Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6975

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-09-2017
Datum publicatie
08-09-2017
Zaaknummer
C/10/520412 / HA ZA 17-150
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opzegging franchiseovereenkomst door franchisegever is niet rechtsgeldig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/520412 / HA ZA 17-150

Vonnis van 6 september 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MISTY B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. F.J.H. Krumpelman,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRAM LADAGE EXPLOITATIE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRAM LADAGE VERSE PATAT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagden,

advocaat mr. J. van Londen.

Eiseres zal hierna Misty worden genoemd. Gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid als Bram Ladage. Voor zover gedaagden afzonderlijk worden bedoeld, zullen zij worden aangeduid als Bram Ladage Exploitatie en Bram Ladage Verse Patat.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 31 januari 2017, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis (de brief) van 10 mei 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief van de rechtbank van 7 juli 2017, waarbij een zittingsagenda aan partijen is toegezonden;

  • -

    de brief van mr. Krumpelman van 3 augustus 2017, waarbij producties 15 tot en met 17 in het geding zijn gebracht;

  • -

    de brief van mr. Van Londen van 7 augustus 2017, waarbij productie G20 in het geding is gebracht;

  • -

    de brief van mr. Krumpelman van 8 augustus 2017, waarbij productie 18 en een memo ten behoeve van de comparitie van partijen in het geding zijn gebracht;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 22 augustus 2017;

  • -

    de ter zitting door mr. Van Londen overgelegde pleitnotities;

  • -

    het faxbericht van mr. Krumpelman van 28 augustus 2017, waarin opmerkingen over het proces-verbaal zijn gemaakt;

  • -

    het faxbericht van mr. Van Londen van 29 augustus 2017, waarin opmerkingen over het proces-verbaal zijn gemaakt;

  • -

    het faxbericht van mr. Krumpelman van 29 augustus 2017, waarin hij heeft medegedeeld geen bezwaren te hebben tegen de opmerkingen van mr. Van Londen;

  • -

    het faxbericht van mr. Van Londen van 30 augustus 2017, waarin zij heeft vermeld geen opmerkingen te hebben over het faxbericht van mr. Krumpelman van 28 augustus 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast.

2.1.

Op 1 december 1997 heeft [bestuurder van Misty] (bestuurder van Misty, verder: [bestuurder van Misty] ) als franchisenemer met A. Ladage Verse Patat B.V. met KvK-nummer 24216412 (niet zijnde gedaagde sub 2) als franchisegever een franchiseovereenkomst gesloten, op grond waarvan aan [bestuurder van Misty] het uitsluitend recht is verleend om als zelfstandig ondernemer een snackbar te drijven conform het Bram Ladage-systeem in de bedrijfsruimte aan het Binnenwegplein 24 te Rotterdam (verder: de franchiseovereenkomst).

2.2.

In de franchiseovereenkomst is, voor zover relevant, het volgende vermeld:

“(…) Artikel 1: inleidende bepalingen

Franchisegever garandeert aan franchisenemer de juistheid en volledigheid van de volgende gegevens:

1. (…)

4. Door franchisegever zullen aan andere franchisenemers onder soortgelijke omstandigheden in dezelfde contractperiode geen andere voorwaarden worden gesteld dan die worden genoemd in deze overeenkomst, onverminderd het recht van gever om gedurende de duur van de overeenkomst in bedoelde voorwaarden wijzigingen te brengen, indien een daadwerkelijke wijziging in het systeem dit in redelijkheid rechtvaardigt.

(…)

Artikel 5: rayon en/of rayonbescherming

  1. (…)

  2. Zonder toestemming van de franchisenemer zal franchisegever aan derden het gebruik van het systeem, zoals in deze overeenkomst geregeld, niet toestaan, noch zelf volgens het systeem geëxploiteerde bedrijven stichten in een rayon, binnen een straal van een (1) kilometer, te rekenen vanaf in lid 1 beschreven bedrijfsruimte.

Artikel 6: duur van de overeenkomst

  1. Deze overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van 15 jaar ingaande op 1 januari, 1998 en derhalve eindigende op 2013. Behoudens opzegging per aangetekend schrijven of bij deurwaardersexploit door franchisenemer aan franchisegever, ten minste 6 maanden voor afloop van de overeenkomst, zal deze telkens voor 5 jaren worden verlengt, behoudens opzegging met inachtneming van het bovenstaande.

  2. Franchisegever is slechts gerechtigd tegen de expiratiedatum de overeenkomst per aangetekend schrijven of per deurwaardersexploit op te zeggen met inachtneming een termijn van 6 maanden, indien van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd de onderhavige overeenkomst te laten voortduren.

(…)”

2.3.

Op 1 december 1997 is tussen Bram Ladage Verse Patat B.V. met KvK-nummer 24216412 (niet zijnde gedaagde sub 2) als verhuurder en [bestuurder van Misty] als huurder een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de bedrijfsruimte aan het Binnenwegplein 24 te Rotterdam voor de duur van tien jaar, met de bepaling dat na het verstrijken van voornoemde periode de overeenkomst wordt voortgezet voor een aansluitende periode van vijf jaar.

2.4.

Op 1 januari 1998 is tussen Bram Ladage Verse Patat B.V. met KvK-nummer 24216412 (niet zijnde gedaagde sub 2) als verkoper en [bestuurder van Misty] als koper een huurkoopovereenkomst gesloten, op grond waarvan [bestuurder van Misty] de inventaris en goodwill van de snackbar aan het Binnenwegplein 24 te Rotterdam heeft gekocht voor een bedrag van NLG 2.600.00,00 exclusief BTW.

2.5.

Op 2 december 2010 is tussen Bram Ladage Verse Patat B.V. als franchisegever en [bestuurder van Misty] een allonge bij de franchiseovereenkomst gesloten, waarmee Misty in de rechten en plichten van [bestuurder van Misty] is getreden.

2.6.

De statutaire naam van Bram Ladage Verse Patat B.V. met KvK-nummer 24216412 is op 30 december 1998 gewijzigd in Bram Ladage Holding B.V. en vervolgens op 29 november 2016 in Bram Ladage Exploitatie B.V. (gedaagde sub 1).

2.7.

Op 20 november 2007 is Bram Ladage Verse Patat B.V. met KvK-nummer 24422458 (gedaagde sub 2) opgericht.

2.8.

Bij brief van 29 november 2016 heeft Bram Ladage Verse Patat B.V. met KvK-nummer 24422458 (gedaagde sub 2) de franchiseovereenkomst opgezegd tegen 31 december 2017. In de brief is het volgende vermeld:

“(…) Sinds geruime tijd proberen wij met u in gesprek te komen over de verlenging per 1 januari 2018 van de franchiseovereenkomst, die ie op 1 januari 1998 is aangevangen ten aanzien van de vestiging van Bram Ladage aan het Binnenwegplein 24 te Rotterdam. Gedurende de periode dat u franchisenemer bent van de Bram Ladage formule is, zoals u weet, een groot aantal wijzigingen in de franchiseformule doorgevoerd. Zo zijn er zichtbare veranderingen, zoals wijzigingen in de huisstijl, presentatie en logo’s, de invoering van een marketing bijdrage, maar er zijn ook minder zichtbare wijzigingen doorgevoerd in de voorwaarden van het Bram Ladage franchisesysteem.

Zoals laatstelijk in de brieven en emailwisseling van onze advocaat nogmaals uiteengezet, beschikt Bram Ladage Verse Patat B.V. als franchisegever over het recht bepaalde wijzigingen in de standaardvoorwaarden door te voeren. Op grond van artikel 1 lid 4 van uw franchiseovereenkomst hebben wij de voorwaarden van de franchiseovereenkomst daarom ook in 2008 eenmalig aangepast en bent u daarvan ook op de hoogte gesteld. De meest zichtbare wijzigingen zijn in de praktijk nota bene ook door u in uw bedrijfsvoering doorgevoerd, zonder dat u hier bezwaar tegen heeft aangevoerd zoals bedoeld in artikel 16 van de franchiseovereenkomst.

Een en ander heeft uiteindelijk geresulteerd in een standaardfranchiseovereenkomst die van tijd tot tijd op details is aangevuld en verbeterd. Toch weigert u pertinent de huidige standaardfranchiseovereenkomst te accepteren, omdat u van mening bent een doorlopende franchiseovereenkomst te hebben, die vrijwel niet door ons kan worden opgezegd, of zelfs kan worden gewijzigd.

Wij achten het echter niets meer dan correct en redelijk om de in de loop der tijd gewijzigde voorwaarden formeel met u vast te leggen door middel van de standaardfranchiseovereenkomst, maar u blijft zich op het standpunt stellen dat u slechts gebonden zou zijn aan de voorwaarden zoals deze in uw franchiseovereenkomst uit 1998 zijn opgenomen.

Wij hebben u al uitgelegd dat de overeenkomst uit 1998 voor onze organisatie door de jaren heen voor grote problemen heeft gezorgd, zoals onder meer maar niet uitsluitend wegens het gebrek aan de bevoegdheid tot controle en opvolging van de hygiëneregels maar ook de onmogelijkheid als franchisegever bij te (kunnen) sturen en franchisenemers aan te spreken bij bijvoorbeeld teruglopende omzetten of achterblijvende kwaliteit van de bedrijfsvoering. Wij zijn daarenboven als franchisegever naar alle overige franchisenemers verplicht om in gelijke gevallen gelijke voorwaarden te hanteren, reden waarom wij alle franchisenemers bij aanvang of bij verlenging de actuele standaardvoorwaarden voorleggen ter ondertekening. Met deze franchisenemers werken wij overigens naar volle tevredenheid samen op basis van de door hen ondertekende standaardfranchiseovereenkomst.

In 2013 hebben wij u al eerder verzocht de destijds geldende standaardfranchiseovereenkomst te ondertekenen, om zo te bevestigen dat ook op onze franchiserelatie de meest recente standaardvoorwaarden van toepassing zijn. Destijds heeft u aangegeven problemen te hebben met twee specifieke artikelen in de standaardfranchiseovereenkomst, maar op dat moment geen enkele reden te zien hier inhoudelijk over in overleg te gaan, omdat uw overeenkomst destijds recent was verlengd tot 1 januari 2018.

Op 26 mei jl. zijn wij wederom in gesprek getreden over de eventuele voorwaarden van verlenging van de franchisesamenwerking. Hierop ontvingen wij al op 2 juni jl. een brief van uw advocaat. Op 6 september jl. is door Wesley Ladage nogmaals gevraagd uw inhoudelijke bezwaren tegen de huidige standaardfranchiseovereenkomst kenbaar te maken, zodat we u op die punten mogelijk tegemoet zouden kunnen komen. Helaas is ook hierop enkel een korte afwijzende reactie van uw advocaat gekomen. In de gesprekken en briefwisseling die volgden tussen onze advocaten is meermaals uitgelegd welke belangen wij als franchisegever hebben bij het samenwerken op uniforme voorwaarden met al onze franchisenemers. Ik verwijs hierbij met name naar de brieven van 5 oktober 2016 en 2 november 2016. Op 18 november jl. hebben wij in bijzijn van onze advocaten zelfs nog een bijeenkomst gehad waarbij van onze zijde vergeefs geprobeerd is inhoudelijk tot overeenstemming te komen over de inhoud van de franchiseovereenkomst die zou gelden vanaf 1 januari 2018. In dat kader hebben wij u voorafgaand ook een globaal overzicht gestuurd van de wijzigingen in de standaardfranchiseovereenkomst ten opzichte van uw overeenkomst uit 1997, maar zelfs in deze bespreking bleef u (uw advocaat) de bal echter terugkaatsen en wenste u niet eens aan te geven welke bepalingen in de standaardfranchiseovereenkomst dan zo bezwaarlijk voor u zouden zijn, om de simpele reden dat u een nieuwe overeenkomst niet nodig acht.

U weigert derhalve het belang om tegen gelijke voorwaarden met alle franchisenemers samen te werken te onderkennen en gaat ook niet meer inhoudelijk in op de voorstellen die wij u hebben gedaan omtrent een eventuele langere looptijd en/of andere aanpassingen. Wij hebben intussen al heel vaak aangeboden hierin mee te werken, maar ook van die getoonde bereidheid maakt u geen gebruik. Hiermee zijn wij op het punt gekomen dat een vruchtbare samenwerking tussen ons niet meer mogelijk is of lijkt te zijn. De basis van een samenwerkingsverband via franchising is dat daadwerkelijk tussen partijen samengewerkt dient te worden. Nu u niet meer wenst inhoudelijk in gesprek te gaan over de voorwaarden van de door ons voorgestelde verlenging, kan van ons in redelijkheid niet worden verlangd de franchiseovereenkomst na de expiratiedatum te laten voortduren.

Daarom zien wij ons genoodzaakt hierbij de op 1 december 1997 getekende franchiseovereenkomst op te zeggen tegen de einddatum 31 december 2017, dit met een beroep op het bepaalde in artikel 6 van de franchiseovereenkomst. Hiermee houden wij rekening met een opzegtermijn van dertien maanden, opat u voldoende tijd en gelegenheid heeft te anticiperen op het einde van de franchiserelatie. (…)”

3 Het geschil

3.1.

Misty heeft, na wijziging van eis, gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. te verklaren voor recht dat de opzegging van de franchiseovereenkomst van 29 november 2016 zonder rechtsgevolg blijft en de franchiseovereenkomst daarmee voor vijf jaar wordt verlengd vanaf 1 januari 2018 en daarna ook telkens voor vijf jaar, behoudens opzegging door Misty en met de bepaling dat de franchisegever slechts gerechtigd is de overeenkomst op te zeggen tegen de expiratiedatum per aangetekend schrijven of per deurwaardersexploot met inachtneming van een termijn van dertien maanden, indien van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd de overeenkomst te laten voortduren, althans dat de franchisegever op grond van de franchiseovereenkomst gehouden is om een nieuwe franchiseovereenkomst met Misty aan te gaan voor de duur van vijf jaar, althans een in goede justitie vast te stellen termijn, tegen de thans geldende voorwaarden, althans tegen in goede justitie vast te stellen voorwaarden;

  2. Bram Ladage Exploitatie althans Bram Ladage Verse Patat te gebieden om de franchiserelatie met Misty voort te zetten tot in ieder geval 1 januari 2023, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

  3. Bram Ladage te veroordelen in de kosten van de procedure, de nakosten daarin begrepen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.

3.2.

Bram Ladage heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd tot afwijzing ervan, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Misty in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter comparitie is namens Bram Ladage verklaard dat zij zich niet verzet tegen de eiswijziging. Nu de eiswijziging niet in strijd is met de goede procesorde, zal recht worden gedaan op de gewijzigde eis.

4.2.

In deze procedure moet de vraag worden beantwoord of de opzegging van de franchiseovereenkomst door de franchisegever, zoals gedaan bij brief van 29 november 2016 tegen 31 december 2017, rechtsgeldig is.

4.3.

In de eerste plaats heeft Misty, onder verwijzing naar de KvK-nummers van de verschillende vennootschappen, aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij de franchiseovereenkomst is aangegaan met Bram Ladage Exploitatie en dat, nu de opzegging is gedaan door Bram Ladage Verse Patat - een vennootschap waar Misty geen contractuele relatie mee heeft - de opzegging geen rechtsgevolg heeft gehad en de franchiseovereenkomst derhalve ook na 31 december 2017 dient door te lopen.

Daartegenover heeft Bram Ladage, onder uitvoerige omschrijving van de historische ontwikkeling van de structuur van de Bram Ladage-groep, aangevoerd dat uiteindelijk alle activiteiten binnen de franchiseformule in 2007 zijn overgedragen aan Bram Ladage Verse Patat, zodat wel degelijk door de juiste partij is opgezegd.

4.4.

Uitgangspunt in deze is dat een partij niet buiten haar om of tegen haar wil met een andere contractspartij geconfronteerd kan worden en dat ingevolge artikel 6:159 BW voor een contractsoverdracht de instemming van de wederpartij (in dit geval Misty) noodzakelijk is. Partijen twisten over de vraag of in het onderhavige geval sprake is van een contractsoverneming in de zin van artikel 6:159 BW. Indien de door Bram Ladage gestelde contractsoverneming niet vast zou komen te staan, wil dat echter nog niet zeggen dat de opzegging van 29 november 2016 daardoor nietig of niet-rechtsgeldig is. Het gaat er immers om of Misty als franchisenemer heeft kunnen en moeten begrijpen dat de franchisegever wenste te komen tot beëindiging van de franchiseovereenkomst. Dat dit het geval was, is niet in geschil. De overeengekomen opzegtermijn van dertien maanden is in acht genomen en de opzegging is dus ook tijdig gedaan. Onder deze omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om de opzegging van 29 november 2016 als nietig of ongeldig te beschouwen. Dat de opzegging eventueel door een andere rechtspersoon is gedaan dan door de rechtspersoon die daartoe formeel bevoegd was, levert voor Misty geen enkel nadeel op. Voor toewijzing van de vordering van Misty is in zoverre dan ook geen plaats.

4.5.

Gelet op het voorgaande kan het antwoord op de vraag wie de franchisegever is in het midden worden gelaten en zal de verdere beoordeling van het geschil zowel Bram Ladage Exploitatie als Bram Ladage Verse Patat raken.

4.6.

Vervolgens komt de vraag aan de orde of er een gerechtvaardigde grond is om de franchiseovereenkomst op te zeggen. Uit artikel 6 lid 1 van de franchiseovereenkomst volgt dat de overeenkomst is aangegaan voor vijftien jaar en dat deze na ommekomst van die periode telkens voor vijf jaar wordt verlengd, behoudens opzegging door de franchisenemer. Vervolgens is in lid 2 van dat artikel bepaald dat de franchisegever slechts gerechtigd is om tegen de expiratiedatum de overeenkomst op te zeggen, indien van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd de overeenkomst te laten voortduren.

4.7.

Partijen twisten over de manier waarop artikel 6 lid 2 van de franchiseovereenkomst moet worden uitgelegd. Volgens Bram Ladage moet uitgangspunt zijn dat een overeenkomst voor bepaalde tijd in beginsel van rechtswege eindigt als de looptijd is verstreken. Dat is in dit geval ook de bedoeling van partijen geweest, aldus Bram Ladage. Zij heeft aangevoerd dat de expiratiedatum in feite een dode letter zou zijn als zij de overeenkomst niet of slechts onder (strenge) voorwaarden tegen deze datum zou mogen opzeggen. De overeenkomst zou dan moeten worden gezien als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd, wat nooit de bedoeling van partijen is geweest. Het zou in het economische verkeer voor een franchisegever volledig onwerkbaar zijn als hij samenwerkt met een franchisenemer wiens contract nooit opgezegd kan worden, aldus Bram Ladage. Misty heeft dit standpunt van Bram Ladage gemotiveerd betwist.

4.8.

Blijkens de tekst van artikel 6 lid 2 van de franchiseovereenkomst is de opzeggingsbevoegdheid van de franchisegever ingeperkt, in die zin dat daaraan een voorwaarde is verbonden. Bij de uitleg van een bepaling van een overeenkomst is echter niet slechts de taalkundige betekenis van belang, maar komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Door Bram Ladage zijn evenwel onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om aan te kunnen nemen dat het, ondanks hetgeen is vermeld in artikel 6 lid 2, de bedoeling van partijen is geweest dat de franchiseovereenkomst zonder meer door opzegging kon worden beëindigd op de expiratiedatum. De door Bram Ladage bepleite uitleg ligt ook niet voor de hand, gelet op het feit dat partijen eind 1997 niet alleen de franchiseovereenkomst, maar tevens een huur- en huurkoopovereenkomst hebben gesloten. Dat Misty, mede gelet op de investeringen die zij deed en de verplichtingen die zij aanging, belang had (en heeft) bij inperking van de opzeggingsbevoegdheid, is evident. Anders dan Bram Ladage heeft betoogd, rechtvaardigen de e-mailberichten van [bestuurder van Misty] van 12 en 18 februari 2015 (productie G16 bij de conclusie van antwoord), waaruit blijkt dat [bestuurder van Misty] twijfelde over de vraag of de franchiseovereenkomst na 31 december 2017 nog wel zou worden verlengd, niet de conclusie dat partijen bij het aangaan van de overeenkomst beoogd hebben dat deze per de expiratiedatum heel eenvoudig zou kunnen worden opgezegd. Op het moment dan [bestuurder van Misty] voornoemde e-mailberichten verzond, waren partijen immers al in discussie en was door Bram Ladage al duidelijk gemaakt dat zij de franchiserelatie na de expiratiedatum slechts wilde voortzetten als tijdig een oplossing zou worden bereikt. Gelet op de opstelling van Bram Ladage was voor Misty in ieder geval in praktische zin een onzekere situatie ontstaan ten aanzien van de vraag of zij de exploitatie na de expiratiedatum zou kunnen voortzetten. Een en ander laat onverlet dat op basis van de inhoud van het contract en hetgeen partijen over de totstandkoming over en weer hebben aangevoerd de conclusie geen andere kan zijn dan dat aan de opzeggingsbevoegdheid van Bram Ladage een beperkende voorwaarde is verbonden, in die zin dat Bram Ladage haar toekomstige mogelijkheden tot opzegging bij het aangaan van de overeenkomst ten gunste van (de rechtsvoorganger van) Misty heeft beperkt. Die voorwaarde is niet dusdanig dat opzegging van de franchiseovereenkomst door de franchisegever feitelijk onmogelijk is geworden. Wel ligt het op de weg van Bram Ladage om feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit blijkt dat van de franchisegever in redelijkheid niet kan worden verlangd de overeenkomst te laten voortduren.

4.9.

Bram Ladage heeft aangevoerd dat de reden van opzegging is dat het voor haar volstrekt onmogelijk is geworden om op een constructieve wijze samen te werken met Misty. Dit heeft zich met name geuit in de discussie die is ontstaan over de verlenging van de overeenkomst die in 1997 is gesloten, maar de blokkerende en juridiserende houding van Misty in de discussie over de rayonbescherming in 2013 is ook debet geweest aan de verslechterende verhoudingen, aldus Bram Ladage. Zij heeft verder aangevoerd dat al jarenlang sprake is van (te)veel klachten van klanten van Misty over de slechte kwaliteit van het eten en klantonvriendelijk gedrag van het personeel. Ondanks herhaaldelijk verzoek van Bram Ladage heeft Misty geen of in ieder geval onvoldoende maatregelen genomen ter voorkoming daarvan. Volgens Bram Ladage is [bestuurder van Misty] zelf nauwelijks aanwezig in de winkel en heeft hij ook niet zorggedragen voor vakkundige vervanging. Bram Ladage mist op basis van de huidige franchiseovereenkomst uit 1997 de bevoegdheid om bij te sturen en Misty aan te spreken. Ook deze onmogelijkheid is reden voor opzegging van de franchiseovereenkomst, aldus Bram Ladage. Van een goede samenwerking en een normale dialoog tussen partijen is volgens haar al lange tijd geen sprake meer. Bram Ladage heeft absoluut geen vertrouwen meer in een hernieuwde samenwerking van nog eens vijf jaar. Een en ander leidt volgens Bram Ladage tot de conclusie dat in redelijkheid niet van haar kan worden verlangd de franchiseovereenkomst met Misty te laten voortduren.

4.10.

Misty heeft een en ander gemotiveerd weersproken. Zij heeft aangevoerd dat zij zich redelijk heeft opgesteld, dat haar op geen enkele manier een verwijt te maken valt en dat van een verstoorde relatie tussen partijen geen sprake is. Volgens Misty zijn de door Bram Ladage aangevoerde opzeggingsgronden gezocht en is de werkelijke reden van de opzegging van de franchiseovereenkomst dat Misty plaats moet maken voor (de heer) Bram Ladage, die het filiaal op het Binnenwegplein te Rotterdam zelf wil gaan exploiteren.

4.11.

De rechtbank zal de door Bram Ladage aangevoerde gronden voor opzegging van de franchiseovereenkomst hierna afzonderlijk bespreken.

Discussie over de standaardfranchiseovereenkomst

4.12.

Bram Ladage heeft zich op het standpunt gesteld dat zij grote belangen heeft bij het hanteren van een gestandaardiseerd model franchiseovereenkomst voor al haar franchisenemers. Volgens Bram Ladage is de franchiseovereenkomst tussen partijen, die in 1997 is aangegaan, verouderd en onduidelijk. Bram Ladage heeft aangevoerd dat zij het recht heeft om de voorwaarden van de franchiseovereenkomst gedurende de looptijd te wijzigen en volgens haar leidt de standaardfranchiseovereenkomst, die in de loop der jaren is ontwikkeld, ook niet tot een verslechtering van de positie van Misty. Bram Ladage heeft de afgelopen jaren meerdere malen geprobeerd het gesprek met Misty aan te gaan over de standaardfranchiseovereenkomst, maar Misty heeft steevast elk overleg geweigerd. Dat Misty de standaardfranchiseovereenkomst niet wil tekenen is geen reden voor opzegging, aldus Bram Ladage, maar het is de houding van Misty die de verdere samenwerking onmogelijk maakt. Bram Ladage heeft aangevoerd dat zij altijd bereid is geweest de standaardovereenkomst inhoudelijk te bespreken en waar nodig aan te passen op de onderdelen waar Misty problemen mee had. Misty was echter op geen enkele manier bereid om inhoudelijk over de nieuwe standaardfranchiseovereenkomst te praten, aldus Bram Ladage, hoewel Misty al sinds 2013 wist dat Bram Ladage alleen bereid was de franchiserelatie per 1 januari 2018 voort te zetten als de nieuwe standaardovereenkomst - zo nodig aangepast - zou worden ondertekend. Door telkens alle voorstellen van Bram Ladage af te wijzen, zonder nadere onderbouwing, heeft Misty haar plicht om op basis van de redelijkheid en billijkheid te (onder)handelen geschonden. Er rest geen andere conclusie dan dat partijen het nimmer eens zullen worden over een verdere samenwerking in de toekomst, aldus Bram Ladage.

4.13.

Daartegenover heeft Misty aangevoerd dat de huidige franchiseovereenkomst prima functioneert en dat zij geen contractuele en/of wettelijke plicht heeft om de standaardovereenkomst - die bezwarende bepalingen heeft en een verslechtering voor haar is - te accepteren. De franchisenemers die na 1998 zijn begonnen hebben in hun eerste overeenkomst een bepaling moeten aanvaarden dat bij contractverlenging de “dan geldende modelovereenkomst” getekend moet worden, maar dat is anders bij Misty (en één andere franchisenemer), bij wie als enige van alle franchisenemers een dergelijk beding nooit is overeengekomen. Misty was bereid tot het aangaan van een nieuwe overeenkomst, indien daarmee haar rechtspositie niet (wezenlijk) zou worden aangetast. Zij heeft steeds aangeboden om te overleggen en heeft Bram Ladage gevraagd om dat overleg op een constructieve wijze aan te gaan, zonder de dreiging van beëindiging van de franchiserelatie. Bij Bram Ladage bleek er echter geen enkele bereidheid te bestaan om de standaardovereenkomst aan te passen. Dat Misty maar moest aangeven welke punten/artikelen van de standaardovereenkomst voor haar onacceptabel zijn, is de wereld op zijn kop, aldus Misty.

4.14.

Hoewel partijen daarover op verzoek van Bram Ladage verschillende keren hebben gesproken en gecommuniceerd, hebben zij vooralsnog geen overeenstemming kunnen bereiken over een - al dan niet aangepaste - standaardfranchiseovereenkomst. De rechtbank is van oordeel dat van Misty bij de onderhandelingen een coöperatievere houding had mogen worden verwacht. Bram Ladage heeft als franchisegever een gerechtvaardigd belang bij het zoveel mogelijk standaardiseren van de franchisecontracten met haar franchisenemers en van Misty mag redelijkerwijs worden verwacht dat zij daarin meedenkt. Zij kan er een gerechtvaardigd belang bij hebben om vast te willen houden aan bepaalde oude bepalingen, maar dan ligt het op haar weg om dat specifiek aan te geven. Op die manier kunnen partijen een nieuwe overeenkomst op maat maken, die enerzijds zoveel mogelijk aansluit bij de overeenkomsten die de andere franchisenemers hebben, maar die anderzijds ook ruimte biedt voor het tot uitdrukking brengen van de bijzondere positie die Misty nu eenmaal inneemt op basis van hetgeen in het verleden met haar is afgesproken.

4.15.

Dat van Misty een coöperatievere houding had mogen worden verwacht bij de onderhandelingen over de standaardfranchiseovereenkomst, rechtvaardigt op zichzelf echter nog niet de conclusie dat van Bram Ladage in redelijkheid niet kan worden verlangd de franchiseovereenkomst te laten voortduren. Onvoldoende gebleken is dat de houding van Misty een vruchtbare samenwerking tussen partijen in de toekomst onmogelijk heeft gemaakt. Dat partijen - met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 4.14 is overwogen - niet in staat moeten worden geacht om alsnog overeenstemming te kunnen bereiken over een overeenkomst op maat, is onvoldoende gebleken. In zoverre is van een deugdelijke grond voor opzegging van de franchiseovereenkomst door Bram Ladage dan ook geen sprake.

Discussie over de rayonbescherming

4.16.

Bram Ladage heeft aangevoerd dat zij reeds in 2001 duidelijk heeft gemaakt dat de in 1997 gemaakte afspraak over de rayonbescherming (een straal van 1 kilometer vanaf het vestigingspunt) in sommige winkelgebieden niet meer uitvoerbaar en realistisch was. Alle betrokken franchisenemers zijn vervolgens akkoord gegaan met aanpassing van het rayon, behalve [bestuurder van Misty] . Omdat hij zich niet kon verenigen met het voorgestelde rayon van 200 meter, is tussen hem en de heer Bram Ladage mondeling overeengekomen dat de Aert van Nesstraat als grens voor het rayon zou dienen, aldus Bram Ladage. Volgens Bram Ladage werd door Misty in 2013 plotseling gesteld dat het rayon van een straal van 1 kilometer vanaf het vestigingspunt nog steeds zou gelden. Bram Ladage heeft dit als volstrekt onrechtvaardig en bovenal onnodig kwetsend ervaren. Op dat moment heeft Bram Ladage de conclusie getrokken dat dit onderdeel essentieel zou zijn voor de vraag of zij de franchiseovereenkomst tegen de expiratiedatum van 31 december 2017 zou voortzetten of niet. Bram Ladage heeft aangevoerd dat zij heeft besloten de franchiseovereenkomst op te zeggen toen dit onderdeel in de discussie met Misty in 2016 wederom de kop opstak. Volgens Bram Ladage vormt deze discussie bij uitstek het bewijs van de halsstarrige houding van Misty ten opzichte van Bram Ladage. Het is deze defensieve en vooral obstructieve houding van Misty die er uiteindelijk toe heeft geleid dat de relatie tussen partijen dermate verstoord is geraakt dat in redelijkheid niet meer van de franchisegever kan worden gevergd de overeenkomst met Misty na 31 december 2017 nog voort te laten duren, aldus Bram Ladage.

4.17.

Hetgeen hiervoor onder 4.15 is overwogen met betrekking tot de discussie over de standaardfranchiseovereenkomst, geldt eveneens met betrekking de discussie over de rayonbescherming. Ook de (enkele) omstandigheid dat partijen van mening verschillen over de exacte inhoud van gemaakte afspraken in dat kader, rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank geen opzegging van de franchiseovereenkomst door Bram Ladage. Dat zich in een zakelijke relatie die al bijna twintig jaar voortduurt weleens strubbelingen voordoen, is begrijpelijk en betekent niet dat aan de relatie tussen partijen direct een einde dient te komen. Onvoldoende gebleken is dat de relatie tussen partijen dermate verstoord is geraakt dat voortzetting van de franchiserelatie in redelijkheid niet van Bram Ladage kan worden verlangd.

Klachten van klanten van Misty

4.18.

Bram Ladage heeft ten slotte aangevoerd dat de lakse en passieve houding van Misty ertoe heeft geleid dat het filiaal aan het Binnenwegplein qua klachten van klanten met kop en schouders uitsteekt boven alle andere filialen van Bram Ladage. Vanaf 2015 zijn er 22 klachten ontvangen met betrekking tot de vestiging van Misty, terwijl er 19 vestigingen zijn waarover helemaal niet is geklaagd en de overige 11 vestigingen gemiddeld 2,4 klachten per vestiging hebben gekregen. Belangrijker nog dan het aantal klachten is de aard van de klachten (de slechte kwaliteit van het eten en het onvriendelijke en soms zelfs onbeschofte gedrag van het personeel) en het feit dat de klachten - ondanks de vele gesprekken die daarover zijn gevoerd tussen partijen - maar blijven voortduren, aldus Bram Ladage. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft zij als producties G18 en G20 klachten over de periode van 2009 tot en met medio juli 2017 in het geding gebracht. De huidige franchiseovereenkomst geeft onvoldoende middelen om op te kunnen treden tegen Misty en ook daarin is een reden voor opzegging van de franchiseovereenkomst gelegen, aldus Bram Ladage.

4.19.

Misty heeft de verwijten die haar worden gemaakt gemotiveerd betwist. Zij heeft aangevoerd dat altijd wordt gereageerd op klachten van klanten, dat zij haar personeel aanspreekt en instrueert en dat incidenten worden geëvalueerd. Misty heeft verder aangevoerd dat [bestuurder van Misty] een begeleidende rol heeft in de uitvoering en wat betreft de bijsturing van het personeel en dat hij minimaal vijf dagen in de week in of om de winkel is, meestal tussen 10:00 uur en 15:30 uur (de momenten dat het druk is). Toen Bram Ladage kritiek had op een werknemer van Misty is [bestuurder van Misty] met de betreffende werknemer in gesprek gegaan. Deze werknemer heeft geen leidinggevende functie, helpt geen klanten en doet zijn best, aldus Misty.

4.20.

De rechtbank stelt in dit kader voorop dat Misty zorgvuldig zal moeten omgaan met klachten van klanten. Zo nodig mag van haar worden verlangd dat zij maatregelen treft om het daarheen te leiden dat de oorzaken van de klachten zoveel mogelijk worden weggenomen. Dat Misty daarin zo structureel tekortschiet dat dit een volledig verlies van vertrouwen van de franchisegever kan rechtvaardigen, kan op basis van de stellingen van partijen en de door hen overgelegde producties echter niet worden aangenomen. Evenmin is gebleken dat Bram Ladage in het geheel geen mogelijkheden heeft om - waar nodig - bij te sturen. Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd is genoegzaam gebleken dat Bram Ladage het gesprek met Misty over haar bedrijfsvoering kan aangaan. Dat Misty daarbij niet of onvoldoende zou openstaan voor kritiek of in het geheel niet bereid zou zijn om aanpassingen door te voeren, is niet gebleken. Ook in zoverre kan dus niet worden geoordeeld dat een vruchtbare samenwerking tussen partijen niet meer tot de mogelijkheden behoort.

Conclusie

4.21.

Conclusie van het voorgaande is dat de door Bram Ladage aangevoerde gronden voor opzegging van de franchiseovereenkomst, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang beschouwd, onvoldoende zijn om te kunnen concluderen dat van de franchisegever in redelijkheid niet kan worden verlangd de overeenkomst te laten voortduren. In zoverre is er dan ook grond voor toewijzing van de vordering van Misty. Haar vordering, zoals hiervoor onder 3.1 weergegeven, is echter te ruim geformuleerd, nu de rechtbank thans geen oordeel kan geven over de toekomstige verhouding tussen partijen. Die verhouding wordt bepaald door de inhoud van de overeenkomst, maar tevens door hetgeen de redelijkheid en billijkheid meebrengen, thans nog onzekere toekomstige ontwikkelingen en het handelen en nalaten van partijen onder de in de toekomst bestaande omstandigheden. In de onderhavige procedure kan - uitsluitend - worden geoordeeld over de vraag of de opzegging van 29 november 2016 rechtsgeldig is. Nu die vraag ontkennend moet worden beantwoord, zal toegewezen worden de gevorderde verklaring voor recht dat de opzegging zonder rechtsgevolg blijft. Voor het overige zal de vordering van Misty worden afgewezen.

4.22.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Bram Ladage worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Misty worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 80,42

- griffierecht € 618,00

- salaris advocaat € 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.602,42

4.23.

De gevorderde wettelijke handelsrente over de proceskosten is niet toewijsbaar. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen.

4.24.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat de opzegging van de franchiseovereenkomst van 29 november 2016 tegen 31 december 2017 zonder rechtsgevolg blijft,

5.2.

veroordeelt Bram Ladage in de proceskosten, aan de zijde van Misty tot op heden vastgesteld op € 1.602,42, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Bram Ladage in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Bram Ladage niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2 en 5.3 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2017.

1977/1729