017 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander in een woning gelegen aan de [adres delict] opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 6.285,9 gram van een materiaal bevattende MDMA, en

- 863,6 gram van een materiaal bevattende amfetamine, en

- 7,7 gram van een materiaal bevattende 2c-b, en

- 1,5 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en amfetamine en 2c-b en cocaïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 01 september 2016 tot en met 31 mei 2017 te Dordrecht vanuit een woning gelegen aan de [adres delict] tezamen en in vereniging met een ander telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd handels- en gebruikers-hoeveelheden van een materiaal bevattende Diazepam , zijnde Diazepam een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

hij op 31 mei 2017 te Dordrecht, tezamen en in vereniging in een woning gelegen aan de [adres delict] opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 480 gram Diazepam,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende Diazepam, zijnde Diazepam een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet

gegeven verbod, terwijl twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen.

Feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet

gegeven verbod, terwijl twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen.

Feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet

gegeven verbod, terwijl twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen.

Feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet

gegeven verbod, terwijl twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straffen

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het dealen van MDMA, amfetamine, 2c-b, cocaïne en diazepam vanuit een woning gedurende een periode van circa negen maanden, alsmede het voorhanden hebben van forse hoeveelheden hiervan.

Deze drugs zijn gevaarlijk voor de gezondheid van personen. Bovendien lijdt de maatschappij schade, doordat drugsgebruikers vaak overgaan tot het plegen van strafbare feiten om in hun verslaving te kunnen voorzien. De verdachte heeft zich hieraan niets gelegen laten liggen en zich kennelijk enkel laten leiden door eigen financieel gewin.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 juli 2017 op naam van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank weegt dit mee in het nadeel van de verdachte.

7.3.2.

Rapportage

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland 28 juli 2017. De reclassering adviseert als passende straf een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf, met als voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, deelname aan een gedragsinterventie, het meewerken aan het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding en het deelnemen aan urinecontroles. Indien de verdachte aanwijzingen krijgt om zich bij de verslavingszorg te melden, zal hij hieraan gehoor moeten geven.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan hierop niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De raadsvrouw heeft verzocht om rekening te houden met de beperkte rol die de verdachte in het geheel heeft, in tegenstelling tot wat medeverdachte [naam medeverdachte] en de getuigen hieromtrent verklaren. De rechtbank ziet hier echter geen aanleiding voor, gelet op het feit dat uit de voor het bewijs gebruikte getuigenverklaringen volgt dat de verdachte een initiërende en leidende rol had en de stelling dat dit anders was geen enkele steun vindt in het dossier. Dit zal juist in het nadeel van de verdachte worden meegenomen bij de straftoemeting.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaringen, passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de volgende goederen gevorderd:

  • -

    kasboek onder goednummer [beslagnummer 1] , verbeurd verklaren;

  • -

    map met boekhouding onder goednummer [beslagnummer 2] , verbeurd verklaren;

  • -

    administratie onder goednummer [beslagnummer 3] , verbeurd verklaren;

  • -

    boek met notitie onder goednummer [beslagnummer 4] , verbeurd verklaren;

  • -

    twee goudkleurige ringen onder goednummer [beslagnummer 5] , retour beslagene;

  • -

    administratie onder goednummer [beslagnummer 6] , verbeurd verklaren;

  • -

    iPod onder goednummer [beslagnummer 7] , retour beslagene;

  • -

    twee GSM’s (Samsung en Nuu 3-S) onder goednummer [beslagnummer 8] , retour beslagene;

  • -

    zwart boek met notities onder goednummer [beslagnummer 9] , verbeurd verklaren;

  • -

    GMS (Nokia) onder goednummer [beslagnummer 10] , retour beslagene;

  • -

    GSM (iPhone) onder goednummer [beslagnummer 11] , retour beslagene;

  • -

    laptop onder goednummer [beslagnummer 12] , retour beslagene;

  • -

    GoPro onder goednummer [beslagnummer 13] , retour beslagene;

  • -

    GSM (BlackBerry) onder goednummer [beslagnummer 14] , retour beslagene;

  • -

    GSM (Oneoplus Android) onder goednummer [beslagnummer 15] , retour beslagene;

  • -

    administratie onder goednummer [beslagnummer 16] , verbeurd verklaren;

  • -

    GSM (iPhone) onder goednummer [beslagnummer 17] , verbeurd verklaren;

