Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6857

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-08-2017
Datum publicatie
05-09-2017
Zaaknummer
10/212141-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Seksueel corrumperen, oplegging geheel voorwaardelijke taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/212141-15

Datum uitspraak: 15 augustus 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , gemeente [naam gemeente] ,

raadsman mr. A.T. Tilburg, advocaat te Spijkenisse.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 augustus 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D.N.G. Woei-a-Tsoi heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 1 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van reclassering.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Daarbij merkt de rechtbank op dat zij niet bewezen zal verklaren het toezenden van de berichten met de daarin omschreven bewoordingen, alsmede het toezenden van de afbeeldingen van de penis van verdachte, nu deze onderdelen van tenlastelegging niet zijn aan te merken als seksuele handelingen, waarvan deze onderdelen op grond van de tenlastelegging een feitelijke invulling beogen te vormen.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij,

in de periode van 29 juli 2014 tot en met 1 augustus 2014 te

Middelharnis, gemeente Goeree-Overflakkee, en/of Tilburg en/of 's-Hertogenbosch,

een persoon van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de

leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, te weten [naam slachtoffer]

(geboren [geboortedatum slachtoffer] 2000), met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige

te zijn van seksuele handelingen,

immers heeft hij, verdachte, (meermalen) die [naam slachtoffer] via Whats App,

foto’s en filmpjes, gestuurd waarop te zien was dat hij, verdachte, zichzelf aan het aftrekken was;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel corrumperen van het 14-jarige slachtoffer. De verdachte heeft het slachtoffer via het internet uitgenodigd met hem in contact te komen en vervolgens foto’s en films toegezonden met door hem uitgevoerde seksuele handelingen. Hij heeft haar daarmee bewogen deze te aanschouwen. De verdachte heeft kennelijk slechts zijn eigen (seksueel) gerief voor ogen gehad. Minderjarigen beneden de zestien jaren dienen tegen dergelijk strafbaar handelen beschermd te worden, wegens de invloed daarvan op hun (verdere) seksuele ontwikkeling.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 juli 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Het Leger des Heils, afdeling reclassering, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 februari 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van dit rapport, dat inmiddels ruim 1,5 jaar geleden werd opgesteld.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit komt de verdachte in beginsel in aanmerking voor de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals gevorderd.

De rechtbank zal daarvan echter afzien omdat de thans 24-jarige verdachte als “first offender” is aan te merken en zwaar in zijn voordeel moet meewegen dat het feit inmiddels ruim drie jaar geleden werd gepleegd.

Bovendien is de verdachte gedurende de afgelopen anderhalf jaar onder behandeling bij De Waag geweest, waar hij – zo nodig – nog steeds terecht kan.

Als vangnet voor de toekomst laat verdachte zich begeleiden bij het op zichzelf gaan wonen door Stichting MEE, waarvoor hij zich vrijwillig heeft aangemeld. Tevens kan de verdachte van de hulp en bijstand van zijn ouders profiteren, die kennelijk zeer betrokken zijn. Derhalve kan thans worden volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstraf van na te noemen duur, met een proeftijd van 1 jaar.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 248d van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;


veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 56 uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 28 dagen;

bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 1 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

en mrs. R. Brand en A.A.T. Werner, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.M. van Herwijnen en J. Nederlof, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 augustus 2017.

Griffier J. Nederlof is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij,

in of omstreeks de periode van 29 juli 2014 tot en met 01 augustus 2014 te

Middelharnis, gemeente Goeree-Overflakkee, en/of Tilburg en/of 's-

Hertogenbosch, althans in Nederland,

een persoon van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de

leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, te weten [naam slachtoffer]

(geboren [geboortedatum slachtoffer] 2000), met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige

te zijn van seksuele handelingen,

immers heeft hij, verdachte, (meermalen) die [naam slachtoffer] via Whats App,

althans via een chatsite en/of internet,

berichten verstuurd met daarin de woorden:

- " Ik wil dat je me zuigt" en/of "Ik wil je zuigen" en/of

- " Ik wil je natte kutje zien" en/of

- " Zo kom ik niet klaar, ik wil klaarkomen. Stuur eens wat foto's" en/of

- " Ik ben de hele dag al geil. Dacht nog even en heb hem in mijn hand"

en/of

- " Ik wil met je afspreken in Rotterdam Centraal",

althans woorden van gelijke aard en/of strekking,

en/of

foto's en/of filmpjes, althans afbeeldingen, gestuurd van zijn, verdachtes,

ontblote stijve penis en/of

foto's en/of filmpjes, althans afbeeldingen, gestuurd waarop te zien was dat

hij, verdachte, zichzelf aan het aftrekken was.