Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:6830

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-08-2017
Datum publicatie
04-09-2017
Zaaknummer
10/960477-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging aankoop vuurwapen via internet. DarkWeb. Pseudokoop. De verdachte wilde zich bewapenen om tijdens een eventuele terroristische aanslag zijn gezin te kunnen beschermen. Daarnaast ook het voorhanden hebben van munitie, een nabootsing van een oefenlandmijn, een nepvuurwapen en vier paar wurgstokken. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van twee jaren een taakstraf voor de duur van 120 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/960477-16

Datum uitspraak: 11 augustus 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. A-L.H. Wilkens, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 augustus 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C. Nij Bijvank heeft gevorderd:

- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand, met een proeftijd van 2 jaren, een taakstraf voor duur van 120 uren, subsidiair te vangen door 60 dagen hechtenis en een geldboete van € 1.500,00, met aftrek van voorarrest;

- onttrekking aan het verkeer van de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen omschreven voorwerpen.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

Hij in de periode van 9 september 2016 tot en met 19 december 2016 te Zwolle en Winterswijk ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een Baretta Mod 92 FS, voorhanden te krijgen, immers heeft hij e-mailberichten gestuurd over de afname van het wapen, en met de verkoper een afspraak gemaakt over de aankoop en/of verkoop van een wapen, en met de verkoper per e-mail een overeenkomst gesloten om voor 1850 euro een wapen te kopen, en ter overdracht van het wapen op 19 december 2016 is verschenen op een afspraak met de verkoper

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

Hij op 21 december 2016 te Winterswijk, munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III van die wet, te weten:

- 48 patronen 9 mm luger, en

- 32 knalpatronen, 5.56 nato, en

  • -

    22 knalpatronen, 7,62x51 nato, en

  • -

    1 knalpatroon 9mm, en

  • -

    1 kogelpatroon 9x19 met een slagpinindruk, en

  • -

    1 kogelpatroon 7,62x51 nato met een slagpinindruk, en

  • -

    1 kogelpatroon 5,56 nato slagpinindruk

en

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie gelet op artikel 3 onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kan vormen en/of dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een voor ontploffing bestemd voorwerp, namelijk een oefen antipersoneelsmijn (type NR24 C1 ) welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een voor ontploffing bestemd voorwerp, namelijk een

antipersoneelsmijn voorzien van de type-aanduiding nr. 22C1 AP

en

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie gelet op artikel 3 onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kan vormen en/of dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een vuurwapen, namelijk een Berben veerdrukpistool 6mm bb, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een Pietro Beretta, 92F en

een (onderdeel van een) wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet, te weten een magazijn/houder van het merk RG

en 4, wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I

onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 nunchaku wurgstokken

en een paar Sansetsukon wurgstokken

en een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vlindermes van het merk Black Eagle.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

poging tot handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

2.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd,

en

handelen in strijd met artikel 13 van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet wapens en munitie. Hoewel hij wist dat de aanschaf en het bezit van vuurwapens verboden was, heeft hij toch geprobeerd om via het “dark web” een vuurwapen aan te schaffen. De verdachte stelde dat zijn motief was gelegen in de angst voor een terroristische aanslag. Na onder andere de aanslag in Parijs vreesde hij voor een aanslag in Nederland. Met het aan te schaffen wapen wilde hij zijn gezin kunnen beschermen in het geval personen met terroristische motieven zijn woning zouden binnendringen. Hij heeft vooraf een plan bedacht hoe hij dan zijn gezin in veiligheid kon brengen en hij was van plan het vuurwapen op te bergen in een speciaal daarvoor aan te schaffen kluis. Mede op aanwijzing van de verdachte, zijn tijdens de doorzoeking in zijn woning verder nog aangetroffen: verboden munitie, wurgstokken, een vlindermes, en een nabootsing van een oefen antipersoneelsmijn en een vuurdrukpistool. Een deel van deze wapens komt, zo heeft hij verklaard, nog uit de tijd dat de verdachte beroepsmilitair was. Die heeft hij al die tijd bewaard in een afgesloten bak en hij wist niet dat dat strafbaar was.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 juli 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

De rechtbank heeft kennis genomen van het over de verdachte opgestelde reclasseringsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd op 27 januari 2017.