  • -

    blokpers onder goednummer [beslagnummer 18] , verbeurd verklaren;

  • -

    snorfiets met kenteken [kentekennummer 1] onder goednummer [beslagnummer 19] , retour beslagene

  • -

    kentekenbewijs deel I met betrekking tot de snorfiets met kenteken [kentekennummer 1] onder goednummer [beslagnummer 20] , retour beslagene;

  • -

    voertuig met kenteken [kentekennummer 2] , onder goednummer [beslagnummer 21] , retour beslagene;

  • -

    1 x 100 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 22] , verbeurd verklaren;

  • -

    74 x 50 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 23] , verbeurd verklaren;

  • -

    23 x 20 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 24] , verbeurd verklaren;

  • -

    49 x 10 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 25] , verbeurd verklaren;

  • -

    7 x 5 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 26] , verbeurd verklaren;

  • -

    diverse munten (totaal: 17,27 euro) onder goednummer [beslagnummer 27] , verbeurd verklaren.

Voorts merkt de officier van justitie met betrekking tot de in beslag genomen snorfiets en

het voertuig op, dat het klassieke beslag dat thans op deze goederen rust thans beëindigd kan

worden en dat hij voornemens is hier conservatoir beslag op te leggen.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om de iPhone van verdachte [naam verdachte] niet verbeurd te verklaren, omdat daar geen redenen toe zijn. Voorts is verzocht om de snorfiets en het voertuig te retourneren aan de rechthebbende en dit is verdachte [naam verdachte] , aldus de raadsvrouw.

8.3.

Beoordeling

De volgende in beslag genomen goederen zullen worden verbeurd verklaard:

  • -

    kasboek onder goednummer [beslagnummer 1] ;

  • -

    map met boekhouding onder goednummer [beslagnummer 2] ;

  • -

    administratie onder goednummer [beslagnummer 3] ;

  • -

    boek met notitie onder goednummer [beslagnummer 4] ;

  • -

    administratie onder goednummer [beslagnummer 6] ;

  • -

    zwart boek met notities onder goednummer [beslagnummer 9] ;

  • -

    administratie onder goednummer [beslagnummer 16] ;

  • -

    GSM (iPhone) onder goednummer [beslagnummer 17] ;

  • -

    blokpers onder goednummer [beslagnummer 18] ;

  • -

    1 x 100 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 22] ;

  • -

    74 x 50 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 23] ;

  • -

    23 x 20 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 24] ;

  • -

    49 x 10 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 25] ;

  • -

    7 x 5 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 26] ;

  • -

    diverse munten (totaal: 17,27 euro) onder goednummer [beslagnummer 27] .

De bewezen feiten zijn met behulp van deze voorwerpen begaan en/of voorbereid. Ten aanzien van het geld geldt dat dit uit de baten van de strafbare feiten is verkregen.

Ten aanzien van de volgende in beslag genomen goederen zal een last worden gegeven tot teruggave aan de beslagene:

  • -

    twee goudkleurige ringen onder goednummer [beslagnummer 5] ;

  • -

    iPod onder goednummer [beslagnummer 7] ;

  • -

    twee GSM’s (Samsung en Nuu 3-S) onder goednummer [beslagnummer 8] ;

  • -

    GMS (Nokia) onder goednummer [beslagnummer 10] ;

  • -

    GSM (iPhone) onder goednummer [beslagnummer 11] ;

  • -

    laptop onder goednummer [beslagnummer 12] ;

  • -

    GoPro onder goednummer [beslagnummer 13] ;

  • -

    GSM (BlackBerry) onder goednummer [beslagnummer 14] ;

  • -

    GSM (Oneoplus Android) onder goednummer [beslagnummer 15] .

Ten aanzien van de volgende in beslag genomen goederen zal een last worden gegeven tot teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt:

  • -

    snorfiets met kenteken [kentekennummer 1] onder goednummer [beslagnummer 19] ;

  • -

    kentekenbewijs deel I met betrekking tot de snorfiets met kenteken [kentekennummer 1] onder goednummer [beslagnummer 20] ;

  • -

    voertuig met kenteken [kentekennummer 2] , onder goednummer [beslagnummer 21] .

9 Vordering tenuitvoerlegging

9.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 6 januari 2017 van de politierechter van deze rechtbank (parketnummer: 10-195842-16) is de verdachte ter zake van onder andere het opzettelijk handelen in strijd met de in de artikelen 2 en 3 onder C van de Opiumwet gegeven verboden veroordeeld voor zover van belang tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 20 januari 2017.

9.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting afwijzing van de vordering gevorderd.

9.3.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Er worden evenwel termen aanwezig geacht die last niet te geven.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zo lang en frequent als de reclasseringsinstelling noodzakelijk acht;

  • -

    de veroordeelde zal deelnemen aan de gedragsinterventie GI-RN Cognitieve Vaardigheden;

  • -

    de veroordeelde zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding, zo lang de reclassering noodzakelijk acht;

  • -

    de veroordeelde zal geen verdovende middelen gebruiken en zal deelnemen aan urinecontroles, zo lang de reclassering noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 tot en met 4:

- kasboek onder goednummer [beslagnummer 1] ;

- map met boekhouding onder goednummer [beslagnummer 2] ;

- administratie onder goednummer [beslagnummer 3] ;

- boek met notitie onder goednummer [beslagnummer 4] ;

- administratie onder goednummer [beslagnummer 6] ;

- zwart boek met notities onder goednummer [beslagnummer 9] ;

- administratie onder goednummer [beslagnummer 16] ;

- GSM (iPhone) onder goednummer [beslagnummer 17] ;

- blokpers onder goednummer [beslagnummer 18] ;

- 1 x 100 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 22] ;

- 74 x 50 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 23] ;

- 23 x 20 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 24] ;

- 49 x 10 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 25] ;

- 7 x 5 euro biljet onder goednummer [beslagnummer 26] ;

- diverse munten (totaal: 17,27 euro) onder goednummer [beslagnummer 27] .

- gelast de teruggave aan de beslagene van:

- twee goudkleurige ringen onder goednummer [beslagnummer 5] ;

- iPod onder goednummer [beslagnummer 7] ;

- twee GSM’s (Samsung en Nuu 3-S) onder goednummer [beslagnummer 8] ;

- GMS (Nokia) onder goednummer [beslagnummer 10] ;

- GSM (iPhone) onder goednummer [beslagnummer 11] ;

- laptop onder goednummer [beslagnummer 12] ;

- GoPro onder goednummer [beslagnummer 13] ;

- GSM (BlackBerry) onder goednummer [beslagnummer 14] ;

- GSM (Oneoplus Android) onder goednummer [beslagnummer 15] .

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van:

- snorfiets met kenteken [kentekennummer 1] onder goednummer [beslagnummer 19] ;

- kentekenbewijs deel I met betrekking tot de snorfiets met kenteken [kentekennummer 1] onder

goednummer [beslagnummer 20] ;

- voertuig met kenteken [kentekennummer 2] , onder goednummer [beslagnummer 21] .

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 6 januari 2017 van de politierechter van deze rechtbank (parketnummer: 10-195842-16) aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C. Laukens, voorzitter,

en mrs. R. Brand en E.M.D. Angela, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 september 2016 tot en met 31 mei 2017 te Dordrecht vanuit een woning/pand gelegen aan de [adres delict] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een of meer (handels- en/of gebruikers-)hoeveelhe(i)d(en) MDMA en/of Amphetamine en/of LSD en/of 2c-b en/of cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of Amphetamine en/of LSD en/of 2c-b en/of cocaïne, zijnde MDMA en/of Amphetamine en/of LSD en/of 2c-b en/of cocaïne, (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 31 mei 2017 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning/pand gelegen aan de [adres delict] opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 7,7 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, en/of

- ongeveer 954,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, en/of

- ongeveer 40,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2c-b, en/of - ongeveer 12,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD, en/of - ongeveer 1,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of 2c-b en/of LSD en/of cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 september 2016 tot en met 31 mei 2017 te Dordrecht vanuit een woning/pand gelegen aan de [adres delict] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een of meer (handels- en/of gebruikers-)hoeveelhe(i)d(en) Diazepam en/of hashish, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende Diazepam en/of hashish, zijnde Diazepam en/of hashish (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op of omstreeks 31 mei 2017 te Dordrecht, tezamen en in vereniging, althans alleen, in een woning/pand gelegen aan de [adres delict] opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 148,3 gram hashish, en/of - ongeveer 488,1 gram Diazepam, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hashish en/of Diazepam, zijnde hashish en/of Diazepam (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.