De rechtbank heeft eveneens kennis genomen van het over de verdachte opgemaakte voorgeleidingsrapportage van de psycholoog C. Moorland, gedateerd op 27 december 2016 en het over hem opgemaakte rapport van de psycholoog E.C. Aarnink, gedateerd op 15 maart 2017.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

De verdachte heeft bij de politie, de reclassering en de psycholoog volledige openheid van zaken gegeven over zijn handelen en zijn motieven. Hun conclusie is dat er geen aanwijzingen zijn dat de verdachte verkeerde intenties heeft gehad met het door hem beoogde wapen en dat hij, uit een zekere mate van naïviteit, niet op voorhand de consequenties van zijn handelen heeft overzien. Dat is ook de indruk die de rechtbank op de terechtzitting heeft gekregen van de verdachte. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstig strafbaar feit. De verdachte had zich moeten realiseren dat het ongecontroleerd bezit van een vuurwapen een onaanvaardbaar gevaar voor de veiligheid van personen in het leven zou hebben geroepen. De ervaring heeft namelijk geleerd dat het bezit hiervan al te gemakkelijk leidt tot het gebruik daarvan, of tot ongevallen met ernstige gevolgen. De rechtbank neemt dit de verdachte kwalijk.

Gezien de ernst van de feiten zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend zijn. De rechtbank zal daar echter in dit geval van afzien, omdat de rechtbank in strafverminderende zin meeweegt dat de verdachte geen verkeerde intenties heeft gehad en de gevolgen van zijn handelen niet heeft overzien. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de aanhouding en de voorlopige hechtenis een enorme impact hebben gehad op de verdachte, zijn gezin en zijn verdere omgeving. Hij heeft zijn leven bovendien goed op orde en zijn gezin is van hem als kostwinner afhankelijk. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou mogelijk desastreuse gevolgen hebben voor het gezin. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de voorlopige hechtenis na enkele dagen is geschorst en de verdachte de daarbij opgelegde bijzondere voorwaarden sindsdien goed heeft nageleefd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen en maatregel passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

De in beslag genomen voorwerpen omschreven op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zoals omschreven in de aan dit vonnis gehechte bijlage III, zullen worden onttrokken aan het verkeer.

De voorwerpen behoren de verdachte toe en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang. Het onder feit 2 bewezen feit is met betrekking tot voornoemde voorwerpen begaan.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 36d, 45, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaren, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 114 (honderdveertien) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 57 dagen;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart onttrokken aan het verkeer de op voornoemde lijst vermelde pistool, mes en wurgstokken (genummerd 1, 2, 3, 4, en 5);

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.W. van Lottum, voorzitter,

en mrs. V.F. Milders en M. Smit, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. van Puffelen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 augustus 2017.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

Hij in of omstreeks de periode van 9 september 2016 tot en met 19 december

2016 te Zwolle en/of Winterswijk, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om een

vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet

wapens en munitie, te weten een Baretta Mod 92 FS, voorhanden te krijgen,

immers heeft hij

-een of meer e-mailbericht(en) gestuurd over de afname van het wapen, en/of

-met de verkoper een afspraak gemaakt over de aankoop en/of verkoop van een

wapen, en/of

-met de verkoper per e-mail een overeenkomst gesloten om voor 1850 euro een

wapen te kopen, en/of

-ter overdracht van het wapen op 19 december 2016 is verschenen op een

afspraak met de verkoper

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

2.

Hij op of omstreeks 21 december 2016 te Winterswijk, althans in Nederland,

munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie,

te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III van die wet, te

weten:

-50, althans 48, althans een aantal patronen 9 mm luger, en/of

-32, althans een aantal knalpatronen, 5.56 nato, en/of

-22, althans een aantal knalpatronen, 7,62x51 nato, en/of

-1 knalpatroon 9mm, en/of

-1 kogelpatroon 9x19 met een slagpinindruk, en/of

-1 kogelpatroon 7,62x51 nato met een slagpinindruk, en/of

-1 kogelpatroon 5,56 nato slagpinindruk

en/of

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 7 van de Wet wapens

en munitie gelet op artikel 3 onder a van de Regeling wapens en munitie, te

weten een door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen voorwerp dat

een ernstige bedreiging van personen kan vormen en/of dat zodanig op een wapen

gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een

nabootsing van een voor ontploffing bestemd voorwerp, namelijk een oefen

antipersoneelsmijn (type NR24 C1 ) welke door vorm en afmetingen een sprekende

gelijkenis vertoont met een voor ontploffing bestemd voorwerp, namelijk een

antipersoneelsmijn voorzien van de type-aanduiding nr. 22C1 AP

en/of

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 7 van de Wet wapens

en munitie gelet op artikel 3 onder a van de Regeling wapens en munitie, te

weten een door de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen voorwerp dat

een ernstige bedreiging van personen kan vormen en/of dat zodanig op een wapen

gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een

nabootsing van een vuurwapen, namelijk een Berben veerdrukpistool 6mm bb,

welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een

vuurwapen, namelijk een Pietro Beretta, 92F

en/of

een (onderdeel van een) wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III

onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van

artikel 1 onder 3 van die wet, te weten een magazijn/houder van het merk RG

en/of

4, althans een of meer wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I

onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 nunchaku wurgstokken en een

paar Sansetsukon wurgstokken

en/of

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 1 van de Wet wapens

en munitie, te weten een vlindermes van het merk Black Eagle

voorhanden gehad;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie